| Saramakaner heiligdom, Bekiokondre, Boven-Suriname. Foto © Michiel van Kempen |
door Fred de Haas
Kenmerken van Afro-Amerikaanse
godsdiensten
In de loop der afgelopen eeuwen zijn er miljoenen Afrikanen
naar de Spaanse, Portugese, Franse, Engelse, Deense en Hollandse koloniën
gebracht. Deze Afrikanen behoorden allemaal tot verschillende stammen,
taalgebieden en culturen. Maar soms kan het zijn dat in bepaalde gebieden
etnische groepen vrij homogeen van samenstelling zijn gebleven. Zo vinden we
in Suriname veel overeenkomsten met de godsdienstige tradities van de Ashanti
en Fanti uit Ghana. In Brazilië en Cuba zijn er bepaalde gebieden met een
uitgesproken Yoruba (Nigeria) en Bantu (Angola/Congo) traditie.
Bij het bestuderen van Afrikaanse godsdiensten valt één ding
op: ze nemen makkelijk goden en rituelen uit andere culturen over. Afrikanen
zijn praktische mensen en als iets bevalt dan wordt het overgenomen. Hun
godheden blijken al net zo praktisch te zijn als zijzelf en over menselijke
eigenschappen te beschikken. Ze hebben hun deugden en hun gebreken, ze kunnen
goed of slecht zijn, afhankelijk van hoe je met hen omgaat. Goden kunnen worden
gemanipuleerd en dat verklaart meteen al de grote populariteit van de magie in
Afrikaanse godsdiensten. Goden stellen er prijs op dat de rituelen goed worden
uitgevoerd. Anders kunnen ze erg boos worden en moeten dan door offers weer
gunstig worden gestemd.
![]() |
| Yoruba heiligdom. Foto © uni-hildesheim |
Ook valt het op dat moraal en religie in Afrikaanse
godsdiensten geen verband met elkaar houden. Er bestaat niet zoiets als de Tien
Geboden zoals we die kennen van de katholieke kerk. Het begrip ‘zonde’ is een
onbekend verschijnsel. Over een ‘hiernamaals’ maken ze zich ook geen zorgen. Als
je wordt gestraft of beloont dan gebeurt dat in deze wereld en nergens anders.
Wel geloven de Afrikanen in een Opperwezen, maar ze houden zich daar verder
niet mee bezig. Dat Opperwezen bemoeit zich ook niet met aardse zaken. Dat laat
hij/zij aan de lagere godheden over. Het begrip ‘ziel’ was wel bekend. Men
geloofde zelfs dat een mens meerdere zielen had en dat een ziel na de dood in
een ander lichaam opnieuw geboren kon worden.
Voorouderverering was wijdverbreid in de Afrikaanse
godsdiensten. De Yoruba hadden de traditie om in de maand juni in de straten te
dansen waarbij gemaskerde dansers de voorouders voorstelden en gehuld waren in
lange veelkleurige gewaden. De dansers werden vergezeld door trommelaars en
mensen die het publiek op afstand hielden. Ook waren er acrobaten, clowns en
goochelaars die meeliepen in de stoet en het geheel een luchtige toon gaven.
In Afrika kende men ook ‘priesteressen’ die een vrij lange
en kostbare opleiding kregen. Aan het eind van de opleiding kregen de
priesteressen een bepaalde godheid toegewezen met wie ze in trance zouden
kunnen spreken. Dit verklaart het bestaan van ‘priesteressen’ in het Caribisch
gebied en Zuid-Amerika.
Fetisjisme
Een wijdverbreid misverstand is dat Afrikanen ‘fetisjisten’ zouden
zijn, mensen die in ‘voorwerpen’ geloven. Wel kunnen zij aannemen dat er een
bepaalde geest in een voorwerp (een stuk hout, een steen) huist. Zo’n voorwerp
wordt dan een bescherming biedend ‘amulet’. Maar die geest kan er ook weer
uitgaan en dan wordt de amulet weer een gewoon stuk steen of hout.
Het woord ‘fetisj’ komt van het Portugese ‘feitiço’ dat
letterlijk ‘maaksel’ betekent. Met dat woord duidden de Portugezen dingen als
rozenkransen, afbeeldingen van heiligen enz. aan. Met andere woorden,
Christenen waren in die zin van het woord net zulke ‘fetisjisten’ als de
Afrikanen.
Europeanen stelden de Afrikanen altijd graag voor als een
stel barbaren die blij mochten zijn dat de Europeanen de moeite
namen om hen wat beschaving – in de vorm van het Christendom, natuurlijk – bij
te brengen.
![]() |
| Kesler Pierre, een vodou-artiest, brengt met maïsmeel symbolen aan. Still uit een video van Joliana Hunter-Elin |
Inmiddels weten we allang dat er al ten tijde van de ontdekkingen
politiek goed georganiseerde Afrikaanse landen waren waar de beoefening van
kunsten en ambachten op een zeer hoog peil stond (Nigeria, Dahomey/Bénin,
Ghana). Een deel van die vaardigheden hebben de Afrikanen meegenomen naar de
Nieuwe Wereld. Het tekenen met maïsmeelpoeder van prachtige symbolen op de
vloer van de tempel bij Vodou rituelen is daar een klein voorbeeld van. Ook
hadden bepaalde Afrikaanse volken, zoals de Yoruba, een ontwikkelde vorm van
godsdienst.
[vervolg, afl. 4, klik hier]



Geen opmerkingen:
Een reactie posten