![]() |
| Libèrta Rosario in het PC Hoofthuis (Faculteit Geesteswetenschappen van de UvA). Foto © Michiel van Kempen |
Nr. 6 Een gemengd korfbalteam bestaande uit mijn
ouders, Hilda, de zus van mijn moeder, Rosa, de zus van mijn vader en Vicente,
hun oudste broer. Officieel was een gemengd sportteam niet toegestaan door de
katholieke kerk.
Nr. 7 Door de sport gingen er steeds meer
deuren open voor mijn vader. Zo reisde hij als official samen met twee andere
officials, de heer Mordy S. Maduro, de toenmalige vice-voorzitter van de FIFA
en de heer Odulio Willems van de NAVU (Nederlands Antilliaanse Voetbal Unie),
naar het WK Voetbal in Stockholm in 1958.
Nr. 8 Mijn vader, die ook een goede atleet was,
organiseerde samen met andere sportjournalisten de Vacantie Sport Olympiade
voor de Schooljeugd tussen 10 en 15 jaar in 1956. De Olympiade kende
verschillende sporten zoals atletiek, voetbal, volleybal, basketbal, tennis en
zwemmen, en werd een groot succes.
Nr. 9 Mijn vader Guillermo en mijn moeder Elsa.
Guillermo hield van schrijven, lezen, sporten en ook van
vrouwen. Hij hield van ons, zijn 20 kinderen en van zijn echtgenote Elsa, zijn
steun en toeverlaat. Zij was de rust zelve, een lieve en zorgzame moeder die een
groot gedeelte van haar leven heeft gewijd aan haar 11 kinderen en haar
echtgenoot Guillermo. Helaas is ze te vroeg gestorven en heeft ze niet echt
kunnen genieten van haar vrijheid toen wij allemaal het huis uit waren.
Nr. 10 Guillermo,
die erg creatief was, heeft een familielogo bedacht dat is ontworpen door Oscar
Ravelo. Het bestaat uit 20 rozen en een chuchubi (spotlijster) middenin. Iedere
roos stelt een kind voor. De grote roos is Guillermo die zichzelf vergelijkt
met een chuchubi. In het logo staat ‘Inisiativa nunka abatí Rosario’, Rosario
is nooit ontmoedigd geraakt door de initiatieven die hij heeft genomen. Guillermo
zou nooit het hoofd buigen en tijden van nood en tegenslag altijd te boven
komen. De chuchubi moest net als Guillermo als voorbeeld dienen voor de 20
roosjes.
Nr. 11 In 1969 verscheen
bij de Bezige Bij E Rais ku no ke muri
(Onsterfelijk), een roman geschreven door Guillermo over de tot slaaf gemaakte
Tula. Guillermo had E Rais ku no ke muri geschreven
in een tijd dat er sociale onrust heerste op Curaςao, vóór de opstand van 30
mei 1969. In E Rais ku no ke muri,
net als in de meeste van zijn boeken, stelde Guillermo de zwarte Curaçaoënaar
centraal. Guillermo is de eerste en tot nu toe de enige Afro-Curaςaoënaar die
een boek geschreven heeft, misschien heeft durven schrijven? over de slavernij
op Curaçao. Ook op dat gebied was hij een pionier, een rebel als je hem zo zou
willen noemen.
Net als veel andere schrijvers had Guillermo zijn eigen Tula
gecreëerd, die in het begin van zijn boek Kato heette. Hij vond dat de tot
slaaf gemaakte Tula een speciale plaats moest hebben in het hart van de Curaçaoënaar,
meer dan Brion of Bolívar. Tula was voor Guillermo een Curaçaoënaar en symbool
voor de vrijheid. Volgens Guillermo behoorde men zich te identificeren met
Tula. Het was Guillermo’s idee om een standbeeld voor Tula op Rif te laten plaatsen.
Elk jaar verzon Guillermo een toepasselijk thema voor zijn
kerstkaarten. In 1969 ontwiep Oscar Ravelo het omslag van Guillermo’s
kerstkaarten naar voorbeeld van het omslag van E Rais ku no ke muri. Hier stond Guillermo (Tula?) zelf
centraal.

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

Interessant stuk.
BeantwoordenVerwijderenInteressant stuk.
BeantwoordenVerwijderen