Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

dinsdag 8 april 2014

Nieuwsuur verkondigt wartaal over Suriname

Politiek analist Jan Gajentaan
door Jan Gajentaan

Het Nederlandse actualiteitenprogramma Nieuwsuur heeft veel verbazing gewekt met een tweedelige reportage over Suriname, die gepresenteerd werd door Eelco Bosch van Rosenthal. De reportage werd aangekondigd op de website van Nieuwsuur onder de titel “Suriname heeft weer zelfvertrouwen”.

Door Nieuwsuur wordt gesuggereerd dat Suriname zich de afgelopen jaren “uit de crisis heeft gevochten” en dankzij Bouterse “weer zelfvertrouwen heeft”. Dankzij het beleid van Bouterse zouden de investeerders “staan te trappelen”, aldus Nieuwsuur.



Na enkele minuten lang deze baarlijke nonsens aangehoord te hebben, kon ik het niet meer aanzien en heb mijn TV-toestel uitgeschakeld. Ik kan dus niet over de reportage als geheel oordelen. Als de redactie van Nieuwsuur de moeite had genomen om even op de website van de Centrale Bank van Suriname te kijken, hadden ze kunnen lezen dat Suriname al meer dan 10 jaar stabiele economische groeicijfers heeft van tussen de 4 en de 5%. In de periode 2007/2008 was het zelfs nog iets hoger, ik meen tussen de 5 en de 6%.
Deze mooie economische groeicijfers zijn te danken aan het stabiele monetaire en financiële beleid dat vanaf het jaar 2000 is ingezet door het tandem Telting (Governor CBvS) en Hildenberg (minFin). Tot op zekere hoogte is dit beleid voortgezet door de huidige regering met Hoefdraad als Governor CBvS. Het huidige financiële en monetaire beleid vertoont echter heel veel scheuren en gaten. Dit is ook de reden dat de huidige coalitie al drie ministers van Financiën heeft versleten.

Presidentieel paleis Paramaribo. Foto © H.J. Kleuters


De huidige regering zal vermoedelijk goede intenties hebben – daar ga ik altijd maar vanuit – maar is niet in staat geweest de uitgaven van de overheid onder controle te brengen. Integendeel, deze zijn in de periode 2010 – 2014 ongeveer verdubbeld. Normaliter leidt een dergelijke groei van de overheidsuitgaven tot een hoog inflatiecijfer.

Het feit dat de inflatie nog onder controle is kunnen we beschouwen als een prestatie van Hoefdraad, maar de grote vraag is, wat voor kunstgrepen hij daarvoor heeft moeten toepassen. Zo vindt er allerlei gegoochel plaats met de monetaire reserve van het land. En de overheid stelt het betalen van haar rekeningen steeds verder uit, waardoor voorkomen wordt dat er teveel geld ineens in het systeem wordt gebracht ( dus blijft de inflatie onder controle).

Juist vanwege dit minder stabiele beeld van de overheidsfinanciën, in combinatie met dalende grondstoffenprijzen, zien we nu dat veel grote investeerders aan het treuzelen zijn geslagen. Dezelfde investeerders stonden in 2009/2010 nog te trappelen om naar Suriname te komen.
Natuurlijk is het zo, dat delen van de Surinaamse maatschappij profiteren van het huidige beleid. De regering heeft duizenden ambtenaren aangenomen en de salarissen van bepaalde categorieën overheidsdienaren fors verhoogd door de implementatie van Fiso 2. Ook wordt er fors geïnvesteerd in bepaalde sociale projecten, zoals de Naschoolse Opvang. De vraag is echter, in hoeverre dit een houdbare zaak is, gezien het hoog oplopende overheidstekort.

Wat de crisis ons heeft geleerd, is dat een zeepbel door te hoge overheidsbestedingen levensgevaarlijk is voor een land. We hebben de ontsporing gezien van Griekenland. We zien het nu gebeuren in Venezuela. Als Suriname niet heel snel komt met een geloofwaardig herstelprogramma, zal het land waarschijnlijk ook in de gevarenzone raken. Een ieder die een beetje bij de tijd is kan dat zien, maar de redactie van Nieuwsuur zit kennelijk te slapen.

[van GFC Nieuws, 7 april 2014]


woensdag 19 maart 2014

Openbaar Lichaam Bonaire ondertekent intentieverklaring met TNO Caribbean

Drie heren op Bonaire
Op zaterdag 15 maart 2014 hebben gedeputeerde van onder andere Ruimtelijke Ontwikkeling dhr. J. Kroon en gedeputeerde van onder andere Economische Zaken dhr. E. Winklaar, namens het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB), een intentieverklaring ondertekend met dhr. J. Ebbing; directeur Caribbean Branch Office TNO (CBOT).

TNO is een erkend Nederlands kennisinstituut, met ca. 3700 medewerkers. Sinds 2012 is de organisatie ook gevestigd op Aruba, met als focus het Caribisch gebied en Latijns Amerika.
De ondertekening van de intentieverklaring is een nieuw hoogtepunt voor Bonaire. Het eiland heeft de doelstelling om een economische ontwikkeling te realiseren die verder reikt dan de toeristische dienstverlening. Zo wil het eiland haar economische ontwikkeling gebaseerd op het zogeheten ‘Blue Economy Concept’ (zelfvoorzienend duurzaam concept) verder gaan uitdragen. De intentieverklaring brengt die doelstelling dichterbij.

Partijen hebben afgesproken om de mogelijkheden om samen te werken verder te onderzoeken en uit te werken. Bovendien wordt er gekeken naar de mogelijkheid voor CBOT om een nevenvestiging te openen op Bonaire.
Bonaire. Foto © Thinkstock

De focus zal worden gelegd op; milieu, energie, constructiemateriaal & constructiemethodieken, innovatie landbouw, telecommunicatie en transport & logistiek.
“Met deze intentieverklaring heeft Bonaire een nieuwe stap gezet in de richting van de diversificatie van haar economie. Ook worden er deuren voor ons geopend, zodat we in contact kunnen komen met diverse bedrijven en instituten in Europa en in onze regio, via CBOT. We zijn dan ook erg verheugd met deze nieuwe ontwikkeling”, aldus gedeputeerde Winklaar.

De belangrijkste punten uit de intentieverklaring betreffen, onderzoek naar:
• De opening van een dependance of nevenvestiging van CBOT op Bonaire van waaruit (inter)nationale kennisoverdracht kan plaatsvinden;
• De wijze waarop door Partijen nadere programmatische invulling en uitvoering kan worden gegeven aan ‘Blue Economy’, teneinde een economische impuls te bewerkstelligen voor Bonaire;
• De wijze van verenigen, mobiliseren en coördineren/aansturen van lokale belanghebbenden bij ‘Blue Economy’;
• Het verweven van bestaande (lokale) initiatieven met een programmering voor ‘Blue Economy’
• Het zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking op de diverse deelgebieden van ‘Blue Economy’ met andere Caribische eilanden, waaronder in het bijzonder Aruba en Curaçao.

Begin van de zomer wordt duidelijk of bovengenoemde ambities op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.

[van Bonaire Vandaag, 17 maart 2014]


woensdag 5 maart 2014

La Princesa PdVSA

Curaçao, Raffinaderij. Foto © Nu.nl

door Fred de Haas

Terwijl men op Curaçao in de startblokken staat om een delegatie van het Venezolaanse Staatsoliebedrijf PdVSA ‘met alle égards’ te ontvangen, in de hoop dat deze delegatie een vaag ‘Memorandum of Understanding’ ondertekent, kan het voor een beter begrip geen kwaad om onze blik op de situatie van PdVSA in de wereld en in Venezuela enigszins te verruimen.

Om maar meteen met het minder goede nieuws in huis te vallen: PdVSA werd in 2013 door PLATTS (de Global Energy Company Rankings) niet meer opgenomen in de eervolle top 250 van oliemaatschappijen in de wereld. Waarom niet? PdVSA is de melkkoe van de Venezolaanse regering die voor haar inkomsten bijna 100 procent afhankelijk is van de export van olie. Er worden miljarden dollars door de regering illegaal afgeroomd van de verdiensten van het genationaliseerde oliebedrijf. Die miljarden staan niet vermeld in de Venezolaanse rijksbegroting (daarom zijn ze illegaal) en worden onder andere gebruikt om vriendjespolitiek, cliëntelisme (politieke klantenbinding) en corruptie in stand te houden.
Door deze praktijken is PdVSA in grote financiële moeilijkheden geraakt en, in plaats dat de oliemaatschappij geld naar de Banco Central (Centrale Bank) overmaakt, schiet de Centrale Bank PdVSA te hulp en laat, bij gebrek aan deviezen, de geldpers onbekommerd draaien. Het gevolg hiervan is een gigantische inflatie.

Curaçao moet zich ervan bewust zijn dat PdVSA er in deze omstandigheden weinig of niets voor zal voelen om in de raffinaderij op het eiland te investeren. De maatschappij heeft ook geen geld om fatsoenlijk onderhoud aan de raffinaderij te bekostigen waardoor er onveiligheid en een lagere productiviteit ontstaan. Om nog maar te zwijgen over de uitstoot van giftige stoffen waarvan de Curaçaose bewoners die op de ‘verkeerde’ plek wonen de dupe zijn. Men schat het aantal Curaçaose doden ten gevolge hiervan op negen per jaar.

Curaçao: een containerschip vaart het Schottegat uit. Foto © Michiel van Kempen


De Venezolaanse olie voor China en de bevriende landen van Petrocaribe (leden: Antigua en Barbuda, de Bahama’s, Belize, Cuba, Dominica, Grenada, Guatemala, Guyana, Haïti, Honduras, Jamaica, Nicaragua, de Dominicaanse Republiek, San Cristóbal en Nieves, San Vicente en Las Granadinas, Saint Lucia, Suriname en Venezuela zelf) is spotgoedkoop. Niettemin is er geen garantie dat die landen hun geldelijke verplichtingen jegens PdVSA nakomen.

De Venezolaanse gasproductie is drastisch verminderd, wat onder andere te maken heeft met het ontslag in 2003 van 18.000 arbeiders en leidinggevenden die in dienst waren van PdVSA. Venezuela moet gas uit Colombia importeren.

Omdat de benzine (die wordt geïmporteerd uit de Verenigde Staten) spotgoedkoop is voor de Venezolaanse automobilist (één cent per liter), kan deze dus bijna gratis tanken. Benzine wordt daarom ook als smokkelwaar voor veel geld aan naburige landen verkocht en genereert geen inkomsten voor de regering. Deze is huiverig om de benzine te gaan belasten omdat dit te veel stemmen zou gaan kosten. Maar vanwege die idioot goedkope benzine loopt de Venezolaanse regering zo’n 12 miljard dollar per jaar mis.
Orlando Ochoa, professor in de Economische wetenschappen aan de Universidad de los Andes heeft berekend dat Venezuela met inbegrip van de schuld van PdVSA (meer dan 150 miljard dollar) een totale schuld heeft van meer dan 230 miljard dollar.

Een tankwagen van de Venezolaanse oliemaatschappij. Foto © Prensa


De ontwrichtende bolívar
De Venezolaanse regering voert sinds 2003 een strenge ‘controle’ uit op de wisselkoers van de bolívar en de voorraad deviezen (dollars, euro’s etc.). De officiële koers van de bolívar is (ongeveer) 6 bolívar voor een dollar, maar op de vrije markt krijg je wel 60-80 bolívar voor een dollar. Deze onevenwichtigheid is een bron van speculatie, corruptie en zelfverrijking van de kringen die dichtbij de regering staan. Hoe werkt dit?
Curaçao: "affakkelen" van de raffinaderij. Foto © Yudok

Om producten in te voeren heb je toestemming nodig van de regering om het voor de invoer van producten benodigde aantal dollars op te nemen. Wat gebeurt er nu? ‘Importeurs’ vragen toestemming om een grote hoeveelheid dollars bij de bank te kopen voor de invoer van een grote hoeveelheid producten. De Venezolaanse bank berekent de aanvrager 6 bolívar per dollar. Goedkoop voor de aanvrager. De truc is vervolgens om bijvoorbeeld maar de helft van de opgegeven hoeveelheid producten in te voeren. De ‘importeurs’ houden dus de helft van de gekochte dollars over die ze weer op de vrije markt verkopen voor een veelvoud van het bedrag waarvoor ze de dollars hebben gekocht. Zo worden ze vanzelf rijk.

Het is inmiddels duidelijk hoe het komt dat Venezuela vermeld staat als een van de meest corrupte landen van de wereld. Een land waarmee veel beleggers niets te maken wil hebben.
Venezuela staat nummer 160 op de ranglijst (die loopt van 1-175) van corrupte landen. Het land is nog corrupter dan Zimbabwe, Burundi, Paraguay en Oekraïne (Transparency International, 2013).
Foto © Yudok

La Princesa PdVSA, die bijna alle inkomsten van Venezuela genereert, heeft geen kleren aan.
Het is te hopen dat Curaçao (dat medio 2013 nog een A-rating en genereuze beoordeling kreeg van Standard & Poor’s) snel een andere investeerder vindt. In het licht van onderstaande aantekening van Standard & Poor’s zou het van wijsheid getuigen om binnen het Koninkrijk der Nederlanden te blijven, indien nodig met acceptatie van de door sommigen verfoeide Consensus Rijkswetten: ,,Standard & Poor's ratings on Curaçao are supported by its stable democratic parliamentary system and rule of law within the Kingdom of the Netherlands, its prosperous economy, high level of social development, and strong government balance sheet.” (New York, June 14, 2013, Standing and Poor’s Ratings Services).

[uit Antilliaans Dagblad, 5 maart 2014]

maandag 3 maart 2014

‘De nieuwe coöperatie tussen realiteit & utopie’

Foto Haidy Bissasar

door Joop Vernooij

De Vlaamse journalist Walter Lotens, die een zwak heeft voor Suriname en twee publicaties over land en volk op zijn naam heeft staan, Suriname in stukjes (2002) en Omkijken naar een revolutie (2004), heeft vorig jaar gepubliceerd over de coöperatie en alles wat ermee te maken heeft. De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie heet zijn boek. Hij heeft all over the world veel vormen van coöperatie ontdekt, meegemaakt en bewonderd. En heeft er systeem in gebracht, er een rode draad in gevonden of gebracht. In de continenten van Zuid tot Noord en van Oost tot West, heeft hij gereisd en is tot een bewonderenswaardige hoeveelheid gegevens gekomen, die hij wil delen. Hij noemt de publicatie niet wetenschappelijk, maar intussen... . Hij draagt een massa kennisbronnen aan.

Nieuw
Lotens is naar de nieuwe coöperatie op zoek gegaan - naar nieuwe vormen van samenwerken tussen mensen - die veel verder gaat dan de oude idee van coöperatie. De oude idee kunnen we deels terugvinden in wat genoemd wordt het coöperatiewezen van ons ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Het gaat dan voornamelijk over de samenwerking van mensen in de agrarische sector, omdat die manier van werken profijt oplevert. Lotens gaat verder en vindt nieuwe vormen van coöperatie, waar ook ter wereld. Ook in Suriname.
Lotens is in zijn boek helder van taal met soms een Vlaamse uitdrukking zoals ‘bollekens’ (p. 23), ‘ik stap af aan het stationnetje’ (p. 84) of ‘met een hoek af’ (p. 235). Hij geeft zijn Inleiding de titel: ‘anders gaan werken als concrete utopie’, het thema van zijn verhaal.

Indeling
Het boek heeft hoofdstukken met een theoretische invalshoek en met vijfendertig ‘Stopplaatsen’ in de verschillende hoofdstukken. Dit zijn concrete stukjes tekst van schrijvers uit de hele wereld over dit onderwerp. Ze zijn geografisch bedoeld maar ook betreffende plaatsen waar anders gedacht wordt en waar mensen anders in het leven zijn gaan staan. Belgiё is als het ware de basisstandplaats. Hij heeft er drie Belgische experts bij gehaald: Rik Pinxten met het ‘Voorwoord’, Bob Docx met het ‘Nawoord’ en Wim van Opstal heeft een bijdrage met een analytisch verhaal over de coöperaties in Belgiё.

Nieuwe wereld
Lotens ontdekte in zijn woonplaats Borgerhout (bij Antwerpen) en elders in de wereld een veelheid aan georganiseerde activiteiten die veel verder reiken dan het vroegere begrip van coöperatie oproept, als een samenwerkingsverband van spaarders, mensen met bankzaken. Tegenwoordig gaat het over een nieuwe benadering van vaak gedwongen samenwerking rond landeigendom, productie van ‘gron nnyan’, nutsvoorzieningen, huizenbouw, buurtbelangen. Ik zelf doe mijn boodschappen bij ‘de Coöp’. In dit verband noemt de schrijver wat Suriname betreft, de kasmoni (pp. 201-204): het proefschrift van Aspha Bijnaar, de activiteiten van Godo en de initiatiefnemer CarlhoWijdh (pp. 196-201), het aloude en zeer bruikbare gotong royong-systeem of mechanisme en de gedachten van ontwikkelingswetenschapper Maureen Silos (pp. 254-258). Vanuit wereldwijd perspectief is er dus wat dat betreft best wat te doen hier zonder tekort te doen aan de bestaande goed functionerende coöperaties als die van Kwatta, de Agro Coöperatie Corantijnpolder, de Cawovan Lelydorp en de andere organisaties van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. En menigeen kan zich de Algemene Vereniging van Krediet Coöperaties nog voor de geest halen.

Guyana. Foto Marina Caf
Buurland
Guyana heet officieel de Coöperatieve Republiek Guyana. Leuker kunnen we het niet maken. We kennen als vorm van samenwerking de crowdfunding en recentelijk de bitcointoestanden. Een interessante en recente coöperatie is die van prostituees die van hun plaats verdreven werden en de strijdvaardige coöperatie Macha’s oprichtten.

Nieuwe visie
In de huidige wereld komen allerlei vormen van samenwerking boven om het hoofd te bieden aan nood, aan machtsobstakels en aan de behoefte zaken echt anders dan voorheen te organiseren. De coöperatie heeft alles te maken met democratie, het volk van de basis aan de macht. Dat heeft weer te maken met een gezonde vorm van bewustwording en de kracht van bundeling van mensen en doelen. Wel op kleine, te overziene schaal met duidelijke, tastbare doelstellingen.

Lotens ziet dus in de wereld een nieuwe beweging, die hij op goede gronden heilzaam vindt. Bij zijn reizen over de wereld, twittert hij als het ware over hetgeen hij aantreft en gaat op zoek naar de achtergronden en wat de mensen beweegt. Hij heeft oog voor de rol van de economie, de plaats van de overheid, de aanpak van maatschappelijke problemen, de maatschappijverandering, de arbeidersbeweging en de positie van de geldbanken. Hij en de schrijvers van de ‘Stopplaatsen’ gebruiken daarbij min of meer spannende titels als ‘Griekse aardappelbeweging wint aan kracht’, ‘Coöperaties in de overgangs-economieën’, ‘Wrikkers en krikkers in de marge’, ‘Kuidenthee uit Potosi’, ‘Alternatieve buurtmunt kent groot succes’, ‘Spanjaarden gaan crisis te lijf met gemeenschappelijke moestuin’ of ‘Bruto Nationaal Geluk van Bhutan’.

Het boek geeft geen saaie opsomming van feiten; die worden steeds geplaatst in de context van mensenlevens. Walter Lotens ziet het voordeel van samenwerking duidelijk in en geeft voorbeelden, niet alleen omdat de nood erom vraagt maar ook omdat samenwerking een nieuwe vorm van economie kan en moet zijn. Hij toetst dat aan de realiteit en aan de verwachtingen die mensen van samenwerking hebben. Dus op weg naar een nieuwe levenswijze, een nieuwe stijl van leven met goede papieren. De Belgische experts ondersteunen zijn visie en zelf beveelt hij deze nieuwe kijk op leven en samenleven van harte aan. Het is zoals een bord bij de Palmentuin en ’t Vat aangeeft, uitschreeuwt: ‘Success comes through collaboration’ (=coöperation). Dus niemand hoeft meer met een bord voor haar/zijn kop te lopen.

Kortom: een visie die het ook hier goed zou kunnen doen nu er allerwege gezocht wordt naar een andere levensorde of -ordening. En Lotens heeft het verwoord op een aangename manier. Hij is alweer aan een volgend boek bezig.

Walter Lotens: De Nieuwe Coöperatie. Tussen realiteit & utopie, 288 pp.. Leuven: LannooCampus, 2013. ISBN 978 94 014 1326 8



woensdag 26 februari 2014

Geen zee te diep

De heren van Bluerise voor hun prototype: v.l.n.r. Remi Blokker, Paul Dinnissen,
Diego Acevedo, Berend Jan Kleute. Foto © Mineke de Vries

door Mineke de Vries

Vrijwel altijd schijnt de zon, vrijwel altijd waait de wind. Belangrijke leveranciers van duurzame energie op de eilanden. Echter, ze zijn er niet altijd. Wat er wel altijd is, is het koude water uit de diepte van de oceaan, water dat met gemak vele malen het eiland Curaçao van energie kan voorzien. Als één van de weinige op de wereld is Curaçao bezig met het gebruik van deze energiebron, wat naar verwachting in 2015 een feit is bij de airport. Naast koeling en energie kunnen bovendien tal van bedrijfsactiviteiten worden gekoppeld aan dit slimme maar eigenlijk zo simpele principe.
 
Het prototype van het station staat opgesteld
 in een hal van de TU Delft. Foto © Mineke de Vries
Een buis van zes kilometer lang met een doorsnee van een meter wordt op een diepte van zo’n duizend meter op de bodem van de oceaan geplaatst. Drijvend tussen twee sleepboten wordt deze in secties van een paar honderd meter naast elkaar over de oceaan naar Curaçao vervoerd, mocht hij niet op het eiland zelf gemaakt kunnen worden. Door de buis - vervaardigd van hoogwaardig polyethyleen, waarvan ook frisdrankflessen en rioolbuizen worden gemaakt - wordt dieptewater van zo’n vier graden Celsius opgepompt en na gebruik voor koeling en energieopwekking teruggevoerd naar een oceaanlaag die qua temperatuur vergelijkbaar is met het gebruikte opgewarmde water, dit om de ecologie niet te verstoren.
Ingenieurs rekenen momenteel exact uit op welke plaatsen de buis op de bodem van de Curaçaose zee moet worden bevestigd en verankerd, rekening houdend met rotsblokken en hoogteverschillen ter plekke. Vorig voorjaar bracht een Amerikaans bedrijf met boten de zeebodem met behulp van sonar in beeld, op basis waarvan het tracé van de buis wordt bepaald. Na het laatste technische ingenieurswerk kan de productie een aanvang nemen.

Koudwaterinfrastructuur
Het plan vindt naadloos aansluiting bij de plannen van de overheid. Tijdens een indrukwekkende presentatie van minister Martina van Economische Zaken tijdens zijn bezoek aan Nederland eind februari 2013, was dit één van de innoverende projecten. Het laatste half jaar is besteed aan het samenbrengen van gebruikers van de koeloperatie, vooralsnog Curaçao Airport Partners (CAP) - de uitvoerder van initiatiefnemer Curaçao Airport Holding - en CTEX, het meest geavanceerde datacentre van de Cariben en Latijns Amerika. Ook Swissport aircargo service met een groot koelcentrum en Hato Handling - en wellicht FOL operations, met een locatie net even naast de airport - sluiten zich naar verwachting aan: het gebruik van deze nieuwe koeling is een voordeliger alternatief dan alle huidige eigen airco-units. CAH tekende inmiddels een aantal contracten voor koeling met de eindgebruikers en investeerde bovendien reeds anderhalf miljoen, wat zekerheid biedt over doorvoering van de plannen.
 
Hato. Foto © Michiel Bijkerk
Het gebied dat is ingericht voor de te plaatsen buis en installatie is gesitueerd ten oosten van de airport. De capaciteit is ruim voldoende om het begin van de landingsbaan bij de vlakte van Hato te bereiken en datzelfde stuk oostwaarts, maar ook het binnenland in. Een mogelijkheid om toegang te krijgen tot deze nieuwe manier van koeling ligt binnen handbereik voor bedrijven die binnen deze vijf kilometerstraal van koudwaterinfrastructuur liggen.

Briljante breinen
De breinen achter dit concept verenigden zich in Bluerise, een bedrijf dat werkt vanuit een unit in de Yes!Delft, een aan de TU Delft gelieerd complex met zo’n honderd bedrijven dat afgestudeerde ingenieurs de kans biedt briljante ideeën in hun eigen bedrijf te commercialiseren. Remi Blokker van Bluerise: “Dit project op Hato moet gezien worden als pilot om de wereld te tonen dat het technisch kan. Qua schaalgrootte is de kleinste schaal die commercieel gezien zinnig is om te bouwen in energieopbrengst vergelijkbaar met de windmolenparken op Curaçao.” Er is dus nog zoveel meer potentie. “We spreken natuurlijk ook met Aqualectra, die al langer aan dergelijke projecten bij Piscadera werkt, voor de hotels daar en wellicht het ziekenhuis, als dat in Otrobanda blijft. Daarnaast spreken we met de UNA: de Jan Noorduynweg is technisch net te bereiken met de geplande capaciteit op Hato. In die zin uitermate interessant het nieuwe ziekenhuis op deze locatie te bouwen.” Verder denkend zou een station bij Oostpunt kansen bieden: de oceaan gaat daar snel de diepte in, je kunt rondom betrekkelijk korte buizen plaatsen die een enorme capaciteit opleveren.” Bij Bluerise zitten mensen die veel zien in Nederlands/Caribische samenwerking, maar die in plaats van Nederlandse oplossingen naar de Cariben brengen gezamenlijk Nederlandse kennis willen toepassen op locale condities.
 
Het prototype van het station. Foto © Mineke de Vries
Het begon toen Berend Jan Kleute (MSc Offshore Engineering) in 2009 met vier studenten bij een project bij Piscadera werd betrokken. Blokker kwam hem kort daarna op het spoor via TU Delft en raakte zo gefascineerd dat hij na de verkoop van zijn IT-bedrijf zijn Masters behaalde in Business in Energy Systems en met Kleute, Acevedo en Dinnissen (Internet Entrepeneur) Bluerise opstartte. Kleute presenteerde het jaar daarop zijn plannen op een conferentie in de VS en zo kwam Bluerise in aanraking met de wereld van Ocean Thermal Energy Conversion (OTEC), wat hen inmiddels zowel in de VS als in Europa een innovatieprijs opleverde.

Eenvoudig principe
“Het principe van een raket is simpel, maar aan het uitwerken komt heel wat denkwerk te pas”, aldus Blokker. “Zo is ook dit principe eenvoudig - bovendien zijn de risico’s zeer gering - , maar het ingenieurswerk, bedenken hoe je het station bouwt, de buis plaatst, is een tweede verhaal.” De buis wordt met betonnen ringen, die plat zijn aan de onderkant op de bodem verankerd en op plaatsen waar de bocht te groot is, worden aan betonnen blokken op de bodem touwen gespannen naar de buis om die daarmee op zijn plek te houden. Dit betekent exact rekenen, er mogen geen fouten gemaakt worden. “De buizen op zich zijn niet spectaculair, ze worden ook gebruikt voor riolen en waterleidingen, maar de doorsnee van een meter is wel fors, alhoewel er op Aruba nog grotere mogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld Palm Beach - om alle hotels van koeling te kunnen voorzien - waar een diameter van twee meter nodig zal zijn.” Overigens zijn de buizen vrijwel onverslijtbaar, gezien het feit dat degene die in de jaren tachtig in Hawaï zijn gelegd nog geheel gaaf zijn. Ook het huidige project moet minstens twintig à dertig jaar lopen. In tegenstelling overigens tot zonnepanelen of windmolens is de koudwaterenergie niet ‘zichtbaar’ in het landschap.

Foto © Bypass
Diepzeewatergezichtsmaskers
In Hawaï, Japan, Taiwan en Korea zijn dergelijke stations reeds in gebruik. Blokker: ‘’Ze bieden een prachtig voorbeeld van toepassingen die ook Curaçao kunnen verrijken. Naast een duurzame manier van koeling hebben we namelijk ook te maken met bijzonder zuiver water.” Het is het principe van de thermohaline circulatie: het opgewarmde zeewater uit de tropen (Indische Oceaan, Pacific, Caribische zee) gaat in de warme golfstroom naar de polen; in geval van de Antillen via Europa naar de Noordpool. Hier koelt het af en aangezien koud water een hogere dichtheid heeft dan ijs (dat drijft), zinkt het naar de bodem van de oceaan en glijdt van daaruit als onderstroom terug naar de tropen. Gaat het water in een dunne, smalle en daardoor snelle band richting de polen, de weg terug is de watermassa uiterst massief en legt deze weg in niet minder dan duizend jaar af. Water dat we van die diepte oppompen is zodoende nog niet met industrie en dus vervuiling in aanraking gekomen. Terwijl hij de producten op tafel zet, vertelt Blokker: “In Hawaï wordt dit uiterst zuivere water - voor hen uit Groenland afkomstig - ontzout en gebotteld onder namen als Pure Diamond en Kona Deep. Maar het restproduct, het onttrokken zout op zijn beurt bevat een enorme hoeveelheid rijke voedingsstoffen, vanwege het uit hogere oceaanlagen gedaalde organisch materiaal. Van deze restproducten maken ze in Taiwan gezichtsmaskers en lotions: Deep sea water moisture essence.” Het lijkt wellicht toekomstmuziek voor Curaçao, maar de realiteit ervan is heel dichtbij.

Agri- en aquacultuur
Oftewel, is het opgepompte water eenmaal gebruikt voor koeling, blijft er tal aan toepassingen over om met het water te doen. Op de kaart is een gebied van twintig hectare uitgestippeld voor het Ecopark, waar verschillende mogelijkheden zijn ingetekend. Diego Acevedo (MSc Sustainble Energy Technologies) van Bluerise legt uit: “In kassen kunnen we planten, groenten en fruit verbouwen die niet op het eiland groeien. Kan het eiland ze zelf leveren, betekent dat uiteraard een enorme kostenbesparing ten opzichte van de import van deze producten: gewassen kunnen tot veertig procent goedkoper worden geproduceerd. Daarnaast zijn er mogelijkheden om in deze gecontroleerde gekoelde omgeving - met ook nog eens brandschoon water zonder zware metalen, bacteriën of virussen - hoogwaardige vis te kweken, die normaal niet voorkomt in de tropische omgeving, en niet te vergeten algengroei, biobrandstoffen en farmaceutische producten.” Al genoemd zijn de cosmetische producten en mogelijkheden van het pure zuivere water. De bedrijvigheid is tenslotte aanjager voor de locale arbeidsmarkt. De bouw van de installatie en het aanleggen van de buis zijn voor lokale aannemers werkgenererend, maar belangrijker nog, duurzame arbeidsplaatsen zijn te vinden in onderhoud van het station - waarbij te denken valt aan geschoolde monteurs van olieplatforms, de Isla - maar ook in de lokale bedrijfsactiviteiten die ermee gepaard gaan.
De grond van het Ecopark is eigendom van Curaçao Airport Holding, die kavels verhuurt aan lokale partijen die bedrijfsactiviteiten willen ontwikkelen en daarmee toegang krijgen tot het koude water. Ook Bluerise is proactief in het benaderen van partijen in agri- en aquacultuur.

Het pure zuivere water uit de diepte van de oceaan
 kan worden gebotteld en van het restproduct
 van het ontzilten worden cosmeticaproducten gemaakt;
in Taiwan gebeurt het al. Foto © Mineke de Vries

Blokker: “In dit geheel is het tevens een enorme kans, zo niet noodzaak om te praten met de UNA. Het lijkt ons van groot belang dat de UNA minstens één leerstoel besteedt aan Ocean Energy Applications; het is technisch dusdanig interessant, dat je buitenlandse talenten naar Curaçao kunt halen voor research of om hun master te behalen. Maar ook het feit dat flink wat Antilliaanse studenten in Delft zo graag terug naar huis willen, betekent voor het eiland een unieke mogelijkheid om eigen kapitaal aan kennis terug te halen.

OTEC rendabel
Naast koelen is opwekken van elektriciteit één van de belangrijkste toepassingen. Aangezien de wereld voor zeventig procent uit water bestaat, is de oceaan onze grootste zonnecollector. Deze vorm van energieopwekking maakt gebruik van het temperatuurverschil tussen het warme oppervlaktewater en het koude dieptewater. Acevedo: “Netto wordt de oceaan hiervan niet veel warmer of kouder, hooguit wordt op een bepaalde laag warmte of kou toegevoegd. Dat kan een reden zijn voor een onderzoeksprogramma om bedreigde koralen weer te laten groeien en restocking programs om visstanden aan te zuiveren, wat in Japan al wordt gedaan.” Het werken met OTEC is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat Bluerise de gemeenschap erbij betrekt, het verschil met een bedrijf als Lockheed. Blokker: “Onze vraag was hoe je OTEC rendabel kunt maken zonder enorme risico’s te lopen. De meeste OTEC-partijen hebben plannen voor gigantische installaties voor honderden miljoenen dollars voor de klant zonder zelf risico te lopen. Dat is een reden dat het tot nu toe niet echt van de grond is gekomen.”



De kennis van koude onderstromen (met een temperatuur tot nabij het vriespunt onder duizend meter) en warme stromen met hooguit wat menging door de golven was al bij Jules Verne bekend getuige de feiten uit zijn boek Twintig duizend mijl onder de zee (1860). Eind 19e eeuw becijferde de Franse professor Jacques Arsène d’Arsonval de gegevens en was daarmee de bedenker van OTEC. Rond 1930 bouwde de Fransman Georges Claude - tevens uitvinder van neonlicht - op Cuba een heuse installatie, die ten onder ging door een zware storm. Volgens hetzelfde principe bouwde hij op een schip een installatie voor het produceren van ijs, gezien de behoefte voor het koelen van voeding. Uit angst dat anderen er met zijn idee vandoor gingen, blies hij uiteindelijk de boot op. Het duurde tot na de oliecrisis dat Nixon het Independance-project  afriep, waarbij de VS binnen tien jaar onafhankelijk moest zijn van olie. Er waren grootse plannen voor een project langs de gehele kust van Florida, maar gebrek aan ervaring deed deze plannen in het water vallen.

Het goud ligt in de oceaan. Foto © Oro
Toekomst voor Curaçao
We zijn vele jaren verder, inmiddels staat er in Delft een prototype van het station, waar momenteel de hand wordt gelegd aan de laatste testen en proeven en waar desgewenst professoren worden betrokken bij de uitwerking van de finesses. Het proefstation is opgesteld in een immense hal van de TU Delft, waar genieën bouwen aan diverse noviteiten en uitvindingen.

Van alle uitvindingen wordt deze in elk geval realiteit. Curaçao als voorbeeld voor de Cariben, voor de wereld? We krijgen te maken met enorme besparingen en fantastische uitdagingen: dat alles te danken aan de peilloze dieptes van de schone oceaan die ons eiland omringt.

Herrenberg presenteert boek over ondernemingsraad

Henk Herrenberg. Foto ANP
De ondernemingsraad nu ook bij ons voor een moderne vakbeweging is de titel van het boek dat oud vakbondsleider en schrijver Henk Herrenberg aanbiedt aan de samenleving op 25 februari. 
Het voornaamste doel van het schrijven van dit boek is het overdragen van vakbondskennis aan de jongeren, deelt de schrijver mee. Ook is getracht om voor de arbeidersklasse de mogelijkheden voor een modernere kijk op de 
vakbeweging vast te leggen.

Herrenberg voorspelt dat zijn lang gekoesterde droom voor de vakbeweging, namelijk de ondernemingsraad, in vervulling zal gaan met de overname van de bacovenbedrijven te Jarikaba en Nickerie door het Belgische Univeg.  Hij benadrukt wel dat deze 'eerste ondernemingsraad' niet klakkeloos moet worden overgenomen maar opgezet en gevormd moet worden door 'Surinaamse karakteristieken'. Herrenberg vindt dat door de ondernemingsraad, arbeiders een gelijkwaardige partner vormen binnen de organisatie.


Dit boekje is te koop voor SRD 10.

De verkooppunten van dit boek op 25 februari zijn: Palmentuin, OCER, Stibula, Plein van de Revolutie en de markt in Nickerie.


[uit Starnieuws, 25 februari 2014]


maandag 3 februari 2014

Zijderoute in Hermitage Amsterdam


De tentoonstelling Expeditie Zijderoute. Schatten uit de Hermitage vanaf 27 februari geeft een breed overzicht van ’s werelds beroemdste handelsroute en haar rijke culturele erfenis.

In 1877 introduceerde de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen de naam ‘Grote zijderoute’ voor een keten van eeuwenoude handelsroutes via Centraal-Azië, tussen het Verre Oosten en het Westen. Ruim zeventien eeuwen was de Zijderoute het grootste handelsnetwerk ter wereld. Karavanen van soms wel duizend kamelen, paarden, ossen en ezels vervoerden goederen, kunstvoorwerpen en ideeën van oost naar west en van west naar oost, door woestijnen en over hooggebergtes.

Kamelenkaravaan op de zijderoute

Aan het eind van de negentiende eeuw werden de eerste opgravingen georganiseerd, vooral door Russische expedities. Er werden verdwenen steden, kloostergrotten en begraafplaatsen blootgelegd in Mongolië, West-China, de Centraal-Aziatische republieken, tot in de Kaukasus. Vele schatten, daterend van ver voor Christus tot de middeleeuwen, verschenen vanonder het zand. Muurschilderingen, zilver, goud, beschilderd zijde, beelden en sieraden, allemaal van hoge artistieke kwaliteit en getuigend van een betoverende culturele en religieuze uitwisseling. Verloren steden kregen weer glans: Khara-Khoto, Panjakent, Varakhsha. Oude, soms vergeten rijken keerden terug op de kaart: Sogdië, Parthië, Ustrushana.

Wat de Zijderoute aan de Russische onderzoekers prijsgaf is vanaf 1 maart, aan de hand van ruim 250 schatten uit de Hermitage St.-Petersburg, aan de Amstel te ontdekken. De 250 objecten van zeldzame schoonheid worden tot en met 5 september 2014 getoond.

Neelie Kroes opent op donderdagavond 27 februari aanstaande de tentoonstelling. Neelie Kroes is een VVD-bitch, Vice-President van de Europese Commissie en Commissaris Digitale Agenda.

zaterdag 1 februari 2014

De EBGS stond altijd al buitenspel

Illustrator Edward Wong Loi Sing geeft een toekomstbeeld van wat ooit
 Kersten Warenhuis was  



Paramaribo - De geheimzinnige verkoop van het Kersten Warenhuis aan zes Chinese ondernemers veroorzaakte een golf van verontwaardiging. De geschiedenis leert echter dat de Surinaamse EBG altijd al ‘buitenspel’ stond. “Daarom konden ze deze grap uithalen”, zegt socioloog en goed ingevoerde EBG-er Harold Jap A Joe.

In 1928 werd het bestuur van de EBGS en zijn eigendommen onder het gezag geplaatst van het Zeister Zendingsgenootschap met alle grote gevolgen vandien. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Zenderstichting der EBG, nu geheten de Moravian Church Foundation, opgezet. Met als doel de winsten van EBG-bedrijven eerlijk te verdelen onder de wereldwijde broedergemeentes. De werkelijkheid blijkt weerbarstiger.

In de jaren '80 was besloten om de aandelen van C. Kersten & Co te verdelen. 24 procent zou in handen komen van de Surinaamse EBG. Die overeenkomst is echter nooit uitgevoerd. Zo kon het gebeuren dat de verkoop van een stukje erfgoed met ook grote emotionele waarde geheel buiten Suriname om is gegaan. "Ze hebben gehandeld als plantage-eigenaren."
  
[uit de Ware Tijd, 01/02/2014]


donderdag 23 januari 2014

Aziatische tijgers, maar ook Afrikaanse leeuwen?

Modern Azië: The Esplanade, Singapore

De Illustre School Amsterdam organiseert een Bijzondere Lezing van prof. dr. Roel van der Veen op donderdag 6 februari om 17.15 uur in SPUI25: Aziatische tijgers, maar ook Afrikaanse leeuwen?
De afgelopen halve eeuw is uniek in de geschiedenis als het gaat om de leefomstandigheden van mensen op de wereld. Terwijl de wereldbevolking met hoge snelheid in omvang toenam, bleek het toch mogelijk de armoede terug te dringen en de kwaliteit van het leven van zeer velen te verbeteren. Het continent dat hieraan de grootste bijdrage leverde, is Azië. In steeds meer Aziatische landen ontsnapt de bevolking aan de eeuwenlange armoede en ontstaan samenlevingen die in meer of mindere mate als modern beschouwd kunnen worden. De Aziatische staten hebben in dit moderniseringsproces een centrale rol gespeeld. Zij hebben zeer concurrerende economieën het licht laten zien, die vanwege hun kracht en aanpassingsvermogen wel ‘tijgers’ genoemd zijn.

Afrika: stormwolken bij zonsondergang in Windhoek. Foto Bettery Magazine


Het continent dat in dezelfde periode vrijwel geen bijdrage leverde aan de mondiale afname van de armoede, is Afrika. Het percentage armen bleef daar rond de helft van de bevolking schommelen. In Afrika worden juist de staten vaak aangewezen als obstakels voor economische vooruitgang. Zij hebben – om in de beeldspraak te blijven – geen economische ‘leeuwen’ laten ontstaan.
Roel van der Veen zal in zijn lezing ingaan op de vraag waarom Azië zich in de afgelopen halve eeuw zo fundamenteel anders heeft ontwikkeld dan Afrika en hoe internationale factoren daarop van invloed zijn geweest. Daarbij zal hij ook aandacht besteden aan de recente positieve berichten uit Afrika: hoe passen die in het algemene beeld?

Over de spreker
Roel van der Veen werkt al 25 jaar voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegenwoordig als wetenschappelijk raadadviseur. Van zijn hand verschenen de boeken Afrika van de Koude Oorlog naar de 21ste eeuw (2002) en Waarom Azië rijk en machtig wordt (2010). Naast bijzonder hoogleraar Geschiedenis en theorie van de internationale betrekkingen aan de UvA is hij bijzonder hoogleraar Nederlands buitenlands beleid aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Aanmelden is verplicht en kan via www.SPUI25.nl


zaterdag 11 januari 2014

Kerkgangers smeken God hulp voor Kersten-gebouw

door René Gompers
 
Kerkgangers smeken de genade van de Allerhoogste af.
 Foto: René Gompers
De leden van de Evangelische Broedergemeente in Suriname (EBGS) hebben op vrijdagavond een gebedsdienst gewijd aan de 'Kersten'-kwestie. Vurig werd er in de 'Grote Stadskerk' geroepen tot God om het Kersten-gebouw in de boezem van de kerk terug te doen keren. Het zakenpand is zonder medeweten van het bestuur in oktober vorig jaar verkocht. De EBGS tast nog in het duister over de gang van zaken en over de koper.

Het gaat niet alleen maar om de emotionele en historische waarde, deelde Carl Breeveld mee. "Het gaat ook om een stukje cultuur. Kersten heeft langer dan tweehonderd jaar een positieve invloed gehad economisch, maatschappelijk en sociaal. Het pand is meer dan alleen de plaats van waar het zendingswerk begonnen is. Kersten heeft al die tijd ook het stadsgezicht helpen bepalen. Het is niet slechts een zaak van de EBG meer maar van het hele land", gaf Breeveld aan. Bij de dienst waren ook andere geloofsstromingen vertegenwoordigd. De verkoop van het warenhuis is door het Moravian Church Foundation gedaan. Dit is een werkarm van het Uniteitsbestuur, het overkoepelend orgaan voor alle EBG-gemeenten in de wereld. In november werd het Surinaamse bestuur per brief op de hoogte gesteld van de verkoop. Details werden ondanks correspondentie niet prijsgegeven.

Kersten, eerst warenhuis, toen een 'mall' met tientallen winkeltjes


Duidelijk signaal sturen
Clifford Marica, voorzitter van de 'Platform stuiting verkoop van Kersten', meldde dat de tijd is aangebroken om een duidelijk signaal te sturen naar het Moravian Church Foundation. Met een petitie zal de EBGS duidelijk maken aan het Uniteitsbestuur dat het gedrag van het Foundation niet langer gepikt wordt.
Het platform is een handtekeningenactie begonnen die tot 20 januari doorgaat. Ondertussen zijn er al meer dan achthonderd handtekeningen verzameld.

Met zang en gebed werd de genade van de Allerhoogste afgesmeekt. Gebeden is voor een ordelijke gang van zaken, het slagen van de handtekeningenactie, wijsheid en doorzettingsvermogen voor de leden van het 'Platform stuiting verkoop van Kersten' en om vergeving. "We onderkennen dat wij ook fouten hebben gemaakt", lichtte Breeveld toe. "We hebben zaken laten liggen, we hebben dingen 'for granted' genomen en daardoor dingen bewust en onbewust toegelaten. Daarom hebben wij ook gebeden voor herstel. Dat de gemeente eindelijk wakker wordt."

[van Starnieuws, 11 januari 2014]


zaterdag 4 januari 2014

Ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden

door  Nina Jurna

Rocinha
Voor de gemiddelde bewoner van de sloppenwijk Rocinha in Rio de Janeiro, is Suriname geen compleet onbekend land. De meeste bewoners uit deze grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika komen uit dezelfde streek als de Brazilianen die naar Suriname trekken: het arme platteland in het noordoosten van Brazilië. Ze trokken in de jaren zeventig en tachtig naar de steden Rio de Janeiro en São Paulo om hun geluk te beproeven, terwijl streekgenoten hun heil zochten in de goudsector in Frans-Guyana en Suriname. “Mijn oom zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je snel rijk worden’.” 

Nathan Bonifacio (35) staat bij de ingang van Rocinha naast zijn scooter. Achter hem staan nog minstens twintig scooters opgesteld. De bestuurders dragen oranje jasjes met het opschrift  ‘Mototaxi’ en laten de motor van hun scooter draaien. Voor twee reais (vier Surinaamse dollar) rijden deze scooterboys je rond in de wijk en naar het hoogste topje van de berg, met uitzicht over Rio de Janeiro. “Opschieten, anders neem ik die dame met de boodschappen mee”, roept Nathan en geeft gas. Spring snel achterop, dan begint het avontuur in Rocinha.
Rocinha

Behendig manoeuvreert Nathan zijn scooter over de steile smalle weg de wijk in. Rocinha ligt tegen een van de heuvels rondom Rio de Janeiro aan. We passeren moeders met kinderen, marktkraampjes met levende kippen, mannen die aan een bar staan en pure cachaça (rum) drinken om tien uur ’s ochtends. Kinderen spelen midden op straat een potje voetbal. Voor ons komt een enorme bus aangereden, maar Nathan laat zich niet afschrikken. Hij geeft gas en slingert soepel om de bus heen, verder naar boven de wijk in. Rocinha is de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Er wonen bijna driehonderdduizend mensen, meer dan in Groot-Paramaribo. En dat aantal stijgt nog steeds.
“Mijn vader komt uit Maranhão. Hij kon niet lezen en schrijven toen hij hier kwam in de jaren zeventig. Wij, mijn broers en ik, zijn hier geboren”, zegt Nathan. Zijn vader vond werk als klusjesman en werd later een van de vele portiers rondom de luxe flats bij de stranden Copacabana en Ipanema. Vanaf Rocinha nog geen half uur met de bus. Lezen leerde hij beetje bij beetje. “Zijn handschrift doet denken aan een kind van tien.”
 
Brazilianen in Suriname
Armen
Bij het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over de Cidade Maravilhosa, de wonderbaarlijke stad, zoals Rio de Janeiro ook wel genoemd wordt. De zon schittert over de Atlantische Oceaan, die vandaag blauwer dan ooit lijkt. In de verte pronkt het beroemde Jezusbeeld, met wijd open armen. “De armen hebben het mooiste uitzicht over de stad. Vroeger wilden de rijken hier wonen om hun villa’s te bouwen, maar in plaats daarvan hebben de armen hier hun krotten gebouwd”, zegt Nathan lachend.
Rocinha is een op zichzelf staande, eigen wereld. Een stad in een getto, zou je kunnen zeggen. De wijk ontstond rond 1920 en is opgebouwd door gelukszoekers uit het armste gebied van Brazilië, het noordoosten. De trek van het platteland naar de stad, die nog tot ver in de jaren tachtig doorging, deed de bijna duizend favelas, de sloppenwijken van Rio, verder uitdijen.
Braziliaansen in Suriname

Florerende seksindustrie
Uit het noordoosten trokken ook duizenden Brazilianen naar Frans-Guyana en Suriname, om daar in de goudvelden of de florerende seksindustrie geld te verdienen.  Staten als Pernambuco, Para, Piaiu, of Paraiba horen bij de armste gebieden van Brazilië. Meer dan 75 procent van de bevolking hier is analfabeet. In Pernambuco zijn honderden suikerplantages waar nog een verkapte vorm van slavernij heerst. Voor maar vijfhonderd reais per maand (negenhonderd srd), met tienurige werkdagen, wordt daar onder extreem zware omstandigheden met de hand suikerriet gekapt. Na een week controleert een opzichter of de werknemers genoeg hebben gekapt. Zo niet, dan wordt er op hun loon gekort. Grootgrondbezitters in de staat Para hebben macht over hun werknemers. Die bouwen vele schulden op bij hun baas, als ze niet aan hun vaste lasten kunnen voldoen. Een juk waar je vaak pas onderuit komt door weg te trekken, met de hoop op een beter leven in de grote steden. Of, zoals sinds de jaren negentig massaal gebeurt: naar Frans-Guyana of Suriname. “Ik heb twee ooms in Frans-Guyana. Een andere oom is vanuit Frans-Guyana naar Suriname vertrokken, omdat de goudmijn waar hij werkte illegaal was en er jacht wordt gemaakt in Frans-Guyana op illegale garimpeiros. Hij heet Leonardo Nascimento Filho. Er gaan verhalen in de familie dat hij rijk is en niet van plan is om terug te komen naar Maranhão”, zegt Nathan. “Ik kan hem geen ongelijk geven. Hier zou hij de zoveelste Braziliaan in een sloppenwijk zijn.”
 
Een Braziliaanse zwartrok in Suriname lijkt de Hitlergroet te brengen
Drugs
De situatie voor de Brazilianen in Suriname lijkt, ondanks spanningen en geweld rondom de goudvelden, een stuk veiliger dan in favelas als Rocinha. Veel sloppenwijken, ook deze, zijn thuishavens van rivaliserende bendes die de handel in drugs domineren. Hoewel nog geen drie procent van de bewoners in Rocinha rechtstreeks met de drugshandel te maken heeft, is de aanwezigheid van het heersende kartel met de naam Amigos dos amigos (vrienden van vrienden) goed zichtbaar. Vooral als de schemer valt. Groepen jongeren, vaak bewapend, struinen dan de straten af. Ze werken voor de plaatselijke drugsbaas, ‘Nem’, die de scepter zwaait in Rocinha.
Braziliaanse kerk in Suriname

Overdag is Rocinha een grote gezellige drukke buurt met schoolgaande kinderen, vrouwen die boodschappen doen en mensen in de rij bij de bank. Nathan liep tot een paar jaar geleden ook met een geweer rond, toen hij nog de persoonlijke lijfwacht was van de toenmalige bendeleider, de voorganger van Nem. “Ik werkte als traficante, drugsdealer. Ik was tien jaar lang zijn persoonlijke lijfwacht. Ik heb dingen meegemaakt en gezien die verder gaan dan films zoals Cidade de Deus of Tropa de Elite. Ik kon de wijk niet uit of ik zou opgepakt worden. Mijn vriendin en ik konden nooit een avondje naar de bioscoop en zelfs het strand was al riskant. Geld had ik genoeg, maar geen vrijheid.” In die tijd ontmoette hij ook zijn oom, die met kerst even terug in Brazilië was. “Wat indruk maakte, was dat hij met een zak vol speelgoed terugkwam voor de neefjes en nichtjes,  met drie mobiele telefoons en een flatscreentelevisie. Ik dacht: ‘je gaat als goudzoeker naar een onbekend land en komt terug met zoveel dure spullen. Dan moet het daar wel heel goed zijn’.” Zijn oom wilde Nathan toen meenemen om hem uit het drugscircuit te halen. “Hij zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden’.”
São Paulo. Foto © Rowan Sims

Dat zich in Frans-Guyana en Suriname inmiddels blijvend vele duizenden Brazilianen hebben gevestigd en er straten, zelfs woonwijken zijn waarop de Brazilianen zichtbaar hun stempel drukken, zoals de Anamoestraat of Prinsessestraat in Paramaribo-Noord, is volgens Nathan meer dan logisch. “Wat is het alternatief? Het is hier al overbevolkt, de sloppenwijken puilen uit. Een nieuw land, een nieuwe toekomst, waar je met duizenden landgenoten bent. Er is nauwelijks geweld, hetzelfde klimaat als het noordoosten en nog veel mogelijkheden. Brazilianen zijn harde werkers. Ze pakken alles aan, als er maar geld mee is te verdienen. In Brazilië is het leven keihard. In een samenleving waar het vreedzamer is, zijn wij succesvol. Bovendien heb je daar geen rivaliserende drugsbendes zoals hier. Hier weet je dat er iedere dag iemand vermoord kan worden die je lief is.”
 
Een Braziliaanse priester in Suriname
Verlost
Nathan ging niet in op het aanbod van zijn oom, maar stapte wel uit het drugscircuit. Met hulp van de immens populaire kerk ‘Assembleo de Deus’, een charismatische christelijke stroming die ook in Suriname populair is onder de Brazilianen. “Ik ben naar mijn baas gestapt en heb uitgelegd dat ik mijn leven in dienst van God wilde stellen. Eerst geloofde hij me niet, maar toen hij zag dat ik daadwerkelijk naar de kerk ging en bekeerd was, kreeg ik toestemming. Ik heb geluk gehad, want veel jongens lukt het niet om eruit te stappen.” Tegenwoordig werkt Natan nog steeds als bewaker, maar nu op een particuliere school in de rijke, nabijgelegen wijk Gavea.
Een ander groot voordeel voor de Brazilianen in Suriname is, dat ze in Suriname de mogelijkheid hebben om hun sociale klasse te ontstijgen. Brazilië is een klassenmaatschappij.  Een handjevol extreem rijken bezit het grootste deel van de landbouwbouwgronden en heeft veel politieke invloed. Onder voormalig president Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva lukte het ruim 25 miljoen Brazilianen vanuit armoede op te klimmen naar de middenklasse met speciale gezinsuitkeringen, de zogenoemde bolsa familia. Maar er leven nog altijd twintig miljoen Brazilianen in extreme armoede. Het merendeel woont in het noordoosten. Nathan: “Mijn oom schijnt een auto te hebben. Als hij in Maranhão was gebleven of naar Rocinha was gekomen, zou het hem als ongeschoolde man nooit zijn gelukt een auto te kopen. Lula heeft veel gedaan, maar niet genoeg.”

Het Braziliaanse model Luiza Freyesleben. Foto © Ford Models

Schoonheid
In een van de vele zijstraatjes van Rocinha, de Via Apia, poseert de beeldschone Gabriella (15) tussen het rondslingerende vuil. Fotograaf Jean Ribeiro ontdekte haar op straat, in de krioelende menigte van brommers, mensen en volgestampte marktkraampjes. Jarenlang werkte hij voor glossy magazines in Brazilië en maakte fotoshoots voor grote winkelketens zoals Lojas Americanas, de Braziliaanse variant van Kirpalani. “Allemaal interes-sant werk, maar toen ik voor het eerst in deze sloppenwijk kwam, viel ik als een blok voor de prachtige vrouwen en de filmische sfeer. Dit is een totaal andere wereld.” Onlangs heeft Jean ‘Studio Libra’ geopend, het eerste modellenbureau in deze sloppenwijk.
“De vrouwen hier zijn zo mooi vanwege de mix die hier is ontstaan. In het arme noordoosten heb je veel mensen met Indiaanse en blank-Europese roots. Je ziet dat duidelijk in staten als Para en Pernambuco. Maar in Bahia wonen weer overwegend mensen van Afrikaanse afkomst. Al deze verschillende mensen zijn hiernaartoe getrokken en je hebt daardoor een bijzondere mix gekregen. En schitterende vrouwen.”
Het Braziliaanse model Lais Ribero

Het doel van Ribeiro is om de modellen in hun eigen leefsituatie te fotograferen. Schoonheid in de sloppenwijken, zeg maar. Dus maakt hij de omgeving waar Gabriella in poseert niet mooier, maar fotografeert hij haar in de rommel. “Dit is onze realiteit, waarom moeten we ons daarvoor schamen?”
Gabriella moet eraan wennen dat ze nu plotseling model is. Ze zit nog op school en laat zich pas na schooltijd fotograferen; studeren gaat voor. Haar ouders komen uit Belém. Van haar vader heeft ze al jaren niets vernomen.  “Hij is vertrokken naar Frans-Guyana of Suriname om daar te gaan werken. ‘Je vader werkt in het goud’, zegt mijn moeder altijd. Waar precies, weet ik niet. Hij stuurt nog steeds af en toe geld, maar ik heb hem al jaren niet gezien.”
Over Suriname herinnert ze zich het nieuws uit 2009, toen er rellen uitbraken in Albina tussen de lokale bevolking en de Braziliaanse goudzoekers. Er vielen doden en Braziliaanse vrouwen deden aangifte van verkrachting. “Je zag dat toen hier ook op het journaal. Ik dacht: Zit mijn vader erbij? Inmiddels weet ik dat hij nog leeft. Maar contact hebben we niet.”

Brazilianen in Suriname

  
Vredespolitie
Sinds 2009 worden de Braziliaanse sloppenwijken schoongeveegd met het oog op het WK (2014) en de Olympische Spelen (2016) die in Brazilië worden gehouden. Het leger en de politie proberen de drugsdealers uit de wijk te krijgen, om er vervolgens een eenheid te plaatsen van de zogenoemde ‘Vredespolitie’. Dit zijn speciaal getrainde politieagenten, maar met een menselijker en socialer gezicht. Door de favelas te ‘pacificeren’, zoals dit proces genoemd wordt, ontstaat er een leefbare situatie. Het streven is om geweld en drugs uit de wijken te verbannen, zodat Rio de Janeiro veiliger wordt voor de geplande festiviteiten. Wijken zoals Cidade de Deus (Stad van God), ooit een van de beruchtste sloppenwijken en het decor van de beroemde gelijknamige film, zijn nu rustig. De laatste grote inval in een sloppenwijk was vorig jaar november, toen het leger en de politie met tanks Vila Cruzeiro en Complexo Alemão introkken om de drugsbendes op te jagen. Rocinha is nog niet gepacificeerd en in handen van drugsbendes, maar de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, heeft aangekondigd dat binnen een paar maanden ook Rocinha wordt binnengevallen en schoongeveegd.


[uit Obsession, 30 november 2013]

zondag 24 november 2013

Adhin ingenomen met herziene versie boek Maikoe

Minister Adhin neemt een exemplaar
 van de herziene versie van Wegwijs in het
 economisch leven
'in ontvangst van
 auteur Dewandra Maikoe. (Foto: Minov)
Minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling en directeur Kenneth Biervliet hebben hun waardering uitgesproken over de gewijzigde versie van het boek 'Wegwijs in het economisch leven' van Dewandra Maikoe. De bewindsman ontving een exemplaar van het herziene boek. Bij deze versie van het boek is alle commentaar op de eerdere publicatie meegenomen. De bedoeling is dat deze na screening door de afdeling Inspectie in het onderwijs wordt gebruikt. Maikoe is vrij lang bezig met het pennen van studieboeken en richt zich voornamelijk op het vak Economie. De auteur wees op het belang van boeken die op grond van Surinaamse standaarden zijn geschreven. Volgens de inmiddels gepensioneerde docent bestaat er een enorme behoefte aan boeken die gefocust zijn op de Surinaamse leer- en leefsituatie. “Studenten herkennen en begrijpen zaken uit hun eigen omgeving eerder”, zegt de schrijver. Adhin prees Maikoe voor zijn werk. Dit is het bewijs dat Surinamers in staat zijn om gefaseerd eigen boeken te schrijven. Hij dankte de schrijver voor zijn bijdrage aan het onderwijs, meldt het ministerie in een persbericht.

[uit Starnieuws, 24 november 2013]

zondag 17 november 2013

Mammoet transport zorgt voor stroomonderbreking districten


Een groot deel van het verzorgingsgebied van de Energie Bedrijven Suriname (EBS) zal zondag geen elektriciteit hebben. Het gaat om delen van Paramaribo, Para, Wanica, Saramacca en Commewijne. Zondag wordt een machine (dredge) van Suralco/Boskalis vervoerd. Technisch directeur van EBS, Marcel Eyndhoven, zegt aan Starnieuws dat niet exact kan worden aangegeven welke delen geen elektriciteit zullen hebben. Vanaf 2 uur in de nacht tot 10.00 uur 's morgens zullen de Winston Chirchillweg, Domburg, Meursweg, Kennedyweg, Rijsdijk, Republiek, Zanderij , Colakreek en Matta geen spanning hebben. Naast Para, zullen van 9.00 uur tot 16.00 uur, ook bepaalde gebieden in Groot-Paramaribo niet over stroom beschikken. Eyndhoven zegt dat het gaat om ruim dertig procent van het verzorgingsgebied van de EBS. "Als mensen zuinig zijn met stroomverbruik, hoeven minder gebieden te worden uitgeschakeld", deelt Eyndhoven mee. Afhankelijk van het verloop van het transport van de machine, kan de stroomonderbreking eerder worden opgeheven.

Klik hier voor een filmpje van het transport, The Incredible Journey of a Boskalis Dredge

zaterdag 2 november 2013

Dr Miguel Goede over de toekomst van SIDS

Lezing dr. Miguel Goede over de toekomst van SIDS na 10-10-10
 
Miguel Goede
Vereniging Antilliaans Netwerk organiseert op vrijdag 15 november 2013 een lezing met de heer Dr. Miguel Goede met als titel: De toekomst van de Dutch Caribbean Small Island Developing States (SIDS) na 101010; kritische reflecties.

Tijdens de lezing wordt in gegaan op de specifieke situatie van alle zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Aruba heeft net verkiezingen achter de rug en het IMF rapport ligt op tafel. Bonaire probeert haar draai te vinden. Het eiland is de ban van bestuurlijke schandalen en processen tegen politici. Curaçao is na 050513 in een existentiecrisis. Sint Maarten heeft net een aanwijzing gekregen op het gebied van goed bestuur. Saba en Sint Eustatius zijn stil. Wat is er daar aan de hand? Hoe gaat dit allemaal nu verder?

Dr Miguel Goede is wetenschapper, strateeg, auteur en managementconsultant. Zijn onderzoeksgebied is goed bestuur en duurzame ontwikkeling van globaliserende kleine eilanden (SIDS) in het Caribisch gebied (bron: www.miguelgoede.com)

Als moderator zal tijdens deze bijeenkomst optreden de heer Walter Palm, ere lid van de Vereniging Antilliaans Netwerk.

Datum: vrijdag 15 november 2013
Locatie: Amsterdam (VAN)
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:30 uur
Entree: Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
Vooruitbetalen via bankrekening 58.58.50.321, 10 euro p.p. t.n.v. Vereniging Antilliaans Netwerk