zaterdag 2 juli 2011

De viering van 1 juli

door Jerry Egger

In 2013 is het 150 geleden dat de slavernij werd afgeschaft. Dat zal zonder twijfel een bijzondere viering worden. In hetzelfde jaar zijn er meerdere momenten die de nodige aandacht vragen. Het is ook 160 en 140 jaar geleden dat de eerste Chinese en Brits-Indische contractanten naar Suriname kwamen. Bovendien is al aangekondigd dat Suriname het Caribbean Festival of Arts (Carifesta) zal organiseren. Op politiek gebied is het de beurt aan ons land om het voorzitterschap van de UNASUR te dragen. Kortom, allemaal momenten die in 2013 ongetwijfeld flink wat - hopelijk positieve - internationale publiciteit zullen opleveren.

In het verleden heeft de dag van 1 juli altijd de nodige aandacht gehad. Twee momenten zullen kort worden belicht; 1913 en 1963 toen de afschaffing van de slavernij 50 en 100 jaar geleden was. De nadruk ligt vooral op de bijdrage van het culturele veld. Suriname was in de eerste helft van de 20ste eeuw geen bloeiende kolonie. Toch gebeurde er op cultureel gebied het nodige. De kranten van die tijd geven een beeld van activiteiten op toneelgebied, cabaret van Kruisland en de opkomende en zeer populaire bioscoopvoorstellingen. De herdenking van de emancipatie van 1913 heeft geleid tot een publicatie die een beeld geeft van wat er toen is gedaan. Dit boek van E.A. van Rossum, Emancipation Jubilee in Surinam, Dutch Guiana, heeft foto’s van het organiserend comité, liederen die toen werden gezongen en andere teksten rond deze viering. Er werden speciale liederen gecomponeerd die werden gezongen in de Grote Stadskerk van de EBG, de traditionele plaats waar de herdenking plaatsvond en waar die nog steeds plaatsvindt. Het moet een bijzonder moment zijn geweest omdat er toen nog mensen leefden die de slavernij aan den lijve hadden ondervonden.

In 1963, bij de eeuwviering, was de situatie in het land heel anders. Door het Statuut werd interne autonomie verkregen. Lokale mensen organiseerden het geheel. Lou Lichtveld (Albert Helman) kreeg de opdracht van Minister-President Pengel om dat te doen. De speeches geschreven door Helman die Pengel toen uitsprak, Honderd Jaar Menswaardig leven (op 30 juni 1963) en De Toekomst van onze Vrijheid (op 1 juli 1963), zijn nog steeds lezenswaardige documenten. Kranten maakten er ook melding van dat in de Grote Stadskerk tijdens de dienst twee composities van Helstone en een tekst van Trefossa ten gehore werden gebracht. Een opvallend initiatief van de Surinaamse Historische Kring was de publicatie van 1863 Emancipatie 1963: Biografieën en Uit Suriname’s Historie. Beide boeken bevatten artikelen die personen en aspecten van de slavernij belichten. Vooral de biografieën worden nog steeds gebruikt. Mannen als Gravenberch, Matzeliger, Helstone, Flu en Carel Paulus Rier (foto) en de enige vrouw in dit gezelschap Sophie Redmond, zijn kort beschreven.


In 2013 kunnen wij putten uit de activiteiten die in 1913 en 1963 zijn georganiseerd. Heruitgaven van enkele van deze publicaties zou een mogelijkheid kunnen zijn. Die hebben duidelijk gemaakt dat in 1863 meer is gebeurd dan alleen maar het vrijmaken van personen. Maar eerst 1 juli 2011. Laten we hopen dat er bewustzijn doordringt van wat emancipatie betekent.

[uit de Ware Tijd Literair, 1 juli 2011]

Boekhouder op Curaçao



In Voor de kust van Zuid-Amerika beschrijft Willem H. Wulmink beknopt wat hij meemaakte als boekhouder bij een aantal, ook zeer grote, bedrijven in zowel Amsterdam als op Curaçao. Tevens vertelt hij over enige ervaringen in Caracas.

Uitgeverij Boekenbent [printing on demand]
2010 / ISBN 9789085706205 / 73 pagina’s / Paperback
19 euro
Bestellen klik hier

Interguyanees Cultuurfestival

In verband met het door de OAS uitgeroepen jaar van de cultuur organiseert de Surinaamse overheid samen met Guyana en La Guyane een Interguyanees Cultureel Festival van 26 – 28 augustus 2011 in Suriname. De vervolgfestivals zullen in Guyana (2012) en La Guyane (2014) worden georganiserd. In 2013 wordt Carifesta in Suriname gehouden.


Tolin Alexander

Er worden zes aspecten van de respectievelijke nationale culturen belicht op dit festival: Podiumkunsten, Beeldende Kunsten, Literatuur, Mode, Crafts en Culinair. Voor Suriname is Schrijversgroep ’77 gevraagd als counterpart te fungeren voor het literair gedeelte. Op het literaire programma staan drie workshops, een paneldiscussie, algemene presentaties, tafelpresentaties en boekenverkoop. Voor de workshops wordt er een voorregistratie gehouden.


Registratie

De eerste dag van het festival, vrijdag 26 augustus, wordt besteed aan educatie. Literatuur, Beeldende vorming en Fashion verzorgen dan workshops. De workshops worden simultaan gegeven. De tijd is van 9.00 – 13.00u. De lokatie wordt nog aangewezen door Cultuur.

Literatuur heeft drie workshops, namelijk proza, poëzie en drama. Elke workshop wordt verzorgd door een Surinaamse schrijver samen met een Frans-Guyanese en een Guyanese schrijver, bijgestaan door tolken. Van Surinaamse kant zijn bij de workshops betrokken Sombra (Poëzie), Tolin Alexander (Drama), Ismene Krishnadath (Proza). Het maximaal aantal deelnemers is 20 per workshop. Geinteresseerden kunnen zich nu reeds registreren (Voor meer info email: schrijversgroep77@hotmail.com of telefonisch 520513/ 8912005).

Heimwee naar Curaçao

Heimwee naar Curaçao van Ina van Welgelegen bevat twee afzonderlijke verhalen: 'Samira Habid' en 'Carnavalsavond'. In ‘Samira Habid’ gaat het over Samira. Zij ging op aandringen van haar vader naar zijn geboorteland. Zij moest haar familie en dierbare vriend op Curaçao achterlaten. Het was wel even wennen in dat - voor haar - vreemde land. Op een dag moest zij, wegens dringende omstandigheden (ziekte van haar vader) met spoed terug naar Curaçao.

In ‘Carnavalsavond’ ging op verzoek van haar vriendin Anneke, Suzy in Carnavalstijd mee de stad in. Daar ontmoette zij een vriend, die haar vertelde van het verdriet van hun huisvriend David, die altijd zo’n hekel had aan Carnaval. Door dit verhaal begreep zij de houding van David volkomen. De achtergrond van Carnaval wordt hier verteld.

Uitgeverij Boekenbent [printing on demand]
2010 / ISBN 9789085706199 / 118 pagina’s / Paperback met kleurenfoto's
18 euro
Bestellen, klik hier

Wan Tru Puwema publicatie



De presentatie van de publicatie van het internationale festival Wan Tru Puwema Na Wan Skreki Sani / Taal en Leven komt eraan. Het festival, met 29 deelnemers uit Nederlands of Afrikaans sprekende landen, is vorig jaar van 1-5 november in Suriname gehouden. De titel van de publicatie is Zoveel zinnen, zoveel talen. Het wordt een kleurenuitgave van 60 pagina’s in magazine format. Het is bestemd voor de deelnemers, sponsors en medewerkers, relevante instituten en professionals en andere belangstellenden. De publicatie bevat algemene beschouwingen over meertaligheid; het thema van het festival. Daarnaast zijn er sprekende citaten over het thema, gedaan door de deelnemers tijdens het festival. Het hart van de publicatie wordt gevormd door de literaire bijdragen van de deelnemers.


Afsluiting Wan Tru Puwema. Foto @ Charles Chang

Presentatie in Tori Oso, 27 juli 2011. 20.00u. Toegang vrij.

[Bericht van Schrijversgroep '77]

Een koloniale speeltuin?

door Yvette Cramer

NRC-correspondente Miriam Sluis beschrijft in haar nieuwe boek Een koloniale speeltuin de aanloop naar de ontmanteling van de ‘Nederlandse Antillen’. Ze reist daarvoor tot oktober 2010 alle zes de Nederlands-Caribische eilanden langs én peilt de stemming onder Nederlandse Caribiërs in de Bijlmer, de Caribische enclave in Nederland. Het beeld dat uit haar zorgvuldig opgebouwde verhaal naar voren komen, is weinig geruststellend. Gelóven Nederland én de zes overzeese gebiedsdelen wel in een toekomst? Is hun rol uitgespeeld, of moet het (post-)koloniale spelen nog beginnen?

Lees hier verder in Caribe Magazine


Foto: @ Ronald Bos

Bea Moedt exposeert



Fotografe Bea Moedt zal in de maand juli bij Albert Heijn in Willemstad (Curaçao) exposeren met een serie foto’s op canvas. ‘Een dag met Bea’ is het thema waarin de fotografe al trekkend over het eiland laat zien wat zij zoal tegenkomt. Bea Moedt publiceerde dit jaar samen met Elodie Heloise een eigen boek Carnaval op Curaçao dat uitkwam bij Carib Publishing. De foto van een pelikaan hierboven maakt deel uit van de expositie bij AH.

Opheffen NinNsee laat Suriname koud

door Harmen Boerboom

Terwijl aan de Waterkant de barbequedampen zorgen voor een dichte mist en de geur van geroosterde kip, staat bij de Nederlandse ambassade, iets verderop, Rosamunde Doekhi met haar kinderen te wachten op medestanders.

In haar hand heeft ze een petitie die ze wil aanbieden aan de Nederlandse ambassadeur, Aart Jacobi. Daarin wordt geprotesteerd tegen het voornemen van de Nederlandse regering om de steun aan het Nederlands instituut voor het slavernijverleden, NiNsee, in te trekken. Tal van Surinamers lopen in traditionele kledij en met koto’s (hooddoeken) voorbij de ambassade. De flyer die ze krijgen aangeboden stoppen ze in hun zak. Dan lopen ze door naar het centrum, want daar is het feest.

Belangrijke rol
‘Het heden wordt nog zo sterk bepaald door dat wat er in de slaventijd is aangericht. Daarom vinden wij het belangrijk dat er gewezen blijft worden op de oorzaken van de achterstand die er wereldwijd nog is. En het NiNsee speelt daar een belangrijke rol in,’ zegt Doekhi. Om één uur, het moment dat de petitie overhandigd moet worden, heeft nog niemand zich bij haar aangesloten.

Animo
‘Het is duidelijk dat het animo voor de petitie niet zo groot is. We hebben veel enthousiaste reacties gehad. Maar het waren vooral leden van culturele groepen die zouden komen opdraven. En die hebben plotseling optredens aangeboden gekregen en kunnen er nu niet bij zijn.’ Wel staan Doekhi’s kinderen klaar met een klein spandoek waarop gepleit wordt voor het openhouden van het NiNsee.

Facebook
Ondanks het gebrek aan opkomst bij het aanbieden van de petitie op de Nederlandse ambassade, gaat de inhoud van Keti Koti niet aan de Surinamers voorbij. Naast de traditionele bijeenkomst bij het standbeeld van de slaaf Kwakoe, is ook op Facebook ‘Manspasi Dey’ (Emancipatiedag) een veel besproken gespreksonderwerp. En terwijl in Nederland boekomslagen verbrand worden uit protest tegen het gebruik van het woord ‘neger’, schroomt een belangrijk deel van de de jongere generatie Afro-Surinamers niet om het woord openlijk te gebruiken. En meer dan voorgaande jaren lijkt introspectie een belangrijk thema.

Bezinningsdag
Graciella schrijft: Hebben we reden tot vieren van Keti Koti of zouden we 1 juli tot een stille bezinningsdag moeten uitroepen? Werner schrijft op zijn wall: ‘Afro-Surinamer, Blakaman, Neger, hoe je het ook wil noemen. De gevangenissen zitten vol met mensen van ons ras, onze meisjes werken in verborgen prostitutie, we leven in gebroken gezinnen. Zijn we op de goede weg? We hebben veel werk, heel veel!’ Desmond antwoordt: ‘Men zal zeggen dat het die witte man zijn schuld is. En na die witte man is het schuld van de hindoestaan. Maar niemand erkent dat hij zelf gefaald heeft. Wij zijn nu verantwoordelijk voor het heden. De ommekeer moet beginnen bij de neger die nu zelf leeft.’

Gesloten
Intussen is Rosamund Doekhi, nog steeds zonder aanhang, maar met spandoek en petitie, in discussie met een beveiliger van Harer Majesteits Ambassade aan de Rooseveltkade. Ze mag helaas niet naar binnen. Het gebouw is op deze feestdag gesloten. Maandag is ze de eerste.


[RNW, 1 juli 2011]

Herdenking keti koti: Roep om centrum voor 'black studies'



Bij de herdenking van keti koti vandaag in de kathedraal is aan de regering gevraagd om een centrum voor 'black studies' op te richten aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Dit is nodig omdat het hier om twee gemarginaliseerde groepen gaat, die een achterstand hebben.

De kerkdienst werd gehouden door besturen van samenwerkende stichtingen voor organisaties van Surinamers van Afrikaanse afkomst. Rudi Bottse, voorzitter van stichting Keti Koti, zegt aan Starnieuws dat het traditioneel is om op 1 juli een kerkdienst te houden om de Almachtige te bedanken. Dat is op 1 juli 1863 bij de afschaffing van de slavernij ook gedaan.

De Verenigde Naties heeft dit jaar uitgeroepen tot het jaar van 'Mensen van Afrikaanse afkomst'. De organisaties vinden dit een goede zaak en hopen dat de overheid hier invulling aan helpt geven. De achterstand van mensen van Afrikaanse afkomst en de inheemsen moet worden ingelopen.

Toch vindt Bottse dat het anno 2011 het de goede richting opgaat. Mensen van Afrikaanse afkomst in Suriname hebben goede posities in het Jeugdparlement, de middelbare scholen en de universiteit. Maar er is toch een inhaalslag nodig. Door het verleden te bestuderen, kan er een betere toekomst worden geschapen.

[uit Starnieuws, 1 juli 2011]

Open brief aan Prins Willem-Alexander

door Stuart Rahan

Zijne Koninklijke Hoogheid, Prins Willem Alexander, morgen is het 148 jaar geleden dat uw Afo Willem III de slavernij afschafte in de koloniën Suriname en Nederlandse Antillen. Het lijkt eeuwen geleden als zou het ook een sprookje zijn geweest, ware het niet dat verhalen van overlevering, logboeken, historisch onderzoek en tastbare overblijfselen ons herinneren aan deze onmenselijk wrede periode. Zij die voor vrijheid kozen,die de diepe ondoordringbare oerwouden van Suriname trotseerden boven afgehakte ledematen, Spaanse bokken, afgesneden borsten en kromboeien, hebben uw Afo nog bezongen uitdankbaarheid voor de afschaffing van de slavernij.

En nog steeds als de Granman officieel op bezoek is of hij een officiële Nederlandse delegatie ontvangt, wordt uw Afo Willem III geprezen. Nog steeds denken en hopen deze Surinamers ook ontvangen te zullen worden als gelijkwaardige vorsten zoals u met uw gemalin Maxima op bezoek ging bij de Ashantikoning. Een band die teruggaat naar bijvoorbeeld 1837 toen Ashantihene Kwaku Dua zijn zoon Aquasi Boachi en neefje Kwame Poku als geschenk opstuurde naar uw andere Afo, koning Willem I. U kent hen zeker van de roman De zwarte met het witte hart van schrijver Arthur Japin.

Dit boek is een aanbeveling,terwijl het theaterstuk met de gelijknamige titel niet onder doet. De geschenken Kwasi en Kwame zouden heden ten dage als misplaatst cadeau bestempeld worden. Stelt U zich voor dat U uit dankbaarheid voor vierhonderd jaar Koninklijke relaties met de Ashantihene U uw dochter Catharina Amalia en nichtje Emma Luana als geschenk zou weggeven. De paleizen zouden te klein zijn, het verdriet immens. Niet alleen voor U en Uw gemalin maar des te meer voor de kinderen die ontworteld zouden worden van hun warme familiaire omgeving. Kwame pleegde zelfmoord, Kwasi ontkende zijn afkomst om te overleven. Uw Afo’s Willem I en II waren blijkbaar niet onder de indruk van hun wel en wee als uit het verhaal blijkt dat het koningshuis nooit reageerde op de honderden brieven die Kwasi wekelijks in vijftig jaar schreef.

Nu schrijf ik slechts één brief in de hoop dat U wel reageert. Van Uw moeder Beatrix hebben wij als nazaten van de tot slaaf gemaakte Afrikanen niks meer te verwachten. Geen excuus, geen warme brasa of een troostende schouder voor het verwerpelijke leed. U bent de eerste koning sinds Willem III en iedereen verwacht dat als de tijd er is, U zich zal laten kronen tot Willem IV. Tredend in de voetsporen van Uw Afo verwachten wij als Afrikaanse nazaten wel een handreiking. Het is ons, Uw en mijn, gezamenlijk verleden met een onmenselijk wreed verstoorde relatie. 1 juli is geen feestje van Surinamers en Antillianen waarvoor U wordt uitgenodigd alwaar ons brood en spelen wordt gegeven in de hoop dat wij vergeten wat de aanleiding is.

Stopzetting van subsidie aan het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis, is de grootste vergissing die nu begaan wordt. Eerst de hoop geven de gezamenlijke geschiedenis in al zijn facetten te onderzoeken,vast te leggen en te delen om nu onder het mom van bezuinigingen dit gitzwarte verleden te ontkennen. U kunt het rechtzetten. Het is niet alleen onze herdenking, ook niet alleen ons feestje.Het is een gezamenlijk verleden waar U niet graag aan herinnerd wilt worden. Piet Hein en de VOC komen tegen die achtergrond nu in een ander daglicht te staan, Uw trots ondermijnd. U moet niet vergeten dat als de internationale druk er niet was geweest, mijn Afo’s en Trotro’s [verre voorouders - serive van red. CU aan prins WA] en misschien nog mijn grootouders hadden moeten zwichten voor de vernederende zweepslagen. Kos’ yu bigis’ma na noti ma fu go begi baka. Na vierhonderd jaar zal U ook een woordje Sranan moeten kunnen spreken. Te tamara.

[uit de Ware Tijd, 30 juni 2011]

[Noot red. CU voor prins WA: u mag uw antwoord ook in het Nederlands schrijven]

De koloniaal


1.
Ik was naauwlyks vyftien jaar,
Een zwierbol na den aard,
Daarby een zware dobbelaar,
Myn geld verteerd by billard en kaart;
Zoo nutteloos bragt ik door myn geld,
Dat heeft myn op het laatst gekweld,
Geruineerd was ik totaal,
En ziet ik wierd Koloniaal.

2.
Maar nu ben ik weder vry,
En heb steeds uitgerost.
Wat ben ik ook van harte bly,
Dat 'k geweest ben op die ooster kust;
Want ziet voor Vorst en Vaderland,
Heb ik myn leven gansch verpand;
En ziet ik greep het heldenstaal,
En ik ben ook Koloniaal.

3.
Deez medaille die hier prykt,
Al op myn fiere borst,
Tuigd hoe dapper dat ik stryd,
Voor Vaderland en Vorst,
Voor Java werd my dit vereerd,
Daar heb ik ook niet gemankeerd;
Ja dat betuigt de zegepraal,
En ik ben ook Koloniaal.

4.
Kock dat was ons Generaal,
Die heeft ons aangevoerd,
Hy sprak mannen altemaal.
Toont dat gy hebt nog hollands bloed,
Want ziet voor Vorst en Vaderland,
Hebben wy ons leven gansch verpand,
Zoo sprak, zoo sprak ons Generaal,
En ik ben steeds Koloniaal.

[bron: De koloniaal. J. Wendel en Zoon, Amsterdam 1819-1842. Zouist opgenomen in de DBNL]

vrijdag 1 juli 2011

Taal brengt tongen in beweging

(De toren van Babel door Pieter Breughel de Oude)


De laatste onlangs door het Directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) georganiseerde conferentie over de invoering van een taalwet in Suriname, waarvan ik hier op 19 juni j.l. verslag heb gedaan onder de titel "Taal, talen, taalordening" [klik hier], heeft veel tongen los gemaakt en tekstverwerkers in beweging gezet. Niet toevallig aan de vooravond van Keti Koti heeft Bert Eersteling zich bij het koor van commentatoren gevoegd met zijn ingezonden stuk op StarNieuws: "De taalwet in de geest van de Surinaamse werkelijkheid" [klik hier voor diens tekst - red. CU.]

Ter introductie: Bert Eersteling is Hoofd Onderwijs Binnenland van het Minov en daarnaast hoofdbestuurslid van de Broederschap in Eenheid Partij (BEP). Deze partij is voortgekomen uit de behoefte een politieke partij te vormen ter belangenbehartiging van Inheemsen en Marrons in de binnenlanden van Suriname, later omgebouwd tot een partij met het streven gelijke kansen te scheppen voor elke Surinaamse burger, zonder onderscheid naar ras, huidskleur en/of etnische afkomst. Zeker sinds de BEP de A-Combinatie vormde met de twee andere partijen van Inheemsen en Marrons, ABOP en SEEKA, zit BEP echter nog steeds duidelijk op zijn van ouds vertrouwde uitgangspunt. Deze introductie, waarde lezer, is nodig opdat u Eersteling’s visie kunt begrijpen.

Eersteling begint met een niet zeer coherente inleiding over "de Surinaamse werkelijkheid", waartoe hij allereerst aangeeft dat in Suriname als uitvloeisel van zijn geschiedenis een grote mate van diversiteit aan culturen, religies, rassen, etniciteiten, enz. is ontstaan. Vervolgens trapt Eersteling een open deur in met te stellen: “Deze situatie is vanaf dat moment een Surinaamse werkelijkheid, ongeacht de acceptatie of non-acceptatie van deze werkelijkheid. Het is derhalve juist dat onze samenleving op basis van de voornoemde diversiteiten benaderd dient te worden.” Helaas echter werkt hij zijn differentiatie “ongeacht de acceptatie of non-acceptatie van deze werkelijkheid” niet uit, maar hierop zal ik later nog terugkomen.



(Eenheid in verscheidenheid: eigenlijk niets anders dan racisme)




Volgt een verheerlijking van Jaggernath Lachmon en diens principieel-ideologische invalshoek ter zake, namelijk de "Eenheid in Verscheidenheid- gedachte of -filosofie", die volgens Eersteling deze oude Indiase filosofische benadering zeer doeltreffend en praktisch heeft gesurinamiseerd. Extatisch roept Eersteling uit: “Herinnert u nog zijn presentatie vanuit diverse podia met wijd verspreide armen en breed lachend over de fleurige Surinaamse bloementuin. Hij zag een Surinaamse natie/volk in al de diversiteiten. Hij vond dat deze diversiteiten slechts gezien moeten worden als een verrijking van de Surinaamse cultuur. Ja, want die Surinaamse cultuur, die steeds en actief wordt gevoed door de subculturen/de diversiteiten, bestaat er daadwerkelijk. Laat alle bloemen in hun waardigheid en dan gaat u zien welke nieuwe werkelijkheid er ongedwongen ontstaat.”

Hier gaat Eersteling zich aan "wishful thinking" te buiten. Hij koestert nog altijd dit naïeve idee, lees maar: “Veel Surinamers beseffen (nog) niet dat de grote wereld heel erg jaloers is op onze samenleving, die vanuit de zojuist geschetste werkelijkheid in zeer co-existentie sfeer ontwikkelt.” Helaas echter is dit enkel schijn en geen werkelijkheid, want die zogenaamde coëxistentie waag ik sterk te betwijfelen. Godzijdank hebben zich hier nog geen uitgesproken etnische conflicten voorgedaan en geven wij de buitenwereld inderdaad te denken dat wij fantastisch geïntegreerd zijn, waartoe steeds opnieuw die naast elkaar gebouwde synagoge en moskee als illustratie moeten dienen. Allemaal schone schijn, laat Eersteling eerst maar eens uitleggen wáár die nieuwe werkelijkheid ontstaat en vooral hoe ongedwongen, want daar zijn nergens sporen van te ontwaren.

Zonder het verder te verklaren stelt Eersteling dat “de voorstanders van de assimilatie theorie/filosofie/strategie op basis van dit Surinaamse pragmatisme als voornoemd grote mate van terrein en aanhang hebben verloren.” Kennelijk duidt Eersteling op wat hij denkt te zijn de overwinning van het goede op het kwade, ofwel de assimilatie heeft het afgelegd tegen de coëxistentie, "want" vervolgt hij, “ik weet niet of zij (de voor- standers van assimilatie) de ongedwongen dynamische werkelijkheid goed in de gaten houden. De subculturen beïnvloeden elkaar zeer intensief, kennelijk omdat alle subculturen als verrijkingsbron van de nationale Surinaamse cultuur dienen. De beïnvloeding heeft onder ander tot resultaat dat de bevolking er anders uitzien dan bijvoorbeeld 30 jaren geleden. Ook op het gebied van de taal doet zich zeer goede en positieve ontwikkeling voor.”


(Jaffapoort in Jeruzalem)



Aangenomen mag worden dat voor Eersteling assimilatie hier gelijk staat aan integratie, want anders kan ik zijn betoog niet duiden. Dat er geen sprake in van integratie maar enkel van coëxistentie , daar heeft hij volledig gelijk in, ook dat “de subculturen elkaar zeer intensief beïnvloeden”, maar dat houdt nog geen acceptatie in en dát is waar de schoen wringt. De Surinaamse werkelijkheid is dat alle bevolkingsgroepen (vooralsnog vreedzaam) naast elkaar existeren en elkaar in hun waarde laten, maar ondergronds schuilt er een veenbrand waar ik in het geheel niet gerust op ben. Want hoezeer Eersteling die coëxistentie ook verheerlijkt, het zijn en blijven allemaal werelden apart, die er alles aan doen om hun ‘eigen’ wereld af te schermen en in stand te houden.

Wanneer Eersteling dan bij "taal" uitkomt, stelt hij dat de Surinamer gekozen heeft voor het Surinaams-Nederlands als officiële/voertaal/instructietaal of ontwikkelingstaal zoals hij het noemt. “Dit betekent”, zegt hij, “dat alle etnische groepen begrepen hebben dat willen zij succesvol zijn in onze Surinaamse samenleving zij het Surinaamse-Nederlands moeten beheersen. (...) Dat voor een breder mondiale oriëntatie de Engelse taal beter (accent op conversatie) onderwezen moet, staat absoluut voor wat mij betreft buiten kijf”. Om te concluderen: “Maar vervanging van de Taalwerkelijkheid door een Taalonwerkelijkheid lijkt mij niet een prudent idee of besluit. Ik zal niet uitwijden over de vermoedelijke reden hiertoe. Maar ik waarschuw wel om zich niet onnodig in een mentale slavernijschap te houden.” Wat Eersteling onder dit laatste verstaat is mij niet duidelijk, hooguit kan ik vermoeden dat het vasthouden aan het Surinaams-Nederlands voor hem de taalwerkelijkheid betekent en invoering van het Engels de taalonwerkelijkheid. Dit lijkt mij een alleszins realistische visie, maar waarop hij doelt met die "vermoedelijke reden" ontgaat mij te enen male en zijn waarschuwing voor mentale slavernij is waarschijnlijk niet anders dan een verwijzing naar The redemption song van Bob Marley: "Emancipate yourselves from mental slavery".

Wat mij in toenemende mate bevreemdt is dat alle Surinamers, zoals nu Eersteling weer, naar buiten toe vriendelijk en beleefd blijven alsof er niets aan de hand is, maar ondertussen krampachtig de eigen apartheid blijven bevechten. Die schijnwereld moet ooit leeglopen of ontploffen. Hopelijk is ons de tijd gegund een ontploffing vóór te zijn en tot de broodnodige assimilatie te komen.