Posts tonen met het label Coffie Zuleika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Coffie Zuleika. Alle posts tonen

dinsdag 30 juli 2013

Cursus Paleontologie (Fossielen)


Paleontologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het leven in vroegere geologische perioden, gebaseerd op het bestuderen van fossiele resten van planten en dieren. De cursus paleontologie is een vervolg op de cursus Geologie van Curaçao, maar kan ook als op zichzelf staande cursus worden gevolgd.


Zuleika Coffie heeft de cursus eerder gevolgd op Aruba

Topics (onderwerpen die behandeld zullen worden):
- Paleontologie – de geschiedenis van het leven op aarde;
- Het ontstaan van leven – de theorieën;
- De ontwikkeling van het leven – Lyell, Hooker, Huxley, Darwin, Wallace en hun visie op de
  geschiedenis van het leven;
- De studie van gesteentelagen – (bio)stratigrafie en de geologische tijdschaal;
- Het proces van fossilisatie – wat vinden we eigenlijk terug?
- Een reis door de (geologische) tijd – een kennismaking met de bewaard gebleven resten van de
  meest karakteristieke organismen;
- Massa-extincties – rampen als drijfveer voor vernieuwing;
- Excursies – het “bevroren” leven op Curaçao. Lokale fossielen, en het verhaal wat ze vertellen.


Niveau:
MBO+ voor ieder die interesse heeft in natuur, geologie, gesteenten of die op professioneel niveau te maken heeft met het onderwerp.

Docent:
Drs. Leon Pors (geoloog)

Startdatum + tijden:
Donderdag 29 augustus, donderdagen 5, 12 en 19 september van 18.00 tot 20.30 en zaterdagen 7 en 21 september excursie van 08.00 tot 12.00.

Locatie:
Wordt later bekend gemaakt

Afsluiting cursus:
Excursie
Certificaat

Kosten:
Eenmalige betaling van Naf. 280 (excl. OB) per persoon inclusief materiaal, snacks, koffie/thee en lichte lunch tijdens de excursie. (Inclusief OB: Naf.296,80).

Inschrijven:
Inschrijven voor deze cursus is mogelijk via de cursuspagina op de website www.curassavica.com. Vul het inschrijfformulier op deze site in en stuur dit naar ons op. U krijgt dan zo snel mogelijk een confirmatiemail met de betalingsvoorwaarden en andere bijzonderheden. Pas bij betaling staat uw inschrijving vast.

zaterdag 18 mei 2013

Caribisch-Nederlands komt in Groene Boekje


door Mirte de Rozario

Oranjestad — De officiële Woordenlijst Nederlandse Taal - bekend van de publicatie het Groene Boekje - wordt in 2015 uitgebreid met Caribisch-Nederlandse woorden. Die woorden komen uit kranten, literaire werken, blogs en andere publicaties van Aruba en Curaçao. Dat maakte de Nederlandse Taalunie gisteren bekend tijdens de openingsavond van de conferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ die nu op Aruba plaatsvindt.

Hellmuth van Berlo, seniorprojectleider van Nederlandse Taalunie, sprak gistermiddag voorafgaand aan de opening met Amigoe over het uitbreidingsproject van de Woordenlijst Nederlandse Taal. “In 2015 brengen we een vernieuwde versie van deze Woordenlijst uit, maar niet met nieuwe spellingsregels”, zo verzekert Van Berlo. “De Woordenlijst wordt wel uitgebreid met nieuwe woorden uit het Caribisch gebied.” Dat gebeurde in 2005 voor het laatst, toen zo’n 500 Surinaams-Nederlandse woorden werden toegevoegd. Dat moet nu dus ook met Caribisch-Nederlandse woorden gebeuren. Van Berlo geeft een voorbeeld: “Het gaat om woorden in het Papiaments waar geen bestaand Nederlands woord voor bestaat om in te kunnen vertalen. Zoals het woord cunucu. Daar is geen Nederlands woord voor. Platteland zou een beetje in de buurt komen, maar dat is het niet. Dus cunucu wordt vernederlands naar knoek, maar dat woord bestaat officieel niet in het Nederlands. Knoek zou echter wel heel goed in aanmerking kunnen komen voor opname in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal.”


Taalbank
Om te weten welke woorden wel en niet als Caribisch-Nederlands kunnen worden aangemerkt, moeten eerst woorden worden verzameld. Dat doet het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Zij hebben een databank (Taalbank) met daarin de totale Nederlandse woordenschat van het hele Nederlandse taalgebied. Uit deze Taalbank wordt onder andere de Woordenlijst Nederlandse Taal samengesteld, dat is de officiële spellinglijst van de Nederlandse Taalunie. De Taalbank bevat ook varianten van het Nederlands uit het Caribisch gebied en dat aantal moet dus flink omhoog. INL is daarom bezig om gepubliceerde Nederlandse teksten te verzamelen van Aruba, Curaçao en Suriname en ook van de BES-eilanden en St. Maarten. Die teksten worden onderzocht op specifieke woorden die op de eilanden worden gebruikt. Die woorden kunnen vervolgens - met correcte schrijfwijze - worden opgenomen in de nieuwe Woordenlijst 2015, waarmee dus het Caribisch-Nederlands officieel tot de Nederlandse taal behoort.
Zuleika Coffie bestudeert de rotstekeningen van Aruba

Congres
Vertegenwoordigers van de Nederlandse Taalunie zijn nu dus op Aruba om hier aan organisaties zoals media en overheid bekendheid te geven aan het project van het Caribisch-Nederlands. Daarnaast doen ze mee aan de onderwijsconferentie ‘Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs’ (NVTiC) die gisteravond opende in hotel Westin en nog tot zaterdagmiddag duurt. Zo’n 60 deelnemers uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius, Suriname en Nederland wonen NVTiC bij. In de Arubaanse delegatie zitten onder andere Onderwijs-minister Arthur Dowers (AVP), directeur Anne-Marie Proveyer van Directie Onderwijs, voorzitter Joyce Pereira van Fundacion Lanta Papiamento, coördinator Gracy Garcia-Dijkhoff van Desaroyo di Curiculo en daarnaast onderwijskundigen van onder andere de Universiteit van Aruba, lerarenopleiding IPA, en Inspectie Onderwijs.
Tijdens de openingsavond gisteren maakte Van Berlo van zijn spreektijd gebruik door over het project van de uitbreiding van de Woordenlijst Nederlandse Taal te vertellen en konden de deelnemers tijdens een diner met elkaar kennismaken. Vanmorgen kregen de deelnemers meer uitleg over het idee achter Nederlands als vreemde taal in het Caribisch onderwijs en gingen ze in groepen aan de slag om hierover te brainstormen. Vanmiddag werden de concepten van de kerndoelen en leerlijnen gepresenteerd. Vanavond staat op het programma een inleiding ‘Typische fouten in het Nederlands bij Caribische leerlingen van het Koninkrijk’. Het complementair didactisch programma van Nederlands als vreemde taal staat zaterdagochtend op het programma van de conferentie.

Foto © Bea Moedt


Meertaligheid als uitgangspunt
De deelnemers aan NVTiC gaan deze dagen onder andere in op de vraag of meertaligheid een belangrijke rol kan vervullen in het onderwijs. De organisatie benadrukt in ieder geval dat meertaligheid een belangrijk uitgangspunt is bij het vormgeven van het onderwijstaalbeleid. Om Nederlands te leren op school moeten kinderen gebruik kunnen maken van hun eigen moedertaal, in combinatie met audiovisuele en andere hulpmiddelen. Hoe meer talen iemand beheerst, hoe meer mogelijkheden degene heeft om informatie tot zich te nemen. Dat kan via onderwijs zijn, maar ook via de media zoals internet, tijdschriften, krant, tv en radio. Meertaligheid is een rijkdom en geen belemmering.

[uit Amigoe, 17 mei 2013]

Commentaar van de redactie van CU: is het Surinaams-Nederlands dan geen Caribisch-Nederlands?

maandag 11 maart 2013

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (14)

Foto © Jeffry Surianto


door Willem van Lit

In deel 14 wordt het programma voor de ontwikkeling van het vermogen tot verdraagzaamheid in één aflevering voorgesteld.

Een programma voor tolerantie
Op basis van voorgaande uitgangspunten en het idee van de retorica heb ik een programma ontworpen om het vermogen van de tolerantie tot ontwikkeling te brengen[1]. Het is een programma van tien punten waarin stellingen zijn opgenomen die voor debat vatbaar zijn. Dat het een programma van een mooi rond geheel van tien punten is, berust op toeval; ik heb er niet doelbewust naar toe geredeneerd. De punten kunnen in de volgorde zoals ik ze hier presenteer, gelezen en ontwikkeld worden. Dit is geen noodzaak. Sommige punten zijn eventuele activiteiten die gelijktijdig of in omgekeerde volgorde kunnen plaatsvinden. Het is echter wel zo dat hun kracht alleen gevoeld zal worden, als ze in een zekere samenhang tot uitvoering komen. Kortweg zijn de stellingen voor het debat de volgende:

1.       Welvaart democratiseert en schept voorwaarden voor de basis voor tolerantie.
2.       Vrijheid en waardigheid krijgen een kans als men los komt van de gunst van de gift.
3.       Tolerantie kan pas ontstaan als men het eigenbelang kan onderkennen en als uitgangspunt kiest.
4.       De zogeheten statische ‘wortelidentiteit’ maakt plaats voor de dynamische ‘relatie-identiteit’.
5.       Eigenwaarde kan men gaan ervaren als men zich verbijzondert tegenover anderen vanuit het idee: ‘Ken u zelf’.
6.       Ontwikkelen van zelfredzaamheid is een voorname morele plicht.
7.       Het doorbreken van de barrière van schuld en schaamte gaat op basis van een gemeenschappelijk plan, waarbij het belang van de een nadrukkelijk is verbonden met – ja zelfs voortkomt uit – het belang van de ander.
8.       Men wordt uitgenodigd te ontsnappen aan de eigen leugen door de waarheid niet te monopoliseren.
9.       Het vermogen tot empathie vormt de kern van trots en bevlogenheid in een sociale context.
10.   Het dynamiseren van cultuur ontwikkelt het geestelijke en morele vermogen en daardoor de verdraagzaamheid in de menselijke betrekkingen.

Deze stellingen staan hierna een voor een uitgewerkt en zij vormen de context voor het debat dat hierbij kan worden gevoerd.

Welvaart democratiseert. Als we ervan uitgaan dat welvaart daadwerkelijk democratiseert, dan ligt hier de basis voor het ontwikkelen van de voorwaarden tot tolerantie. Tolerantie kan naar voren komen binnen de context van democratie. Aangezien op de eilanden het geweld van de armoede nog veel huishoudens treft, zijn mensen daardoor niet in staat op een goede manier deel te nemen aan het openbare leven. Zelfs het naar school gaan van kinderen is hierbij in gevaar. Op deze manier ontbreekt een belangrijke conditie om het vermogen tot tolerantie op gang te brengen. De ruilinteractie en het debat moeten eerst op gang komen door het stoppen van het geweld van de armoede. In die zin had Marx gelijk: eerst het vreten en dan de moraal.
Albert Roessingh - Meisjes met baby

Herkennen van de blokkade door de gunst van de gift. Hierbij gebruik ik het voorbeeld van de schoolgang van (jonge) kinderen. Laten we ervan uitgaan dat moeders in een normale situatie willen dat hun kinderen naar school gaan. Op de eilanden wonen veel alleenstaande vrouwen die op jonge leeftijd al kinderen hebben gekregen. Een groot aantal van hen leeft sociaal geïsoleerd door armoede getroffen. Uit schaamte houden ze hun kinderen thuis van school: ze moeten uit geldgebrek dikwijls het ontbijt missen en voor behoorlijke kleding is geen geld. De vraag is hoe men deze moeders met behoud van hun waardigheid de schaamte kan laten overwinnen, zodat ze de kinderen uit eigen beweging steeds naar school brengen of laten komen. De ruilinteractie bestaat er uit dat men van hen heel gericht verlangt de kinderen naar school te sturen in ruil voor materiële voorwaarden, die de reden voor het niet-sturen ongedaan maken. Men beweegt de moeders hun schaamte te overwinnen.

Een dergelijke basis is wat anders dan het ongericht cadeautjes uitdelen in de wijken gedurende verkiezingstijd, zoals een aantal politieke partijen doet. Hiermee koopt men stemmen; het aannemen van ongerichte presentjes is niet vrijblijvend. Het is een vorm van patronage waarmee verplichtingen worden geschapen en dus verlies van eigen vrije keuze in algemene zin wordt verkocht, een vrije keuze die aan de basis ligt van het behoud van eigenwaarde.
Foto © Placeholder

Onderkennen van eigenbelang. Het los komen uit de gunst van de gift kan ontstaan uit het besef van eigenbelang. Ik blijf nog bij het voorbeeld van de alleenstaande moeders. Dit is niet echt willekeurig gekozen. Het basisprobleem op veel Caribische eilanden is verwaarlozing van kinderen, waardoor de brandstof voor beschaming in generaties wordt opgeslagen met alle gewelddadige gevolgen van dien. Het bestuur van de eilanden moet zich bewust zijn van de sleutel van deze situatie. Kinderen zijn de investering voor de toekomst. Men moet de moeders het besef geven dat zij met hun kinderen een waardevol bezit hebben: het belang van de ontwikkeling voor komende generaties. Een bestuur (overheid, regering en betrokken instanties uit het maatschappelijk middenveld) moet de waarde hiervan bevestigen en erkennen. Doordat de moeders hun kinderen gaan ervaren als eigenbelang, ontstaat er een basis voor het tot stand brengen van de ruilinteractie op dit vlak. Het is het startpunt voor het scheppen van ruimte in onderlinge relaties, waardoor dienst met wederdienst kan worden vergolden. Een belangrijk middel om het besef van eigenbelang te ontwikkelen, is het onderwijs. De kwaliteit hiervan moet op de eilanden drastisch omhoog en dit wil onder andere zeggen dat de kinderen op Papiamentssprekende eilanden meertalig moeten worden opgeleid. Naast het Papiamentu moeten zij zeker nog twee tot drie talen leren beheersen: Engels, Spaans en/of Nederlands. Verheffing van het volk, zoals dat deftig heet, is niet meer dan het op gang brengen van de werking van de ruilinteractie. Dit kan door investering in eigen kennis, kunde en competentie met een daaraan gekoppeld bewustzijn van de waarde daarvan. Meertalig opvoeden, zelfs in meer dan twee talen, hoeft voor kinderen geen probleem te zijn. Er zijn op de wereld verschillende voorbeelden te geven van plaatsen waar kinderen zich moeiteloos meerdere talen tegelijkertijd eigen maken. Juist dit bevordert de dialoog en de kunst van het debat.
Antillianité

De dynamiek van identiteit. Doordat mensen de werking van de ruilinteractie leren waarbij ze eigenwaarde en eigenbelang gaan ervaren, onderkennen ze ook de dynamiek van de eigen identiteit. De uitwisseling van dienst en wederdienst is een sociaal evenement; het zijn gebeurtenissen die de relaties tussen mensen in beweging zetten. Men ervaart de dynamiek van de wisselende posities, de inspanning die het kost om in de dagelijkse omgang vooruit te komen. Dit betekent dat de ‘wortelidentiteit’ zijn belang langzaamaan verliest. Men hoeft dan niet meer zo nodig op zoek naar de statische en onwrikbare hoedanigheid van afkomst (daar waarin men denkt geworteld te zijn), geschiedenis, stam of ras om te begrijpen hoe men kan functioneren. Het gaat om de dagelijkse beweeglijkheid van menselijke betrekkingen: de plek, omstandigheid en houding waarin men elkaar ontmoet in vertrouwen, waardering, nabuurschap en dan als kennis, kameraad, vriend, collega of zakenrelatie. De identiteit die hier wordt bedoeld, is de dynamische relatie-identiteit. Dit is een gedachte die onder andere door de Antillanité-beweging op de Frans-Caribische eilanden is ontwikkeld, zoals ik eerder in dit hoofdstuk heb besproken. Het ligt voor de hand dat meertaligheid – zeker op de Papiamentssprekende eilanden – dit type identiteit kan bevorderen.
Foto: Zuleika Coffie

Zichzelf ervaren als bijzonder: ken uzelf. Mensen zullen zichzelf positioneren in het beweeglijke veld van de sociale relaties doordat zij eigenwaarde, eigenbelang en een dynamische identiteit kunnen ontwikkelen. Op deze manier zullen ze zichzelf verbijzonderen, als uniek beleven ten opzichte van anderen in de omgeving. Het is een vergroot besef van het functioneren in de betrekking tot anderen: wat is mijn invloed en wat verandert er doordat ík iets zeg of doe? Wat betekent het voor familie, kennissen, collega’s, klanten, buren en andere relaties? Door de ontwikkeling van het besef van die interacties, is het ook gemakkelijker geworden keuzes te maken: het vertrouwen in eigen kunnen, weten en ervaren is groter geworden (zonder gebruik te hoeven maken van inktzwarte ironie of grof cynisme, het dodelijk nihilisme). Men ziet de effecten van de eigen acties. Hierdoor is de bereidheid tot veranderen van de eigen identiteit ook toegenomen en is de behoefte aan erkenning van (de statische) afkomst steeds minder. De dynamiek van actieve uitwisseling komt sterker op gang. Het zelfvertrouwen neemt in gezonde twijfel toe.
...zelfredzaamheid...

Zelfredzaam zijn. Zoals al eerder gezegd in dit boek kan de reddende waarheid door niemand buiten jezelf worden geboden. Het is dus van levensbelang dat je jezelf veranderbaar opstelt om je eigenheid in de sociale werkelijkheid van elke dag tot uitdrukking te brengen. Zelfredzaamheid wil zeggen dat je loskomt uit de zwijgende rol van het slachtoffer dat vol verzet en passief ontladen een voortdurend appel doet op het latente schuldgevoel van de “daders”. Hierdoor wordt het gevoel van medelijden in stand gehouden samen met de vernederende gunst van de gift, die de afhankelijkheid alleen maar versterkt en de apathie verdiept. Het laat tevens toe dat patronage in bestuur in stand blijft. Zelfredzaamheid betekent dat men actief de uitwisseling met anderen zoekt. Dit onderdeel van de dynamisering van de tolerantie is cruciaal. Het kan uiteraard niet los worden gezien van de voorgaande punten en het vormt een belangrijke sleutel voor verdere ontwikkeling. Op dit punt komt namelijk een eerste omslag in de thymotische energie tot stand. Het onverzettelijke scherm van wrok trilt van zijn plaats en men gaat, gesteund door het gevoel van eigenwaarde én de vrijheid die men ervaart in beweeglijkheid van de relatie-identiteit, zichzelf overtuigen van eigen kracht tot handelen, kennen en kunnen. Als men ontdekt dat het lukt, ontstaat er enthousiasme.
...stekelige verhouding met het 'Moederland'...

Doorbreken van de barrière van schuld en schaamte. Dit punt vereist een aanpak in een breder verband en op een ander niveau. Het is nog wel het meest intrigerende punt van de reeks. Uiteraard staat het niet los van alle andere. Het ligt in het verlengde ervan. Hebben we eerst gekeken naar de werking van de ruilinteractie in de eerste ring (directe omgeving van individuen), bij dit punt moet er een structurele aanpak worden besproken. De sleutel van de oplossing komt uit de hand van bestuurders en hierbij is de houding van de Europese partner in het Koninkrijk van groot belang. Dit hangt samen met het besef dat we in het Koninkrijk van (rijks)délen wonen.

Eerder in dit hoofdstuk heb ik de houding van Nederland als volgt getypeerd: onverschilligheid, die bestaat uit een combinatie van desinteresse, niet-willen en niet-durven. Het is de houding van neerbuigendheid vanuit een zelfgenoegzame fatsoenscode in samenhang met gêne, het schuldgevoel om het verleden. Hierdoor wordt een cultuur van vermijding in stand gehouden en die wordt verward met tolerantie. Dit is heden ten dage nog steeds de kern van de opstelling van waaruit politiek wordt gevoerd binnen het Koninkrijk der delen Nederlanden. Het is een merkwaardig soort conformisme waaraan niemand zich wil onttrekken, maar het leidt tot een halfslachtige vorm van ruilinteractie [2]. Hierdoor onderhoudt men vanuit het Europese deel van het Koninkrijk de aard en de werking van patronage, de nepotisme-economie, zoals Signer dat noemde (hoofdstuk 5 onder “Bestuurlijk knutselen”). Zo is de patstelling van de ziekmakende omhelzing op politiek gebied geschetst: de effecten van een voortdurend uitgesteld leven, die de verhoudingen in het Koninkrijk der delen steeds meer verzieken. Ook de opsplitsing van het land Antillen op 10 oktober 2010 heeft hieraan bijgedragen. Het bood en biedt geen oplossing. Het was de oplossing van opportunisten en halfslachtige onverschilligen die tot een nieuw uitstel met voortgaande stagnatie en verdere teloorgang leidt. Wat ontbreekt, is een integraal inhoudelijk plan binnen de totale context van het Koninkrijk met een substantiële bijdrage van het Europese deel. In zo’n plan moet de Europese partner zich de vraag stellen: “Wat zit er voor ons in of wat heb ik er aan”? Deze vraag moet komen vanuit de intentie wat we gezamenlijk écht willen met het koninkrijk en wat ieders idee en voorstellen zijn voor het geheel. Voor de Caribische Nederlanders is een directe en open lijn met Europa van groot belang, maar hoe die er precies moet uitzien en wat exact de voordelen daarvan zijn, moet helder gemaakt worden. Iedere bewoner van de eilanden moet dat kunnen zien en ervaren. Het Europese Nederland moet een actieve rol vervullen in het ontwikkelen van de relatie tussen het Caribische deel en Europa. Zo kan Europa via de eilanden de voordelen gaan ervaren van de treeplank naar opkomende economieën in Zuid- en Midden-Amerika. De Caribische eilanden hebben een strategische positie in die lijn.

Als de werking van de interactie van dienst en wederdienst niet van de grond komt, moet het Europese Nederland zich realiseren dat men geconfronteerd blijft met de slepende stagnatie, gevangen in het mechanisme van het voortdurende uitgestelde leven en de ziekmakende omstrengeling van schuld en schaamte. Dit is onontkoombaar. Guépin noemde dit de talio van de wraak, de ruilinteractie van de wraak waarbij wandaad met wandaad wordt vergolden en meer dan dat, omdat in de wraakneming het “dubbel en dikke” er nog bovenop komt. Dit kan alleen maar ongedaan gemaakt worden als men het kan “ontveinzen door edele motieven”, zoals hij dat noemt. Omgekeerd geformuleerd wil dat zeggen dat men vertrouwen moet winnen door oprechtheid van intentie. Dat is al moeilijk genoeg en dit kan alleen maar komen vanuit een werkelijke interesse in een gezamenlijke oplossing, een federaal getint plan voor het hele Koninkrijk. In mijn eerdere boek De Caribische eilanden, het alternatief heb ik een uitgebreid voorstel gedaan tot de ontwikkeling van een dergelijk plan. Hiervoor is momenteel nog een restauratie nodig van het land Antillen, waarbij men in de relatie tot Europa eindelijk eens aan de federale staatsvorm kan gaan werken. Dát het Koninkrijk der Nederlanden een federatie is, zal ik later in dit hoofdstuk aan de hand van de ideeën van Michiel Bijkerk toelichten.

De waarheid niet monopoliseren. En ontsnappen aan de eigen leugens. Het Europese Nederland kan niet los gezien worden van het gehele Koninkrijk. Indien men tracht te ontkomen aan deze werkelijkheid, zal men er telkens weer (eventueel met misbaar) bij gesleept worden. De wederzijdse huidige houding en relaties hebben heel duidelijk een invloed op de interne verhoudingen binnen de eilanden zelf. Deze situatie trekt opportunisten, fanatici en nationalistische populisten aan die de verhoudingen steeds op scherp zetten. Ze hameren zonder oponthoud op de brandende complexen van schuld en schaamte. Men zegt daarbij dat de interne verhoudingen polariseren en dat dit in ernst lijkt toe te nemen. Gepolariseerd wil zeggen dat de spelregels van dialectiek en retoriek geweld aan worden gedaan: de zelfbeheersing bij opvattingen en in taalgebruik raakt steeds verder zoek. Het dreigt te ontsnappen aan de redelijkheid. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, is er (wederom) een politieke crisis op Curaçao waarbij de tegenstanders op zekere momenten met elkaar op de vuist gaan [3] .

Loskomen van fanatisme en opportunisme is geen gemakkelijke opgave. Het hangt samen met de opvatting de beste te zijn of in elk geval het idee dat je opponent minder gelijk heeft en het je op grond daarvan geoorloofd is elke gelegenheid te baat te nemen de ander dwars te zitten om er zelf beter van te worden, zelfs als je daarvoor (tijdelijk) vrienden zou moeten worden. Fanatisme gaat daarbij soms gepaard met veel thymotische energie, die latent aanwezig is en die laaiend tot uiting komt bij confrontaties. Fanatici zoeken veelal de randen op van de democratische spelregels of gaan er overheen, terwijl ze hun tegenstanders zelf heftige verwijten maken als deze gebruikmaken van middelen om de democratie te verdedigen. Om verdraagzaamheid te ontwikkelen – als vermogen – is de gecombineerde werking van de voorafgaande middelen, methoden en manieren nodig. Men moet los komen van de gunst van de gift, het patronagesysteem, zowel binnen de eigen eilandverhoudingen als in de relaties binnen het Koninkrijk zelf (punten 3 en 7). Daarnaast – en tegelijkertijd – is het noodzakelijk de dynamiek van de eigen identiteit te gaan ervaren (mentaal los komen van de zogeheten wortelidentiteit) (punten 4 en 5). Hierdoor leren we onszelf te verbijzonderen ten opzichte van anderen in een sociaal krachtenveld. We leren ook een beweeglijke positie in te nemen vanuit het besef het eigenbelang te dienen als we dat van de ander in de gaten houden. Tegelijkertijd zal zelfredzaamheid tot ontwikkeling komen (punt 6). Doordat in deze combinatie de eigenwaarde beter tot ontwikkeling komt, zal het minder nodig zijn vast te blijven houden aan het eigen gelijk. De ruilinteractie is van levensbelang om de verdraagzaamheid te kweken.
Uit The New Yorker

Empathie als bron voor trots en bevlogenheid. Zichzelf bevrijden van de kleefwand die apathie en lethargie heet. Dit kan gebeuren als men de eigen dynamiek in menselijke betrekkingen als energiegevend gaat ervaren: de interactie tussen mensen komt op gang op basis van eigenwaarde. Dit is het noodzakelijk vermogen tot empathie en het brengt een ander thymotisch karakter: die van trots en bevlogenheid. Trots ontstaat als men zichzelf als waardevol gaat ervaren bij menselijke betrekkingen. Bevlogenheid ontstaat als men zichzelf voelt groeien binnen die verbanden: men kan iets betekenen voor de ander. Ruilinteractie krijgt de vorm van genegenheid, constructieve dienstverlening en genoegdoening door uitwisseling van welgemeende waardering: gemeenschapszin die de sociale cohesie versterkt. Dit is geen naastenliefde maar ervaring van kracht die ertoe doet: men kan zichzelf via de ander als waardevol gaan ervaren waarbij men de eigenheid herkent: het principe van ken uzelf.
Sofie Hollander - Schoenrelatie

Dynamiseren van cultuur. Dit is het laatste punt. In het voorgaande ben ik voortdurend uitgegaan van de redelijkheid als beginsel van het menselijk handelen en denken. Het gaat er hierbij voortdurend om weg te blijven uit de valstrikken van de paradoxen van vrijheid, tolerantie en dogmatisme. Hiertoe moeten we ons voortdurend oefenen in eerbied door het onderhouden van het besef van eigenwaarde en het belang van de ander. Het is de verzameling van wegen die mensen in vrijheid moeten bewandelen in de constante zoektocht naar waarheid over zichzelf en de dagelijkse werkelijkheid. Beschaving. Zo heet dat. Met het idee dat dit de sociale werkelijkheid is waar geweld geen rol meer mag en kan spelen. Cultuur als Bildung.

Zelfredzaamheid: Barbados
Om het wederzijdse karakter van de oefeningen in beschaving te typeren, hebben we het begrip gemeenschapszin[4]. Hierin zit uitdrukkelijk besloten dat alle groepen in de samenleving de noodzaak moeten ervaren hieraan deel te nemen. Het oefenen van verdraagzaamheid in een dynamische cultuur vergt de bijdrage van elke deelnemer, individueel en in groepsverband. Zelfredzaamheid is hierbij een belangrijk element.

(wordt vervolgd)




[1] Volgens Guépin is dialectica een vraag- en antwoordspel waarin de vrager door het stellen van vragen die de antwoorder wel moet beamen, de antwoorden dwingt zijn uitgangsstelling (principium) te herzien en dit staat tegenover de retorica, dat een debat is tussen twee of meerdere personen. Guépin, De Beschaving, pag. 50 en 149.
[2] Guépin heeft de werking van de ruilinteractie op politiek terrein beschreven in situaties waarbij in de oudheid grote rijken door veroveringen en kolonisatie ontstonden, zoals in het val van het Perzische rijk (o.l.v. Cyrus) of bij Alexander de Grote. De heersers toen begrepen dat het veel verstandiger zou zijn als men de veroverde volkeren in hun waarde liet en “ieder naar waarde en specialisatie, te laten bijdragen tot de algemene welvaart, en daarmee die van de heersende dynastie”. Men begreep – met andere woorden – dat men gebruik moest maken van ieders potentieel en ambities om tot een gezamenlijk voordeel te komen en dat men daarbij ieder moest stimuleren aan die gezamenlijke inspanning deel te nemen, zonder elkaar uit te sluiten, te vernederen of te verketteren. Op deze manier zou ieder er beter van worden. Guépin noemt dit: inzien van het nut van tolerantie. Guépin, De Beschaving, pag. 241.
[3] Op internet verschijnt een fictief krantenartikel, waarbij een scenario wordt geschetst bij een Curaçao dat ongeveer een half jaar onafhankelijk is. De noodtoestand is uitgeroepen; er zijn mensen op politieke gronden gearresteerd en er lopen knokploegen door de straten. De fanatici en misdadigers hebben de macht gegrepen. Nederland roept: “Da’s dan jammer. We hebben het nog zó gezegd”. 13 september 2012 ‘Golf van arrestaties na noodtoestand’.
[4] “Gemeenschapszin, oikeosis, societas, als ‘wenkend perspectief’, een universeel Idee dat eenieder ‘begiftigd met rede en geweten’ motiveert zich in de geest van broederschap te gedragen”. Ida Lamers – Versteeg, pag. 2.

zaterdag 26 januari 2013

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (4)


door Willem van Lit

Deel 4 gaat over de mythes van authenticiteit en afstamming.

Ontscheping van slaven in Rio de Janeiro (Lithografie von Rugendas, 1822).

In mijn gesprek met Jeroen Heuvel in 2010 kwam ook  het volgende naar voren. Het feit dat er op Curaçao bijvoorbeeld zoveel ruzie en woede, als ook uitbundigheid, zin en aanleg voor het feestvieren te ervaren zijn, heeft te maken met de afkomst van veel Afro-Curaçaoënaars. Curaçao was een transitomarkt in de West-Afrikaanse mensenhandel. De verschillende kooplieden uit omringende gebieden kochten alleen de beste exemplaren. Dat betekent in feite dat de mindere soort - zij die het minst geschikt waren voor het werk - achterbleef en dit betrof in veel gevallen mensen van een specifieke West-Afrikaanse stam die bekend stonden om hun weerbarstige karakter: ze maakten constant ruzie en amok. Tegelijkertijd stonden zij ook bekend om hun grote aanleg tot het vieren van feesten en hun uitgelatenheid. Heuvel zei dat dit door een bekende Antilliaanse antropoloog was aangetoond. Het zou hier gaan om de genen van boosheid en plezier. Het is een verhaal dat vaker terugkomt. Het is een van die merkwaardige en mysterieuze kleine mythen, die men steeds weer hoort. Zij duiden op mystieke afkomst in de lijn van Rousseau' s edele wilden. Tegelijkertijd is het een duiding van - alweer - de menselijke smet, het eeuwigdurende stigma. Toch is een dergelijke verklaring door zijn eenvoud aantrekkelijk. Het heeft mij zelf zover gebracht dat ik overal ben gaan speuren naar de specifieke afkomst van West-Afrikaanse mensen, die naar het Caribische gebied werden vervoerd. Kortweg gezegd is het ondoenlijk om de exacte herkomst van grote groepen mensen te achterhalen. Scheepsbewegingen van veel Nederlandse slavenhalers, zowel van de West-Indische Compagnie als van andere rederijen, zoals de Middelburgse Commerciële Compagnie (MCC) zijn wel voor een groot deel vastgelegd. We kunnen ook deels nagaan waar mensen langs de duizenden kilometers lange West-Afrikaanse kust zijn ingekocht, maar daardoor weten we nog niet exact vanwaar die gevangengenomen Afrikaners zijn aangevoerd. Velen moesten dagen- of zelfs wekenlang lopen alvorens zij de kust bereikten. Niemand nam de moeite precies vast te leggen hoe en vanwaar deze mensen werden opgepikt. Gaandeweg mijn naspeuringen - waarvan ik aanvankelijk dacht dat die van belang waren voor mijn betoog - kwam ik erachter dat West-Afrika een enorm gebied is waar immens veel stammen en volkeren in een lappendeken van verbanden naast en door elkaar heen leefden en leven. Hierbij zijn door conflicten en politieke manipulaties regelmatig gebieden en volkeren gewisseld. [1]

Zuleika Coffie

Sinds de 17e en de 18e eeuw, toen de trans-Atlantische mensenhandel op zijn hoogtepunt was, heeft er op Curaçao en de meeste andere eilanden veel migratie plaatsgevonden. Er heeft zich veel vermenging van bevolking voorgedaan. Daardoor zal er van authenticiteit van afstamming al niet zo heel veel meer over zijn. Ook vanuit dit oogpunt is het niet goed meer mogelijk de afstamming nauwgezet te reconstrueren. Naargelang ik me er meer in verdiepte, werd me steeds duidelijker dat het onzinnig is naar een dergelijk verband te speuren. In het vorige hoofdstuk ben ik uitvoerig ingegaan op de botsing van humeuren uit de Afrikaanse en Europese erfenis. De kenmerken van arrogantie en hebzucht versus afgunst en nijd, zoals ik die daar beschreef, zijn geen genetische kenmerken. Ze komen voort uit de dominante wijze van samenleven en de sociale patronen die daarmee zijn verbonden: in dit geval de kapitalistische (open) westerse leefstructuren en de collectivistische (meer besloten) Afrikaanse patronen. Mensen worden gevormd door hun manier van dagelijkse omgang met elkaar; zo ontwikkelen ze hun houding en gedrag. Als we ervan uitgaan dat (genetische) eigenschappen bepalend zouden zijn, dan gaan we uit van het strikt gedetermineerd zijn van mensen en de onvermijdelijke lotsverbondenheid. Dan zeggen we ook dat er geen verandering mogelijk is en juist dát is onzin. Het is juist een van de belangrijkste menselijke kenmerken dat zij in staat zijn zichzelf en de dingen (en anderen) om zich heen te beïnvloeden en te veranderen. Als er iets is dat zijn lot bepaalt, dan is het juist het feit dat de mens - doordat hij het paradijs heeft verloren - zijn lot in eigen hand moet nemen. Dat is geen fatum, maar een morele plicht. Als men dit ontkent, treft men de mens precies op het punt van waardigheid: namelijk dat hij niet in staat zou zijn te veranderen en daardoor zelf richting te geven aan het leven en de inrichting daarvan.

Slavendans, ca. 1780

Bij het speuren naar aanwijzingen of bewijzen van de stelling dat het zou gaan om mensen uit een Afrikaanse stam met specifieke persoonlijke eigenschappen, bekroop me steeds weer het idee dat ik bezig was trachten te bewijzen dat mensen historisch gezien gedetermineerd zijn, terwijl ik daar juist niet in geloof. Ik heb dit in dit boek al verschillende malen betoogd. Als het gaat om het zoeken naar een oplossing om het patroon van de pathetische omhelzing te doorbreken, dan moet dit soort mythen de wereld uit. Het is juist het geloof in dit soort verhalen dat de menselijke waardigheid geweld aan doet. Daardoor is dat een doodlopende weg, die het probleem voortdurend in stand houdt en de stagnatie verhardt. Het ontkent de dynamiek van menselijke ontwikkeling, het vermogen tot Bildung. Het voorgaande betekent tegelijkertijd dat je jezelf niet kan laten voorstaan op je afkomst en ook dit heb ik al verschillende malen benadrukt.
Alexis de Tocqueville


Toch houdt men dergelijke mythen hardnekkig in stand en zeker in de context van de Caribische wereld. Dit komt voort uit de gedachte die Alexis de Tocqueville naar voren heeft gebracht en waarover ik in hoofdstuk vier al heb gesproken. Hij zegt dat de Amerikaanse tragedie niet zozeer de slavernij is, maar wel het feit dat de herinnering eraan steeds zo zichtbaar aanwezig is: door het verschil in huidskleur. Juist deze zichtbaarheid, die verweven is met de herinnering, berooft die bevolkingsgroepen van hun waardigheid. Huidskleur is nu juist wél een genetisch kenmerk. Daaraan ontkomt niemand. De herinnering daaraan lijkt dan wél in alle opzichten gedetermineerd, juist door die zichtbaarheid.

"De herinnering aan de slavernij onteert het ras en het ras vereeuwigt de herinnering aan slavernij.
Er is geen Afrikaan die vrijwillig op de kusten van de Nieuwe Wereld is beland; dat betekent dat allen die zich daar bevinden slaven of vrijgelatenen zijn. Zo geeft de Neger , met zijn bestaan, aan al zijn afstammelingen het zichtbare teken van zijn schande door. De wet kan een einde aan de slavernij maken, maar alleen God kan de sporen ervan uitwissen. (...).
De Modernen (De Tocqueville doelt hier op de bewoners van de Nieuwe Wereld – WvL) moeten na de afschaffing dus nog een einde maken aan drie vooroordelen die heel wat ongrijpbaarder en hardnekkiger zijn dan de slavernij zelf: het vooroordeel van de meester, het vooroordeel van het ras en ten slotte het vooroordeel van de Blanke". [2]

Doordat huidskleur en algemene uiterlijke kenmerken zo duidelijk zichtbaar zijn en dit - historisch gezien - de ongelijkheid lijkt te hebben bepaald, lijkt het logisch en normaal dat ook andere eigenschappen (zoals karakter of humeur) historisch gedetermineerd zijn. Zo blijft de mythe van lotsverbondenheid van mensen én groepen in stand. Hardnekkig en schijnbaar onuitroeibaar. De herinnering aan ongelijkheid wordt zo omgezet in determinatie, iets wat ook de toekomst bepaalt. Dat dergelijke ideeën onzinnig en onjuist zijn, is niet gemakkelijk te ontkrachten (de ongrijpbare en hardnekkige vooroordelen), zeker ook doordat het Westerse denken vaak doordrenkt is geweest van historisch determinisme (zoals bij de dialectiek van Hegel en Marx). Ook dit zijn duurzame mythes geweest waaraan hectoliters bloed zijn verspild.

[wordt vervolgd]


[1] Heden ten dage is het mogelijk via DNA-onderzoek na te gaan waar men van afstamt. In de VS kunnen afstammelingen van de weggevoerden door dergelijk onderzoek bezien wat hun verwantschap met stammen of volkeren is. In hoofdstuk 4 heb ik hierover onder andere gezegd dat een Nederlandse tv-presentator en cabaretier van Surinaamse afkomst, Roué Verveer, een dergelijk onderzoek heeft laten uitvoeren.

[2] Tocqueville, Alexis de, Over de democratie in Amerika, pag. 366 en 367.

donderdag 27 december 2012

‘Wij hebben allen dezelfde God, alleen de beleving verschilt’

door Linda Reijnders

Oranjestad — Aruba heeft een moskee, of eigenlijk een musallah wat een kleinere uitvoering is. De moslim gemeenschap bestaat uit ongeveer 350 gelovigen die redelijk teruggetrokken hun geloof belijden. Initiatiefnemer van de musallah is Abdallah El Ayoubi (41). Amigoe sprak met hem over de islam en de wens van een eigen moskee.


Moslims knielen neer in gebed in hun geïmproviseerde gebedsruimte.



De ruimte die nu dienst doet als gebedsplek is duidelijk provisorisch opgezet. Op een bovenverdieping van een kantoorgebouw zijn in een grote ruimte twee gebedsplaatsen gecreëerd, één voor de mannen en één voor de vrouwen. De afscheiding is met doeken gemaakt en op de grond liggen tapijten. Aan de wanden hangen foto’s van Mekka, de voor moslims heilige plek in Saoedi-Arabië. Hier kunnen de moslims elke dag hun geloof belijden, de islam schrijft voor dat dit vijf keer op een dag moet gebeuren –ochtend, middag, namiddag, zonsondergang en avond-, maar in de praktijk kunnen de belijders natuurlijk niet vijf maal per dag naar de musallah komen. “Wij lezen hier delen voor uit de Koran en je bidt individueel. Vrijdag is een speciale dag want dan wordt er door de imam (voorganger in het gebed) voorgelezen, zoals ook op feestdagen. Als je thuis bidt is dat ook goed, maar in de moskee is het beste”, legt Ayoubi uit. “Wij bidden gericht naar het oosten, waar Mekka ligt.”

Abdallah El Ayoubi


Vrouwen en islam
Voordat je aan het gebed, de salat, begint, dient de moslim rein te zijn. Dat betekent dat je handen, gezicht, armen en voeten driemaal wast, licht hij toe. “Kijk, de moskee is een hele schone omgeving, in figuurlijke en letterlijke zin. Spiritueel ook. Die kun je niet vuil betreden en daarom doen wij ook de schoenen uit want je weet niet wat er op straat allemaal aan is blijven hangen. Het uitdoen van de schoenen noemen wij woodou’a”. Ayoubi vervult vaak de rol van imam, soms doet een ander dat want de moskee heeft hier geen echte imam.
Op de vraag van Amigoe hoe het met de vrouwen gaat en waarom dat zij in een aparte ruimte moeten bidden, legt Ayoubi uit dat er een spirituele verklaring voor is. Als je mannen en vrouwen bij elkaar plaatst, kan men zich niet volledig concentreren op het gebed. Hij wijst op het feit dat het tijdens het gebed muisstil is en de concentratie op Allah gericht is. Die serene stilte en focus mag niet door afleiding onderbroken worden. Er is dus geen sprake van dat de vrouw als mindere gezien wordt, volgens hem.
Zuleika Coffie (Aruba): "warm in de moskee"

Eigen moskee
Het is warm in de musallah op de bovenverdieping met weinig ontluchting en zonder airconditioning. “Voorheen zaten wij in een ander gebouw, maar nu dus hier. Ik ben al tien jaar bezig om een stuk grond te krijgen van de overheid waarop wij een moskee mogen bouwen, wij hebben alles volgens de regels aangevraagd. Voorheen was het minister Croes, nu Sevinger en zij zeggen steeds ja, maar er gebeurt niets. Wij maken deel uit van de religies van deze samenleving en wij hebben ook recht op ons stuk grond. Net zoals de anderen, de joden, christenen, moslims leven hier samen”, aldus Ayoubi.
Vijftien jaar geleden is Ayoubi met zijn schoonvader gestart met de musallah, daarvoor hadden enkele moslims wel een gebedsruimte thuis of in hun winkel. Een moskee is voor moslims een ontmoetingsplek, de stichter ervan krijgt een speciale plek in het paradijs. De groep moslims op het eiland bestaat onder andere uit Egyptenaren, Pakistanen, Ghanezen, Nigerianen, Indonesiërs, Libanezen en Arubanen, legt Ayoubi uit. Maar er zijn ook toeristen die komen. “Elke vrijdag belt er wel een hotel om te vragen waar de moskee is. Want ja, er ligt wel informatie over kerkdiensten in de hotels, maar niet over de gebedstijden in de moskee”, vertelt Ayoubi.

Misverstand
Het grootste misverstand wat bestaat over de islam is dat het geen andere religies accepteert. Ayoubi licht toe dat een goede moslim alle godsdiensten hoort te respecteren. “Wij zijn allen gelijk in deze wereld, wij hebben allemaal dezelfde god, dus ook dezelfde boodschap. Alleen de beleving verschilt. Joden, christenen, moslims, wij zijn allemaal broeders. Er is natuurlijk een extreem deel moslims, maar dat heeft niets te doen met Allah en zijn principes. Dat heeft te maken met politiek bedrijven.”
De moslim viert geen Kerst en kent eigenlijk maar twee feestdagen, Eid al-Fitr (Suikerfeest) en Eid al-Adha (Offerfeest). In de islam bestaat Jezus ook, maar dan als profeet, niet als zoon van God. Ook Maria, de moeder, staat in de koran. Ook worden de dagen van de profeten gevierd, zij vormen de pilaren van de moslim religie. Tijdens Kerst wordt dus wel de profeet Jezus herdacht.

[uit Amigoe, 24 december 2012]

woensdag 21 november 2012

Een heerlijk avondje met de Werkgroep Caraïbische Letteren


Dit jaar is hij gearriveerd in Roermond, de Goedheiligman, dus blijkbaar over de binnenwateren van Myra tot hij over de Maas ons land binnenvoer. Zijn de Zwarte Pieten ook hun richtingsgevoel kwijt of dartelen zij vrolijk langs dakrand en regenbuis? Gaat de traditie op de schop in de meerkleurenmaatschappij, of staat de harde hand van het Dordtse politiecorps symbool voor een hardnekkig beleden Hollands identiteitsbesef? Zien wij op Curaçao daar echt de bruine huid onder de zwarte schmink? En hoe doen ze dat dan in Spanje en Frankrijk met hun ijzeren tradities? De Werkgroep Caraïbische Letteren wil het weten, maar houdt de traditie van het Sinterklaasvers hoog. Dus treedt een keur aan woordkunstenaars aan voor een heerlijk avondje in het intieme literaire theater Perdu, met gasten uit binnen- en buitenland.
Solange Leibovici

Met de betere Sinterklaasgedichten van Hilli Arduin, Quincy Gario, Romeo Grot, Michiel van Kempen, Charl Landvreugd, Frans Lopulalan, Diana Ozon, Scott Rollins en de enige echte Nicolaas uit San Nicolas: Quito.

Vertaalster en geografe Amparo Garcia Celma vertelt hoe de Spanjaarden de teloorgang van hun stierenvechten ervaren. Aart Broek heeft scherpe herinneringen aan de Antilliaanse Sint Nicolaas. En filosofe Solange Leibovici neemt ons mee naar Frankrijk, ze heeft veel nagedacht over Sinterklaas - die ze haat – en zet de Turkse baardman af tegen de lieve Kerstman uit la douce France. Arnold-Jan Scheer, auteur van Wild geraas, vertelt over strijd, primitiviteit en lust achter de Sinterklaasviering.



De vrouw van Sinterklaas
Met surprises en Tony Chocolony-chocolade.
En muziek van het Sinterklaastrio!

Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86  1012 CZ Amsterdam
Datum en tijd: donderdag 6 december, 19.30 uur, zaal open 19.00 uur
Toegang:  € 10,-/ CJP € 7,50
Er is slechts een beperkt aantal toegangskaarten beschikbaar. Wie 't eerst komt, 't eerst maalt.
Aanmelden kan via deze link

Amparo Garcia Celma over de teloorgang van Spaanse tradities
De Kindervriend op Curaçao. Foto © Zuleika Coffie

dinsdag 9 oktober 2012

Laatste loodjes voor tram Aruba

Foto @ Kim Sambo
Op Aruba zijn ze druk in de weer met de laatste loodjes voor de tramspoor. De tram, ook wel streetcar genoemd, zal op zonne-energie rijden en staat gepland om eind van dit jaar operationeel te zijn. De Arubaanse premier Mike Eman zei tijdens de conferentie over green energy vorige week trots te zijn op het eiland en dat iedereen zijn steentje bijdraagt aan een duurzame toekomst voor Aruba.

Zuleika Coffie bestuurt de tram van Aruba


[uit Antilliaans Dagblad, 9 oktober 2012]

woensdag 22 augustus 2012

Natuurlijk schrijf ik om de wereld te verbeteren

Bonaire - Zuleika Coffie


door Wendela de Vries

‘Je kunt er om lachen, als je kinderen over de bijtjes en de bloemetjes vertelt, maar ik vind het een mooi beeld, bloemen en bijen die samenwerken. Bloemen stellen zich helemaal open voor de bij. ‘Kom, binnen, kom binnen, want we moeten ons voortplanten’, lijken ze te roepen. Erotiek is de spanning die je voelt als je samen iets maakt of het zelfde doel nastreeft. De platte uitleg die Midas Dekkers er aan geeft: erotiek is seks en eigenlijk gaat het alleen om de coïtus, vind ik niet interessant. Het gaat mij er om dat die bloem er zo verleidelijk mogelijk uitziet en er alles aan doet om de bij te lokken.
Bonaire - Zuleika Coffie

In mijn eerste jaar op de Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen ontdekte ik dat er meer was dan ‘wat heb je dat handje mooi getekend’. Ik wilde voor honderd procent kunstenaar zijn en mijn eigen verhaal vertellen. Mijn litho’s en zeefdrukken van tropische zeeslakken symboliseerden het verlangen naar het warme Bonaire waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Die warmte, die Matisse zo mooi in zijn schilderijen heeft vastgelegd, wil ik graag om me heen. Dat is een groot verschil met het koude en eenzame beeld dat Noordelijke expressionisten oproepen in hun schilderijen. Ook al ben ik Nederlandse, diep in mijn hart kies ik voor ‘zuid’ en zorg ik ervoor dat ik mij omring met mensen uit verschillende culturen.

Die houding leverde al tijdens mijn studie reacties op als, ‘je hebt iets blijs, totaal niet cynisch’. Dat gevoel van ‘we gaan samen de wereld verbeteren’ heb ik pas bij mezelf toegestaan door een uitspraak van schrijfster Fay Weldon. ‘Natuurlijk schrijf ik mijn boeken om de wereld te verbeteren.’ Sindsdien durf ik er ook openlijk voor uit te komen.

Onlangs schilderde ik een vrouw, die naakt, slechts omwikkeld met een transparante doek, in de branding staat, uitkijkend over de zee. Het schilderij is een cadeau voor haar man. Ik vind het geweldig dat ik het voor haar kan maken en zij verheugt zich op het moment dat ze het aan haar man kan geven. Kunst is geven, het helpt mensen vooruit.

Bonaire - Zuleika Coffie

Wat me tegenstaat aan pornofoto’s is het felle harde licht van de studiolampen. Je ziet alle details. Er blijft niets meer over van de verbeelding. Erotiek moet suggestief zien. Een stuk been, een hoge hak, je vermoedt dat er iets gebeurt.

Die erotische spanning komt mooi tot uitdrukking in de film Turtle Diary, over de gemeenschappelijke droom van een eenzame illustratrice en de eigenaar van een boekhandel. De illustratrice komt regelmatig in de boekwinkel. Zonder het van elkaar te weten, bezoeken de vrouw en de boekhandelaar vaak de zeeschildpadden in de London Zoo en dromen ze ervan om de zeeschildpadden te bevrijden. Een oppasser wil wel helpen.
En zo vatten drie eenzame mensen samen het plan op om een vrachtwagen te huren en de dieren van Londen naar de kust te brengen. Dit schept een intense band tussen de winkeleigenaar en de illustratrice. Maar nadat de schildpadden langzaam het water zijn ingeschuifeld, omlijst door een ondergaande zon, volgen beiden weer hun eigen weg. Er komt geen seks aan te pas, het gaat om de spanning die het waarmaken van de gezamenlijke droom hen geeft. Dat is voor mij het summum van erotiek.

Bonaire - Zuleika Coffie


Op de katholieke meisjesschool op Bonaire merkte ik al dat de meisjes van mijn leeftijd werden geregeerd door hun hormonen. Een twaalfjarig klasgenootje werd versierd door haar drie jaar oudere stiefbroer en raakte zwanger. Het zou mooi zijn als ik met mijn werk jonge meisjes met erotiek kan leren omgaan. Zodat ze het gaan zien als een soort schatkamer, vol cadeautjes die je langzaam uit moet pakken. Daarmee hou je het weg van de platheid en de commercie.’

vrijdag 10 juni 2011

Coming out van Francisco Pardo

door Ariën Rasmijn

Oranjestad — In de korte film 10 Ave Maria van Ryan Oduber en Francisco Pardo (33) zijn op ontluisterende wijze de eenzaamheid en schuldgevoelens die gepaard gaan met een onzekere seksuele identiteit te zien. Komend weekend wordt deze Arubaanse film gepresenteerd tijdens de Caribbean Spotlight Series van het Aruba International Film Festival (AIFF).


Francisco Pardo

In de montagekamer van Ryan Oduber, thuis bij zijn moeder, wordt de allerlaatste hand gelegd aan het project 10 Ave Maria. De website 10avemaria.com, waarop een trailer voor de film te zien is, is net online gezet. Al het andere promotiemateriaal, tot aan posters toe, is ook gereed. Francisco Pardo heeft de film nu als montagefile op zijn beeldscherm staan. Hij toont een zogeheten ‘moodboard’ die hij gebruikt voor de kleuren en de sfeer van de film. Veel blauw, blauwgroen, kille en donkere kleuren. Het wachten is nu op aanstaande zaterdag en zondag, wanneer 10 Ave Maria wordt vertoond als voorprogramma van Children Of God, een film die ook als thema homoseksualiteit heeft en de acceptatie daarvan. Hoewel Pardoal zeven jaar ‘out’ is als homo, komt hij in zekere zin toch voor eenieder die de film gaat zien, uit de kast en notabene op het grote scherm van de bioscoop van Paseo Herencia. Hij speelt immers de hoofdrol in de door hem geschreven film over een man die zijn gevoelens voor andere mannen niet onder ogen kan komen en lijdt onder de druk van de verwachtingen van de kleine religieuze gemeenschap waarin hij leeft. “Het is niet autobiografisch, maar de film bevat wel elementen uit mijn leven”, aldus Pardo. “Wat ik vooral wilde neerzetten in de film is de eenzaamheid van de hoofdpersoon. Hij kan nergens aansluiting vinden, staat alleen op, brengt zijn dag alleen door, eet alleen en gaat alleen naar bed. Dat herken ik heel sterk. Als homo voel je je in zekere zin verstoten door de Arubaanse maatschappij.” Oduber valt hem bij. “Het is nogal frappant dat een maatschappij die pretendeert modern en progressief te willen zijn, uiteindelijk zo omgaat met een bevolkingsgroep.”

Zelfacceptatie
Het uit schaamte willen wegstoppen van de gevoelens en conformeren aan de moraal van mannelijkheid, het vinden van een vrouw en het stichten van een gezin komt ook sterk in beeld. Pardo: “Zelfacceptatie blijft een probleem. Veel homo’s gaan toch aan de vrouw om hun levensstijl te verhullen of zweren het openlijk af en worden zoals dat heet ‘yestergay’. Of je moet iemand zijn die lak heeft aan alles. Punt is, het is moeilijk om je als homoseksueel staande te houden op dit eiland. Een vriend van mij heeft zijn gevoelens jarenlang onderdrukt. Ik heb hem de film laten zien en het kwam heel hard bij hem aan. Alles kwam naar boven en hij moest het allemaal verwerken.” Ook de morele hypocrisie, waardoor het bezoeken van prostituees nog altijd een meer geaccepteerd fenomeen is dan homoseksualiteit, wordt aan de kaak gesteld. De hoofdpersoon bezoekt een prostituee, gespeeld door Zuleika Coffie, maar grijpt toch terug naar zijn schaamte en de druk van zijn moeder door de jaren heen. Uiteindelijk staat hij voor de keus, een mooie vrouw of de jongen waar hij oogcontact mee had in de bus, gespeeld door Osrick Fingal. “Het was het moeilijkst om voor die rol iemand te krijgen. Zelfs homoseksuele vrienden van mij weigerden uit angst hun baan te verliezen. Een vriend van me uit Curaçao wilde wel, maar overlegde omdat hij docent is eerst met zijn rector. Die raadde het hem af.” Fingal kreeg pas tijdens de shoot te horen wat de werkelijke inhoud was van zijn rol. “Hij ging toch akkoord om verder te gaan. Heel professioneel en daar zijn we ook heel dankbaar voor. Net als Zuleika overigens, voor haar waanzinnig mooie spel. Via haar kwamen we ook aan Osrick.”


Zuleika Coffie

Eigen middelen
Alles, van de productie, de shoot, de aangeschafte props en kleding tot aan de posters en de website, is met eigen middelen gedaan. “Dit project hebben we uit onszelf gemaakt. Aan kleren en props heb ik zo’n 200 florin opgemaakt en daarmee was het budget op. Maar als we voor deze film een prijskaartje aan ons werk zouden moeten plakken, dan komt het neer op zo’n 25.000 florin, alleen al voor de zeven dagen waarop we hebben geschoten”, aldus Pardo, schrijver en co-regisseur van de film. “Al deze dagen waarop we aan dit project hebben gewerkt, heb ik niet gegeten”, zegt Oduber. “Dat waren dagen waarop we werk hadden kunnen doen dat wel geld opleverde.” Fondsen als Unoca en Cede Aruba werden bewust vermeden. Pardo: “Uit ervaring met een eerder project weet ik dat we van hen geen fondsen zouden hebben gekregen. Dit is een onderwerp waaraan zij hun vingers niet zouden willen branden.” Beide filmmakers willen graag een Arubaans filmfonds zien. Oduber: “De overheid gaf vorig jaar aan dat het filmfestival een Arubaanse filmindustrie zou moeten stimuleren. Dat willen wij graag alsnog zien gebeuren.” De volgende filmprojecten van Oduber en Pardo worden totaal anders. Een documentaire over waterhuishouding op het eiland wordt momenteel gemonteerd. Daarna volgt een tienermusical. “Net zoiets als Glee”, aldus Pardo.

10 Ave Maria wordt twee keer vertoond tijdens de Spotlight Series van AIFF. Op zaterdag 11 juni ‘s middags om kwart voor drie en op zondag 12 juni om half twee. Het is niet de enige Arubaanse film die in het kader van Aruban Flavor wordt vertoond tijdens het festival. De experimentele film Muhe Frida van Felix de Rooy beleeft dan ook haar première. Op zondagmiddag om kwart voor een, als voorprogramma van de film Fire Burn Babylon en om drie uur ‘s middags als voorprogramma van de film Curaçao.

[uit Amigoe, 9 juni 2011]