SGP over motie Van der Staaij: ‘eerste klap nog geen daalder waard’
“Het is goed dat het kabinet erkent dat basisgereedheid en inzetbaarheid van ons leger vooropstaan. Munitie- en materiaaltekorten moeten dringend aangepakt worden. We snappen dat er dan pas gepraat kan worden over aanschaf van extra materieel en groei van ons leger.” Dat is de eerste reactie van SGP-leider Kees van der Staaij nu het kabinet met een reactie op de eerdere motie is gekomen. (zie onderaan)
Tegelijkertijd had de SGP graag concrete bedragen gezien. Van der Staaij: “Met alleen woorden wordt Poetin niet gestopt. Er is geld nodig. En fors ook. Niet alleen in de begroting voor volgend jaar die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, maar ook voor de lange termijn. Het moet nu wél hard worden gemaakt. Het is jammer dat het Kabinet daar nog niet concreet in is. De bedragen die nu in de media rondgaan zijn daar absoluut niet toereikend voor”
Van der Staaij vindt dat wat er nu wordt gedaan slechts een eerste stap is: “Hiermee is de betreffende motie nog niet uitgevoerd. De SGP zal de versterking van Defensie consequent bij het kabinet op het netvlies houden. Er is nog heel wat inzet én geld nodig voordat ons leger weer in topconditie is om te kunnen doen wat we móeten doen.”
Motie-Van der Staaij
De motie-Van der Staaij c.s. roept het kabinet op het ambitieniveau van de krijgsmacht aan te passen en te waarborgen dat het niveau van defensiebestedingen gelijke tred zal houden met het noodzakelijke ambitieniveau voor onze krijgsmacht.
(bron)
GOV|MHB zwaar teleurgesteld in Kabinetsreactie op Motie-Van der Staaij
19 juni 2015
De GOV|MHB is zwaar teleurgesteld over de kabinetsreactie op de Motie-Van der Staaij. Deze teleurstelling wordt ingegeven door het feit dat het kabinet wederom geen duidelijkheid verstrekt over het noodzakelijke ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren. Daar waar miljarden euro’s over de dijk klotsen ten behoeve van een nieuw belastingstelsel lukt het dit kabinet schijnbaar niet om overeenstemming te bereiken over de financiële invulling van de Motie-Van der Staaij. Defensie en haar personeel moeten het wederom doen met intenties en mooie woorden, ondanks de signalen van onder andere de Rekenkamer dat het Kabinet jarenlang een te zware wissel op Defensie heeft getrokken en Defensie hierdoor heeft uitgewoond.
Onlangs hebben zowel de PVDA als de VVD een motie ingediend waarin aan de regering wordt gevraagd waar aanvullende middelen nodig zijn om de bestaande ambities waar te maken, dan wel aan te geven waar de ambities omlaag gaan. Dit vanwege het gebrek aan inzetbaar materieel en een tekort aan personeel. Goede vragen van de regeringspartijen, maar deze zijn afgelopen weken al beantwoord met de Kamerbrieven over materiele knelpunten en de personeelsrapportage.
De GOV|MHB bespeurt een tendens dat, in plaats van in Defensie te investeren, er geld gevonden gaat worden door het verlagen van het ambitieniveau. Uit de Kamerbrieven over de verlenging van de missies blijkt dat het ambitiesniveau, in lijn met het bovenstaande, al naar beneden is bijgesteld. Vanwege materiele tekortkomingen en personele tekorten kunnen deze missies niet meer met eenzelfde ambitieniveau worden uitgevoerd.
Ondanks de ‘positieve’ signalen die nu worden uitgezonden wordt het defensiepersoneel wederom blij gemaakt met een dode mus. Het (uitgewoonde) ‘can do’ defensiepersoneel verwacht als tegenprestatie een ‘can do’ van dit kabinet. Tot op heden wordt hier echter nog steeds geen invulling aan gegeven en wordt ze weer aan het lijntje gehouden. Het wordt hoog tijd dat er daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan de steeds weer genoemde ‘trendbreuk’. Van een trendbreuk is alleen sprake als dit leidt tot een meerjarig, Kamer breed gedragen, plan dat er uiteindelijk zorg voor draagt dat er weer sprake is van een gezonde defensieorganisatie. Een organisatie waarbij daadwerkelijk sprake is van een voor haar taak berekende krijgsmacht, met modern en innovatief materieel en die volledig gevuld is met goed opgeleid, getraind en gemotiveerd personeel. Alleen dan is er toekomstperspectief voor Defensie en haar personeel én kan de jarenlange neerwaartse spiraal ten positieve worden gekeerd.
(bron)
Posts tonen met het label GOV|MHB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GOV|MHB. Alle posts tonen
vrijdag 19 juni 2015
donderdag 12 september 2013
Reactie minister Hennis-Plasschaert op kritiek GOV|MHB
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 12 september 2013
Betreft Reactie op ingezonden brief Trouw
Tijdens de regeling van werkzaamheden op 10 september jl. heeft het lid Segers (CU) om een reactie gevraagd op de ingezonden brief ‘Minister van Defensie, het is vijf voor 12’ van generaal-majoor b.d. H. de Jonge in Trouw van 9 september jl. Tevens heeft het lid Hachchi (D66) gevraagd in te gaan op de wijze waarop het defensiepersoneel werd en wordt betrokken bij het schrijven van de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Hierbij voldoe ik aan deze verzoeken.
Ik heb alle begrip voor de zorgen van het personeel over mogelijke maatregelen en wat die voor ieder van hen kunnen betekenen. Ik zal daarover duidelijkheid verschaffen in de nota over de toekomst van de krijgsmacht die, zoals bekend, zal verschijnen vóór de behandeling van de defensiebegroting. Ook verwijs ik naar mijn brief van 25 juni jl. (Kamerstuk 32 7333, nr. 133).
Gisteren heb ik een onderhoud gehad met generaal-majoor b.d. De Jonge. Wij hebben vastgesteld dat van een tegenstelling tussen officieren en de minister geen sprake is. De Commandant der Strijdkrachten evenals de commandanten van de operationele commando’s zijn nauw betrokken bij het opstellen van de nota en de uitwerking daarvan. Gezamenlijk staan wij voor de koers die Defensie inslaat en gezamenlijk zullen wij werken aan het draagvlak daarvoor.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Datum 12 september 2013
Betreft Reactie op ingezonden brief Trouw
Tijdens de regeling van werkzaamheden op 10 september jl. heeft het lid Segers (CU) om een reactie gevraagd op de ingezonden brief ‘Minister van Defensie, het is vijf voor 12’ van generaal-majoor b.d. H. de Jonge in Trouw van 9 september jl. Tevens heeft het lid Hachchi (D66) gevraagd in te gaan op de wijze waarop het defensiepersoneel werd en wordt betrokken bij het schrijven van de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Hierbij voldoe ik aan deze verzoeken.
Ik heb alle begrip voor de zorgen van het personeel over mogelijke maatregelen en wat die voor ieder van hen kunnen betekenen. Ik zal daarover duidelijkheid verschaffen in de nota over de toekomst van de krijgsmacht die, zoals bekend, zal verschijnen vóór de behandeling van de defensiebegroting. Ook verwijs ik naar mijn brief van 25 juni jl. (Kamerstuk 32 7333, nr. 133).
Gisteren heb ik een onderhoud gehad met generaal-majoor b.d. De Jonge. Wij hebben vastgesteld dat van een tegenstelling tussen officieren en de minister geen sprake is. De Commandant der Strijdkrachten evenals de commandanten van de operationele commando’s zijn nauw betrokken bij het opstellen van de nota en de uitwerking daarvan. Gezamenlijk staan wij voor de koers die Defensie inslaat en gezamenlijk zullen wij werken aan het draagvlak daarvoor.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
woensdag 23 januari 2013
'Algemeen Overleg inzake de WUL brengt geen soelaas'
Vandaag heeft de Vaste Kamer Commissie Defensie (VCD) van de Tweede Kamer in een Algemeen Overleg (AO) gedebatteerd met de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Financiën over de effecten van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) bij militairen.
Naar aanleiding van de berichtgeving in de ochtendkranten van vandaag, werd door het bestuur van de GOV|MHB met enig positivisme naar het debat uitgekeken. De minister van Defensie had, volgens de media, immers aangegeven “Het kan niet zo zijn dat militairen harder worden geraakt dan anderen. Linksom of rechtsom, we vinden een oplossing om de ongewenste loonderving vanaf 2014 op te lossen”.
Al snel bleek in het debat dat de minister in het geheel echter geen duidelijkheid wilde geven over enige vorm van structurele compensatie van de WUL-effecten voor 2014 en verder . De minister bleef, op de vele vragen van de leden van de VCD, maar hameren op de noodzaak van een pakketvergelijking.
Over het feit dat ook de gedeeltelijke compensatie voor 2013 door de bonden niet als voldoende wordt ervaren, werd geheel niet gedebatteerd. Hierover werd uitsluitend gevraagd door de VCD om te bezien of de compensatie per 01 april, niet met terugwerkende kracht vanaf 01 januari kan worden doorgevoerd.
Net als de leden van de VCD, snapt ook het bestuur van de GOV|MHB niet wat een pakketvergelijking van doen heeft met het compenseren van de effecten van de WUL.
De eindconclusie kan helaas geen andere zijn dan dat de leden van de VCD duidelijk hun steun hebben getoond voor de militairen en de defensieorganisatie, maar dat het Algemeen Overleg inzake de WUL uiteindelijk geen soelaas heeft gebracht.
Hoe nu verder?
Nu er nog steeds geen duidelijkheid is over een volledige structurele oplossing voor de effecten van de WUL voor militairen, is er voor de GOV|MHB niets veranderd. Het is nog steeds wachten op een nieuw voorstel van de minister van Defensie, alvorens er weer gesproken kan worden.
Ook de andere bonden hebben zich op soort gelijke wijze uitgelaten, als uitkomst van dit debat.
Tot die tijd blijft de huidige situatie helaas gehandhaafd en ziet het er naar uit dat het defensiepersoneel en defensie vooralsnog de verliezers zijn.
(GOV|MHB, 23 januari 2013)
Naar aanleiding van de berichtgeving in de ochtendkranten van vandaag, werd door het bestuur van de GOV|MHB met enig positivisme naar het debat uitgekeken. De minister van Defensie had, volgens de media, immers aangegeven “Het kan niet zo zijn dat militairen harder worden geraakt dan anderen. Linksom of rechtsom, we vinden een oplossing om de ongewenste loonderving vanaf 2014 op te lossen”.
Al snel bleek in het debat dat de minister in het geheel echter geen duidelijkheid wilde geven over enige vorm van structurele compensatie van de WUL-effecten voor 2014 en verder . De minister bleef, op de vele vragen van de leden van de VCD, maar hameren op de noodzaak van een pakketvergelijking.
Over het feit dat ook de gedeeltelijke compensatie voor 2013 door de bonden niet als voldoende wordt ervaren, werd geheel niet gedebatteerd. Hierover werd uitsluitend gevraagd door de VCD om te bezien of de compensatie per 01 april, niet met terugwerkende kracht vanaf 01 januari kan worden doorgevoerd.
Net als de leden van de VCD, snapt ook het bestuur van de GOV|MHB niet wat een pakketvergelijking van doen heeft met het compenseren van de effecten van de WUL.
De eindconclusie kan helaas geen andere zijn dan dat de leden van de VCD duidelijk hun steun hebben getoond voor de militairen en de defensieorganisatie, maar dat het Algemeen Overleg inzake de WUL uiteindelijk geen soelaas heeft gebracht.
Hoe nu verder?
Nu er nog steeds geen duidelijkheid is over een volledige structurele oplossing voor de effecten van de WUL voor militairen, is er voor de GOV|MHB niets veranderd. Het is nog steeds wachten op een nieuw voorstel van de minister van Defensie, alvorens er weer gesproken kan worden.
Ook de andere bonden hebben zich op soort gelijke wijze uitgelaten, als uitkomst van dit debat.
Tot die tijd blijft de huidige situatie helaas gehandhaafd en ziet het er naar uit dat het defensiepersoneel en defensie vooralsnog de verliezers zijn.
(GOV|MHB, 23 januari 2013)
dinsdag 8 januari 2013
WUL: 'Defensie wist van effecten maar heeft bewust niets gedaan'
In de email van 21 december 2012 aan het defensiepersoneel, waarin een toelichting werd gegeven op de negatieve inkomenseffecten van de Wet uniformering Loonbegrip (WUL), stelde Defensie: “Het is een feit dat te laat is onderkend dat de effecten van de WUL u als militair onevenredig raken.”
Uit een brief die de CMHF-sector Defensie (GOV|MHB: KVMO, KVNRO & NOV) in handen heeft gekregen, blijkt dat Defensie echter ruim op tijd op de hoogte was van de effecten van de WUL, maar bewust geen actie heeft ondernomen toen dat nog mogelijk was.
Deze brief betreft een formeel schrijven van 26 november 2012, van Staatsecretaris Frans Weekers van Financiën aan de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert.
Inhoud:
In deze brief stelt Staatssecretaris Weekers: “Waarde Jeanine, ………. De in je brief geschetste probleemstelling, de inkomenseffecten die door de inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip ontstaan, zijn steeds punt van aandacht en zorg geweest bij het maken van het wetsvoorstel, bij de behandeling in het parlement en in de aanloop naar de inwerkingtreding per 1 januari 2013.”
De staatssecretaris stelt ook: “Het is zo dat in de memorie van toelichting van het (toen nog) wetsvoorstel Wet ULB opmerkingen zijn opgenomen ter zake van de consequenties van die wet voor militairen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de MR zijn er van de zijde van het ministerie van Defensie geen opmerkingen gemaakt ter zake van die inkomensconsequenties. Om die reden ben ik er van uit gegaan dat het ministerie van Defensie die consequenties heeft aanvaard.”
Tevens stelt de staatssecretaris: “Bij ambtelijk contact op 19 januari 2012 over de Verkenning loonsomheffing, waarin maatregelen beoogd waren die wel een rechtstreekse invloed hebben op de uitzonderingspositie van de militairen in de Zorgverzekeringswet is gebleken dat de consequenties van de Wet ULB bij ambtelijk Defensie wel bekend waren.”
Conclusie:
Uit het voorgaande kan de CMHF-sector Defensie niet anders dan concluderen dat de adviseurs van de minister van Defensie, tijdens de totstandkoming van de WUL, bewust hebben nagelaten om de negatieve effecten van de WUL voor de militairen te (laten) repareren/compenseren!
Uit het voorgaande blijkt tevens dat Defensie wederom de geldende procedures niet heeft nageleefd. Op het moment dat bekend is dat er een wetsvoorstel ligt dat specifiek effecten met zich meebrengt voor militairen en/of burgermedewerkers bij defensie, dan dient Defensie dit onverwijld aan te geven in het Georganiseerd Overleg.
Nadat een der Centrales hier medio juni 2012 in het Georganiseerd Overleg aandacht voor heeft gevraagd, heeft Defensie (pas) op 20 september 2012 in het Georganiseerd Overleg aan de Centrales laten weten dat men bezig was met de reparatie van de effecten van de WUL voor de militairen. Dit terwijl Defensie dus al op 19 januari 2012 op de hoogte was!
Toch kan een zeer kritische noot aan het adres van het ministerie van Financiën ook niet uitblijven. Ook het ministerie van Financiën is op de hoogte van de bijzondere positie van de militair. Het ministerie van Financiën had dus eveneens kennis van de extreme negatieve effecten van de invoering van de WUL voor de militairen. Nu deze effecten uitsluitend voortkomen uit deze bijzondere positie, had het ministerie van Financiën ook zelf kunnen (en moeten) komen met een compensatiemaatregel. Dit ministerie heeft immers de verantwoordelijkheid om wetgeving zoals de WUL zodanig vorm te geven dat niet een relatief kleine groep onredelijk wordt getroffen door de nadelige gevolgen van wetgeving. Deze verantwoordelijkheid kan worden afgeleid uit de jurisprudentie over artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het feit dat het ministerie van Defensie hier niet heeft gehandeld, pleit het ministerie van Financiën in deze dan ook niet vrij van alle blaam.
Nu verder:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat er een fout is gemaakt in het wetgevingstraject en onderzoekt nu of dit juridisch kan worden aangevochten.
Daarnaast benadert zij Tweede Kamerleden met als doel om hen te overtuigen van de fout en deze alsnog te laten herstellen door middel van een motie.
(GOV|MHB, 8 januari 2013)
Uit een brief die de CMHF-sector Defensie (GOV|MHB: KVMO, KVNRO & NOV) in handen heeft gekregen, blijkt dat Defensie echter ruim op tijd op de hoogte was van de effecten van de WUL, maar bewust geen actie heeft ondernomen toen dat nog mogelijk was.
Deze brief betreft een formeel schrijven van 26 november 2012, van Staatsecretaris Frans Weekers van Financiën aan de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert.
Inhoud:
In deze brief stelt Staatssecretaris Weekers: “Waarde Jeanine, ………. De in je brief geschetste probleemstelling, de inkomenseffecten die door de inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip ontstaan, zijn steeds punt van aandacht en zorg geweest bij het maken van het wetsvoorstel, bij de behandeling in het parlement en in de aanloop naar de inwerkingtreding per 1 januari 2013.”
De staatssecretaris stelt ook: “Het is zo dat in de memorie van toelichting van het (toen nog) wetsvoorstel Wet ULB opmerkingen zijn opgenomen ter zake van de consequenties van die wet voor militairen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de MR zijn er van de zijde van het ministerie van Defensie geen opmerkingen gemaakt ter zake van die inkomensconsequenties. Om die reden ben ik er van uit gegaan dat het ministerie van Defensie die consequenties heeft aanvaard.”
Tevens stelt de staatssecretaris: “Bij ambtelijk contact op 19 januari 2012 over de Verkenning loonsomheffing, waarin maatregelen beoogd waren die wel een rechtstreekse invloed hebben op de uitzonderingspositie van de militairen in de Zorgverzekeringswet is gebleken dat de consequenties van de Wet ULB bij ambtelijk Defensie wel bekend waren.”
Conclusie:
Uit het voorgaande kan de CMHF-sector Defensie niet anders dan concluderen dat de adviseurs van de minister van Defensie, tijdens de totstandkoming van de WUL, bewust hebben nagelaten om de negatieve effecten van de WUL voor de militairen te (laten) repareren/compenseren!
Uit het voorgaande blijkt tevens dat Defensie wederom de geldende procedures niet heeft nageleefd. Op het moment dat bekend is dat er een wetsvoorstel ligt dat specifiek effecten met zich meebrengt voor militairen en/of burgermedewerkers bij defensie, dan dient Defensie dit onverwijld aan te geven in het Georganiseerd Overleg.
Nadat een der Centrales hier medio juni 2012 in het Georganiseerd Overleg aandacht voor heeft gevraagd, heeft Defensie (pas) op 20 september 2012 in het Georganiseerd Overleg aan de Centrales laten weten dat men bezig was met de reparatie van de effecten van de WUL voor de militairen. Dit terwijl Defensie dus al op 19 januari 2012 op de hoogte was!
Toch kan een zeer kritische noot aan het adres van het ministerie van Financiën ook niet uitblijven. Ook het ministerie van Financiën is op de hoogte van de bijzondere positie van de militair. Het ministerie van Financiën had dus eveneens kennis van de extreme negatieve effecten van de invoering van de WUL voor de militairen. Nu deze effecten uitsluitend voortkomen uit deze bijzondere positie, had het ministerie van Financiën ook zelf kunnen (en moeten) komen met een compensatiemaatregel. Dit ministerie heeft immers de verantwoordelijkheid om wetgeving zoals de WUL zodanig vorm te geven dat niet een relatief kleine groep onredelijk wordt getroffen door de nadelige gevolgen van wetgeving. Deze verantwoordelijkheid kan worden afgeleid uit de jurisprudentie over artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het feit dat het ministerie van Defensie hier niet heeft gehandeld, pleit het ministerie van Financiën in deze dan ook niet vrij van alle blaam.
Nu verder:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat er een fout is gemaakt in het wetgevingstraject en onderzoekt nu of dit juridisch kan worden aangevochten.
Daarnaast benadert zij Tweede Kamerleden met als doel om hen te overtuigen van de fout en deze alsnog te laten herstellen door middel van een motie.
(GOV|MHB, 8 januari 2013)
zondag 6 januari 2013
Wet Uniformering Loonbegrip: reactie officieren op brief Defensie
Na een mail* op het werk-emailaccount, op vrijdag 21 december 2012, ontving elke militair op zaterdag 5 januari 2013 een brief op het huisadres. Een brief waarin Defensie tracht een toelichting te geven op de effecten van de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) per 1 januari 2013.
De informatie in de brief is echter niet juist én, net als in het mailbericht, verre van volledig.
Onjuist
De brief suggereert dat de invoering van de WUL is ingegeven door de maatregelen die het kabinet heeft moeten nemen vanwege de economische crisis.
De WUL komt echter voort uit de wens om de loonstrook voor de werknemer duidelijker te maken. Het kabinetsvoorstel hiertoe stamt al uit 2008. De WUL is dus helemaal niet bedoeld als bezuinigingsmaatregel als gevolg van de economische crisis. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat de effecten van de WUL, in totaliteit, budgetneutraal zouden moeten zijn.
De brief stelt ook: “Deze wet heeft op iedereen effect, dus ook op het inkomen van burger- en militair personeel. Door een afwijkend loonstelsel wordt de laatste groep echter sterker geraakt”.
Dat deze wet op iedereen effect heeft was voorzien.
De suggestie wordt echter gewekt dat eenieder er door deze wet op achteruit zou gaan. Dit is niet waar. Op individueel niveau zou het effect moeten uitkomen binnen een bandbreedte van -1,5% tot + 1,5%.
Dat militairen sterker worden geraakt door een afwijkend loonstelsel is wel juist. Als gevolg van het afwijkende loonstelsel, voortkomende uit de Militaire Ambtenaren Wet, lopen de effecten voor militairen op tot -2,2% tot – 4,8%.
Onvolledig
De brief stelt: “Defensie heeft hiervoor compensatie gezocht om te zorgen dat de situatie voor militairen in 2013 zo veel als mogelijk aansluit bij die voor burgers”.
Defensie vergeet hier echter te noemen dat het ministerie van Financiën slechts heeft toegestaan dat er een compensatie is gezocht die ertoe zou leiden dat de militair, net als de burger, maximaal op -1,5% uit zou komen. Hierbij is dus een volledig ander uitgangspunt gekozen als de WUL zelf: 0% met een bandbreedte tussen -1,5% en +1,5%.
Daarnaast ‘vergeet’ Defensie ook nog een aantal andere zaken te vermelden:
- Defensie heeft in het voortraject van de totstandkoming van de WUL meerdere malen de mogelijkheid gehad om aan de bel te trekken. Defensie heeft hier echter de geboden mogelijkheden niet aangegrepen. Pas nadat het wetgevingsproces was afgerond én de Centrales van Overheidspersoneel in het Georganiseerd Overleg Defensie hadden gewaarschuwd over de gevolgen, is Defensie gaan bewegen;
- M.i.v. 1 januari 2014 loopt het koopkrachtverlies alsnog op tot gemiddeld 3,5% (met uitschieters naar 4,8%). Over een eventuele compensatie voor 2014 en verder moet, volgens Defensie, worden gesproken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Dit dient dan wel te gebeuren binnen de afspraken van het Regeerakkoord.
Voor 2014 geldt een budgettaire nullijn voor ambtenaren. De benodigde compensatie van het koopkrachtverlies moet dus uit de bestaande arbeidsvoorwaarden voor het burger- en militaire personeel worden betaald: een sigaar uit eigen doos. Het totaal effect blijft dus gelijk: een koopkrachtverlies van gemiddeld 3,5%.
De invoering van de WUL levert de militair dus een extra structureel koopkrachtverlies van 2,5 a 5% op, bovenop de maatregelen van het Kabinet Rutte II. Het totale koopkrachtverlies voor militairen loopt daarmee op tot 10 a 15%, tot 2017!
- Defensie moet de compensatie wel uit de eigen begroting betalen, terwijl de extra belastinginkomsten bij Financiën blijven!
De compensatie betekent dus in wezen een eenmalige extra bezuiniging van ruim € 80 miljoen. Dit bedrag komt uit de bedrijfsvoering, hetgeen in houdt dat er minder geld beschikbaar is voor varen, vliegen, oefenen, reservedelen etc.
Standpunt CMHF-sector Defensie
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de negatieve effecten volledig en structureel dienen te worden gecompenseerd, zoals de WUL ook beoogd is. De fouten van een organisatiedeel binnen Defensie op dit dossier, kunnen en mogen niet worden afgewenteld op het militaire personeel.
Bij Defensie geldt van oudsher; een commandant is verantwoordelijk voor al het doen en laten van zijn onderhebbenden. In dit geval geldt dat dus ook voor de minister van Defensie, mevrouw Hennis-Plasschaert. Zij, op haar niveau, zal nu pal moeten gaan staan voor haar mannen en vrouwen en zorgen voor een deugdelijke reparatie. En deugdelijk in dit verband gaat verder dan het bieden van een sigaar uit eigen doos. Dat is haar taak en haar verantwoordelijkheid. Dat dit niet leuk is,is evident. Maar commandant zijn van een organisatie kent niet alleen lusten, maar zeker ook lasten.
Volledige en structurele compensatie is ook mogelijk:
Door de invoering van de WUL resteert voor het ministerie van Financiën een batig saldo, omdat tegenover de extra belastinginkomsten over de militaire salarissen geen kosten staan. Dit batig saldo zou naar Defensie terug moeten worden gesluisd om de effecten van de WUL te compenseren. Daarmee wordt immers invulling gegeven aan het beoogde effect: (nagenoeg) neutraal.
Als laatste betreurt het de CMHF-sector Defensie dat het defensiepersoneel na de onvolledige mail van 21 december 2012, nu onjuist en wederom onvolledig wordt geïnformeerd.
In de huidige tijd, waarin onrust vanwege de reorganisaties hoogtij viert bij het defensiepersoneel, draagt de huidige informatie alleen maar bij aan een vergroting van de onrust, hetgeen de waardering voor Defensie als werkgever, alsook de werkbeleving, negatief zal beïnvloeden.
Klik hier voor eerdere informatie over de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) op de ProDef-website.
(GOV|MHB, 5 januari 2013)
* klik hier voor tekst email december.
De informatie in de brief is echter niet juist én, net als in het mailbericht, verre van volledig.
Onjuist
De brief suggereert dat de invoering van de WUL is ingegeven door de maatregelen die het kabinet heeft moeten nemen vanwege de economische crisis.
De WUL komt echter voort uit de wens om de loonstrook voor de werknemer duidelijker te maken. Het kabinetsvoorstel hiertoe stamt al uit 2008. De WUL is dus helemaal niet bedoeld als bezuinigingsmaatregel als gevolg van de economische crisis. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat de effecten van de WUL, in totaliteit, budgetneutraal zouden moeten zijn.
De brief stelt ook: “Deze wet heeft op iedereen effect, dus ook op het inkomen van burger- en militair personeel. Door een afwijkend loonstelsel wordt de laatste groep echter sterker geraakt”.
Dat deze wet op iedereen effect heeft was voorzien.
De suggestie wordt echter gewekt dat eenieder er door deze wet op achteruit zou gaan. Dit is niet waar. Op individueel niveau zou het effect moeten uitkomen binnen een bandbreedte van -1,5% tot + 1,5%.
Dat militairen sterker worden geraakt door een afwijkend loonstelsel is wel juist. Als gevolg van het afwijkende loonstelsel, voortkomende uit de Militaire Ambtenaren Wet, lopen de effecten voor militairen op tot -2,2% tot – 4,8%.
Onvolledig
De brief stelt: “Defensie heeft hiervoor compensatie gezocht om te zorgen dat de situatie voor militairen in 2013 zo veel als mogelijk aansluit bij die voor burgers”.
Defensie vergeet hier echter te noemen dat het ministerie van Financiën slechts heeft toegestaan dat er een compensatie is gezocht die ertoe zou leiden dat de militair, net als de burger, maximaal op -1,5% uit zou komen. Hierbij is dus een volledig ander uitgangspunt gekozen als de WUL zelf: 0% met een bandbreedte tussen -1,5% en +1,5%.
Daarnaast ‘vergeet’ Defensie ook nog een aantal andere zaken te vermelden:
- Defensie heeft in het voortraject van de totstandkoming van de WUL meerdere malen de mogelijkheid gehad om aan de bel te trekken. Defensie heeft hier echter de geboden mogelijkheden niet aangegrepen. Pas nadat het wetgevingsproces was afgerond én de Centrales van Overheidspersoneel in het Georganiseerd Overleg Defensie hadden gewaarschuwd over de gevolgen, is Defensie gaan bewegen;
- M.i.v. 1 januari 2014 loopt het koopkrachtverlies alsnog op tot gemiddeld 3,5% (met uitschieters naar 4,8%). Over een eventuele compensatie voor 2014 en verder moet, volgens Defensie, worden gesproken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Dit dient dan wel te gebeuren binnen de afspraken van het Regeerakkoord.
Voor 2014 geldt een budgettaire nullijn voor ambtenaren. De benodigde compensatie van het koopkrachtverlies moet dus uit de bestaande arbeidsvoorwaarden voor het burger- en militaire personeel worden betaald: een sigaar uit eigen doos. Het totaal effect blijft dus gelijk: een koopkrachtverlies van gemiddeld 3,5%.
De invoering van de WUL levert de militair dus een extra structureel koopkrachtverlies van 2,5 a 5% op, bovenop de maatregelen van het Kabinet Rutte II. Het totale koopkrachtverlies voor militairen loopt daarmee op tot 10 a 15%, tot 2017!
- Defensie moet de compensatie wel uit de eigen begroting betalen, terwijl de extra belastinginkomsten bij Financiën blijven!
De compensatie betekent dus in wezen een eenmalige extra bezuiniging van ruim € 80 miljoen. Dit bedrag komt uit de bedrijfsvoering, hetgeen in houdt dat er minder geld beschikbaar is voor varen, vliegen, oefenen, reservedelen etc.
Standpunt CMHF-sector Defensie
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de negatieve effecten volledig en structureel dienen te worden gecompenseerd, zoals de WUL ook beoogd is. De fouten van een organisatiedeel binnen Defensie op dit dossier, kunnen en mogen niet worden afgewenteld op het militaire personeel.
Bij Defensie geldt van oudsher; een commandant is verantwoordelijk voor al het doen en laten van zijn onderhebbenden. In dit geval geldt dat dus ook voor de minister van Defensie, mevrouw Hennis-Plasschaert. Zij, op haar niveau, zal nu pal moeten gaan staan voor haar mannen en vrouwen en zorgen voor een deugdelijke reparatie. En deugdelijk in dit verband gaat verder dan het bieden van een sigaar uit eigen doos. Dat is haar taak en haar verantwoordelijkheid. Dat dit niet leuk is,is evident. Maar commandant zijn van een organisatie kent niet alleen lusten, maar zeker ook lasten.
Volledige en structurele compensatie is ook mogelijk:
Door de invoering van de WUL resteert voor het ministerie van Financiën een batig saldo, omdat tegenover de extra belastinginkomsten over de militaire salarissen geen kosten staan. Dit batig saldo zou naar Defensie terug moeten worden gesluisd om de effecten van de WUL te compenseren. Daarmee wordt immers invulling gegeven aan het beoogde effect: (nagenoeg) neutraal.
Als laatste betreurt het de CMHF-sector Defensie dat het defensiepersoneel na de onvolledige mail van 21 december 2012, nu onjuist en wederom onvolledig wordt geïnformeerd.
In de huidige tijd, waarin onrust vanwege de reorganisaties hoogtij viert bij het defensiepersoneel, draagt de huidige informatie alleen maar bij aan een vergroting van de onrust, hetgeen de waardering voor Defensie als werkgever, alsook de werkbeleving, negatief zal beïnvloeden.
Klik hier voor eerdere informatie over de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) op de ProDef-website.
(GOV|MHB, 5 januari 2013)
* klik hier voor tekst email december.
maandag 3 december 2012
Minister Hennis neemt petitie ‘Handen af van Defensie’ in ontvangst
Maandagochtend 3 december a.s. bieden de duovoorzitters van de GOV|MHB de petitie ‘Handen af van Defensie, in het belang van de verzorgingsstaat’ aan de nieuwe minister van Defensie aan. ‘Een krachtig signaal van een grote groep bezorgde Nederlanders* die de directe relatie zien tussen de rol van Defensie bij stabiliteit in de wereld en nationale veiligheid. Deze zorgen ervoor dat Nederland een welvarend land is’ aldus Ruud Vermeulen.
‘In de nieuwe visie op de krijgsmacht die de minister van Defensie ontwikkelt in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken moet veel aandacht worden besteed aan het belang van Defensie voor Nederland’ aldus Marc de Natris. ‘Dit belang van Defensie voor Nederland op het gebied van veiligheid, vrede en welvaart kan niet genoeg worden onderstreept’.
De afgelopen jaren hebben de politiek en defensie onvoldoende de waarde van Defensie voor Nederland laten zien. De GOV|MHB steunt minister Hennis-Plasschaert bij het slaan van bruggen naar de samenleving en de noodzaak te laten zien dat een sterke Defensie in het belang is van iedereen. Zowel tijdens nationale inzet (o.a. explosievenopruiming, mijnenbestrijding, luchtruimbeveiliging en bijstand rampenbestrijding) als internationaal bij het bestrijden van internationale criminaliteit (drugs, mensensmokkel, piraterij) levert Defensie dagelijks een fundamentele bijdrage.
De petitie is, heel ongebruikelijk, ook door een groot aantal vlag- en opperofficieren in actieve dienst ondertekend. Vlag- en opperofficieren die zich normaliter onthouden van commentaar op het defensiebeleid. Dat onderstreept de ernst van de situatie volgens Vermeulen. ‘Na 22 jaar van bezuinigen, de eerdere grote bezuiniging begin deze eeuw en de 1 miljard euro in 2011 zijn cruciale operationele capaciteiten afgestoten waardoor Nederland haar internationale NAVO-verplichtingen niet langer kan nakomen. Dit tast de geloofwaardigheid van Nederland als betrouwbare partner aan, maar ook de nationale inzet en operaties staan zwaar onder druk door de vele bezuinigingsrondes’, aldus de Natris.
(GOV|MHB, 3 december 2012)
*(De petitie is door bijna 25.000 personen ondertekend, HdV)
‘In de nieuwe visie op de krijgsmacht die de minister van Defensie ontwikkelt in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken moet veel aandacht worden besteed aan het belang van Defensie voor Nederland’ aldus Marc de Natris. ‘Dit belang van Defensie voor Nederland op het gebied van veiligheid, vrede en welvaart kan niet genoeg worden onderstreept’.
De afgelopen jaren hebben de politiek en defensie onvoldoende de waarde van Defensie voor Nederland laten zien. De GOV|MHB steunt minister Hennis-Plasschaert bij het slaan van bruggen naar de samenleving en de noodzaak te laten zien dat een sterke Defensie in het belang is van iedereen. Zowel tijdens nationale inzet (o.a. explosievenopruiming, mijnenbestrijding, luchtruimbeveiliging en bijstand rampenbestrijding) als internationaal bij het bestrijden van internationale criminaliteit (drugs, mensensmokkel, piraterij) levert Defensie dagelijks een fundamentele bijdrage.
De petitie is, heel ongebruikelijk, ook door een groot aantal vlag- en opperofficieren in actieve dienst ondertekend. Vlag- en opperofficieren die zich normaliter onthouden van commentaar op het defensiebeleid. Dat onderstreept de ernst van de situatie volgens Vermeulen. ‘Na 22 jaar van bezuinigen, de eerdere grote bezuiniging begin deze eeuw en de 1 miljard euro in 2011 zijn cruciale operationele capaciteiten afgestoten waardoor Nederland haar internationale NAVO-verplichtingen niet langer kan nakomen. Dit tast de geloofwaardigheid van Nederland als betrouwbare partner aan, maar ook de nationale inzet en operaties staan zwaar onder druk door de vele bezuinigingsrondes’, aldus de Natris.
(GOV|MHB, 3 december 2012)
*(De petitie is door bijna 25.000 personen ondertekend, HdV)
vrijdag 9 november 2012
Scheidend KVMO-voorzitter Rob Hunnego: ‘Defensie is nu meer open’
Door Arie Booy
DEN HELDER – “Ik heb het niet alleen gedaan, maar als ik één wapenfeit wil noemen is het dat Defensie hoger op de politieke agenda gekomen is.” Dat zegt Rob Hunnego daags na het neerleggen van de voorzittershamer bij de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Overste Hunnego wordt volgende week bevorderd tot kolonel en is inmiddels werkzaam binnen de staf van de Nederlandse Defensie Academie in Breda. “Het is snel gegaan. Vorige week vrijdag kwam ik voor een gesprek over de functie van directeur bedrijfsvoering die direct moet worden vervuld. Aan het eind van de dag wist ik dat ik die functie kreeg en dat ik meteen moest bedanken als voorzitter van de belangenvereniging.”
Ambitie
Hunnego heeft het leiderschap van de KVMO drieëneenhalf jaar met veel ambitie vervuld. De laatste periode was hij ook duovoorzitter van de GOV|MHB waar alle officieren en hoger burgerpersoneel van Defensie vertegenwoordigd zijn. In die tijd heeft hij onverbloemd zijn mening gegeven. “Eerst is het vreemd voor een militair om vrijelijk zijn mening te ventileren in de pers en tegen de politiek Dat mag namelijk niet als je in actieve dienst bent. Maar omdat ik vrijgesteld was om de belangen van de KVMO te behartigen, kreeg ik die ruimte en heb ik die ook genomen. Als ik al via twitter een mening ventileer is dat uitsluitend persoonlijke titel.”
Rob Hunnego greep alle moderne uitingsvormen aan om de boodschap van ’professionals bij Defensie’ over het voetlicht te brengen. Hij sprak zich uit via tweets, email, internetblogs, de website van de KVMO en liet overal zijn gezicht zien. In Den Helder, Den Haag of waar er ook maar belangen te behartigen waren voor de marine of de gezamenlijke krijgsmacht.
“Het was een heel bijzondere periode waarin ik veel geleerd heb. Eén van de hoogtepunten was de grote manifestatie die we in Den Haag tegen de bezuinigingen georganiseerd hebben. Er is toch wel het een en ander veranderd ten opzichte van vroeger. Toen was zo’n demonstratie met geüniformeerde militairen echt taboe. Ook de internetpetitie dit jaar tegen het afbreken van Defensie was een doorbraak. Het feit dat naast admiraal Borsboom alle operationele commandanten daar hun steun aan gegeven hebben, vormt een geweldige opsteker voor een ieder.”
Kabaal
Hunnego meent in zijn missie geslaagd te zijn: “Als we met z’n allen niet zoveel kabaal hadden gemaakt, was er in het nieuwe regeerakkoord weer een half miljard korting op ons ministerie terecht gekomen. Nu is dat een kwart miljard, dat echter via vredesmissies weer aan de krijgsmacht ten goede zal komen. Defensie dient er wel op toe te zien dat dit ook gebeurt.” Met kolonel Hunnego krijgt de marine weer een vertegenwoordiger in de top van de Defensie Academie waar het KIM deel van uitmaakt: “Ook de academie ontkomt niet aan de reorganisatie. We raken onze VOKIM kwijt. In Den Helder moet afscheid genomen worden van trouwe officieren en onderofficieren. Het is treurig als je te horen krijgt dat er geen plaats meer is aan boord.”
(Noord Hollands Dagblad, 9 november 2012)
![]() |
| Rob Hunnego |
Ambitie
Hunnego heeft het leiderschap van de KVMO drieëneenhalf jaar met veel ambitie vervuld. De laatste periode was hij ook duovoorzitter van de GOV|MHB waar alle officieren en hoger burgerpersoneel van Defensie vertegenwoordigd zijn. In die tijd heeft hij onverbloemd zijn mening gegeven. “Eerst is het vreemd voor een militair om vrijelijk zijn mening te ventileren in de pers en tegen de politiek Dat mag namelijk niet als je in actieve dienst bent. Maar omdat ik vrijgesteld was om de belangen van de KVMO te behartigen, kreeg ik die ruimte en heb ik die ook genomen. Als ik al via twitter een mening ventileer is dat uitsluitend persoonlijke titel.”
Rob Hunnego greep alle moderne uitingsvormen aan om de boodschap van ’professionals bij Defensie’ over het voetlicht te brengen. Hij sprak zich uit via tweets, email, internetblogs, de website van de KVMO en liet overal zijn gezicht zien. In Den Helder, Den Haag of waar er ook maar belangen te behartigen waren voor de marine of de gezamenlijke krijgsmacht.
“Het was een heel bijzondere periode waarin ik veel geleerd heb. Eén van de hoogtepunten was de grote manifestatie die we in Den Haag tegen de bezuinigingen georganiseerd hebben. Er is toch wel het een en ander veranderd ten opzichte van vroeger. Toen was zo’n demonstratie met geüniformeerde militairen echt taboe. Ook de internetpetitie dit jaar tegen het afbreken van Defensie was een doorbraak. Het feit dat naast admiraal Borsboom alle operationele commandanten daar hun steun aan gegeven hebben, vormt een geweldige opsteker voor een ieder.”
Kabaal
Hunnego meent in zijn missie geslaagd te zijn: “Als we met z’n allen niet zoveel kabaal hadden gemaakt, was er in het nieuwe regeerakkoord weer een half miljard korting op ons ministerie terecht gekomen. Nu is dat een kwart miljard, dat echter via vredesmissies weer aan de krijgsmacht ten goede zal komen. Defensie dient er wel op toe te zien dat dit ook gebeurt.” Met kolonel Hunnego krijgt de marine weer een vertegenwoordiger in de top van de Defensie Academie waar het KIM deel van uitmaakt: “Ook de academie ontkomt niet aan de reorganisatie. We raken onze VOKIM kwijt. In Den Helder moet afscheid genomen worden van trouwe officieren en onderofficieren. Het is treurig als je te horen krijgt dat er geen plaats meer is aan boord.”
(Noord Hollands Dagblad, 9 november 2012)
Labels:
GOV|MHB,
KVMO,
marine,
NLDA,
Rob Hunnego
woensdag 20 juni 2012
Nieuwe koepelorganisatie officieren en burgerpersoneel Defensie
Op donderdag 21 juni a.s. zullen de beroeps- en belangenverenigingen van officieren en middelbaar en hoger burgerpersoneel bij Defensie tijdens een ledenraad de nieuwe koepel GOV|MHB vormen. Tegelijkertijd treedt de voorzitter van de FVNO|MHB, ltgen bd Hans Couzy terug; de voorzittershamer van de GOV|MHB wordt na benoeming in duoverband gehanteerd door bgen bd Ruud Vermeulen (voorzitter NOV) en KLTZA Rob Hunnego (voorzitter KVMO). De nieuwe koepel vertegenwoordigt 10.000 officieren en middelbaar en hogere defensieambtenaren.
Hans Couzy blikt na 7 jaar voorzitterschap tevreden terug. Hij had altijd twee doelstellingen voor ogen: alle officieren in één organisatie en de vereniging zodanig te veranderen, dat deze weer aantrekkelijk zou worden voor jonge officieren. Met de komst van de NOV is de eerste doelstelling gerealiseerd. Door het organiseren van organiseren van ontwikkeling - en netwerkdagen, workshops en het het ProDef-netwerk (www.prodefnetwerk.nl) is de koepel aantrekkelijker geworden voor jonge officieren.
Beide nieuwe voorzitters staan voor een buitengewone lastige periode. ‘De onzekerheid voor het personeel rondom de reorganisatie gaat veel langer duren dan steeds is gezegd. Voor de meeste militairen zal Defensie geen loopbaan voor het leven meer bieden. Defensie moet daarom wel veel energie steken in het begeleiden van werk naar werk buiten Defensie.
De core-business van Defensie blijft oorlogvoeren. Dat betekent dat de operationele eenheden goed gevuld en goed geoefend moeten blijven en op korte termijn kunnen worden ingezet, waar de minister van Buitenlandse Zaken dat noodzakelijk acht’.
Wanneer PvdA-fractievoorzitter Samsom te horen krijgt van het CPB, dat bij het doorrekenen van het programma van de PvdA een miljard ontbreekt en dan zegt: “Kort dat maar op Defensie”, zegt dat heel veel over het onbegrip bij de nieuwe generatie politici over het belang van een voor haar taken berekende krijgsmacht. Bekend is ook dat GroenLinks, de SP en de PVV heel fors op Defensie willen bezuinigen.
De voorzitters van de nieuwe koepel GOV|MHB zullen in de aanloop naar de verkiezingen op 12 september daarom nog veel werk moeten verzetten om bij de politici én de kiezers over te brengen dat Defensie met € 7 miljard op jaarbasis de goedkoopste verzekering voor behoud van de Nederlandse verzorgingsstaat is. Het is dan ook niet zorg óf defensie, maar zorg én defensie.
Want Nederland is er als handelsland bij gebaat dat er stabiliteit in de wereld heerst, om toegang te houden tot schaarse grondstoffen en ongestoord handel te kunnen drijven met vrij gebruik van de zee. Want de economische motor van Nederland, die de verzorgingsstaat betaalt, moet blijven draaien. En de internationale gemeenschap, Verenigde Naties, NAVO en Europa, verwachten dat Nederland als 16e economie van de wereld een 'fair share' draagt, wanneer het gaat om het bestrijden van internationale criminaliteit (drugs, mensensmokkel, piraterij) en het indammen van vluchtelingenstromen. En dat gebeurt tegelijkertijd met de Defensiebrede bijdrage aan de veiligheid binnen de landsgrenzen door bijvoorbeeld het explosievenopruimingscommando, het leveren van militaire bijstand bij overstromingen en bosbranden, het veilig houden van het Nederlandse luchtruim en het mijnenvrij maken van de Noordzee.
(bron: persbericht ProDef, 20 juni 2012)
Hans Couzy blikt na 7 jaar voorzitterschap tevreden terug. Hij had altijd twee doelstellingen voor ogen: alle officieren in één organisatie en de vereniging zodanig te veranderen, dat deze weer aantrekkelijk zou worden voor jonge officieren. Met de komst van de NOV is de eerste doelstelling gerealiseerd. Door het organiseren van organiseren van ontwikkeling - en netwerkdagen, workshops en het het ProDef-netwerk (www.prodefnetwerk.nl) is de koepel aantrekkelijker geworden voor jonge officieren.
Beide nieuwe voorzitters staan voor een buitengewone lastige periode. ‘De onzekerheid voor het personeel rondom de reorganisatie gaat veel langer duren dan steeds is gezegd. Voor de meeste militairen zal Defensie geen loopbaan voor het leven meer bieden. Defensie moet daarom wel veel energie steken in het begeleiden van werk naar werk buiten Defensie.
De core-business van Defensie blijft oorlogvoeren. Dat betekent dat de operationele eenheden goed gevuld en goed geoefend moeten blijven en op korte termijn kunnen worden ingezet, waar de minister van Buitenlandse Zaken dat noodzakelijk acht’.
Wanneer PvdA-fractievoorzitter Samsom te horen krijgt van het CPB, dat bij het doorrekenen van het programma van de PvdA een miljard ontbreekt en dan zegt: “Kort dat maar op Defensie”, zegt dat heel veel over het onbegrip bij de nieuwe generatie politici over het belang van een voor haar taken berekende krijgsmacht. Bekend is ook dat GroenLinks, de SP en de PVV heel fors op Defensie willen bezuinigen.
De voorzitters van de nieuwe koepel GOV|MHB zullen in de aanloop naar de verkiezingen op 12 september daarom nog veel werk moeten verzetten om bij de politici én de kiezers over te brengen dat Defensie met € 7 miljard op jaarbasis de goedkoopste verzekering voor behoud van de Nederlandse verzorgingsstaat is. Het is dan ook niet zorg óf defensie, maar zorg én defensie.
Want Nederland is er als handelsland bij gebaat dat er stabiliteit in de wereld heerst, om toegang te houden tot schaarse grondstoffen en ongestoord handel te kunnen drijven met vrij gebruik van de zee. Want de economische motor van Nederland, die de verzorgingsstaat betaalt, moet blijven draaien. En de internationale gemeenschap, Verenigde Naties, NAVO en Europa, verwachten dat Nederland als 16e economie van de wereld een 'fair share' draagt, wanneer het gaat om het bestrijden van internationale criminaliteit (drugs, mensensmokkel, piraterij) en het indammen van vluchtelingenstromen. En dat gebeurt tegelijkertijd met de Defensiebrede bijdrage aan de veiligheid binnen de landsgrenzen door bijvoorbeeld het explosievenopruimingscommando, het leveren van militaire bijstand bij overstromingen en bosbranden, het veilig houden van het Nederlandse luchtruim en het mijnenvrij maken van de Noordzee.
(bron: persbericht ProDef, 20 juni 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)

