Posts tonen met het label Bruin Claudett de. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bruin Claudett de. Alle posts tonen

donderdag 11 oktober 2012

Fifty Shades of Nothing

door Claudett de Bruin

 Ik ben een leysi bakru, een boekenwurm. Een leysi bakru leest, leest véél. Nu weet ik niet of er een leysi bakru-hiërarchie is maar voor het geval die er is, behoor ik tot de leysi bakru-adel. En zoals elke edelman van tijd tot tijd werd geïnformeerd over het wel en wee van de horigen, zo is het voor leysi bakru’s goed om kennis te nemen van de laatste trends en kan het gebeuren dat ik af en toe boeken lees waar ik in eerste instantie mijn literaire neus voor optrek. Even bakru-royalty has to think outside the box so now and then, right?
 
Het overkwam me een aantal maanden geleden met de voorlaatste hype The Hunger Games. Fantasy/SF interesseert me niet echt, al die rare wezens op verre planeten met namen die ik niet eens in gedachten kan uitspreken... 


Toen een literaire vriendin (ook van adel) het boek op Facebook aanprees, heb ik dapper mijn zelfopgetrokken muur neergehaald en ik heb er geen moment spijt van gehad. The Hunger Games is een geweldige trilogie, meesterlijk geschreven en met zoveel fantasie dat je je afvraagt of de auteur een extra gen in haar DNA heeft. Ik beveel het dan ook van harte aan.
 Fifty Shades of Grey is een erotische roman en de boekenhype van 2012. Weer kwamen van alle kanten aanbevelingen. Als ervaren lezer weet ik heel goed wat ik wel en niet wil lezen. Dit boek wilde ik niet lezen. Toch heb ik de trilogie gedownload (illegaal, dus gratis!) met de bedoeling misschien weer een keer ‘outside the box’ te lezen.
Foto © Miline Daken

Vanmiddag was het zover. Binnen een half uur had ik deel 1 en deel 2 leesmatig ‘gescand’. Deel 3 is niet aan bod gekomen omdat de ervaring leert dat bij populaire trilogieën het laatste deel meestal een slap aftreksel is van de voorgaande boeken.
Erotiek in een roman kan ik zeer waarderen; ik lees daarom graag uit het Frans vertaalde boeken en kan genieten van de verfijnde erotiek in de oude Chinese en Japanse verhalen.  Wanneer ik echter tussen de erotiek het verhaal niet kan vinden, houdt het voor mij op. 

Deze trilogie is een duidelijk bewijs dat een bestseller niet noodzakelijkerwijs een literair meesterwerk hoeft te zijn. Overigens is dat ook niet wat de schrijver pretendeert! 


Dat het boek felle tegenstanders heeft, zal niemand verwonderen, SM-seks is nou eenmaal geen gezellig koffietafelonderwerp; niet veel mensen zullen er prat op gaan hoe ‘heerlijk hun geliefde ze de afgelopen nacht heeft afgetuigd’. Het verhaal overstijgt de bekende en populaire Bouquetreeks niet. Zelfs het format lijkt eender – timide studente solliciteert bij rijke, jonge en intimiderende zakenman –  alleen gaat de schrijver hier explicieter in op de seksuele daden. Clichés treffen je als zweepslagen met hun banaliteit, dialogen verrassen niet en moderne kreten als Holy shit! en Holy cow! ontsieren gecursiveerd menig alinea. Goed voor de verkoopcijfers maar OMG!, een bloody ergernis voor de verwende lezer.

Ik erken het bestaansrecht van alle soorten leysi bakru’s, smaken verschillen en lezen is nou eenmaal niet zo zwartwit. De liefhebbers moeten vooral blijven genieten van de boeken van E.L. James maar ik adviseer hen om af en toe outside the box te denken. Ik heb mijn digitale exemplaren zonder enige pijn gedelete. Er is nu weer ruimte in mijn adellijke box dus ik blijf daar nog even in de wetenschap dat Vijftig Maal Niets nog altijd gewoon niets is.

zaterdag 28 april 2012

Fragmenten No. 3


De derde editie van Fragmenten, het blad van de Schrijversvakschool Paramaribo, is uit. Dit keer met bijdragen van Pearl Brunings, Claudett de Bruin, Karin Lachmising, Iraida van Dijk-Ooft, Sakoentela Hoebba. Mathilde Inge en Nadischis Semmoh. Een gevarieerd aanbod: dialoog, monoloog, recensies, overdenkingen, poezië en columns. Info: info@schrijversvakschool.org

woensdag 13 juli 2011

letterlijk hersenspinsel

mijn neef is een nicht
en mijn nicht is een pot
allebei onder vuur
want die tori is hot

diep in de kast
zijn ze niemand tot last
maar nicht wil ook even
op stap met zijn neven
en die pot wil ook eens
naar de schuur.

goede raad is duur
wat is nep en wat is puur.
is het goed wat je doet
is het nodig dat je boet
voor vrolijk, vrolijk
vrolijk zijn.

Claudett de Bruin

(N.a.v. de discussie over homorechten in De Nationale Assemblee op 12 juli 2011)

dinsdag 8 maart 2011

Sterke vrouwen

door Claudett de Bruin

Hij kondigt haar aan als een sterke vrouw. Zijn moeder was een sterke vrouw. Vader en moeder tegelijk. Drie baantjes had ze. Alle vijf waren ze iets geworden in de maatschappij.
'Welke boodschap heeft u op deze speciale dag?’
‘Voor wie?’ vraagt ze. Haar ogen zoeken de camera.
‘Voor alle Surinaamse vrouwen,’ antwoordt hij en kijkt in de camera. Waarom is hij niet bij de radio gebleven?
Foto @ Roel Wijnants
Ze had niet naar hem gekeken toen ze de omroepcabine binnen kwam. Ze had een map op het bureau gelegd en toen de microfoon aan de kraag van haar bloes verschoven. Hij had haar uitdrukkelijk gevraagd er niet aan te komen.
Haar ogen hebben de camera gevonden en zij fixeert haar blik op het grote open oog. ‘Ik heb een boodschap voor de mannen.’
Met perfect gemanicuurde nagels roffelt ze op de tafel, de microfoon registreert elke tik. Als een oordeel. Hij voelt zweetdruppels langs zijn rug glijden, zijn hemd plakt.
‘Origineel,’ zegt hij, ‘zeer origineel.’
Ze blijft in de camera kijken en hij laat zijn blik over haar hand gaan. Franse manicure. Zijn ex-vrouw liet elke drie weken haar nagels doen. Het had hem een vermogen gekost. Haar een vermogen aan tijd. Hoe moet hij de nagels rijmen met deze drukbezette, zelfstandige vrouw?
‘Wat is uw boodschap, mevrouw, op deze dag van 8 maart?’ Hij wil zo graag de juiste toon aanslaan, dat ze het ontzag in zijn stem kan horen.
‘Don’t take your woman for granted.’
Hij besluit om zijn vragenlijst volgens plan af te werken. Vragen die je aan flinke vrouwen stelt, hoe ze als werkende vrouw en moeder hun onderneming tot bloei brengen. Vragen die in zijn keel blijven steken wanneer hij de warme aanraking van haar hand op de zijne voelt.
‘A man needs a woman.’
James Carr, hij weet het nog uit zijn radiotijd. Op één tegel dansen terwijl het meisje in zijn omhelzing zachtjes het lied meezingt. Haar warme adem in zachte stootjes tegen zijn hals. Maar één gedachte in zijn hoofd. Op zijn monitor ziet hij de camera inzoomen op haar hand die nog steeds op de zijne ligt.
‘And a woman needs a man.’ Ze kijkt hem nu recht in de ogen aan, een camera die inzoomt op zijn gedachten. God, was hij maar bij de radio gebleven.
Ze trekt haar hand terug, een brandplek achterlatend. ‘Mag ik je een vraag stellen?’ Ze tutoyeert hem.
‘Natuurlijk mevrouw, op deze dag mag u alles.’ Elk jaar nodigt hij een sterke vrouw uit zodat ze de gemeenschap over haar worstelingen kan vertellen. Over haar overwinningen. Hoe ze ondanks alles haar kinderen een goede opleiding geeft. Maar vooral hoe ze sterk blijft.
‘Mooi zo,’ zegt ze. ‘Do you want to know a secret?’
The Beatles, 1963, zevenenveertig jaar geleden. Het jaar waarin zijn vader wegging. Op 8 maart, de jaardag van zijn moeder. Hij zoekt naar een diplomatiek antwoord.
‘Pardon?’
‘Jullie mannen weten alles, nietwaar? Denken jullie echt dat we deze dag nodig hebben?’
Ze kijkt nu recht in de camera. En dan strekt ze haar hand uit, klopt hem op zijn arm zoals je een huilend kind geruststelt. ‘Al honderd jaar praten we nog steeds over dezelfde dingen. Elk jaar dezelfde vragen, elk jaar dezelfde antwoorden. Rechten, ondernemingen, werkdagen van achttien uur, voorbehoedsmiddelen. Hou toch op man. All we need is love.’
The Beatles, weet hij, 1967.

donderdag 5 augustus 2010

Nieuwe krant Schrijversvakschool

Fragmenten, krant van de Schrijversvakschool Paramaribo, wordt gelanceerd op de informatiedag van 7 augustus in de CCS Bibliotheek. De krant is gratis!
Fragmenten is een verzameling van uitgewerkte schrijfoefeningen die een thema of schrijftechniek uitvergroten. Het is een selectie van de leukste, de meest verrassende en met een eigen stijl geschreven teksten van studenten.

Zenobia N.V. is de sponsor van deze krant.

Auteurs:
- Sakoentela Hoebba
- Agnes Redjopawiro
- Iraida van Dijk- Ooft
- Mathilda Inge
- Claudett de Bruin
- Karin Lachmising
- Ronald te Vrede
- Carla Rees
- Jennifer Telting

Samenstelling: Ruth San A Jong
Vormgeving en correctie: Claudett de Bruin
Druk: Zenobia N.V.
Uitgave: Schrijversvakschool Paramaribo
Oplage: 200

Op de foto: v.l.n.r. Karin Lachmising, Claudett de Bruin, Ronald te Vrede, Michiel van Kempen

zondag 18 april 2010

Ook in het Sranan kan je limericks maken!

Wan yayo misi f’ Nyun Foto
ging dansen in een bigi koto.
A ben go nanga en pèl
d’ a ben weri heri stel.
Den ben go nanga limousien oto.

Èn pa Hendrik fu baka Konasi
kon niet meer met die misi haar fasi.
A wenke ben griti en
en baka ben priti en
A ben habi fu suku osopasi.

Tra dey f’en a misi nanga en koto
fen’ wan dansi tapu SMS-boto
A sma kap’ en tros
ze gooide alle remmen los.
Te fu k’ba a kapséis nanga a boto.

Pa Hendrik fu Konasi ben sari
bika en lobi fu omeni yari
ben gwe go lasi
tangi f’ yayo pasi
Èn tye, !dati ben hebi fu tyari.

donderdag 8 april 2010

Collectie van Trefossa naar Nationaal Archief Suriname


door Claudett de Bruin

Wanneer op 12 april a.s. het nieuwe gebouw van het Nationaal Archief Suriname (NAS) officieel in gebruik wordt genomen, wordt ook de nalatenschap van Trefossa – pseudoniem van Henri Frans de Ziel (1916-1975) – aan Suriname teruggegeven. Het literaire werk van deze Surinaamse dichter is van groot belang geweest voor de ontwikkeling en de opwaardering van het Sranan. De overdracht, die voor Suriname van grote cultuurhistorische waarde is, wordt gedaan door Cynthia Abrahams, voorzitter van de Werkgroep Nalatenschap Trefossa Nederland en Cherida de Ziel.

Abrahams is Engelse taal- en letterkundige en bibliothecaris en werkt al enige tijd aan een promotieonderzoek over het leven en werk van Dobru (Robin Raveles).


“Op de C.R. Froweinschool kreeg ik Nederlands van Trefossa. Voordat hij docent werd, was hij van 1956 - 1958 directeur-bibliothecaris van het Cultureel Centrum Suriname. Maar zijn roeping lag in het onderwijs. Hij was dan ook docent in hart en nieren.”

Trefossa heeft een beslissende invloed op de studiekeuze van Abrahams. Zijn liefde voor het bibliotheekwezen is aanstekelijk en uiteindelijk studeert ze aan hetzelfde instituut waar hij zijn opleiding genoot, de Stadsbibliotheek in Haarlem en de Koninklijke bibliotheek.

Zes meter boeken en 2000 vellen papier
In juni 2004 komt Abrahams tijdens haar promotieonderzoek in contact met mr. Kenneth Jap A Joe die net als Dobru aan de Surinaamse Rechtsschool heeft gestudeerd en met hem in het bestuur zat van de studentenvereniging Labor Omnia Vincit. Dan blijkt dat de nalatenschap van Trefossa door zijn weduwe, Hulda de Ziel-Walser, aan mr. Jap A Joe in bewaring is gegeven. Is het de geest van Dobru die hier een handje helpt?

Abrahams krijgt de gelegenheid de collectie te bestuderen en is van mening dat de erfenis terug moet naar Suriname waar de collectie thuishoort. Dit blijkt ook in overeenstemming te zijn met de wens van Henry en Hulda de Ziel.
De collectie bestaat uit twee delen: een grote verzameling boeken – waaronder Surinaamse publicaties – met een lengte van ongeveer zes strekkende meter en een aantal schriften en documenten van ongeveer 2000 vellen papier. Hieronder bevinden zich de dagboeken van Trefossa en een aantal schriften met een gevarieerde inhoud. Ook zijn scriptie L.O. Nederlands, diploma’s en overige door hem geschreven artikelen. In zijn handschrift zijn ook het Surinaamse volkslied en de dagboeken van Johannes King waar hij in overleg met de Nederlandse taalkundige prof. Jan Voorhoeve aan werkte. In de collectie zijn er voorts gedichten die hem door anderen werden toegestuurd. Ook Dobru stuurde hem zijn werk en in een van de schrijfblocs is nog een brief in het klad te lezen die Trefossa aan Dobru schreef. Het mag volgens Abrahams bijzonder genoemd worden dat er zoveel van zijn nalatenschap intact is gebleven. Vast staat wel dat de collectie niet compleet is.

Werkgroep Nalatenschap Trefossa Nederland
In januari 2007 benadert Willi Walser, de broer van Hulda, op advies van familievriend Hans Breeveld, Cynthia Abrahams om zitting te nemen in de Werkgroep Nalatenschap Trefossa Nederland. De werkgroep bestaat uit drie leden: Gety de Boer en Cherida de Ziel (een nicht van Trefossa) en Cynthia Abrahams als voorzitter. Het doel is om de nalatenschap van Trefossa ter beschikking te stellen aan de wetenschap en er een waardige plaats voor te vinden.

Terwijl ze in Suriname is voor haar onderzoek naar Dobru, kijkt Abrahams tegelijkertijd uit naar een laagdrempelige plaats om de collectie onder te brengen, zodat de Surinaamse gemeenschap conform de wens van Trefossa’s weduwe, toegang kan hebben tot de culturele erfenis. Het oude archief is niet geschikt, maar wanneer bekend wordt dat er een nieuw gebouw komt, benadert ze - na overleg met de werkgroep - het managementteam van het NAS. Het NAS reageert positief en schrijft een projectvoorstel waarin wordt vastgelegd dat de volledige collectie toegankelijk moet zijn voor wetenschappelijke bestudering. Via een stappenplan zal de collectie vanuit Nederland naar Suriname worden overgebracht.

Abrahams komt daarna nog enkele keren naar Suriname en heeft intensief contact met Rita Tjien Fooh van het NAS. Wanneer ze niet in Suriname is, verloopt de communicatie via e-mail.

De boekencollectie is inmiddels voor enige tijd in bewaring gegeven aan Cor de Bruyn, een goede vriend van de familie Walser, en verhuist in 2007 naar het huis van een van de leden van de werkgroep.
Door bemiddeling van de Surinaamse ambassade in Nederland kan in 2009 het eerste deel van de omvangrijke collectie naar Suriname worden verscheept.
De dagboeken, schriften en overige documenten zijn recentelijk met medewerking van de SLM in Suriname aangekomen.
Het is de bedoeling dat de gehele collectie zo snel mogelijk wordt gedigitaliseerd.

Volkslied

Trefossa is de schrijver van het Surinaamse volkslied. In 1959 krijgt hij van de Surinaamse regering de opdracht een Sranan couplet te maken voor het volkslied waarbij als enige voorwaarde wordt gesteld, dat het de eenheid van het Surinaamse volk en de verbondenheid met het grondgebied moet benadrukken.

In de Memorie van Toelichting die hoort bij de betreffende ontwerp-landsverordening staat o.m.: “Daarnaast is een Surinaamse tekst, van de dichter Trefossa, in de bijlage van het ontwerp opgenomen. Dit is niet alleen geschied met het oog op diegenen van het volk, die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar vooral ook omdat deze tekst naar het oordeel van de Regering de nationale gevoelens welke het Surinaamse volk bezielen, voortreffelijk vertolkt.”

Maar Trefossa gaat een stapje verder en sleutelt ook aan het Nederlandse couplet dat in 1893 door ds. Hoekstra is gemaakt. Deze luidt als volgt:

God zij met ons Suriname,
Hij verheff’ ons heerlijk land.
Doch dat elk zich dan ook schame
Die zijn ere maakt te schand!
Recht en waarheid te betrachten,
Zeed’lijk rein en vroom en vrij,
Al wat slecht is te verachten,
Dat geeft aan ons land waardij.

Abrahams herinnert zich hoe Trefossa - meneer de Ziel - in de klas uitleg geeft over de reden van zijn aanpassing. “Hij vond de invalshoek van het Nederlandse gedeelte negatief en wilde er een positieve connotatie aan geven.”

Trefossa maakt ervan:

God zij met ons Suriname,
Hij verheff’ ons heerlijk Land.
Hoe wij hier ook samen kwamen
Aan zijn grond zijn wij verpand.
Strijdend houden we in gedachten:
Recht en waarheid maken vrij:
Al wat goed is te betrachten,
Dat geeft aan ons Land waardij.

De wijziging vindt weerklank in de Raad van Ministers, alleen wordt ‘strijdend’ veranderd in ‘werkend.’

Erkenning
Trefossa bedenkt het Sranan woord voor zelfstandigheid – ‘srefidensi’ – maar het is hem niet gegund om op 25 november 1975 de overgang mee te maken: enkele maanden voor de onafhankelijheid overlijdt hij.

In 1977 wordt door het Bureau Volkslectuur onder leiding van prof. Jan Voorhoeve ‘Ala Poewema foe Trefossa’ uitgegeven waarin verzamelde gedichten, interpretaties, een biografische vertelling en recensies.

In 2004 overlijdt Hulda de Ziel-Walser en geheel volgens hun beider wens om samen een laatste rustplaats te vinden in Suriname, worden hun urnen door Hans Breeveld vanuit Nederland naar Suriname gebracht. Op 21 november 2005 onthult president Ronald Venetiaan een grafmonument waarin de urnen van Trefossa en zijn Hulda worden bijgezet en hiermee is het lichaam van de dichter aan zijn geboortegrond teruggegeven.
Volgens Abrahams wordt met de overdracht van de nalatenschap aan het Nationaal Archief Suriname ook het ‘gedeelte in diaspora’ van Trefossa nationaal bezit. Trefossa is weer thuis.

Geplaatst in De Ware Tijd van 7 april 2010

vrijdag 2 april 2010

Het kind niet met het badwater weggooien

door Ruth San A Jong

Gisteravond zat ik in Tori Oso te luisteren naar een van mijn tweedejaarsstudenten van de Schrijversvakschool Paramaribo, Claudett de Bruin, die een literaire voordracht gaf. Ze las gedichten voor en gaf vooraf uitleg welke vorm die hadden. Ik vond 't goed te horen dat ze namen als Rondeel en Limmerick uitlegde. Je moet je publiek ook literair opvoeden. Uiteraard was ik trots want ze had van die verrassende en vooral spottende vondsten en een publiek dat hing aan haar lippen.
Als 'jonge hond' in het literaire leven in Suriname heb ik in publieke fora uitspraken gedaan die tegen de schenen schopten van de gevestigde auteurs. Ik had gezegd dat wat NU wordt geproduceerd niet van literaire kwaliteit was en zich middenmaats ontwikkelde en dat ook de oudere generatie daar bij hoorde (!!!). De stagiaire die toentertijd bij de Ware Tijd werkte, had het woord 'nu' eruit gelaten. Of het opzet was geweest van de eindredactie laten we in het midden. Ik heb het geweten! Kwade telefoontjes en boze gezichten wie Ruth San A Jong nu wel was om dergelijke uitspraken te doen. Die was toch geen schrijver? Hoeveel boeken had ze op haar naam? Hoe kon ze een oordeel vellen over de literaire kwaliteit? Ik moet dus iemand per se waarderen omdat hij een 300-tal pagina’s op papier heeft gezet.
Alhoewel de vraag blijft of ik me moest verontschuldigen, kies ik mijn woorden sindsdien zorgvuldig en wilde het tegendeel bewijzen.
Iedereen was het toch stiekem met me eens? (over die uitspraak met 'nu' erbij?) Iedereen met een beetje zelfkritiek was het toch met me eens dat er drastisch iets moest gebeuren aan de boeken die uit de printer kwamen met gelamineerde 250-grams vellen als kaft, de door neerlandici op taal gecorrigeerde teksten en door familie en vrienden gelezen manuscripten, de door de Riso-machine gehaalde kopieën zonder registratie bij het ISBN-kantoor? Eerlijk wezen, niet? Maar omdat ik het had gezegd en geen bestaansrecht had als auteur had ik mijn mond moeten houden.
Je gooit je kind toch niet met het badwater weg, bedacht ik achteraf. Ga dan iets doen om die kwaliteit omhoog te brengen. In mijn vijf jaar geworstel lukte het me eindelijk om schrijven tot vak te maken in Suriname en voor auteurs. We weten allen intussen dat talent overgewaardeerd is en dat als je regelmatig schrijft, herschrijft, schrapt, van kritisch commentaar laat voorzien, veel leest, je over technieken leert enzovoort, dat dat eigenlijk het schrijven is.
Dus toen ik gisteravond van de jury, die mij sterk deed denken aan de American Idols, de lofuitingen voor Claudetts werk gaf, ging een vleug van trots over me heen.
Meer nog omdat Frits Wols, die mij toentertijd persoonlijk die 'bok' had gegeven, complimenten maakte aan de Schrijversvakschool en ons aanmoedigde om zo door te gaan. Hij was blij te horen dat klassieke dichtvormen behandeld worden enz. Ik begon spontaan te klappen in mijn handen toen mijn student naar me keek vanachter de staander en gebaarde naar me. Want dat is wat je wil hebben, kwalitatief goede teksten voor je publiek, bij voordracht of in boeken. Claudett is overigens een van de meest ambitieuze studenten, neemt het vak serieus, is altijd aanwezig, eigenzinnig, maar staat vooral open voor goede kritiek. En geloof me de Schrijversvakschool maakt je bikkel tegen kritiek van lezers. Die zijn meestal genadeloos.


Zo hadden we de grootste literaire criticus als gastdocent, Michiel van Kempen, de boeman van vele auteurs. Critici zijn nooit geliefd, daar moeten we aan wennen en ik dacht toen ik hem uitnodigde om nu eens van hem te horen hoe die keek naar de ontwikkeling in die Surinaamse literaire keuken. Tenslotte is de man gepromoveerd op de Geschiedenis van de Surinaamse literatuur en willen wij als instituut niet het wiel weer gaan uitvinden en de man uitnodigen om ons te komen vertellen hoe dat in elkaar zit. Ik moet overigens nog een schriftelijke evaluatie van hem ontvangen, maar weet zeker dat we, hoewel hij Surinamistiek is komen doceren en niet schrijftraining, een goede beurt hebben gemaakt. Ik ben alleszins tevreden over de inzet en vooral de manier waarop hij de literaire geschiedenis in perspectief voor de studenten heeft geplaatst met gebruik van illustraties, cijfers en dergelijke. We zijn er nog niet, want de opleiding is 4 jaar en pas na die periode zullen we kunnen oordelen of een opleiding in Creatief en Literair schrijven daadwerkelijk goede en blijvende auteurs oplevert.
We gooien het kind niet weg met het badwater. In essentie gaat 't er erom: kritiek geven mag, maar doe er iets aan om de situatie te verbeteren, de kwaliteit omhoog te brengen en hoog te houden. Tenslotte plukken we allen inspiratie uit Suriname.

woensdag 24 maart 2010

Schrijversgroep eert de vrouw



Woensdag 31 maart wordt een bijzondere avond van de Schrijversgroep ’77 in Tori Oso in Paramaribo, speels maar toch met een stevige inhoud. Presentaties van vrouwen, gedichten over vrouwen, commentaar van mannen en het laatste woord voor de vrouw. We beginnen stipt om 20.00 uur. Conferencier: Anne-Marie Sanches.
Programma:
Alphons Levens met zijn gedicht LEVEN
Ismene Krishnadath met het verhaal Eens op een einde
Panelcommentaren door Frits Wols, Eddy van der Hilst en Roué Hupsel
Arlette Codfried met kort proza
Panelcommentaren
Jeanette Vonsee met een poëtische verbeelding van een moeder
PAUZE
Michiel van Kempen met drie odes aan de vrouw en de liefde
Hilde Neus met een diversiteit aan petten
Panelcommentaar
Claudett de Bruin met limericks
Panelcommentaar
Alida Neslo met observaties en column
Panelcommentaar
Afsluiting

[Bericht van Schrijversgroep '77]

Op de bovenste foto: Lunice Heuvel (Surinaamse vrouw; niet in het programma); foto @ Ruth San A Jong.
Op de onderste foto: Michiel van Kempen (The Bronx; wel in het programma)

donderdag 17 december 2009

Gedichten bij kerst en oudjaar 2009

Plastic rituelen

Weer rituelen van verpakkingen
rode poppen met witte baarden
van boompjes die nooit verteren
kalkoen en ham gelukkig wel

weer rituelen van wat is gedaan
wat nog zal
wat nog echt moet
voor volgend jaar

weer verdrijven van onrustige geesten
in roodwaterwasjes
met rood geluidgeweld
rode sirenes
en rode hanen

een cup Fayalobi
leeft zijn onverteerbaar einde in verweerde staat
op het graf
linten lezen ‘we zullen je nooit vergeten’

alweer plastic rituelen

Ruth San A Jong
December 2009
.



Lieve Ruth,

Je hebt mijn ‘Malle Muze’ getriggered met je gedicht.
En zoals je op een mato-neti ‘doorsneden’ zou worden, zo kom ik in met het onderstaande:

en rode hanen...
die zich eenzaam koning wanen
in een lege kippenren.
Want de pommen en pasteien,
de kroket en pindasoep
zitten boordvol geliefden
van de leider van die troep.

Dus nu kraait hij uit frustratie
vaker zelfs dan wenselijk is:
"Laat ze schieten, laat ze branden!
Op naar de verdoemenis!
Als ik niet meer lief kan hebben
en geen kindjes meer ontvang
wat kan mij het leven schelen,"
en ons haantje werd toen bang

Stiekem liep hij naar misi Elly
op het grote Mensenplein
met zijn rode kop gebogen
waar die moordenaars ook zijn.
Hij liet zich spatten, liet zich baden
waste hanenhebi's weg
sprak een mondje voor de yorka's
en verdomme, hij had pech...

Want de auto week niet uit
voor een pas 'gewassen' haan
die verwoed begon te kraaien.
Alles toen in lichterlaaie
heel die houten binnenstad.
Dood lag hij daar, op zijn gat.

En we zullen je gedenken
met een lachje en een traan
vreemd hoe 't leven toch kan lopen
voor een oude rode haan!

Claudett de Bruin

maandag 14 september 2009

In memoriam: Rudi de Bruin, mijn vader (13 september 1929 - 14 juli 1984)

‘Nafu, nafu, kondreman na ala sey, unu doro baka nanga yu eygi programa, Piki Piki Pley.’[1] Zo begon mijn vader zijn dagelijks advertentieprogramma op de radio. Op zijn eigen humoristische wijze bracht hij in foutloos Sranan advertentieboodschappen die hij lardeerde met Sarnami, Javaans, Hakka, Saramaccaans en Aucaans en af en toe een Inheemse taal waarvan ik altijd heb vermoed dat hij die ter plekke verzon; kortom alle talen die we in Suriname spreken. Hij had een speciale liefde en interesse voor het Sranan, maar was ook uitmuntend in het Engels en Spaans, hij sprak goed Frans en Papiamentu. Zijn kennis van het Nederlands noem ik natuurlijk ten overvloede. Sommige familieleden verklaarde hem voor gek omdat hij zijn dochters boven de wieg verhaaltjes van Annie M.G. Schmidt voorlas. Hij was een man die zijn talenten uitbuitte, ze geen rust gunde en ze volledig gebruikte. Van zijn talenknobbel vooral liet hij niets onbenut: ik zie nog zo de schriften voor me die hij gebruikte voor zijn Chinese les in Kong Ngie Tong Sang. Het was niet makkelijk: a Sneysi ben dangra en![2]
Ik was zeven jaar en we waren met het gezin op vakantie op Stoelmanseiland. Mijn vader was in de kamer in gesprek met een kamermeisje, uiteraard in haar eigen taal. Boos werd er op de deur gebonsd: haar man wilde weten met wie ze stond te praten! Hij verloor bijna zijn kamisa[3] toen bleek dat het Aucaans uit de mond kwam van een roodverbrande man met een ruitjesshort en een bloemetjeshemd. Het kostte mijn vader al zijn overredingskracht om de man ervan te overtuigen dat hij geen Amerikaan, maar gewoon een Surinamer was. Gedurende de rest van ons verblijf week de eilander niet meer van onze zijde: hij werd onze persoonlijke gids en elke avond bezegelden beide mannen hun vriendschap met een koude Parbo dyogo[4].

Rudolf (Rudi) Harry de Bruin – Dolf voor de familie – werd geboren op 13 september 1929. Als hij in leven was, zou hij dit jaar zijn tachtigste verjaardag vieren. Hij stierf op 14 juli 1984, precies 25 jaar geleden. En voor wie het nog niet weet: het militaire regime heeft meer slachtoffers gemaakt dan alleen die van 8 december ’82. Zoals velen die weigerden hun integriteit prijs te geven, heeft ook mijn vader het moeten afleggen tegen de laffe macht van de dictatuur. Maar een nalatenschap die gebaseerd is op een goede reputatie en op uitzonderlijke prestaties, laat zich niet wegschieten en laat zich de mond niet snoeren.

Zijn professionele loopbaan:

AVROS (Algemene Vereniging Radio Omroep Suriname)
1954 – 1958: omroeper. Elke avond draaide hij Latijns-Amerikaanse muziek die hij voor de luisteraars naar het Nederlands vertaalde. Hij was de eerste persoon die een programma in het Sranan op de radio verzorgde. Voor die tijd een gedurfde stap!

“
AVROS was als instituut voor haar tijd logischerwijs behoudend. Toen Rudi de Bruin voor het eerst een programma in het Sranantongo verzorgde via de AVROS, belde de vrouw van psychiater Abrahams sr. naar de studio om onmiddellijk haar lidmaatschap op te zeggen. Ze deed dit uit protest dat het volkstaaltje op de radio werd gebruikt (H. Braam). In zijn Wan monki fri schrijft Dobru (1969:65) hierover: ‘Wij konden het niet hebben dat ons volk ook door de ether werd overladen met koloniale cultuur. Een vreselijk conservatieve boel was dat. Bruma zat in het bestuur. Paard van Troje.’ – (Uit: Jopie Pengel 1916-1970; Hans Breeveld; p. 207)

Uit deze tijd stammen de zo populaire voetbalwega’s[5], ‘live’ reportages in het Sranan van verzonnen voetbalwedstrijden. Paramaribo zat elke week gekluisterd aan de radio om te luisteren naar de verrichtingen van de jongens van ‘Akapu dyari’, van scheidsrechter Bonkundu en ‘fu syi bal leki bal. Sensi mi ma meki mi nooiti mi syi so bal ete!’ [6]

De Bruin met Julius Defares


RAPAR (Radio Paramaribo)
1958 – 1965: programmamaker; hoofd van de nieuwsdienst.
Hij hield zich intensief bezig met het Sranan, was lid van het literaire tijdschrift Tongoni onder redactie van René de Rooy, Henny de Ziel en Jan Voorhoeve, publiceerde diverse gedichten en schreef het eerste Sranan kerstverhaal. In een radioprogramma leverde hij ongezouten kritiek op Kans op onweer, de eerste gedichtenbundel van Corly Verlooghen (Rudy Bedacht).

“Kans op onweer maakte veel los, al is de receptie in Suriname niet geweest wat de dichter ervan verwacht had. Al vóór de verschijning had hij voor zoveel publiciteit gezorgd, dat eind 1959 een bericht verscheen dat enkele dichters de koppen bij elkaar hadden gestoken om te komen tot een bundel met de titel Kansloos geweerd. De coördinator zou Rudi de Bruin zijn [...]. Hij besprak de bundel voor de radiomicrofoon en de tekst van die bespreking verscheen de dag erna in De Ware Tijd. Zijn kritiek was niet mals: het formaat van het boek vindt hij dat van ‘een leesboekje voor de vierde klas’, hij maakt bezwaar tegen het predikaat ‘Surinaamse’ dat aan het woordje dichter voorafgaat en begrijpt de aanduiding ‘zakelijke poëzie’ niet: ‘ontdaan van alle onechte franjes, blijft er ten slotte slechts een zeer romantisch puberideaal over. Verlooghen spreekt volgens De Bruin de taal van de materialistische generatie die hij ‘op zijn pompeus aangekondigde wereldreizen’ aan het werk heeft gezien. Alleen al in Brussel heeft Verlooghen ‘drie lange maanden lang de universele mens bekeken op de Expo, drie lange maanden [...] Kan hij die universele mens niet evengoed ontdekken bij zijn buurman of bij een boer in Coronie die hij allicht beter begrepen zou hebben en dus niet klakkloos behoefde na te praten?’ Het doet Rudi de Bruin vreemd aan ‘in bijna ieder vers een verweer te lezen tegen de mogelijk op dit werk uit te brengen kritiek’. En hij stoort zich aan de openingsregels: ‘Bedoelt Verlooghen misschien dat Koenders, nu wijlen, of Lichtveld, Trefossa, Rellum en anderen tot het slapend volk behoren of wil hij ons zeggen dat de Surinaamse dichter Corly Verlooghen de “Lindbergh” is van deze tijd?’ Maar hij onderkent wel talent in de bundel. Hij is ervan overtuigd ‘dat Verlooghen in het dichterskoninkrijk een plaats zal kunnen innnemen... de plaats der bescheidenheid...’
(Uit: Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur; Michiel van Kempen, p. 800, 801)

STVS (Surinaamse Televisie Stichting)
1965 – 1975: hoofd van de nieuwdienst
In de straat waren wij één van de eerste gezinnen met een televisie, een enorm bakbeest met een donkerbruine houten kast. Ik was net zes jaar toen elke avond het huis precies om zes uur volliep met frisgewassen buurkinderen in pyjama die op de vloer plaatsnamen om een uurtje naar Yogi Bear, Bugs Bunny of vrouwtje Bezemsteel te kijken. Om half acht begon het journaal (de gasten waren al naar huis) en papa verscheen beeldvullend op de buis met jas en das. Het glas van onze televisie werd brandschoon gehouden, niet omdat we overdreven proper waren, maar omdat wij elke avond pa een kusje gaven. Vóór hij van huis ging, kreeg hij van zijn dochters de opdracht: ‘Papa, je moet lachen hoor!’ Al waren omroepers toen dun gezaaid, vader begreep drommelsgoed dat hij niet uitgebreid kon zitten grijnzen op de televisie. Hij bedacht zo nu en dan een aardig compromis, heel vluchtig raakte hij soms zijn oor aan, of wriemelde met zijn neus. Wanneer hij thuiskwam vroeg hij: ‘Heb je het gezien? Speciaal voor jou gedaan.’

Zijn grootste hobby was zwampvissen, zijn reputatie als ukuman[7] is nog steeds levend. Soms kwam hij zo van het visgat, racete in één van zijn geliefde Volkswagen Kevers (geen gezicht met zijn postuur, maar hij vertikte om in iets anders te rijden) met de hengelstokken nog op de auto naar de studio, haalde een natte kam door zijn ‘vlas’, schoot de bovenste helft van zijn kostuum aan en nam met zijn vriendelijkste glimlach plaats achter de nieuwstafel. De bemodderde laarzen die uit de stinkende vissersbroek staken kwamen gelukkig niet in beeld.

Reclamebureau Rudi de Bruin
1975 – 1984: Directeur, correspondent persbureau Reuter
‘Vóór dit land zelfstandig wordt, moet ik zelfstandig zijn.’ Een krachtige uitspraak van de man, die wist dat hij het op zichzelf kon maken. Op 17 november 1975, een week voor Suriname’s staatkundige onafhankelijkheid, opende hij de deuren van zijn eigen reclamebureau. Het ging hem voor de wind, hij presenteerde reclame in de ruimste zin des woords en hij verzorgde iedere avond het goed beluisterde advertentieprogramma op de radio: Piki Piki Pley, een woord dat hij overigens zelf heeft gemaakt en dat in de loop der jaren zijn plaats in het Sranan heeft verworven.

‘Oom Rudi’ was een man van het volk. Op een dag liep hij langs Spanhoek Soda Fountain en een zwerver (ja, toen al) schoot hem aan: ‘Oom Rudi, heb je niet een gulle voor je jongen om een broodje te kopen?’
‘Een gulden?’ vroeg mijn vader, ‘Een broodje kost toch een kwartje?’
De zwerver pareerde dit met de volgende uitspraak: ‘Oom Rudi, je hebt gisteren zelf op tv gezegd dat de kosten van levensonderhoud zijn gestegen.’
Mijn vader moest hier hartelijk om lachen en de man kreeg zijn gulden.

Papa, Dolfie, Oom Rudi, je zal nooit vergeten worden. Je nalatenschap, je integriteit en je gevoel voor humor overschrijden de grenzen van de tijd en halen zonder geweld barrières neer. Elke keer als iemand mij vraagt: ‘Ben je een dochter van?’ kan ik met trots zeggen: ‘Jazeker, ik ben een dochter van Rudi de Bruin.’


[1] Goedenavond, landgenoten, we zijn er weer met uw eigen programma, Piki Piki Pley.
[2] Het Chinees maakte het hem niet makkelijk!
[3] omslagdoek
[4] Literfles bier
[5] voetbalwedstrijden
[6] Om ballen als ballen te zien. Vanaf ik geboren ben heb ik nooit zulke ballen gezien!
[7] hengelaar