zaterdag 6 april 2013

Thea Doelwijt - Gi Sophie Redmond

Sophie Redmond
Sophie, je moet die speld zien
Die gouden viool-speld
A moi, a switi
Bijna huil ik
Als ik naar hem kijk

Je hebt jonge vrouwen geïnspireerd
Oudere ook, maar nownow, luku...
Twee jonge radio-vrouwen
Van een Amsterdamse radiozender
Cheryl Vliet en Anita Plowell

Ze kwamen bij me langs
Omdat ik enkele stukken van jou
In een YWCA-boek heb gebundeld
En een tv-stuk rondom jou
Heb gemaakt, met Jan Venema
Jij werd gespeeld door Gerda Havertong

We hebben over jou gepraat, Sophie
Zondag 17 maart
Vrouwen die iets betekenen in Nederland
Zoals dr. Joyce Sylvester
Hebben het woord gevoerd

Goed, hè
Sranan uma willen eenheid en kracht
In een niet altijd aardige wereld

En toen kreeg ik... omdat jij altijd
Als zwarte vrouw viool speelde
Achter gesloten gordijnen, ja
Toen kreeg ik de gouden viool-speld
Voor jouw en mijn inzet hier en daar

Laten we doorgaan, Sophie
En onze vrouwenwereld sterk(er) maken

Thea Doelwijt



Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel


Een zwarte bladzijde in ons Vaderlands verleden

Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en Nederlandse Antillen werd afgeschaft. In het kader van dit jubileum verschijnt bij Uitgeversmaatschappij Walburg Pers te Zutphen het boek Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel van Leo Balai. De feestelijke presentatie vindt plaats op 5 mei 2013 in het Amsterdam Museum. Dit rijk geïllustreerde boek maakt duidelijk hoe een stad, die enerzijds als tolerant en vrijheidslievend bekend staat, gedurende meer dan een eeuw een belangrijke rol speelde in de transatlantische slavenhandel.

Het West-Indisch huis in Amsterdam


In de geschiedschrijving van Amsterdam is tot nu toe weinig geschreven over de periode waarin de stad en haar bestuurders zich intensief met slavernij en slavenhandel hebben beziggehouden. Vanaf de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621 en de Sociëteit van Suriname in 1683 waren Amsterdamse bestuurders echter nauw betrokken bij de transatlantische slavenhandel. Zij waren weliswaar bestuurders op afstand maar profiteerden toch op verschillende manieren van deze handel in mensen. Ze werden ook nauwkeurig op de hoogte gehouden van het vervoer van de gevangen genomen Afrikanen naar de plantages in Amerika. Zij wisten welke mensonterende omstandigheden er in de koloniën heerste en de meedogenloze manier waarop de slaven werden onderdrukt en mishandeld. Aangetoond wordt dat er, anders dan vaak wordt verondersteld, al in de zeventiende eeuw zowel vrije zwarten uit West-Afrika alsook slaven uit die gebieden in Amsterdam verbleven. Ook wordt ingegaan op het feit, dat de slavernij van West-Afrikanen in Europa, vanaf de eerste helft van de vijftiende eeuw in Portugal begon. Een belangrijk gegeven in de transatlantische slavenhandel was ook, dat de slaven altijd zwarte mensen uit West-Afrika waren. Men probeerde vaak door middel van Bijbelse en andere argumenten de slavernij van zwarte mensen te rechtvaardigen.

Leo Balai is werkzaam als zelfstandig onderzoeker en adviseur. Hij promoveerde in 2011 op het proefschrift Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720-1738. Hij is ook gedurende elf jaar als gemeenteraadslid actief betrokken geweest bij het Amsterdamse politieke bestuur.



Balai, Leo, Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel. Over de belangen van Amsterdamse regenten bij de transatlantische slavenhandel, Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.907.6, prijs €29,50 – 192 pagina's.

Een Nederlandse visie op dekolonisatie

door Jerry Egger


John Jansen van Galen. Foto © Tessa Posthuma de Boer

John Jansen van Galen heeft meer dan 600 bladzijden nodig om in zijn recent verschenen boek, Afscheid van de koloniën: Het Nederlandse dekolonisatiebeleid 1942 - 2012, te beschrijven hoe Nederland afstand deed van de meeste gebieden die het in de 17de en latere eeuwen wist te veroveren. Hij liet zich leiden door zijn centrale vraag: hoe de innerlijke strijdigheden in het Nederlandse dekolonisatiebeleid zijn te verklaren. Verder stelt hij de geladen vraag of zijn geboorteland het werkelijk zo slecht heeft gedaan. (p. 19) Soms geeft hij tot in de kleinste details weer hoe het eraan toeging en soms zijn het de grote lijnen. Het is wel steeds de Nederlandse visie. Bronnen uit de gebiedsdelen zijn maar weinig geraadpleegd. In de recente periode, vooral die na de jaren ’70 van de 20ste eeuw, kan hij gebruik maken van zijn eigen ervaringen als journalist die op reis ging naar Indonesië en de West en daar vaak leidende politieke hoofdrolspelers wist te interviewen.

De Waterkant in Paramaribo

Het vraagt veel uithoudingsvermogen om zo’n 577 bladzijden aan tekst door te nemen en dan nog de literatuurlijst (11 pp.) om te zien welke bronnen wel en welke niet zijn opgenomen. Het register (12 pp.) biedt de mogelijkheid om snel te zien waar de voornaamste spelers in dit hele proces voorkomen in het boek. Uiteindelijk heeft hij heel wat stof aangedragen om ermee in discussie te gaan, van mening te verschillen en andere dan de eigen conclusies te trekken. De nadruk in deze recensie ligt voornamelijk op ontwikkelingen in de West en minder op Indonesië, terwijl het laatste, zeker in de eerste helft van het boek, in ruime mate wordt beschreven.

De Surinaamse Politiekapel


Hoewel hij aangeeft dat de periode 1942- 2012 wordt behandeld, gaat hij terug in de tijd om het ontstaan van het Nederlandse koloniale rijk te verklaren. Bovendien geeft hij zijn eigen achtergrond. Die komt bekend voor: opgroeien in een klein dorp, Nederlands-Indië centraal stellen in het denken over de koloniën, studeren in Amsterdam en daar terecht komen in de linkse beweging, zelfs een relatie krijgen met een bekende Surinaamse schrijfster en meer van dergelijke ontboezemingen. Je zou hieruit de voorzichtige conclusie kunnen trekken dat Jansen van Galen zichzelf de beroerdste niet vindt om over dekolonisatie te schrijven. De contemporaine periode komt uitgebreid aan bod waarbij politici die nog in leven zijn, worden beschreven. We kennen allemaal de lange tenen van Caraïbische politici. Het zit wel goed in dergelijke handen gelet op zijn achtergrond.
Volgens Jansen van Galen begint het dekolonisatieproces op een nauwkeurig vast te stellen tijdstip. Het is 6 december 1942 wanneer de in ballingschap levende koningin Wilhelmina zich richt tot haar onderdanen vanuit Londen. Na de oorlog belooft zij een rondetafelconferentie waarbij het koninkrijk zal worden aangepast. Tot in de kleinste details vertelt de auteur hoe de rede tot stand is gekomen. Hij weidt uit over de aanval op Pearl Harbor precies een jaar voor die toespraak en geeft en passant ook nog aan dat Feyenoord van Ajax won in Rotterdam. Waar was de redacteur, vraag je je af, die de schrijver een klopje op de schouder gaf en vriendelijk zei dat het leuke details zijn, maar het rode potlood er doorheen haalde, want dat scheelde weer anderhalve bladzijde. Als het consequent was gedaan had dat een behoorlijk afgeslankte publicatie opgeleverd.
Een punt van discussie is de datum die Jansen van Galen gebruikt. De toespraak van Wilhelmina is het Nederlandse moment van dekolonisatie. In de voormalige koloniën kunnen andere tijdstippen worden gegeven. Als verzet een wezenlijk onderdeel is van de geschiedschrijving dan hebben in het geval van Suriname de marrons zich veel eerder vrij verklaard van de kolonisator. Curaçao kan het voorbeeld van Tula aanhalen die al uiting gaf aan de drang naar vrijheid. Dit wordt rigoureus door de auteur van de hand gewezen. Slavenopstanden waren in zijn ogen niet revolutionair maar hadden vaak meer te maken met heilsbewegingen. Latere nationalisten zoals Eddy Bruma en Helmin Wiels op Curaçao zouden de leiders van de opstanden ‘gebombardeerd’ hebben tot ‘boegbeelden van nationalisme en strijd voor onafhankelijkheid.’ (p. 76) Het is al eerder gezegd; dit is een Nederlandse visie op dekolonisatie. Er is weinig ruimte voor lokale perspectieven, initiatieven en opvattingen.
Franz Pavel Killinger wordt opgebracht door de politie, 1911

Van Galen gaat uitgebreid in op de voorlopers die tot 1942 probeerden de officiële Nederlandse opvattingen over de overzeese gebieden te beïnvloeden. Overdaad schaadt. Een selectie had beter gewerkt. De nadruk ligt bijna volledig op Nederlands-Indië. De West wordt in enkele alinea’s, soms enkele bladzijden, afgedaan. De couppoging van Killinger stelt niet veel voor en eigenlijk is hij een ‘operettefiguur’. (p. 129) Hierbij haalt hij de ‘Surinaamse’ historicus Hans Ramsoedh aan. Het is interessant dat hij expliciet verwijst naar de nationaliteit, iets wat hij niet doet bij andere historici. Waarom? Legitimeert dat de kwalificatie van Killinger? Als hij in de Surinaamse kranten van 1910 en 1911 had gekeken, was hij misschien tot een andere conclusie gekomen. Er bestond overweldigende belangstelling voor het proces want deze poging had behoorlijk wat losgemaakt in een kolonie die nauwelijks in de belangstelling van het moederland stond. Maar voor Jansen van Galen heeft ook dit geval niks te maken met dekolonisatie.

Killinger verlaat de rechtbank op weg naar de gevangenis, 1911

Lezers die niet veel weten van Nederlands-Indië worden door Jansen van Galen ingelicht over het opkomende nationalisme waarbij de islam een belangrijke rol speelt. De eerste helft van de 20ste eeuw is van belang om te begrijpen wat na de Tweede Wereldoorlog gebeurt. Verschillende nationalisten krijgen hun opleiding op Europese scholen of gaan zelf naar Europa. Een korte biografische schets van de latere leider Soekarno (pp.165-166) geeft een goed beeld van de ontwikkeling die hij doormaakt en hem uiteindelijk tegenover de kolonisator zal plaatsen. Vooral geschiedenislessen maken hem duidelijk dat de Nederlandse visie op de ontwikkelingen in zijn land wordt gepredikt terwijl de opstand van de Javaanse prins Diponegoro in Atjeh ‘als laaghartig verraad wordt voorgesteld.’ (p. 166) Deze schetsen die van meerdere spelers in het dekolonisatieproces worden gegeven, werken goed in dit boek. Er zijn ook portretten van onder anderen Henck Arron en Betico Croes.

Betico Croes


De nadruk in het boek ligt op ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog. Het onbegrip over en weer speelt een belangrijke rol in het dekolonisatieproces. In het laatste hoofdstuk staat een interview uit die tijd met Willem Drees. Hij kijkt terug op de situatie in Indonesië en vraagt zich af of het anders had gekund. Nederland vond Soekarno na de oorlog een collaborateur met de Japanners. Hij pleegde voortdurend woordbreuk en de manier hoe alles verliep, inclusief de politionele acties, was onvermijdelijk. (p. 556) In zijn ogen had Nederland het zo slecht niet gedaan. Dat is juist het probleem. Er bestaat geen goede of succesvolle dekolonisatie omdat er geen goede of succesvolle verovering van gebieden bestaat. In het eerste deel van het boek suggereert Jansen van Galen min of meer hetzelfde: ‘Zo gaat het koloniale debat in Nederland steeds over het “beheer”, nooit over het “bezit” van koloniën.’ (p. 95)
In het geval van de verschillende Caraïbische eilanden verloopt het proces niet zoals Nederland het graag zou willen. Daar wil het juist heel graag de gebieden afstoten, maar de eilanden staan niet te springen om onafhankelijk te worden. Bovendien maken de Verenigde Staten zich zorgen over wat er zal gebeuren als Nederland zich terugtrekt. Op pagina 479 somt Van Galen problemen van vooral Curaçao en Sint Maarten op: corruptie, dubieuze financiering van projecten, vriendjespolitiek, verstrengeling van belangen en zo meer. Streep de twee Caraïbische eilanden door en zet enkele Zuid-Europese landen daarvoor in de plaats. Dekolonisatie is geen proces dat netjes verloopt.


Ten slotte een voorbeeld met betrekking tot Suriname dat veel zegt over de manier waarop Van Galen kijkt naar dit proces. Hij beschrijft de bouw van het Onafhankelijkheidshotel om gasten in november 1975 op te vangen. Deze bouw werd niet voltooid en uiteindelijk brandde die af, ‘en nog meer dan twintig jaar zal de geblakerde ruïne er in toenemende staat van aftakeling staan. Als het niet zo voor de hand lag zou je het symbolisch noemen.’ (p. 389) Helaas maakt hij zijn verhaal niet af. Uiteindelijk is het gebouw gesloopt. Daar staat nu Royal Torarica, helemaal op eigen kracht ontworpen, gefinancierd en opgezet. Dit laatste past niet in het plaatje van Suriname als het voorbeeld van een mislukte dekolonisatie.

John Jansen van Galen: Afscheid van de koloniën: Het Nederlandse dekolonisatiebeleid 1942-2012. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2013. ISBN 978 90 254 3530 1

woensdag 3 april 2013

Schrijflessen voor kinderen in de paasvakantie

Paramaribo - “Een hele openbaring! Alle puzzelstukken vallen nu in elkaar”. Dat zegt John Courtar, academicus en hoofd van het Medisch Bureau van het Ministerie van Arbeid Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) over de eerste wintileer-cursus van Stichting Kunjhe Akata. De dertien weken durende opleiding werd door 25 cursisten gevolgd.

Kinderen bezig in hun lokaal. Hoe eerder hen het creatief schrijven wordt geleerd, hoe beter dit is voor hun ontwikkeling. (Foto: dWT archief)


Respect
Courtar vertelt uit een geslacht van du man en du uma te zijn voortgekomen. Vanwege de strafbaarheid om het winti-geloof te belijden, werd de beleving van het geloof altijd in het duister gedaan. "Hierdoor heeft er geen goede overdracht plaatsgevonden, waardoor stukjes zijn blijven hangen." Als 'geboren' Rooms Katholiek en door omstandigheden terechtgekomen in de Baptistengemeente, zegt Courtar altijd als academicus interesse te hebben getoond voor 'het begrijpen van het onbegrijpelijke'. Door de cursus is hij nu meer dan ooit overtuigd dat er maar één God bestaat en dat Hij overal is. "Hierdoor heb ik meer respect voor ons eigen Surinaams wintigeloof gekregen, maar ook voor andere religies", zegt hij.

Multiculturele samenleving
Voor medecursist Christine Kromopawiro was de ervaring ook een 'eye opener'. Als Javaanse belijder van het christelijke geloof en bezoeker van de EBGS was ook zij benieuwd waarom over het algemeen negatief wordt gesproken over winti en het meestal in het duister wordt beleefd. "We leven in een multiculturele samenleving en dan is het niet gepast om vooroordelen over andermans geloof te hebben als je niet eens de basiskennis over beschikt", zegt ze. Behalve over de wasi en prei werd ook over Black History verteld. "Hierdoor konden wij eigen onderzoek doen en kritisch hetgeen de duman uitlegde controleren", zegt zij.


Radioprogramma
De drie maanden durende cursus werd september vorig jaar verzorgd door duman Ramon Mac-Nack, voorzitter van de stichting. "Dit om de taboe en misverstanden die voortvloeien uit onwetendheid weg te werken."
De tweede cursus is vorig maand aangevangen met hetzelfde aantal cursisten. Mac-Nack stelt dat dit aangeeft dat er voldoende belangstelling voor winti bestaat. Vandaar dat de stichting in het verlengde van de training begin dit jaar met het radioprogramma 'Majousu' is gestart. Majousu betekent vertellingen van mond op mond. "Zo willen wij een lijn uitstippelen en dit als standaard gebruiken. Dit om verwarring en dyugu dyugu te voorkomen", zegt Mac-Nack.
Volgens hem vindt er bij de organisaties die de wintileer prediken een heleboel strijd en onenigheid plaats. Hij is bang dat de kennis verkeerd gebruikt wordt of verbasterd raakt. "Omdat winti nergens is vastgelegd, willen wij door middel van de overleveringen een aanzet geven om deze te laten documenteren", zegt Roy Young Afat, presentator van het programma en ondervoorzitter van de stichting. De eerste groep cursisten, die voornamelijk uit academici bestond, heeft daarom het initiatief genomen alle opgedane kennis wetenschappelijk te laten vastleggen.

[uit de Ware Tijd, 03/04/2013]



Albert Helman - Op de Commewijnerivier

Land, o mijn land van donker bos en water,
dat zorgeloos wordt uitgestort in zee,
om naar de broeikashitte een weinig later
als bui terug te keren, - uw trofee
is zon en zwaar-bewolkte luchten,
waaronder schaduw slinkt en groeit zoals het groen.
Juist zo mengt wrang en zoet zich in uw vruchten
en veel meer droom dan drang zich door uw doen.
Maar eeuwig en geweldig als uw wouden
en overweldigend als regen en rivier
blijft ge, aan uw verte ontweld, uzelf behouden,
spilziek, speels, en toch onbevriend.
Alléén. Dit... hier...


[1955; opgenomen in Adyosi, 1993]

Zonsopkomst boven de Commewijnerivier. Foto @ Jeff van der Wees

dinsdag 2 april 2013

Boekpresentatie Lili Irani - Een ster in de spiegel

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij Amrit Een ster in de spiegel, het indrukwekkende levensverhaal van Lili Irani. Op vrijdag 5 april vindt een boekpresentatie plaats bij Stichting Wereldvenster in Den Haag, met een programmabijdrage van Amar Soekhlal, voorzitter van het Sarnámihuis.
Klik op afbeelding voor groter formaat

In haar boek vertelt Irani hoe ze opgroeide in Iran, een land dat gebukt gaat onder religieus fundamentalisme, en hoe ze na huwelijksmigratie zonder verblijfsrecht moest zien te overleven in Nederland. Ze spreekt zich openlijk en moedig uit tegen de onderdrukking van vrouwen, werklozen en andere armen, en tegen de maatschappelijke uitsluiting van mensen zonder verblijfsrecht. Met Een ster in de spiegel laat ze de stem horen van een strijdbare en levenslustige vrouw die in haar leven te hoop is gelopen tegen de macht van mannen, van haar vader en haar echtgenoot tot en met religieuze leiders en overheidsbureaucraten.

Een passage uit het boek, wanneer Irani gaat scheiden van haar man en werk probeert te vinden: “Vroeger reisde ik tijdens mijn zoektocht naar een baan kriskras door Teheran. Voor een nieuwe speurtocht stelde ik met de hulp van een vrouw die ook in het schuitje van de werkloosheid ronddobberde, een curriculum vitae op dat bij bedrijven en instellingen mogelijk interesse in mijn persoontje zou kunnen opwekken. De aanwezigheid in mijn cv van een verdachte - want allochtone - achternaam was nog opvallender dan het gebrek aan voor Nederland relevante opleidingen en werkervaring. Nee, ik heette niet De Vries of Jansen. Ik was een niet-westerse importbruid uit zo'n vreselijk islamitisch land, sprak gebrekkig Nederlands en at nooit inheemse gerechten als zuurkool. Ik zag er olijfkleurig uit en had zwart haar. Zo eentje was ik er, dat vertelde mijn achternaam aan de bedrijven en instellingen waar ik solliciteerde.”

Almanakken gedigitaliseerd


Vele almanakken, jaarverslagen en vraagbaken over Suriname en de aangrenzende gebieden zijn inmiddels gedigitaliseerd bij de DBNL. Het digitaliseringsproject gaat gestaag door.
Een voorbeeld van de rijkdom aan historische informatie die deze uitgaven bevatten:


Almanak voor de Nederlandsche West-Indische bezittingen, en de kust van Guinea. Jaargang 1860

Inhoudsopgave
Voorberigt.
Veranderingen, voorgevallen onder het afdrukken, aanvullingen en verbeteringen.
Verklaring der ridderteekens.
Kalender voor het jaar 1860,
Agenda voor het jaar 1860.
III. Opgaven der breedte en lengte van eenige belangrijke plaatsen.
IV. Kustlichten en zeilaanwijzingen in West-Indie.
V. Bepalingen op het voeren van seinlichten bij nacht en het doen van mistsignalen op zeeschepen tot het vermijden van aanvaring.
VI. Munten, maten en gewigten.
VII. Statistieke opgaven.
VIII. Koninklijk huis der Nederlanden.
IX. Aanwijzing van den tijd der geboorte en troonsverheffing der regerende vorsten.
X. Naamlijst der presidenten van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika sedert de onafhankelijkheid.
XI. Ministers in Nederland.
XII. Gouverneur-generaal enz. in Nederlandsch-Indie.
XII. Gezanten en consuls.
XIV. Minsterie van kolonien.
XV. Commissien en maatschappijen in Nederland tot de West-Indische kolonien in betrekking staande.
XVI. Tarief van het zegel in Nederland.
XVII Tarief der telegrafen in Nederland.
XVIII. Postwezen en maildienst voor de West-Indische kolonien en de kust van Guinea.
Suriname.XIX. Suriname.A. Naamlijst van de ambtenaren, officieren enz. in de kolonie Suriname.


Jodensavanne 1685

B. Staten der plantagiën, met opgave van de negernamen, de namen van eigenaars, administrateurs en directeurs, het aantal akkers, het product, de soort van molen en het getal vrije bewoners en slaven, alsmede de militaire posten, burger-officieren, diakenen, heelmeesters en zendelingposten in de divisiën en districten.
C. Recapitulatie der divisie-staten.
D. Statistieke opgaven.
E. Eenige bepalingen omtrent scheepvaart en koophandel in de Kolonie Suriname.
F. Alphabetische lijsten van de schepen, die gedurende de laatste helft van 1858 en de eerste helft van 1859 op de reede van Paramaribo zijn geweest.
G. Telegrafische seinen van het fort Zeelandia te Paramaribo, voor het jaar 1860.
H. Rivier-stoomvaart (Junij 1859).
I. Munten, maten en gewigten in Suriname.
K. Bepalingen omtrent het zegelregt in de kolonie Suriname.
L. Bepalingen omtrent het houden van vendu's te Paramaribo.
M. Tarieven der emolumenten die door sommige Gouvernements-ambtenaren krachtens de wet berekend mogen worden.
N. Eenige bepalingen voor den Burgerlijken stand en kosten der begrafenissen te Paramaribo.
O. Over het opleggen aan slaven van de straf van opsluiting met of zonder boeijen en dwangarbeid aan publieke werken, in plaats van ligchamelijke kastijding.
P. Voorloopige bepalingen betreffende Immigranten in Suriname.
Q. Verordeningen omtrent de bedrijven van sjouwer, kruijer, roeijer, waagdrager en karreman te Paramaribo.
R. Titel en onderwerp der gedurende het jaar 1858 in Suriname uitgevaardigde en in het Gouvernements-Blad dier kolonie opgenomene Publicatiën en Resolutiën.
Curaçao en onderhoorigheden.XX. Curaçao en onderhoorigheden. A. Naamlijst van de ambtenaren, officieren enz. op Curaçao en onderhoorigheden.
B. Namen der plantages, tuinen en stukken gronds op Curaçao, met vermelding van derzelver ligging, namen, bijnamen en eigenaren.
C. Statistieke opgaven.
D. Telegrafische seinen van het Fort Amsterdam, te Curaçao.
E. Titel en onderwerp der gedurende het jaar 1858 door den Gouverneur van Curaçao en onderhoorigheden uitgevaardigde en in het Publicatie-blad dier kolonie opgenomene Publicatiën, Notificatiën enz.
Kust van Guinea.XXI. Kust van Guinea.
XXII. Opgaven betrekkelijk eenige staten en kolonien op de vaste kust van Zuid-Amerika in de nabuurschap van onze W.I. bezittingen.
Bibliographie.XXXII. Bibliographie. - Lijst van boeken, enz. over de Nederl. West-Indische bezittingen en aangrenzende landen, in de jaren 1858-59 verschenen, met aanvulling uit vroegere jaren.
Register of bladwijzer.

maandag 1 april 2013

Drie Mexicaanse liederen

De dageraad


Hij steeg op, reikte tot hier:
de ontzaglijke blauwgroene zwier,
nu eens vreedzaam, dan weer bewegend,
dan schuimend en zingend tussen de rotsen.

Boven hem uit ga ik vliegen
een vogel gelijk, azuurblauw gevederd.

Tot midden de wateren kom ik:
water van de bloemen, water van goud, van smaragd,
vanwaar ik zwemmende ga en weer kom
en kwakend de stralende eend passeer
die golft met zijn schitterende staart.

[Uit het Nahuatl]



Vergankelijkheid

Is het werkelijk dat wij de aarde bewonen? Ay!
Misschien voor altijd op aarde?
Zelfs de beste gesteenten splijten uiteen,
zelfs het goud vergaat, zelfs de kostbaarste veren verrafelen.

Misschien voor altijd op aarde?
Slechts een vluchtig moment zijn wij hier!

(Netzahualcóyotl, 1418-1472)


Nahuatl manuscript

Leven is lijden

Vergeefs ben ik geboren,
vergeefs ben ik beland
op deze aarde.
Ik lijd:
maar desniettegenstaande
ben ik hier toch beland
en toch geboren
op deze aarde

[Uit het Nahuatl, maar vermoedelijk van Otomi-oorsprong]



Het Nahuatl origineel luidt:

O nen nonlacat
o nen nonquizaco
ye nican in tlaltipac.
Ninotolinia:
in manel nonquite,
in manel nontlicat,
ye nican in tlatlipac.

[Interpunctie en regelindeling van A.H.] 

Uit: Albert Helman: Mexico zingt; een bloemlezing uit de Mexicaanse lyriek sinds de 15de eeuw, In de Knipscheer, 1992

‘Een blad om te koesteren’

door Oetie Basilio
De redactie in Starbucks

4 You-th Magazine, het enige Papiamentstalige blad voor jongeren tussen de 12 en 20 jaar, heeft als belangrijke doelstelling het informeren van de jeugd, en wel door jongeren zelf. Het betekent voor de jonge redactieleden en hun leeftijdsgenoten veel meer dan een volwassene zich misschien wel realiseert.

 De ontmoeting met enkele van de teamleden van 4 You-th, vindt plaats in het door veel jongeren bezochte koffiebar Starbucks in de Renaissance Mall. Monique Rosalina, coördinator van het jongerenblad, en Carlo Wallé, fotograaf voor de actie die zo gaat plaatsvinden, zijn in afwachting van de twee modellen die op de voorkant van de volgende editie zullen gaan prijken. De modellen worden ‘backstage’ opgemaakt door één van de jonge redactieleden, de 16-jarige Ebony-Gwenn Martis. Rosalina legt het achterliggende idee uit: “Het thema van de volgende editie zal Social Media zijn, communicatie. Jongeren communiceren tegenwoordig met elkaar via de Blackberry, via het pingen. Vanuit mijn eigen visie gaat dit soms een beetje te ver, maar voor de jeugd is het een manier van communiceren die heel normaal en effectief is. Het achterliggende idee bij de foto is dan ook om aan te geven hoe jongeren, zelfs wanneer ze heel dicht bij elkaar zitten, het toch nog prettig vinden om middels het pingen met elkaar te communiceren...”


Het werk achter de gordijnen is ondertussen afgerond en de twee mooi opgemaakte modellen doen hun intrede in het gezellige geroezemoes. De fotosessie kan beginnen. Van de drie jonge redactieleden die zijn meegekomen, staan al snel twee te pingen.
Rosalina heeft aan de wieg gestaan van het 4 You-th Magazine dat in 2001 van start ging. Ze is sinds 1996 eigenaar en senior ontwerper van Passaat Graphic &Web Design en heeft al heel wat jaren ervaring met tijdschriften. Voor 4 You-th is ze de coördinator, de duizendpoot-bladmanager. Daarnaast verzorgt ze als grafisch ontwerper en gebruikmakend van haar eigen bedrijf, ook de vormgeving van het blad.

Ze legt uit hoe diverse andere professionals eveneens meewerken aan de totstandkoming van het magazine. “Allereerst regelt de Fundashon Ban Komuniká, waar het blad onder valt, de financiële zaken en ziet erop toe dat we onze vastgestelde doelstellingen nakomen. Dan is Jefka Martha-Alberto onze professionele hoofdredacteur, die daarnaast ook de trainingen voor de jongeren verzorgt. Middels haar eigen bedrijf Practical Business Solutions is zij verder de persoon die de contacten met de media regelt. Carlo Wallé, professionele fotograaf, verzorgt onze coverfoto’s en de foto’s voor de moderubriek. Alle overige foto’s vallen onder de verantwoordelijkheid van de jongeren zelf. Ze maken ze zelf, of laten ze maken. En tenslotte zorgt de drukker ‘Hi-Printing’ ervoor dat de exemplaren er uiteindelijk zo netjes uitzien.”


Gezellige en serieuze onderwerpe
n
Het blad ziet er met al deze input dan ook zeer sprekend en kleurrijk uit. Maar temidden van alle foto’s en kleuren, behandelt 4 You-th behalve gezellige informatieve zaken, ook serieuze onderwerpen die de jeugd aangaan. Het voorkomen van zwangerschappen, het niet misbruiken van alcohol, het opstarten van je eigen bedrijf, het verantwoord omgaan met de natuur, en nog veel meer. Het zijn allemaal onderwerpen die aan de orde komen, maar dan wel overgebracht door de jeugd zelf. En dat is natuurlijk de perfecte formule om de boodschap bij jongeren aan te laten slaan.


Voorzitter van de Fundashon Ban Komuniká, Marije van Warmerdam, is het team in Starbucks ook komen versterken. Ze vertelt wat meer over de beginfase van het magazine. “4 You-th was een initiatief van wijlen Stanley Lamp die toen minister van Onderwijs was en die het erg belangrijk vond dat jongeren een eigen blad zouden hebben. Het werd uitgegeven door de Directie Jeugd- en Jongeren Ontwikkeling waar ikzelf ook werkte, en was in die tijd een blad voor alle eilanden van de Nederlandse Antillen: een Engelstalige editie voor de Bovenwinden en een Papiamentstalige editie voor de Benedenwinden. Elk eiland had een eigen redactieteam. Maar in 2008 is dit allemaal stopgezet vanwege alle verschuivingen binnen de overheid in verband met de staatkundige vernieuwingen. Na zeer veel pogingen is het Rosalina toen uiteindelijk gelukt om het blad eind 2010 weer van start te laten gaan, op Curaçao. Vanaf die tijd valt het blad onder de stichting ‘Fundashon Ban Komuniká’.

Wachten op fondse
n
Rosalina: “Met erg veel moeite hebben we toen sponsors kunnen krijgen en hebben we ook overwogen om er een commerciële uitgave van te maken, maar omdat er toch een erg belangrijke boodschap achter het magazine zit, zijn we hiervan afgestapt. Hierdoor zijn we wel afhankelijk gebleven van de overheid, van het belang dat zij hechten aan het magazine. In principe worden we dus gesubsidieerd door de overheid, we voldoen ook aan alle voorwaarden, maar is het nog steeds niet duidelijk wat de overheid gaat doen. Daardoor ontbreken op dit moment jammer genoeg nog bijna alle fondsen die we voor dit jaar nodig hebben. Gelukkig kregen we wel een paar keer steun van andere organisaties, zoals Samenwerkende Fondsen en nu pas geleden van de Isla, maar we hopen toch met steun van de overheid verder te kunnen gaan. Hun steun is eigenlijk onmisbaar.”



In totaal heeft 4 You-th nu twaalf redactieleden. Rosalina: “We hebben nu een hele stabiele groep die het erg leuk vindt om te schrijven en ook heel erg goed meedenkt.” Ze schrijven niet allen voor elke editie, maar zijn wel allemaal jongeren tussen de 12 en 20 jaar, net als hun doelgroep. Hoe vinden de drie aanwezige redactieleden het om voor 4 You-th te schrijven? Cheyenne Felizie is 18 jaar oud: “Het is hartstikke leuk om te doen. Je gaat veel met jongeren om en moet in de schoenen van andere jongeren gaan staan. Normaal schrijf ik gewoon voor mezelf en dan maakt het niet uit wat een ander ervan denkt, maar bij het schrijven voor 4 You-th moet je toch stilstaan bij ‘wat zouden de jongeren hiervan denken?’ of ‘zou dit hen kunnen helpen?’ Je leert dus meer met je lezers om te gaan en dat is heel leerzaam. Ik schrijf al van kleins af aan, maar met 4 You-th krijg ik de kans om mijn schrijven verder te ontwikkelen.”

Ebony-Gwenn Martis, 16 jaar oud, schrijft over diverse onderwerpen, waaronder ook over gezondheid: “Ik houd van schrijven en op deze manier leer ik ook beter te schrijven in het Papiaments. Wat ik een beetje moeilijk vind bij het schrijven voor 4 You-th, is dat ik voor sommige gezondheidsartikelen informatie op internet moet zoeken, en dan moet gaan uitzoeken of het allemaal wel klopt. Wanneer je vanuit jezelf iets schrijft, speelt dat geen rol en gaat het wat gemakkelijker.”
Haar zus, de jongste van de drie, is de 15-jarige Brianna-Gwenn Martis. Ze houdt net als de anderen erg veel van schrijven en zij en haar zus schrijven vaak samen een artikel. Ze vindt het minder prettig wanneer ze een onderwerp gepland heeft, en het interview met de betreffende persoon niet plaats kan vinden. “Dan raak ik in paniek en weet even echt niet wat ik moet doen, maar daarna ga ik over op plan B.” Rosalina: “We ondersteunen elkaar wel altijd in dat soort gevallen.”
De jonge redactieleden krijgen ook de nodige training en ondersteuning om het schrijven en alles wat erbij komt kijken, zo professioneel mogelijk te kunnen doen. Deze trainingen kunnen, door de krappe begroting, jammer genoeg maar eens per jaar gegeven worden.



Thema door jongeren bepaal
d
Het thema van elke editie wordt door de jongeren zelf bepaald. Rosalina: “Dit gebeurt meestal tijdens een jaarbespreking waarbij we de onderwerpen bespreken. We proberen altijd om de thema’s qua zwaarte af te wisselen. Elke editie heeft ook enkele vaste rubrieken, zoals bijvoorbeeld ‘Young Rebels’ die over jongeren gaat die op een bewonderenswaardige manier iets bereikt hebben, en de rubriek ‘Guys Only’, speciaal voor jongens. Behalve de jaarlijkse besprekingen worden er ook de maandelijkse redactievergaderingen gehouden die geleid worden door hoofdredacteur Alberto. Brianna-Gwenn: “In de redactievergaderingen praten we over het al eerder gekozen thema, wat we ervan denken, en ook over de onderwerpen waar iedereen in die editie dan over zou willen schrijven. We hebben altijd erg veel plezier tijdens deze vergaderingen.” Rosalina: “We evalueren de gekozen onderwerpen en na de selectie krijgen de jongeren twee weken de tijd voor het inleveren van hun tekst en fotomateriaal.”

8000 gratis exemplare
n
4 You-th verschijnt zo’n 8 à 10 keer per jaar in een oplage van 8000 exemplaren en wordt gratis verspreid onder 45 scholen alsmede enkele instellingen. Van Warmerdam: “We hebben vanwege de financiële problemen weleens overwogen om er een kleine vergoeding voor te gaan vragen, maar we blijven er toch van overtuigd dat het blad gratis moet blijven, want het moet gewoon voor iedereen toegankelijk zijn.” Op de vraag wat ze ervan zouden vinden als 4 You-th om financiële redenen zou moeten ophouden te bestaan, wordt door de drie redactieleden in duidelijke taal aangegeven dat ze zich daarmee totaal in de steek gelaten zouden voelen en dat hen daarmee iets zeer waardevols ontnomen zou worden. De 18-jarige Cheyenne: “Heel erg jammer, ja, ik zou het heel erg vinden en eigenlijk heel boos worden, want ik zou dan het gevoel hebben dat niemand om ons jongeren geeft. Het is iets wat wij jongeren hebben, iets waar we ons aan vast kunnen houden, daar houden jongeren van, en als dat van ons afgenomen zou worden dan zou ik dat heel, heel erg vinden. Het zou echt heel erg jammer zijn.”
De 16-jarige Ebony-Gwenn is het volledig met haar eens en vindt verder: “Als 4 You-th van ons afgepakt wordt, dan heb ik zelf ook niets meer, want het schrijven voor 4 You-th is het enige wat ik echt leuk vind om te doen en waarvan ik ook weet dat ik er iets positiefs mee bereik onder de jongeren die het lezen.”
En Brianna-Gwenn: “Ja, ik zou het ook heel erg vinden, want de jongeren kunnen zich echt vinden in wat wij schrijven.” Rosalina beaamt dit: “Zij zijn eigenlijk een soort spreekbuis voor heel veel jongeren en als dat weg is dan betekent dat, dat zij zich eigenlijk niet meer kunnen uiten en dat er geen stem meer is van de jongeren op het eiland, dit los van het Jeugdparlement, dat meer politiek getint is. Het magazine 4 You-th brengt onderwerpen naar voren die de Curaçaose jongeren bezighouden. Het laat zien wat de problemen zijn, maar ook wat de oplossingen ervoor zijn. Het blad is een handvat voor jongeren om zichzelf uit te drukken, maar tegelijkertijd biedt het jongeren ook de mogelijkheid om hun informatie ergens te kunnen vinden, en dan ook nog door jongeren zelf geschreven, dus het kan eigenlijk niet beter.”


[uit Amigoe, 23 maart 2013]

 Foto’s Ken Wong

Zomercarnaval en slavernijverleden

Foto @ Jochem Jurgens

Op zaterdag 15 juni 2013 vindt tijdens tijdens de Rotterdam Unlimited Week het zomercarnaval plaats. OCAN doet dit jaar mee met een Tambúgroep. Thema is: herdenken en vieren van 150 jaar afschaffing slavernij. We vinden het belangrijk dat een groot publiek bekend raakt met het slavernijverleden en hoe deze doorwerkt in het heden. We kiezen voor Tambú: een verboden muziekgenre en dans ontstaan in de tijd van de slavernij. Via deze ‘geheime slaventaal’ wisten de tot slaaf gemaakten met elkaar te communiceren. Wil je meedoen? Stuur dan even een mail naar naar info@ocan.nl.  OCAN is tevens voornemens via een kunstwerk en een Koninkrijksdebat  het slavernijverleden onder de aandacht te brengen.

Wendela de Vries: "Cultuur is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!" (1)

door Quito Nicolaas
Wendela de Vries

De tijden dat een kunstenaar zich uitsluitend op een enkel terrein beweegt is passé. Tegenwoordig combineren kunstenaars verschillende disclipines met elkaar om iets moois van te maken. Zo ook Wendela de Vries die verschillende levensfase in een ander land had doorgebracht. Haar ouders schreven ook, met name korte verhalen. Wendela's moeder Nelly Verkuyl had zelfs in 1947 een kinderboek bij Uitg. Meinema in Delft uitgegeven. Het lijkt er op dat haar gevoelswereld, denkwijze, manier van praten, kijk op de samenleving, menselijke emoties, politiek correctheid en dagelijkse keuzes allemaal doordrenkt zijn van de diverse culturen die ze in zich draagt. Als artistiek-leider van het Kunstcentrum Meneer de Wit  komt ze tot enige rust of juist tot leven. Vandaag een interview met dichter en kunstenaar Wendela de Vries.

Je groeide op in Enschede, Nieuw Guinea, Suriname en op Bonaire. Hoe heb je al die verschillende uiteenlopende culturen in 1 persoon kunnen vereenzelvigen?
Mijn ouders zaten in het onderwijs en ik ben enig kind. Ze hadden een breed en integer wereldbeeld, waren geen ouderwetse kolonialen. Mijn thuisbasis was dus heel veilig en vertrouwd, waardoor ik het in ieder land waar we woonden, wel een uitdaging vond om op onderzoek uit te gaan en vriendjes en vriendinnetjes te maken. In mijn vroegste jeugd (1962) heb ik ook een jaar op Nieuw Guinea gewoond en met Papuakinderen gespeeld.
Kunstwerk van Wendela de Vries

Ik heb alleen nog wat geur-, kleur en klankherinneringen aan Sorong, nu West- Papua, maar ben er van overtuigd dat die mij ook gevormd hebben. In Suriname (van mijn 6de tot 8ste jaar) heb ik leren lezen, schrijven, zwemmen en fietsen. Op Bonaire (van mijn 10e t/m mijn 13e) werd ik me bewust van mijn identiteit. Op de katholieke meisjesschool kwam ik erachter hoeveel invloed de slavernij als historisch feit heeft gehad op de bevolking van het hele Caraibische gebied. We lazen daarover in de zesde klas van de RK meisjesschool waar ik op zat. Daarover gaat mijn gedicht “Vrij zijn” (Topa Tula, 2013). Door de bewustwording van mijn identiteit, de goede band met mijn ouders, vriendschappen en natuurlijk ook door “de zee als achtertuin” is Bonaire het absolute paradijs van mijn jeugd. Enschede gymnasium alpha,was intellectueel wel een uitdaging, maar de puberteit vond ik de moeilijkste tijd van mijn leven tot nu toe, ook omdat mijn vader onverwacht overleed toen ik 17 was.

Als lid van Simia Literario schrijf je ook gedichten. Wat is de strekking van je gedichten?
Ik dicht nog niet zo lang. Hou erg van taal en heb ook een goede basis, met o.a. Spaans, Latijn en Grieks. Ik heb na de kunstacademie een jaar de opleiding tolk-vertaler Frans gedaan. Maar het komt écht, sigur, sigur, door de aanstekelijke energie vier jaar geleden van Simia Literario dat ik ben gaan dichten. Van mijn dochter Féline, die nu taalwetenschap studeert in Utrecht, heb ik begrepen dat alles, in iedere taal afgeproken is, de structuur en de regels, dus. Er is, vertelde zij, linguïstisch gezien slechts één wereldwijde uitzondering: poëzie! In poëzie mag álles. Mi por hasi tur cos! Toen ik dat hoorde viel de laatste psychologische belemmering weg.

Wendela (rechts) met man en dochter Feline


De kern van mijn gedichten is bijna altijd iets heel kleins wat me opvalt, waarvan ik hoop dat het ook een bredere en diepere betekenis heeft. Bijvoorbeeld dat je tijdens een winter-winkelavond in de stad, als je dorst hebt, best wat sneeuw van een brug kan happen. Of het beslagen raam waardoor je op het duffe perron kijkt vanuit de stoptrein. Of wat er in je hoofd rondbuitelt op het moment vlak voordat je in slaap valt. Mijn gedichten rijmen hier en daar; ik vind dat het daardoor pakkender wordt. Met rijm dringen de woorden meer je hart in, maar nooit teveel rijm. Het moet ook niet te bedacht en te geconstrueerd zijn. Ik let altijd op het ritme, dat mag niet haperen of struikelen. Ik dicht in het Nederlands, maar gooi er graag een andere taal in, vooral in de titel. Dat mixen van talen, is trouwens heel Caraïbisch.

Tijdens de lustrumviering van Simia in 2011, heb je erg mooi voorgedragen. Hoe bereid je je voor op zo’n optreden?
Masha danki, Quito. Leuk om dat te horen, van de de oprichter van Simia Literario. Dat optreden was mijn allereerste optreden als dichter voor een echt publiek, met een microfoon dus. Ik bereid me voor door het beste gedicht van dat moment te kiezen, waar ik me goed bij voel en dat klopt bij de omstandigheden. Ik lees het thuis een of twee keer hardop voor mezelf voor. Niet voor anderen. Ik wil geen commentaar voordat het offcieel is voorgedragen. Het voordragen zelf vind ik leuk om te doen. Het is een uitdaging om je te concentreren op de inhoud, en niet op hoe je overkomt. Ik geloof dat hoe meer je met de inhoud verstrengeld bent, hoe beter het publiek het beeld oppikt dat je wilt schetsen

Je bent medeoprichter van Kunstcentrum Meneer de Wit. Kun je wat meer hierover vertellen?
De naam Meneer de Wit is gebaseerd op de Witte de Withstraat in Amsterdam-West waar het gevestigd is. Het is een centrum voor moderne kunst, en ook o.a. zang en dans. Ik zat in de leiding en had er mijn atelier. Uit dat centrum is ook een koor voortgekomen, het Koor van Meneer de Wit met 40 mannen en vrouwen. Ik ben, naast dirigent Otto Klap, sinds 2009 artistiek leider van dat koor. We zingen klassieke stukken (Bach, Brahms, Poulenc, Barber en Boulanger).

Wendela de Vries tijdens een uitvoering van de Matthäuspassion in 2009


Binnenkort gaat een droom van me in vervulling. Het koor en vijf leden van Simia gaan samenwerken, op 15 juni 2013 in het witte kerkje van Amsterdam Oud Sloten. Het project heet: De zon, de dood en het gebed. De vijf dichters dragen een gedicht voor over dit thema en dan zingt het koor afwisselend de liederen.  Met subsidie en sponsors proberen we ieder een ruime vergoeding te geven. Dat aspect vind ik ook heel belangrijk. Cultuur is onmisbaar en moet ook op een aardse manier beloond worden. Het is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!

Welk publiek probeert dit centrum voor kunst, cultuur en ontwikkeling te bereiken?
Buurtbewoners, kunstenaars, kunstliefhebbers, muziek dans- en theaterliefhebbers, alle Amsterdammers, iedereen die er van hoort, en wie maar wil!

[vervolg: klik hier]

[van Caribe Magazine, 27 maart 2013]

Jandino en Bryan B winnen multiculturele award

Jandino Asporaat
Cabaretier Jandino Asporaat en zanger Bryan Bijlhout hebben de Multiculturele Muziekaward 2012 in de wacht gesleept. Jandino met De Dino Show het beste tv-programma en Bryan B voor beste artiest. De prijs wordt sinds het vorig jaar uitgereikt door de Urban Showbizz Channel. Het doel van de award is om de beeldvorming over de multiculturele samenleving positief te beïnvloeden en om het multiculturele bewustzijn te bevorderen.

In reactie op de prijs zegt Bryan B  blij te zijn met het bericht. "In al die jaren kijk je uit naar erkenning en uiteindelijk komen ze op je af. Dat is goed toch? Daar gaat het allemaal om." In maart 2012 won Bryan Bijlhout ook de talentenshow The Winner Is... De Surinaamse zanger kreeg 1 miljoen euro en een platencontract. Zowel de jury van 101 personen als het publiek dat via sms kon stemmen, vonden 'Master Big Voice' de beste. 
Bryan Bijlhout

Jaarlijks worden er steeds twee multiculturele awards uitgereikt, voor het beste multiculturele tv-programma en de beste artiest of groep. De winnaars zijn daarmee de culturele ambassadeurs van multicultureel Nederland. De uitreiking van de prijzen volgt later dit jaar.