dinsdag 1 april 2014

Leven en werk van Guillermo Rosario (2)

Libèrta Rosario in het PC Hoofthuis (Faculteit
 Geesteswetenschappen van de UvA).
Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 2 van haar uitgewerkte collegetekst.






Nr. 6  Een gemengd korfbalteam bestaande uit mijn ouders, Hilda, de zus van mijn moeder, Rosa, de zus van mijn vader en Vicente, hun oudste broer. Officieel was een gemengd sportteam niet toegestaan door de katholieke kerk.



Nr. 7  Door de sport gingen er steeds meer deuren open voor mijn vader. Zo reisde hij als official samen met twee andere officials, de heer Mordy S. Maduro, de toenmalige vice-voorzitter van de FIFA en de heer Odulio Willems van de NAVU (Nederlands Antilliaanse Voetbal Unie), naar het WK Voetbal in Stockholm in 1958.


Nr. 8  Mijn vader, die ook een goede atleet was, organiseerde samen met andere sportjournalisten de Vacantie Sport Olympiade voor de Schooljeugd tussen 10 en 15 jaar in 1956. De Olympiade kende verschillende sporten zoals atletiek, voetbal, volleybal, basketbal, tennis en zwemmen, en werd een groot succes.


Nr. 9 Mijn vader Guillermo en mijn moeder Elsa.
Guillermo hield van schrijven, lezen, sporten en ook van vrouwen. Hij hield van ons, zijn 20 kinderen en van zijn echtgenote Elsa, zijn steun en toeverlaat. Zij was de rust zelve, een lieve en zorgzame moeder die een groot gedeelte van haar leven heeft gewijd aan haar 11 kinderen en haar echtgenoot Guillermo. Helaas is ze te vroeg gestorven en heeft ze niet echt kunnen genieten van haar vrijheid toen wij allemaal het huis uit waren.


Nr. 10 Guillermo, die erg creatief was, heeft een familielogo bedacht dat is ontworpen door Oscar Ravelo. Het bestaat uit 20 rozen en een chuchubi (spotlijster) middenin. Iedere roos stelt een kind voor. De grote roos is Guillermo die zichzelf vergelijkt met een chuchubi. In het logo staat ‘Inisiativa nunka abatí Rosario’, Rosario is nooit ontmoedigd geraakt door de initiatieven die hij heeft genomen. Guillermo zou nooit het hoofd buigen en tijden van nood en tegenslag altijd te boven komen. De chuchubi moest net als Guillermo als voorbeeld dienen voor de 20 roosjes.


Nr. 11 In 1969 verscheen bij de Bezige Bij E Rais ku no ke muri (Onsterfelijk), een roman geschreven door Guillermo over de tot slaaf gemaakte Tula. Guillermo had E Rais ku no ke muri geschreven in een tijd dat er sociale onrust heerste op Curaςao, vóór de opstand van 30 mei 1969. In E Rais ku no ke muri, net als in de meeste van zijn boeken, stelde Guillermo de zwarte Curaçaoënaar centraal. Guillermo is de eerste en tot nu toe de enige Afro-Curaςaoënaar die een boek geschreven heeft, misschien heeft durven schrijven? over de slavernij op Curaçao. Ook op dat gebied was hij een pionier, een rebel als je hem zo zou willen noemen.
Net als veel andere schrijvers had Guillermo zijn eigen Tula gecreëerd, die in het begin van zijn boek Kato heette. Hij vond dat de tot slaaf gemaakte Tula een speciale plaats moest hebben in het hart van de Curaçaoënaar, meer dan Brion of Bolívar. Tula was voor Guillermo een Curaçaoënaar en symbool voor de vrijheid. Volgens Guillermo behoorde men zich te identificeren met Tula. Het was Guillermo’s idee om een standbeeld voor Tula op Rif te laten plaatsen.

Elk jaar verzon Guillermo een toepasselijk thema voor zijn kerstkaarten. In 1969 ontwiep Oscar Ravelo het omslag van Guillermo’s kerstkaarten naar voorbeeld van het omslag van E Rais ku no ke muri. Hier stond Guillermo (Tula?) zelf centraal.


[Klik hier voor deel 1 en hier voor vervolg deel 3]

2 opmerkingen: