Posts tonen met het label Koninklijke Marine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koninklijke Marine. Alle posts tonen

woensdag 5 augustus 2015

Patrouilleschip voor het eerst op antipiraterijmissie

Het patrouilleschip Zr.Ms. Groningen van de Koninklijke Marine vertrekt zondag 9 augustus voor een periode van vier maanden naar de wateren rond Somalië. Voor het eerst wordt een ocean-going patrol vessel (OPV) ingezet voor anti-piraterij. Het schip neemt deel aan de EU-antipiraterijoperatie Atalanta.

Het marineschip gaat zich in de regio bezig houden met het beschermen en controleren van schepen die gebruik maken van scheepvaartroutes door de Golf van Aden en de Hoorn van Afrika bij Somalië. Nederland levert al sinds 2008 een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in de regio. Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Door te patrouilleren vergroten de marineschepen de veiligheid en ontmoedigen en verstoren zij piraterij op zee. Daarnaast levert het schip een bijdrage aan capacity bulding in de regio door het trainen van lokaal Kustwachtpersoneel.

Piraterij
Piraterij vormt een serieuze bedreiging voor onze belangen als handelsnatie. De vrije doortocht van goederen over zee en de ontwikkeling van de regio lopen gevaar door piraterij. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden. De laatste jaren is piraterij sterk teruggedrongen door de internationale samenwerking van marines, maar de dreiging is nog niet verdwenen. Zo lang de stabiliteit op het land niet is gewaarborgd, blijft de bescherming van schepen nodig. Sinds februari van dit jaar is het mandaat van Atalanta aangepast en mag de maritieme missie ondersteuning bieden aan de EU zustermissies op land.

Zr.Ms. Groningen
Zr.Ms. Groningen is een van de vier OPV’s van de Koninklijke Marine. De patrouilleschepen zijn flexibel inzetbare vaartuigen, toegerust op de bewaking van kustwateren. Naast terrorisme en piraterij, controleren deze ocean-going patrol vessels ook schepen en worden ingezet voor anti-drugsoperaties. Het standaard aantal bemanningsleden van het schip (50) wordt voor deze inzet aangevuld met een detachement van het Korps Mariniers (‘enhanced boarding element’), een geavanceerde NH90 helikopter met bemanning, een medisch/chirurgisch team en enkele aanvullende specialisten zoals een tolk. Hiermee wordt de bemanning uitgebreid tot het recordaantal van 98 personen.

(Bron: ministerie van Defensie)


Zr.Ms. Groningen (foto: Marine)

donderdag 11 juni 2015

Kamerbrief: Visie op de toekomst van de onderzeedienst

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

11 juni 2015

Inleiding
Hierbij bied ik u de brief aan over de toekomst van de Nederlandse onderzeedienst. Daarmee geef ik uitvoering aan de motie-Knops (Kamerstuk 33 763, nr. 18 van 6 november 2013) en licht ik het, reeds in de nota In het belang van Nederland vastgestelde, belang van de vervanging van de Walrusklasse nader toe. Het ontwerp van de Walrusklasse markeerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw een ingrijpende omwenteling op het vlak van de bouw, de bedrijfsvoering en de inzet van onderzeeboten. Sinds de invoering begin jaren negentig van de vorige eeuw heeft dit concept zijn toegevoegde waarde bewezen. Om de huidige onderzeeboten vanaf 2025 te kunnen vervangen, moet in 2015 worden begonnen met de voorbereiding daarvan (zie ook antwoorden op de vragenlijst inzake de vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2015, brief van 23 oktober 2014). De komende jaren zijn nodig om op zorgvuldige wijze de vervanging van dit complexe wapensysteem gestalte te geven. Vanzelfsprekend kan op de goede ervaringen met de Walrusklasse worden voortgebouwd, maar ook andere vervangingsopties zullen worden overwogen. Optimale benutting van de samenwerkingsmogelijkheden met partnerlanden vormt het uitgangspunt. Ook de nationale kennisinstituten en de defensie- en veiligheidgerelateerde industrie worden in een vroeg stadium bij de vervanging betrokken.

Belang voor Nederland
Voor Nederland, met zijn grote zeehavens en maritieme belangen in Europa, het Caribisch gebied en andere delen van de wereld, is een militaire capaciteit om onder water te kunnen optreden van belang. Vanwege hun specifieke eigenschappen zijn de Nederlandse onderzeeboten een relevante nichecapaciteit voor de Navo en de EU. De internationale machtsverhoudingen verschuiven en een toenemend aantal spelers wil de zee in strategische zin en voor eigen gewin benutten. Alleen de onderzeeboot kan gedurende langere tijd onopgemerkt blijven, ook in een omgeving waar de dreiging groot is en geen militair overwicht bestaat. De onderzeeboot is zeer geschikt voor de bescherming van scheepvaart en handelsroutes, voor de ondersteuning van militaire interventies, en om vijandelijke eenheden bewegingsvrijheid te ontnemen. Met een relatief beperkte militaire inzet kan in uiteenlopende inzetscenario's, op en vanuit zee, een groot effect worden bereikt. Het afdwingen van een wapenembargo door middel van een maritieme blokkade en het (ver)hinderen van maritieme operaties van de tegenstander zijn hier voorbeelden van.

Als gevolg van de afstoting van de maritieme patrouillevliegtuigen en de vermindering van het aantal M-fregatten, beschikt de Nederlandse krijgsmacht uitsluitend nog over onderzeeboten voor de verdediging van vlootverbanden op grotere afstand. De Nederlandse onderzeeboten hebben voorts, eventueel in combinatie met de inzet van special forces, een belangrijke inlichtingenfunctie. In internationaal verband leveren zij bovendien een unieke capaciteit. De huidige Nederlandse onderzeeboten kunnen namelijk verder van een thuishaven en gedurende een langere periode worden ingezet dan de conventionele onderzeeboten van andere Europese landen. Een dergelijke expeditionaire onderzeebootcapaciteit is voor Nederland tevens van belang met het oog op de veiligheid van het Koninkrijk in het Caribisch gebied. Met de beoogde vervanging van zijn onderzeebootcapaciteit zou Nederland een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vervulling van de in Navo-kader vastgestelde prioritaire behoeften op het gebied van onderzeebootbestrijding, beeldopbouw en inlichtingenvergaring.

Veiligheidspolitieke context

Verslechterde veiligheidssituatie
De wereld is er de afgelopen jaren niet veiliger op geworden. De beleidsbrief ‘Turbulente Tijden in een Instabiele Omgeving’ (Kamerstuk 33 694, nr. 6 van 14 november 2014) bevat een analyse van de internationale veiligheidssituatie, in aanvulling op de eerder vastgestelde Internationale Veiligheidsstrategie. Veiligheidsrisico’s die al langer werden onderkend, hebben zich inmiddels gemanifesteerd als reële bedreigingen. Er lijkt zich een multipolaire wereldorde af te tekenen, waarin de Europese veiligheid en de internationale rechtsorde in toenemende mate onder druk staan. Conflicten en destabiliserende krachten dringen zich in de (directe) nabijheid van Europa op. De Nederlandse samenleving ondervindt daarvan rechtstreeks de gevolgen, mede omdat de interne en externe veiligheid steeds nauwer verweven zijn. Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van voortdurende instabiliteit aan de zuid- en oostflanken van Europa. In dit licht vergt ook de collectieve verdediging nadrukkelijk de aandacht. Bovendien kunnen zich nieuwe crises aandienen, zowel in de omgeving van Europa als verder weg. Van de Europese landen wordt in bondgenootschappelijk verband verwacht dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hun veiligheid en de bescherming van hun belangen. Dit vergt, ook van Nederland, inspanningen ter versterking van de gezamenlijke slagkracht en een verdere verdieping van de samenwerking.

Het maritieme domein
Naar verwachting zal er, in de komende decennia, bij veel bedreigingen, spanningen en conflicten sprake zijn van een maritieme dimensie. De Nederlandse maritieme strategie 2015-2025 (Kamerstuk 31 409, nr. 70 van 16 januari 2015), de maritieme strategie van de Navo en de maritieme veiligheidsstrategie van de EU geven hiervan blijk. De afgelopen jaren is er sprake van een toenemend bewustzijn over het feit dat zeetransportroutes, zeestraten en maritieme knooppunten overal ter wereld kwetsbaar zijn. Steeds meer staten en niet-statelijke actoren beconcurreren elkaar over het gebruik van - en de controle over - dergelijke zeegebieden. Ook nieuwe routes en gebieden die in economische zin belangrijker worden, zoals de Arctische regio, zullen de komende decennia extra aandacht vergen. Het vrije gebruik van de zee is gereguleerd door het internationale zeerecht, maar niet alle staten hanteren dezelfde interpretatie daarvan. Disputen kunnen ertoe leiden dat staten diplomatieke en economische machtsmiddelen kracht bijzetten met maritieme presentie en militaire inzet.

Beperking of ontwrichting van het internationale scheepvaartverkeer, ook op grote afstand van Nederland, kan onze veiligheid en welvaart onmiddellijk treffen. De maritieme militaire machtsopbouw in Rusland en Azië, inclusief de proliferatie van moderne onderzeeboten, fregatten en raketsystemen, baart zorgen. Ook in Latijns-Amerika is sprake van een toenemende inzet van moderne marines waarvan onderzeeboten deel uitmaken. In de steeds diffusere veiligheidsomgeving zijn surveillance, beeldopbouw en goede inlichtingen cruciaal om te kunnen anticiperen op mogelijke dreigingen en conflicten, en zo ook om expeditionaire militaire operaties veilig en doelgericht te kunnen uitvoeren. Bovendien moeten de Navo-lidstaten, ook in het maritieme domein, beschikken over voldoende escalatiedominantie en het vermogen om vitale belangen mondiaal te beschermen.

Het wapensysteem
De onderzeeboot is een van de belangrijke grote wapensystemen waaraan de krijgsmacht zijn slagkracht ontleent. In het militaire optreden is het een van de weinige mogelijkheden om langdurig onopgemerkt te blijven. In tegenstelling tot oppervlakteschepen kunnen onderzeeboten kustgebieden of vijandelijke eenheden zeer dicht naderen zonder te worden opgemerkt. Dat geldt ook voor gebieden waar de tegenstander beschikt over het vermogen om anderen de toegang te ontzeggen (Anti Access, Area Denial). Voor de politieke en militaire besluitvorming kan de onderzeeboot cruciale informatie opleveren die niet op een andere manier kan worden verkregen. Verder kan de onderzeeboot niet alleen de situatie op zee, maar ook op land beïnvloeden. Zelfs in ondiep water waar de manoeuvreerruimte voor de onderzeeboot beperkt is, vergt het immers een relatief grote militaire inspanning om onderzeeboten op te sporen en te volgen. Conventionele onderzeeboten, zoals de huidige Walrusklasse, zijn beter geschikt voor operaties in ondiepe wateren dan de, over het algemeen grotere, nucleaire onderzeeboten. De voordelen van nucleair aangedreven onderzeeboten, waaronder de zeer grote actieradius en het vermogen om langdurig hogere snelheden vol te houden, gelden vooral in diepere wateren. De verschillende typen onderzeeboten zijn in internationaal verband complementair.

De kracht van de huidige Nederlandse onderzeeboot
De Nederlandse onderzeeboten van de Walrusklasse treden op als verkenner, wapendrager en uitvalsbasis voor speciale operaties. De inzet is gericht op de beïnvloeding van het gedrag van staten en de bestrijding van internationaal georganiseerd terrorisme en zware criminaliteit. Voorbeelden vormen het afdwingen van een maritieme blokkade zoals midden jaren negentig van de vorige eeuw in de Adriatische zee, de bestrijding van drugssmokkel in het Caribisch gebied en, recenter, de inzet voor piraterijbestrijding in de wateren rondom de Hoorn van Afrika. Ook in de toekomst moet de Nederlandse onderzeeboot in staat zijn om, zowel geïntegreerd in een maritieme taakgroep als zelfstandig, langdurig operaties uit te voeren ver van een thuisbasis, ook in gebieden waar een hoog dreigingsniveau heerst. In het operatiegebied moeten verschillende taken kunnen worden uitgevoerd in de opeenvolgende fases van het maritieme optreden. De bundeling van vier specifieke vermogens in één platform bepalen de kracht en veelzijdigheid van de Nederlandse onderzeeboot:

    - Geloofwaardige, grote en precieze maritieme slagkracht – het vermogen om onverhoeds grote slagkracht aan te wenden in gebieden waar (nog) geen militair overwicht is. Dit kan zowel defensieve als offensieve slagkracht betreffen tijdens interventies op en vanuit zee. Door de onderzeeboot gelanceerde torpedo’s kunnen met grote precisie schepen en onderzeeboten direct uitschakelen om de tegenstander het gebruik van de zee te ontzeggen of te beperken (Sea Denial en Sea Control) en een eigen vlootverband te beschermen. Nederland levert hiermee een belangrijke capaciteit in het maritieme concept van de NAVO voor Anti Submarine Warfare en Anti Surface Warfare.

     - Verzamelen, analyseren en delen van inlichtingen – het vermogen om, weken aaneengesloten, heimelijk in een gebied activiteiten van (potentiële) tegenstanders te observeren en real time te analyseren. De verzamelde inlichtingen over de gereedheid, capaciteiten en operatiepatronen vergroten de mogelijkheid om de intenties en feitelijke gedragingen van (potentiële) tegenstanders te beoordelen. Hiermee versterkt Nederland tevens zijn internationale inlichtingenpositie die berust op het principe quid pro quo. Voorafgaand aan en tijdens een conflict kunnen de operationele en tactische inlichtingen van de onderzeeboot bepalend zijn voor de doelgerichtheid van maritieme operaties. De inlichtingenfunctie is van groot belang voor de beeldopbouw en de vergroting van situational awareness.

     - Speciale operaties – het vermogen om als uitvalsbasis te dienen voor de heimelijke inzet van special forces nabij en op het grondgebied van een (potentiële) tegenstander om inlichtingen te verzamelen, strategische doelen of infrastructuur uit te schakelen, of voorbereidingen te treffen voor vervolgoperaties. Dergelijke acties kunnen onder meer betrekking hebben op de voorbereiding van een amfibische operatie, een doelgerichte aanval, bevrijding van gijzelaars, of de evacuatie van Nederlandse staatsburgers onder bedreigende omstandigheden.

     - Strategische beïnvloeding – het vermogen om met een relatief beperkte militaire inzet het gedrag van tegenstanders doelgericht te beïnvloeden. Dit vermogen vormt eigenlijk de optelsom van de hiervoor genoemde kenmerken. De dreiging die van de aangekondigde of vermoede aanwezigheid van onderzeeboten uitgaat, kan de tegenstander dwingen tot ingrijpende voorzorgsmaatregelen en aanpassing van zijn strategie en operatiepatroon.

De nieuwe onderzeebootcapaciteit
De uitgangspunten zoals verwoord in de nota In het belang van Nederland zijn leidend voor de vervanging en daarmee voor de vaststelling van de behoefte en de functionele eisen voor de opvolger van de Walrusklasse. De huidige inzetbaarheidsdoelstelling is: het onafgebroken beschikbaar hebben van één onderzeeboot voor langdurige inzet, of twee onderzeeboten voor een kortere periode. De inzetbaarheid van onderzeeboten valt of staat ook in de toekomst met de robuustheid van de ondersteunende organisatie en de personele beschikbaarheid.

Veelzijdigheid en aanpassingsvermogen
De Nederlandse onderzeeboot is door de bundeling van specifieke vermogens voor verschillende taken inzetbaar. De bescherming van de belangen van het Koninkrijk, ook in het Caribisch gebied, is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de inzet in nieuwe maritieme aandachtsgebieden. Met het oog op de veranderlijke aard van de veiligheidsomgeving moeten militaire capaciteiten over ‘groeipotentieel’ beschikken. Het aanpassingsvermogen gedurende de (relatief lange) levensduur van de onderzeeboot wordt onder meer bereikt door reserves en flexibiliteit in te bouwen met het oog op modificaties, modulaire aanpassing van bemensing en functionaliteit, instandhoudingsprogramma’s en de toekomstige toevoeging van externe sensoren zoals Unmanned Underwater Vehicles (UUV’s). De toepassing van nieuwe technologie maakt het waarschijnlijk mogelijk om op nieuwe onderzeeboten kleinere bemanningen in te zetten zonder daarmee afbreuk te doen aan de prestaties. Het is onwaarschijnlijk dat de komende decennia onbemande systemen beschikbaar komen die de beoogde combinatie van taken langdurig autonoom kunnen uitvoeren.

Het diffuse dreigingsbeeld en de proliferatie van wapentechnologie kunnen de komende decennia voorts nopen tot betere zelfverdediging en verbreding van de mogelijkheden tot wapeninzet. De huidige onderzeeboot beschikt alleen over zware torpedo’s tegen doelen op zee en onder water. Deze bieden grote slagkracht, maar zijn minder goed bruikbaar tegen kleine oppervlaktedoelen en hebben geen nut tegen vijandelijke torpedo’s, vliegtuigen en helikopters. Differentiatie van de bewapening van de nieuwe onderzeeboot verhoogt de operationele effectiviteit. Daarbij kunnen overwegingen van proportionaliteit en niet-letale effecten worden betrokken (schepen onklaar maken in plaats van deze te vernietigen). Ook kan het nodig blijken de nieuwe onderzeeboot toe te rusten met voorzieningen voor de lancering van missiles. Of naast de beoogde ‘provisions for’ deze wapens werkelijk deel moeten uitmaken van de vervanging is, afgezien van financiële overwegingen, mede afhankelijk van de ontwikkeling van het dreigingsbeeld en de in internationaal kader vastgestelde behoeften.

Financiële aspecten
De besluitvorming over de vervanging vergt een integrale afweging op basis van een overzicht van alle met de vervanging gepaard gaande kosten, waaronder de instandhouding en de ondersteuning van de onderzeebootcapaciteit gedurende de gehele levensduur (Life Cycle Costing - LCC). Gezien de complexiteit van het wapensysteem en de keuze om de vervanging gestalte te geven in nauwe samenwerking met partners, zowel nationaal als internationaal, zal het inzicht in de kosten stapsgewijs toenemen. De verschillende fasen in het defensiematerieelproces (DMP) voorzien, op weg naar een finaal besluit, in steeds preciezere informatieverstrekking over de hoogte van de investering. Het uiteindelijke besluit over de vervanging wordt volgens de planning verwacht in 2018, binnen de dan geldende budgettaire kaders.

Internationale samenwerking
De beoogde vervanging van de Walrusklasse levert een belangrijke bijdrage aan de gezamenlijke slagkracht in Navo en EU-kader. Nederland kan zich een capabele en betrouwbare bondgenoot tonen door te investeren in prioritaire capaciteitsgebieden en door capaciteiten te vervangen die in andere Europese landen niet of beperkt voorhanden zijn. Met uitzondering van Nederland beschikken de overige Europese landen op dit ogenblik niet over expeditionair inzetbare conventionele onderzeeboten voor verkenning en inlichtingenvergaring (‘NATO priority shortfall area Joint Intelligence Surveillance and Reconnaissance (JISR)’). Ook heeft de Navo onderzeebootbestrijding aangemerkt als een capaciteitsgebied waarop tekorten bestaan (‘NATO priority shortfall area Anti Submarine Warfare (ASW)').

Nauwe samenwerking met partnerlanden bij het ontwerp, de bouw, de instandhouding en de inzet van onderzeeboten biedt voordelen. Ook vergroot het de mogelijkheden om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen te versterken. De voordelen bij onderzeebootsamenwerking worden niet zozeer bereikt door operationele inzet vanuit een gezamenlijke pool of een gedeelde capaciteit. De reden hiervoor is dat de meeste landen hun onderzeeboten op grond van nationale veiligheidsoverwegingen zelfstandig willen kunnen inzetten. De voordelen worden eerder gevonden op het terrein van de operationele gereedheid (opleiding en training) en de materiële gereedheid (onderhoud, reservedelen, programma’s voor levensduurverlenging). De onderzeedienst werkt op dergelijke terreinen ook nu al samen met verschillende landen (zie het overzicht in de bijlage bij deze brief).

Voor de vervanging van de Walrusklasse wordt onderzocht hoe de doelmatigheid, met het oog op de total cost of ownership, verder kan worden vergroot. Nederland streeft daarom naar vergaande samenwerking gedurende de gehele levenscyclus van het materieel en stelt geen harde grens aan de reikwijdte van de samenwerking. Zelfs de inzet van multinationale bemanningen bij oefeningen of operaties moet worden overwogen. Nederland draagt deze ambitie uit in de internationale contacten, maar is tegelijk afhankelijk van de bereidheid van partners om stappen te zetten. Om maximaal voordeel uit samenwerking te kunnen behalen, moeten de Nederlandse onderzeeboten waar mogelijk over dezelfde eigenschappen, systemen en gebruiksfilosofieën beschikken als die van de partnerlanden. Bij een complex technisch geïntegreerd systeem zoals een onderzeeboot kan een beperkte afwijking al van invloed zijn op de diepgang van de samenwerking.

De samenwerking met partnerlanden
Nederland volgt de ontwikkelingen betreffende de vervanging van onderzeeboten in een aantal landen op de voet. Waar mogelijk zal Nederland kansen benutten om partners te betrekken bij het eigen vervangingstraject. Hiermee kunnen de voordelen van samenwerking worden vergroot en is de beoogde verdieping niet afhankelijk van de bereidheid van één partner. De ontwikkelingen in Australië, Canada, Duitsland, Noorwegen en Zweden bieden hiervoor op dit moment de meeste aanknopingspunten:
   
     - Australië hanteert een min of meer gelijke termijn voor de vervanging van zes conventionele Collinsklasse onderzeeboten. De behoefte gaat momenteel uit naar een veel grotere, duurdere onderzeeboot. Afhankelijk van het ontwerp kan samenwerking nader worden onderzocht, al is de geografische afstand een beperkende factor. Australië hanteert een met Nederland vergelijkbaar concept van opereren. Het land heeft op 20 februari jl. aangekondigd werven in Duitsland, Frankrijk en Japan voorstellen te laten doen voor een nieuw ontwerp;

    - Canada bereidt besluitvorming voor over levensverlengend onderhoud van de huidige vier conventionele Victoriaklasse onderzeeboten. Canada hanteert een met Nederland vergelijkbaar concept van opereren, maar oriënteert zich vooralsnog niet op een vervangende onderzeebootcapaciteit;
   
- Duitsland beschikt over een nationale onderzeebootbouwindustrie (TKMS). Gezamenlijke of gelijktijdige vervanging met Duitsland is momenteel niet aan de orde omdat het net heeft geïnvesteerd in zes conventionele T212 onderzeeboten. Anderzijds kan betrokkenheid van de Duitse industrie interessant zijn, mede met het oog op de bredere maritieme samenwerking met het land. Duitsland hanteert wel een ander concept van opereren dan Nederland;

     - de Noorse regering heeft eind november 2014 formeel besloten om vanaf midden jaren twintig zes conventionele Ulaklasse onderzeeboten te vervangen. De vervanging van de Nederlandse onderzeeboten is (in de planning) voorzien in dezelfde periode. Noorwegen is een strategische partner en al vele jaren is er sprake van samenwerking op tal van terreinen, ook op onderzeebootgebied. Noorwegen hanteert een met Nederland vergelijkbaar concept van opereren. Om deze redenen lijkt de samenwerking met Noorwegen vooralsnog goede vooruitzichten te bieden op verdere verdieping. Wel oriënteert Noorwegen zich op kleinere onderzeeboten die minder geschikt zijn voor expeditionaire inzet en geïntegreerd optreden met een maritieme taakgroep. De mate waarin de functionele eisen voor de vervangende capaciteit uiteindelijk overeenkomen, bepaalt in belangrijke mate hoe vergaand de samenwerking kan zijn;

     - Zweden beschikt eveneens over een nationale onderzeebootindustrie (Saab-Kockums) en heeft reeds opdracht gegeven voor de bouw van nieuwe onderzeeboten vanaf midden 2020. Samenwerking met Zweden zal sterk worden beïnvloed door de Zweedse industriële belangen. Dit kan de mogelijkheden voor een goede positionering van de Nederlandse industrie beperken, maar het kan - zoals blijkt uit de recent aangekondigde samenwerking tussen Damen en Saab - ook kansen bieden. Zweden hanteert wel een ander concept van opereren dan Nederland.

Industriële participatie
De samenwerking met de nationale industrie en de kennisinstituten zal zoveel mogelijk geschieden in het kader van de Defensie Industrie Strategie (DIS) en het Convenant kennisgroep Nederlandse marinebouw. 1 De vijf prioritaire technologiegebieden uit de DIS komen allemaal in beeld bij de vervanging. Defensie onderkent dat de betrokkenheid van de industrie en kennisinstituten nodig is om voldoende kennis op te bouwen en te waarborgen, en om de technische risico’s beheersbaar te houden. Een volgende generatie onderzeeboten vergt de toepassing van hoogwaardige technologische kennis over signatuurreductie, systeemintegratie, bewapening en zelfbescherming. Defensie zal de beschikbare kennis hierover verder moeten vergroten om als smart buyer en smart specifier realistische en kosteneffectieve eisen te kunnen stellen aan het ontwerp, de bouw en de exploitatie.

De Nederlandse industrie met specifieke maritieme en onderzeebootkennis heeft zich verenigd in het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC), een samenwerkingsplatform onder de NIDV. De kennisinstituten TNO en MARIN beschikken eveneens over specifieke onderzeebootkennis. De kennisinstituten en het DUKC vervullen reeds een belangrijke rol in het instandhoudingsprogramma voor de Walrusklasse. Daarmee is belangrijke kennis opgedaan, behouden en uitgebreid. Het DUKC is betrokken bij de voorbereidende studies voor de vervangende onderzeebootcapaciteit en ondersteunt de contacten tussen Defensie en de nationale maritieme industrie. Het DUKC heeft de
onderzeebootkennis in Nederland geïnventariseerd. Denk daarbij aan het ontwerpen van de drukhuid, platformautomatisering, weerstand en voortstuwing, Combat Management System (CMS), Sensoren, Wapens en Communicatie (SEWACO), functioneel ontwerp en signaturen. Tegelijk stelt het DUKC vast dat specifieke kennis en ervaring voor de bouw van onderzeeboten in Nederland ontbreken. Het DUKC heeft de ambitie om deel te nemen aan de totstandkoming en exploitatie van de nieuwe capaciteit.2 Daarnaast hebben Damen Shipyards en het Zweedse SAAB-Kockums, zoals gezegd, strategische samenwerking op het gebied van onderzeebootbouw aangekondigd. Defensie zal voorstellen van de industrie betrekken bij de voorbereiding van de besluitvorming en zowel de baten als de kosten van industriële participatie in kaart brengen.

Industriële participatie
De samenwerking met de nationale industrie en de kennisinstituten zal zoveel mogelijk geschieden in het kader van de Defensie Industrie Strategie (DIS) en het Convenant kennisgroep Nederlandse marinebouw. 1 De vijf prioritaire technologiegebieden uit de DIS komen allemaal in beeld bij de vervanging. Defensie onderkent dat de betrokkenheid van de industrie en kennisinstituten nodig is om voldoende kennis op te bouwen en te waarborgen, en om de technische risico’s beheersbaar te houden. Een volgende generatie onderzeeboten vergt de toepassing van hoogwaardige technologische kennis over signatuurreductie, systeemintegratie, bewapening en zelfbescherming. Defensie zal de beschikbare kennis hierover verder moeten vergroten om als smart buyer en smart specifier realistische en kosteneffectieve eisen te kunnen stellen aan het ontwerp, de bouw en de exploitatie.

De Nederlandse industrie met specifieke maritieme en onderzeebootkennis heeft zich verenigd in het Dutch Underwater Knowledge Center (DUKC), een samenwerkingsplatform onder de NIDV. De kennisinstituten TNO en MARIN beschikken eveneens over specifieke onderzeebootkennis. De kennisinstituten en het DUKC vervullen reeds een belangrijke rol in het instandhoudingsprogramma voor de Walrusklasse. Daarmee is belangrijke kennis opgedaan, behouden en uitgebreid. Het DUKC is betrokken bij de voorbereidende studies voor de vervangende onderzeebootcapaciteit en ondersteunt de contacten tussen Defensie en de nationale maritieme industrie. Het DUKC heeft de onderzeebootkennis in Nederland geïnventariseerd. Denk daarbij aan het ontwerpen van de drukhuid, platformautomatisering, weerstand en voortstuwing, Combat Management System (CMS), Sensoren, Wapens en Communicatie (SEWACO), functioneel ontwerp en signaturen. Tegelijk stelt het DUKC vast dat specifieke kennis en ervaring voor de bouw van onderzeeboten in Nederland ontbreken. Het DUKC heeft de ambitie om deel te nemen aan de totstandkoming en exploitatie van de nieuwe capaciteit.2 Daarnaast hebben Damen Shipyards en het Zweedse SAAB-Kockums, zoals gezegd, strategische samenwerking op het gebied van onderzeebootbouw aangekondigd. Defensie zal voorstellen van de industrie betrekken bij de voorbereiding van de besluitvorming en zowel de baten als de kosten van industriële participatie in kaart brengen.

_______________________________________________________________________________
1 Op 17 september 2012 hebben de minister van Defensie en het Nederlands Marinebouw Cluster een convenant gesloten, om gezamenlijk de benodigde kennis voor de ontwikkeling en bouw van militaire oppervlakteschepen te waarborgen, deze kennis onderling beschikbaar te stellen en de inspanningen voor onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van nieuwe generaties schepen op elkaar af te stemmen en te synchroniseren.
2 DUKC rapport ‘The Capabilities and Participation Objectives of Industries in the Netherlands – The Industrial Submarine Knowledge Base’ (2014).
_______________________________________________________________________________

Ten slotte
Deze brief onderstreept het belang dat Defensie hecht aan de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten. In de nota In het belang van Nederland is reeds kenbaar gemaakt dat Defensie de vervanging alleen kan realiseren als de nieuwe onderzeeboten samen met een of meer partnerlanden worden ontwikkeld, gebouwd en geëxploiteerd. Gedurende het DMP, dat het kader vormt voor de besluitvorming, zal daarom nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan de internationale samenwerkingsmogelijkheden. Harmonisatie en standaardisatie leiden tot meer mogelijkheden tot samenwerking en kostenreductie. Daarentegen kan de wens om te blijven beschikken over een expeditionair inzetbare onderzeeboot grenzen stellen aan verdere verdieping van de onderzeebootsamenwerking met één of meer partnerlanden. De eerste stap in het DMP betreft de wijze waarop de behoefte moet worden vervuld. Tot de vervolgstappen behoren voorts kosten-batenanalyses en alternatievenvergelijkingen. Hierbij worden vanzelfsprekend operationele, financiële en industriële aspecten betrokken. Het uiteindelijke besluit wordt in 2018 verwacht.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(Bron)

donderdag 30 oktober 2014

Marineschip Karel Doorman vertrekt 6 november naar West-Afrika

Het marineschip Karel Doorman vertrekt donderdag 6 november voor een periode van drie maanden naar West-Afrika. Het Joint Support Schip brengt een grote hoeveelheid hulpgoederen voor de bestrijding van ebola naar de regio. Na aankomst kan het schip in de Golf van Guinee worden ingezet voor verdere transporttaken en logistieke ondersteuning van aanwezige partnerlanden.

De Karel Doorman wordt beladen met ruim 100 voertuigen, inclusief ambulances en meer dan 70 containers met onder meer mobiele laboratoria, mobiele ziekenhuizen, beschermende kleding, bedden voor patiënten, generatoren, veldtoiletten en materiaal voor patiëntenzorg. De goederen zijn ter beschikking gesteld door de Nederlandse staat, EU-lidstaten, NGO’s en hulporganisaties. De eerste bulk goederen wordt op woensdag 5 november in Den Helder beladen, de overige goederen worden onderweg naar het missiegebied in andere Europese havens opgehaald.

Voor de missie ‘Humanitaire noodhulp ebola bestrijding’ bestaat de vaste bemanning van de Karel Doorman uit 137 personen. Daarnaast embarkeert een ROLE 1 medisch team, bestaande uit de scheepsarts, een tandarts en 9 verpleegkundigen met quarantaine training. Voor het ontladen van materieel en de verkenningen van stranden gaat een landingsvaartuigendetachement mee, bestaande uit 23 mariniers, twee landingsvaartuigen en twee Fast Raiding Interception Special Forces Craft (FRISC’s). De Force Protection wordt geleverd door 32 mariniers van het 13e Raiding Squadron uit Doorn.

Het Joint Support Schip Karel Doorman is specifiek gebouwd voor bevoorrading op zee ter ondersteuning van maritieme eenheden; strategisch zeetransport, inclusief het in- en ontschepen van personeel en materieel in gebieden met beperkte havenfaciliteiten; en logistieke ondersteuning vanaf zee (seabasing), waarbij het schip dient als basis op zee voor het uitvoeren en ondersteunen van operaties op het land. De laad- en losmiddelen van de Karel Doorman bestaan uit een roll on, roll off laadklep voor zware voertuigen, een laadstation voor landingsvaartuigen en een laadkraan. Met een lift kunnen zware ladingen binnen het schip verplaatst worden tussen het voertuigen- en het helikopterdek. De Karel Doorman is met haar 204.7 meter en een waterverplaatsing van 27.800 ton het grootste schip van de Koninklijke Marine.

(ministerie van Defensie, 30 oktober 2014)





vrijdag 26 september 2014

Luitenant-generaal Verkerk nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten

LGEN Rob Verkerk
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk is de nieuwe Commandant Zeestrijdkrachten en Admiraal Benelux. Hij volgde vandaag viceadmiraal Matthieu Borsboom op, die uit handen van de minister van Defensie de onderscheiding kreeg van Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.

De ceremoniële commando-overdracht vond plaats op marinebasis Den Helder, tegen het decor van 9 Nederlandse marineschepen, 2 landingsvaartuigen, het Belgische schip BNS Narcis en een kustwachtschip. Op de kade stonden 670 Nederlandse, Curaçaose, Arubaanse en Belgische militairen aangetreden. In de lucht verzorgden diverse oude en nieuwe maritieme luchtvaartuigen een fly by. De Marinierskapel der Koninklijke Marine en de Tamboers en Pijpers zetten het geheel luister bij. De minister van Defensie, de Commandant der Strijdkrachten en tal van hoge gasten uit binnen- en buitenland woonden de ceremonie bij.

Grote waarde
“Een Vlootvoogd in hart en nieren”, sprak de minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert lovend over de scheidend commandant. “U trad op waar dat moest en als het maar even kon, legde u een arm om de schouder van wie dat nodig had. Uw inzet is van grote waarde geweest. En meer dan dat.”

Waar maken
Viceadmiraal Borsboom was bijna 5 jaar Commandant Zeestrijdkrachten. Hij stond aan het roer tijdens ingrijpende reorganisatieprocessen bij de marine door bezuinigingen op Defensie. Borsboom bracht dit in zijn afscheidsrede ter sprake in de symboliek van het trotseren van zware orkanen, maar sloot hierover wel positief af. “Voor het eerst in 24 jaar komt er geld bij voor Defensie. Het is nu aan mijn opvolger om de structurele lijn naar boven te realiseren.”

Flexibiliteit
Borsboom stond ook stil bij de geleverde prestaties van het marinepersoneel en deed dat in de vorm van een imposante opsomming van wapenfeiten. “U heeft zich over de hele wereld ingezet voor de vrede en veiligheid van uw medemens en dat vereiste flexibiliteit. Ik heb genoten van uw toewijding en heb respect voor uw inzet. Ik ga u allen zeer missen.” Vanaf oktober is viceadmiraal Borsboom de nieuwe directeur van de Defensie Materieel Organisatie.

Rust in de tent
Luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk vervulde diverse operationele en staffuncties binnen Defensie en is sinds 2012 plaatsvervangend commandant. Hiervoor was hij directeur Operaties van de marine en tevens commandant van het Korps Mariniers. “Na jaren van bezuiniging streef ik naar rust in de tent”, opende Verkerk zijn toespraak als kersverse commandant. “Geen bestuurlijke veranderingen als dat niet nodig is, maar focus op onze kerntaken.”

Meer nodig
Ook wil Verkerk werken aan meer vertrouwen en streven naar een open cultuur. Verder wil hij zich inzetten voor meer (internationale) samenwerking, bijvoorbeeld met het Duitse Sea Bataillon, en meer geld voor Defensie. “Ik ben blij met de recente kentering in het denken over het belang van Defensie. Maar er is meer nodig om bij acute crises snel naar een hoger geweldsniveau te kunnen opschalen.”

Schout-bij-nacht Ben Bekkering volgt Verkerk op als plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten.

(ministerie van Defensie, 26 september 2014)

zaterdag 8 maart 2014

Toespraak Vice-admiraal Matthieu Borsboom bij doop 'Karel Doorman'

Excellency (s), ladies and gentleman,

As Commander of the Royal Netherlands Navy I am extremely grateful for being able to welcome this Joint Support Ship as newcomer to our fleet. It is a marvellous ship, highly capable, much needed and with great potential for International cooperation. I am pleased to see many representatives of our international partners. I am looking forward to explore bilateral, multilateral and international ways to deploy this ship together with you.

Please, allow me to proceed in Dutch

Excellentie, u bent zojuist een band aangegaan met het grootste schip van de Koninklijke Marine en wel voor de duur van haar gehele operationele bestaan. Wat begon met een (romantisch) aanzoek onder Arctische omstandigheden in Noord Noorwegen, is nu uitgegroeid tot een taak die niet al te licht mag worden opgevat. Want als u zich bedenkt dat de Zuiderkruis zesendertig jaar over de wereldzeeën heeft gevaren, dan kunt u zich voorstellen dat u de komende decennia nog niet van ons af bent…

De doop van een schip wordt traditioneel door een vrouw verricht. Maar dat dit vandaag, op ‘Internationale Vrouwendag’, gebeurt, maakt het extra bijzonder. Ik wil u bedanken dat u deze doop heeft verricht, maar vooral ook danken voor het belangrijke werk dat u in de afgelopen periode voor de krijgsmacht heeft gedaan. Onder uw bewind lijkt het spreekwoordelijke tij gekeerd, voor wat betreft de jarenlange bezuinigingen op defensie. Een bijdrage waar ik u zeer dankbaar voor ben.

Dankzij uw inspanning heeft Defensie dit schip kunnen behouden.

Afgelopen week heb ook ik Indonesië bezocht. Ik heb daar, voor het eerst in de historie, samen met mijn Indonesische ambtsgenoot een krans mogen leggen bij de herdenking van de Slag om de Java zee. Als je daar staat, op vijfentwintig uur vliegen van hier, dan realiseer je je hoe groot de offers zijn die daar werden gebracht. Meer dan tweeduizend zeelieden lieten daar in één zeeslag het leven, daaronder Karel Doorman en zijn 915 Nederlandse en Indonesische bemanningsleden.

Schout-bij-nacht Karel Doorman voerde een heroïsche maar ook een zeer ongelijke strijd. Omdat de tegenstander technologisch superieur was. Daarom is het zo belangrijk dat we blijven investeren in de marine; maar bovenal dat we blijven innoveren.

De Karel Doorman is het voorbeeld van zo’n innovatie. Achter mij ligt een bijzonder schip. Een schip dat exemplarisch is voor de ‘high tech’ Nederlandse maritieme industrie. Dankzij onze intensieve samenwerking met industrie en kennisinstituten (gouden driehoek) zijn wij in staat om als ‘benchmark navy’ te opereren.

De Nederlandse scheepsbouwindustrie heeft met de Karel Doorman dan ook een topprestatie geleverd. Nooit eerder heeft de marine zo’n groot schip in de vaart genomen. Het schip is niet alleen groot, het is een operationele alleskunner.

Het is in staat om vlootverbanden op zee te bevoorraden, het kan worden ingezet voor strategisch transport, het kan fungeren als een logistieke basis op zee (Sea Basing), het is een drijvend hospitaal en uitermate geschikt voor humanitaire hulpverlening. Met zijn geïntegreerde mast, dezelfde mast treft u aan op de Oceangoing Patrol Vessels, kan de Doorman grote zeegebieden bewaken. Als helikopterplatform en met haar snelle boten kan het schip ook worden ingezet voor maritieme veiligheidsoperaties. En dit alles met een relatief kleine bemanning.

We doen dat niet alleen, want sinds jaar en dag werken we samen in internationaal verband, dat zit in onze genen. Er bestaat al een Europees ‘Movement Coordination Centre’, dat de gemeenschappelijke militaire goederenstromen over zee coördineert. Er is een ‘European Amphibious Initiative’  waar in Europees verband amfibische initiatieven  worden genomen, er is ook een ‘European Carrier Battle Group’ initiative.  De internationale vlootverbanden die het gevolg zijn van deze initiatieven, moeten natuurlijk logistiek worden ondersteund! Daarvoor is dit schip bij uitstek geschikt.

Ook de Verenigde Naties kennen vele samenwerkingsvormen voor humanitaire en militaire inzet. Binnen de NAVO is grote behoefte aan deze niche capaciteit. Binationaal zijn er diverse verbanden, waarvan het Belgisch Nederlandse ABNL en de Britse Nederlandse UKNL samenwerking veruit het meest bekend zijn. En niet voor niets draagt dit schip in haar naam ‘joint*’, van Joint Support Ship. Voldoende ‘kapstokken’ dus waaraan dit schip kan worden opgehangen.

Karel Doorman zou trots zijn geweest als hij had geweten dat zijn naam aan dit bijzondere schip zou worden gekoppeld. Haar mogelijkheden zijn ongekend en voor velen nog onbekend. Daarin zal snel verandering komen, want dit schip gaat de harten van de internationale maritieme wereld stelen. Daar ben ik van overtuigd.

Tenslotte… Wat een megaproject: zonder bouwers, projectleiders, planners, leveranciers, onderleveranciers en nog veel meer was dit schip er niet gekomen. Hier is een stuk vakwerk afgeleverd; mijn bemanning gaat nu toewerken naar de indienststelling. We kunnen niet wachten ‘Zijner Majesteits’ toe te voegen aan deze Karel Doorman.

Ik heb net een applaus gevraagd voor de minister, maar ik wil u nu nogmaals vragen om dat te doen voor alle mannen en vrouwen die dit schip hebben ontworpen en gebouwd en er nog hard mee bezig zijn.

Dank u wel…

(ministerie van Defensie, 8 maart 2014)

* 'joint' = voor meerdere krijgmachtsonderdelen , bijv. landmacht + marine etc.









vrijdag 7 maart 2014

Toespraak bij de doop van het Joint Support Ship Karel Doorman




Door de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert op 8 maart 2014 te Vlissingen.
Let op: Alleen het gesproken woord geldt!

Your Excellencies, ladies and gentlemen,
First of all I would like to express my sincere gratitude to Mr Van Ameijden.
Mr Van Ameijden, thank you so much…for hosting this ceremony today, here at Damen Schelde Naval Shipbuilding in Vlissingen.
Seeing this ship brought to life…, ….it is quite understandable that some of our most senior naval officers are counting down the days to the official handover…
…And today is a special day because we are naming a marvellous new ship of the Royal Netherlands Navy.
I am proud to say that we, as a country, can still hold our own in what must be one of our oldest national traditions: naval shipbuilding…
For Damen Schelde Naval Shipbuilding’s achievement proves that Dutch shipbuilding can still be counted among the best in the world.
Now, ladies and gentlemen,
Please allow me to continue in Dutch.
(…)
Excellenties, dames en heren,
Zojuist is gedoopt het Joint Support Ship de Karel Doorman.
Wat een schip!
En wat ben ik trots dat dit schip - vanaf vandaag - als de Karel Doorman door het leven gaat.
Mét dit schip voegen we een mooi en inspirerend hoofdstuk toe aan de rijke geschiedenis van onze Koninklijke Marine.
Een historie waarin Schout-bij-nacht Karel Doorman een bijzondere bladzijde inneemt.
(…)
Vorig jaar oktober bracht ik een bezoek aan Indonesië.
Ik had ondermeer de eer om een krans te leggen bij het Karel Doorman-monument op de erebegraafplaats Kembang Kuning:
…Hét monument dat herinnert aan de Slag in de Javazee op 27 februari 1942.
…Hét monument dat herinnert aan zijn fameuze woorden ‘All ships follow me’.
…Hét monument dat herinnert aan de 915 Nederlandse en inheemse marinemannen die daar - op die tragische dag - om het leven kwamen.

De dag daarvoor verzamelde Karel Doorman zijn vloot in de marinehaven Oedjoeng  op Soerabaja.
Hij ging de wal op, en liep via een zwarte granieten trap naar de eerste verdieping van het hoofdkwartier van de marine…
…hij voerde een telefoongesprek met de toenmalige Commandant der Zeestrijdkrachten Helfrich…

Daar ontving hij zijn instructies: Terugtrekken is geen optie, houd stand tegen de Japanse eskaders.
Ik heb op die bewuste granieten trap gestaan. De trap waar Karel Doorman zijn laatste stappen op het vaste land zette.
Op die trap…
…probeerde ik me voor te stellen hoe Doorman zich gevoeld moest hebben.
Hij wist dat de kans op een overwinning klein was.
Dat moment op die trap heb ik als bijzonder indrukwekkend ervaren. Voor heel even leek de geschiedenis tot leven te komen.
Karel Doorman voerde zijn opdracht uit.
De afloop is ons allen bekend.
Hij zou niet terug keren.
Zijn moed en onverschrokkenheid spreken tot op de dag van vandaag tot de verbeelding.
En ik beschouw het dan ook als zeer terecht…dat een indrukwekkend schip als dit…de naam van Karel Doorman draagt.
(…)
En indrukwekkend is het Joint Support Ship!
Alleen al enkele cijfers spreken voor zich:
Het is het grootste schip dat ooit voor de Nederlandse Koninklijke Marine is gebouwd.
…205 meter lang en 30 meter breed…
…90 kilometer aan pijpen…
…600 kilometer elektrische kabel…
…ruim 10.000 ton staal.
Om het even in perspectief te zetten:
…600 kilometer kabel staat gelijk aan de afstand tussen Vlissingen en Normandië…
…10.000 ton staal… is anderhalve Eiffeltoren!
(…)
Dames en heren,
Op momenten als deze…
…is het meer dan passend om ook even stil te staan bij het belang van goed uitgeruste Zeestrijdkrachten.
Handelsnatie Nederland vaart immers wel bij een sterke krijgsmacht, bij de inzet van onze Koninklijke Marine.
Onze economie is voor zo’n 70 procent afhankelijk van handel.
Zo is Nederland groot geworden.
En dat zal in de toekomst niet anders zijn.
Onze grootste kracht maakt ons echter ook kwetsbaar.
We zijn gevoelig voor allerhande crises.
Dichtbij en ver weg.

Oorlog, terrorisme, georganiseerde misdaad, fundamentalisme
- waar dan ook -
…niet zelden raakt het onze portemonnee - vroeg of laat - rechtstreeks.
Ter bevordering van die, voor ons zo noodzakelijke, internationale veiligheid en stabiliteit voeren we een actief buitenlands beleid.
Niet naar binnen gericht, maar naar buiten – over de dijken heen!
En ja, voor een maritiem handelsland als Nederland…
…is een vrije doorvaart cruciaal.
En dat geldt ook voor een gegarandeerde toegang tot kusten en havens.
De krijgsmacht, onze Koninklijke Marine, levert hier een belangrijke bijdrage aan.
Sterker nog, de Koninklijke Marine is onmisbaar in dezen.
(…)
Dames en heren,
De afgelopen twee decennia waren verre van makkelijk voor Defensie. Bezuinigingen en reorganisaties volgden elkaar in rap tempo op.
Ook 2013 was een bewogen jaar. Een jaar van herijken en knopen doorhakken.
Om een militair relevante krijgsmacht - ook voor de toekomst - te borgen, was een zorgvuldige afweging aan de orde.
Medio oktober volgde dan eindelijk een beetje goed nieuws.
De nieuwe begrotingsafspraken pakten positief uit voor Defensie.
Het gevolg hiervan was dat we in staat werden gesteld om enkele zeer pijnlijke maatregelen terug te draaien dan wel te verzachten.
En dat was ook broodnodig!

Want laat één ding helder zijn: een relevante, robuuste en responsieve krijgsmacht is…in het belang van Nederland!
Het Joint Support Ship kon alsnog in de vaart worden genomen.
En de opluchting was groot. Nationaal.
En internationaal.
Want, let wel, in NAVO- en EU-verband vormt dit schip een belangrijke niche-capaciteit.
En ook daarom vind ik het passend dat dit schip de naam van Karel Doorman draagt.
Doorman voerde het American British Dutch Australian Command aan. Hij was daarmee één van de eerste vlootcommandanten die zo nadrukkelijk in internationaal verband opereerde.
En met dit schip kunnen we verder vorm geven aan die - voor ons - zo belangrijke internationale samenwerking.
Met dit schip kunnen we dus ook verder vorm geven aan het vergroten van ons militaire handelingsvermogen.
Feit is dat er op dit moment geen schip in de wereld is…
…zoals de Karel Doorman.

En daarmee is de Karel Doorman één van de visitekaartjes van ons Koninkrijk.
Ook beschouw ik de Karel Doorman als een mooi voorbeeld van wat de gouden driehoek, de samenwerking tussen kennis,  industrie en Defensie, ons kan opleveren.
(…)
Dames en heren,
Graag wil ik u, tot slot, nog even meenemen naar een moment medio februari 2013.
Samen met Admiraal Borsboom bezocht ik onze Mariniers in Noorwegen.

Zij ondergaan daar de Arctic-Training.  Een extreme training onder extreem koude omstandigheden.
We arriveerden op Valentijnsdag in Harstad.
De nacht zou ik doorbrengen in een sneeuwhol.
Maar niet voordat we eerst even een aantal zaken hadden doorgenomen. Ook moest er nog gegeten worden. En mijn adjudant had hiervoor een tafeltje gereserveerd in een lokaal restaurant.
De roos op tafel, het was immers Valentijnsdag…
Het zeer serieuze gezicht van de Admiraal…
Zijn zorgvuldig gekozen woorden…
Dat moment zal ik niet licht vergeten…

Het was de avond dat ik werd gevraagd om de Karel Doorman te dopen.

Het voelde als een aanzoek.
En zo is het eigenlijk ook. Ik ga hiermee immers een verbintenis aan voor het leven!

(…)

Dames en heren,
Er ligt hier een geweldig schip, met een bemanning die liever vandaag dan morgen zou willen uitvaren!
Ik proef veel enthousiasme…
…en verwachting.
Tegen u als bemanning zou ik willen zeggen:
uw inzet en deskundigheid zijn uiteindelijk cruciaal voor het slagen van de missies die we met de Karel Doorman gaan ondernemen.
Ik heb daar in ieder geval heel veel vertrouwen in.
Ik voel me, en zeker nu als doopster, zeer met u verbonden! Dat spreekt voor zich.
Ik wens u een behouden vaart.
Ik wens u - in de geest van Karel Doorman - de moed om op te staan,  de vastberadenheid om te strijden voor veiligheid, vrijheid en welvaart.

(…)
Your Excellencies,
Ladies and gentlemen,
I present to you… the Joint Support Ship Karel Doorman!

A multidimensional platform, innovative and sustainable…
…for use in both - national and international - contexts.
Obviously, I would like to congratulate the Royal Netherlands Navy on this latest addition to its assets.
And I am absolutely certain that it will make us all proud to see the Karel Doorman flying the Dutch Red, White and Blue – our nation’s flag.
…That it will makes us all proud to watch the Karel Doorman sailing in the Caribbean Sea, in the waters off Somalia or - for example - in our own beloved North Sea.
Thank you

(ministerie van Defensie, 7 maart 2014)

donderdag 7 februari 2013

Alle Hens Special: 525 jaar Marine

Hr. Ms. Evertsen, Golf van Aden 2012
Inhoud:

- De marine door de jaren heen

- Wat is een admiraliteitsstad?

- 21e eeuw: maritieme eeuw

- Nieuw materieel bij de KM

- Geschiedenis Nederland en marine nauw verbonden

PDF-versie: klik hier



dinsdag 29 januari 2013

Prinses Máxima bezoekt marine in Den Helder

Prinses Máxima heeft vandaag bekeken hoe militairen Hr. Ms. Johan de Witt gereed maken voor uitzending in de wateren rond Somalië. Het amfibisch transportschip gaat daar medio dit jaar heen voor deelname aan de antipiraterijmissie van de Europese Unie.

In een gesprek met het personeel kwam de inzet van de zeemacht bij het opleiden en trainen van lokaal kustwachtpersoneel aan de orde. Hiermee wordt voor de kust van Afrika samengewerkt.

Prinses Máxima en Vice-admiraal Borsboom. Foto: Defensie

Het bezoek van prinses Máxima aan Den Helder beperkte zich niet tot Hr. Ms. Johan de Witt. Vergezeld door Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom deed ze ook enkele operationele eenheden aan, kreeg een rondleiding aan boord van het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. Evertsen en sprak met militairen over werken en wonen bij de marine en de gevolgen voor het privéleven.

Een korte tocht met een landingsvaartuig van het Korps Mariniers door de marinehaven behoorde eveneens tot het programma.

De Koninklijke Marine is het oudste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht en bestaat dit jaar 525 jaar. Er werken ongeveer 10.500 mensen.

(ministerie van Defensie, 29 januari 2013)

26 marineschepen krijgen nieuw predicaat: Zr. Ms.

Ronald Boutkan

Den Helder – De troonswisseling brengt voor de marine weinig extra werk met zich mee. Alhoewel veel schepen officieel van naam wijzigen, omdat het predicaat Hr. Ms. moet veranderen in Zr. Ms., is dat in de praktijk slechts een kleine aanpassing.

Alle schepen die officieel in dienst zijn gesteld en daarmee zijn toegevoegd aan de Nederlandse oorlogsvloot, hebben het predicaat Hr. Ms., wat staat voor Harer Majesteits. “Dat verandert op 30 april officieel in Zijner Majesteits”, meldt defensiewoordvoerster Karen Gelijns. “Het gaat om zes fregatten, een bevoorradingsschip, twee amfibische transportschepen, vier onderzeeboten, tien zes mijnenjagers en twee van de vier patrouillevaartuigen.”*

Omdat de toevoeging alleen staat vermeld op het doek dat op de valreep van een schip hangt, valt het dus wel mee met het extra werk dat de marine heeft aan de troonswisseling. “Het predicaat staat niet op de naamborden en ook niet op briefpapier en dergelijke”, aldus Gelijns. “En overal hangen al portretten van Willem-Alexander en Maxima, dus daar zijn we ook snel klaar mee.”

(Den Helder Actueel, 29 januari 2013)

* Plus de Hydrografische opnemingsvaartuigen Hr. Ms. Luymes en Hr. Ms. Snellius, het ondersteuningsvaartuig Hr. Ms. Pelikaan, het torpedowerkschip Hr. Ms. Mercuur en het zeilend opleidingsschip Hr. Ms. Urania.

dinsdag 8 januari 2013

Dubbel jubileum voor de Koninklijke Marine


De Koninkrijksvlag ging vanmorgen op de Dam in Amsterdam in top om stil te staan bij 525 jaar georganiseerde zeemacht in Nederland. Tevens wordt gevierd dat de marine 200 jaar het predicaat ‘Koninklijk’ draagt.

Ook in andere voormalige admiraliteitsteden en de huidige marinesteden werd aandacht geschonken aan het jubileum. Onder begeleiding van een marinedelegatie werd de vlag gehesen in Veere, Delft, Middelburg, Vlissingen, Rotterdam, Hoorn, Enkhuizen, Harlingen en Den Helder.

Hoofdstad
De Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom sprak in Amsterdam over de speciale band tussen de marine en de hoofdstad. Ook de aanwezigheid van burgemeester Eberhard van der Laan onderstreepte die relatie. “Amsterdam heeft als voormalige admiraliteitsstad een rijke maritieme historie en herbergt de Koninklijke Marine al eeuwen in haar hart. In de Nieuwe Kerk liggen onze belangrijkste en grootste zeehelden begraven, zoals Michiel Adriaanszoon de Ruyter en Jan van Speijk. Bij het Monument op de Dam staan we jaarlijks stil bij de gevallenen in oorlogen en conflicten waarbij Nederland was betrokken.” Koning Willem II verleende in 1813 de marine de Koninklijke status toe en nog steeds is er een nauwe band met het Koninklijk Huis.

Zeemagazijn
Na de ceremonie op De Dam trok de admiraliteitsraad voor een bijzondere zitting naar de voormalige werkkamer van Michiel Adriaanszoon de Ruyter in ’s lands zeemagazijn. Die ligt naast het Marine Etablissement op de Kattenburgerstraat.

Saluut
Op die historische locatie wordt vanavond een saluut afgegeven aan alle burgemeesters van de voormalige admiraliteitssteden en huidige marinesteden in Nederland. Een saluut dat symbool staat voor de band die de marine in het heden en verleden heeft opgebouwd met de Nederlandse samenleving. Sinds 1488 heeft de Koninklijke Marine zich immers ingezet voor de bescherming van de belangen van de Nederlandse welvaart. En ook anno 2013 staat de marine ten dienste van die samenleving en is als zodanig onlosmakelijk verbonden met een moderne maatschappij.

(ministerie van Defensie, 8 januari 2013)

Commandant Marine bezorgd over toekomst

Vanochtend stipt om 0900 uur werd op de Dam in Amsterdam de Koninkrijksvlag gehesen onder toeziend oog van Commandant der Zeestrijdkrachten VADM Borsboom en burgemeester Van der Laan. De muziek van de Marinierskapel klonk opgetogen, maar de toespraak van VADM Borsboom was dat allerminst. In de verjaardagstoespraak pleitte Borsboom voor investeringen in een moderne en innovatieve marinevloot. Sterker, de admiraal gaf openlijk toe zich af te vragen of de huidige marine opgewassen is tegen de maritieme bedreigingen van de komende eeuw.

Terwijl Amsterdam zich 's ochtends vroeg nietsvermoedend over de Dam naar het werk spoedde, verzamelde zich een aardig hoopje pers rond de opgestelde Marinierskapel en de twee tijdelijke vlaggenmasten. Voor even was de marine weer terug in de tijd: het middelpunt van Amsterdam. Zelfs het middelpunt van 9 Admiraliteitssteden waar ook de Koninkrijksvlag werd gehesen.

Toen burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan, vice-admiraal Borsboom en de huidige Admiraliteitsraad gearriveerd waren, werd precies om negen uur de nationale driekleur gehesen. Even later wapperde ook de vlag 525 jaar Koninklijke Marine. Daarmee werd het startsein gegeven voor een jubileum dat duurt tot 30 november 2013.

Opmerkelijk
Na de Vlaggenparade op de Dam, volgde de toespraak van VADM Borsboom in de Nieuwe Kerk naast het praalgraf van Michiel de Ruyter. Borsboom stond daarbij uitgebreid stil bij de historie en de link tussen de marine en de maatschappij: "Sinds 1488 heeft de Koninklijke Marine zich immers ingezet voor de bescherming van de belangen van onze Nederlandse welvaart. Ontstaan vanuit de samenleving willen we vanavond, en gedurende het komende jubileumjaar, symboliseren dat de marine ook anno 2013 ten dienste staat van die samenleving en als zodanig onlosmakelijk onderdeel is van onze moderne maatschappij."

De vice-admiraal legde de toehoorders uit dat de zeemacht altijd als rol heeft gehad om de Nederlandse welvaart te beschermen, waar ook ter wereld. "Om onze handelsbelangen op zee te beschermen, moest immers worden geïnvesteerd in een adequate zeemacht. Handel en Koninklijke Marine gingen vervolgens hand in hand, waardoor ook in tijden van economische tegenwind, altijd bezuinigd werd op 's lands vloot."

Daarna volgde een opmerkelijke passage. Niet zozeer vanwege de inhoud, maar vooral omdat de Commandant Zeestrijdkrachten zelf deze uitspraak deed. Want hoe vrolijk deze verjaardag van de marine ook wordt gevierd, de situatie waar de zeemacht vandaag de dag in verkeert is dat niet.

Vice-admiraal Matthieu Borsboom
"Als commandant van de marine ben ik trots op de mensen en middelen die ik nu tot mijn beschikking heb, maar of we daarmee zijn opgewassen tegen de maritieme bedreigingen van komende eeuw, dat is nog maar zéér de vraag. We zijn het daarom aan onze maritieme voorvaderen en samenleving verplicht om te blijven investeren in een moderne en innovatieve marinevloot. Daarbij moet niet alleen naar efficiëntie worden gekeken, maar ook naar slagkracht. Slagkracht waarmee we zijn opgewassen tegen de maritieme dreiging, waar we in de komende eeuw aan bloot worden gesteld. Niet voor onszelf, maar om de maatschappij ook in de toekomst te kunnen blijven dienen."

Startschot voor festiviteiten
Na de toespraak volgde een kranslegging door de commandant van de marine en burgemeester Van der Laan om al het in de strijd gesneuvelde marinepersoneel te eren.

Daarmee werden de eerste ceremoniële handelingen in het kader van 525 jaar marine afgesloten. Vanavond vindt een besloten receptie plaats in het voormalige magazijn van de marine - tegenwoordig beter bekend als Scheepvaartmuseum- te Amsterdam en volgt een hele reeks met festiviteiten. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangehaakt bij bestaande evenementen. Het grootste evenement dat in het teken van de marineverjaardag staat is Sail/ Marinedagen Den Helder, die van 20 tot en met 23 juni 2013 plaatsvinden.

(Marineschepen.nl, 8 januari 2013)

Zie ook een overzicht van de naoorlogse ontwikkeling van de marine, samengesteld door Marineschepen.nl

donderdag 3 januari 2013

Ceremoniële start jubileumjaar marine op 8 januari in Hoorn


HOORN - Het jaar 2013 staat voor de marine in het teken van 525 jaar georganiseerde Zeemacht in Nederland. Samen met belangrijke vestigingsplaatsen herdenkt het maritieme krijgsmachtdeel haar geschiedenis en benadrukt daarbij de hechte en duurzame band met de Nederlandse samenleving. Het startsein van het komende jubileumjaar wordt op dinsdag 8 januari 2013 gegeven met het ceremonieel hijsen van de Nederlandse vlag in een groot aantal steden, waaronder Hoorn. Ook de vlag van het jubileumjaar wappert vanaf dat moment in de havenstad.

Een delegatie van de Koninklijke Marine staat in Hoorn aangetreden voor het stadhuis om samen met burgemeester Onno van Veldhuizen de vlag te hijsen. Het ceremonieel hijsen van de nationale driekleur, de ‘vlaggenparade’, vindt dagelijks plaats op alle schepen en inrichtingen van de Koninklijke Marine. Dit gebeurt altijd precies om 09.00 uur ’s ochtends. Het hijsen van de vlag benadrukt symbolisch dat de krijgsmacht ten dienste staat van de Nederlandse samenleving. Als oudste Nederlandse krijgsmachtdeel, doet de marine dit al 525 jaar. Geïnteresseerden zijn van harte welkom de ceremonie bij te wonen. Deze vindt plaats op dinsdag 8 januari, om 9.00 uur voor het stadhuis van Hoorn, Nieuwe Steen 1.

Van oudsher verbonden 
De verbondenheid van de marine met de samenleving komt nadrukkelijk naar voren in havensteden en legerplaatsen waar de marine nu aanwezig is of vroeger een belangrijke rol vervulde. Een van de voorgangers van de marine was de Admiraliteit van het Noorderkwartier waarin de steden ten noorden van het IJ samenwerkten. Het bestuur van de Admiraliteit van het Noorderkwartier was afwisselend gevestigd in Hoorn en Enkhuizen. Het Admiraliteitshuis te Hoorn, ook wel Prinsenhof geheten, werd ondergebracht in het voormalig St. Agnietenklooster. Het fraaie toegangspoortje (1607) tot het Admiraliteitshuis is bewaard gebleven en bevindt zich in de hoek van het Kerkplein. Het Admiraliteitsmagazijn was gevestigd op het Baadland, maar ging in 1692 in vlammen op. Vanaf dat jaar kocht de Admiraliteit verschillende panden op het Oostereiland om als magazijn dienst te doen. Deze gebouwen zijn nog steeds aanwezig. Ook had de Admiraliteit op het Oostereiland een eigen scheepswerf. De naastgelegen Grashaven deed dienst als haven voor de oorlogsschepen. Tot het midden van de achttiende eeuw werden op het Oostereiland nog linieschepen gebouwd, maar gaandeweg liet deze admiraliteit de bouw daarvan steeds meer over aan de Amsterdamse werf. De admiraliteiten waren verantwoordelijk voor het uitrusten en bemannen van schepen.

Burgemeester Van Veldhuizen: ‘Met de zee is ook de marine uit Hoorn vertrokken, maar een trotse thuishaven blijven we. We staan als handelsland en handelsstad nog midden in die actuele traditie’.
Nederland is een handelsland bij uitstek. Vroeger, nu en zeker ook in de toekomst. Ruim tweederde van onze welvaart komt uit het buitenland. Het vrijhouden van handelsroutes over zee is al sinds de VOC een taak voor de marine. Sterker nog, daar is de zeemacht voor opgericht en die taak is nu actueler dan ooit! De marine is dagelijks internationaal actief om de handel over zee te beschermen en de zeestraten vrij te houden. Met schepen voor de kust van Somalië en met beveiligingsteams aan boord van onze koopvaardijschepen, draagt de marine bij aan de Nederlandse welvaart.

(www.hoorngids.nl, 3 januari 2013)

Ceremoniële start jubileumjaar Koninklijke Marine


Op dinsdag 8 januari wordt op diverse plaatsen in Nederland ceremonieel stilgestaan bij het 525- jarige jubileum van de georganiseerde Zeemacht. Het startsein hiervoor wordt gegeven door marinedeputaties die in tien oude admiraliteitssteden met militair ceremonieel de Nederlandse Koninkrijksvlag hijsen.

Het ceremonieel hijsen van de nationale driekleur, de ‘Vlaggenparade’, vindt dagelijks om negen uur plaats op alle schepen en inrichtingen van de Koninklijke Marine. Om te benadrukken dat de marine destijds haar zetel in de verschillende admiraliteitssteden had, wordt ter ere van de marineverjaardag op dat tijdstip ook eenmalig de Koninkrijksvlag in het stadscentrum gehesen. Vervolgens wordt aan de burgemeester, of zijn/haar vertegenwoordiger, de speciale 525-jubileumvlag van de Koninklijke Marine uitgereikt.

Er zijn tien plaatsen in Nederland die het predicaat ‘Admiraliteitsstad’ hebben, omdat daar destijds één van de Admiraliteiten zetelde (Veere, Vlissingen, Middelburg, Rotterdam, Delft, Amsterdam, Dokkum, Harlingen, Hoorn en Enkhuizen). Hoewel in alle steden een vlaggenparade plaatsvindt, wordt in de hoofdstad Amsterdam op grootsere wijze stil gestaan bij de 525-jarige verjaardag van de marine. Daar zal na het vlag hijsen op de Dam, in aanwezigheid van de Burgemeester en de huidige Admiraliteitsraad, een krans worden gelegd bij het graf van de grootste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis; Michiel Adriaanszoon de Ruyter.

De marineverjaardag wordt ieder jaar op 8 januari gevierd, maar het laatste jubileumjaar dateert van 25 jaar geleden (500 jaar marine). Tijdens het jubileum wordt stil gestaan bij het feit dat op 8 januari 1488 de Ordonnantie op de Admiraliteit werd uitgevaardigd. Hiermee was voor het eerst sprake van een centraal georganiseerde zeemacht. Koning Willem I kende in 1813 het predicaat ‘Koninklijke’ aan de Marine toe, dat is in 2013 dus ook precies 200 jaar geleden.

In het jaar 2013 besteedt de marine in de admiraliteitssteden en andere locaties in Nederland, aandacht aan haar jubileum onder het thema ‘525 jaar innovatief’. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangehaakt bij bestaande evenementen. Grootste evenement dat in het teken van de marineverjaardag staat is Sail/Marinedagen Den Helder, die van 20 tot en met 23 juni 2013 plaatsvinden.

(Koninklijke Marine, 3 januari 2013)

vrijdag 7 december 2012

Verjaardag van marine ook in voormalige admiraliteitssteden gevierd

De marine viert het 525-jarig bestaan volgend jaar ook in voormalige admiraliteitssteden. In Hoorn en Enkhuizen staan evenementen gepland.

Den Helder is de enige overgebleven admiraliteitsstad, maar in vroeger eeuwen waren er admiraliteiten gevestigd in Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen, Dokkum, Harlingen, Rotterdam, Middelburg en Veere. Met deze van oudsher strategisch aan het water gelegen plaatsen onderhoudt de marine nog steeds banden.

Op 8 januari is het 525 jaar geleden dat keizer Maximiliaan II, toen machthebber in de Nederlanden, de Ordonnantie op de Admiraliteit uitvaardigde. Dat betekende dat Nederland sindsdien een eigen marine had. Ruim drie eeuwen later, in 1813, verleende koning Willem II de marine zijn koninklijke status. Ook dit feit wordt herdacht.

Het thema van het jubileumjaar is de innovatiekracht van de zeemacht. Door de eeuwen heen stonden marinemensen in de voorhoede van technologische ontwikkelingen en scheepsbouw. Marineofficieren stonden aan de basis van wat momenteel de technische universiteit Delft is. Tijdens verschillende evenementen laat het varende krijgsmachtdeel in 2013 zien hoe innovatief zij al 525 jaar is.

De ceremoniële opening van het jubileumjaar is op dinsdag 8 januari in Amsterdam. Dan gaat de Nederlandse vlag in top op de Dam onder muzikale begeleiding van de Marinierskapel. Op hetzelfde tijdstip wordt in alle admiraliteitssteden de vlag gehesen.

(Noordhollands Dagblad, 7 december 2012)

zaterdag 3 november 2012

Bezuinigingen bij de marine: ‘Op koers in zware storm’

Door Arie Booy

DEN HELDER- “Ik ben trots op onze mensen van de Koninklijke Marine. Het is geweldig hoe gemotiveerd ze blijven werken terwijl we midden in de meest ingrijpende reorganisatie ooit zitten.” Vice-admiraal Matthieu Borsboom zegt het met nadruk en herhaalt het nog een keer aan het eind van het gesprek.

VADM Borsboom
De Commandant  Zeestrijdkrachten verheelt niet dat de bezuinigingsoperatie die anderhalf jaar geleden  verordonneerd werd, de zwaarste opgave is waar de organisatie onder zijn leiding zich voor geplaatst ziet. Borsboom: "We hebben veel taken op ons bordje. Ik kan de schepen waar een beroep op wordt gedaan niet aanslepen en ondertussen bereiden we ons voor op een heftige sanering van het personeelsbestand. Het is een ingewikkelde klus. We moeten afscheid nemen van veel trouwe werknemers. Dat is heel lastig en pijnlijk, maar ga er van uit dat we er alles aan doen om mensen te helpen een andere baan  van een te vinden. Daarvoor spreken we ons hele netwerk aan en doen we een beroep op de maritieme industrie”.

De admiraal moet het marineaandeel in de bezuiniging op Defensie verwezenlijken: “Gelukkig hebben we goede contacten met de medezeggenschap omdat de relatie met hen al goed was voor deze bezuiniging in april 2011 werd aangekondigd”.

Denkkracht
“We zijn lean and mean. Des te moeilijker is het om dan nog eens een derde van de staf  en de operationele eenheden in te moeten leveren. We hebben er echter voor gekozen om alle denkkracht die we bij de Koninklijke Marine hebben te mobiliseren. Werkgroepen die onderdelen van de reorganisatie hebben voorbereid, bestonden uit alle geledingen van de organisatie. Burgers, onderofficieren en officieren. Dat vergroot het draagvlak en probleemoplossend vermogen”.

Aan de andere kant: “Veel mensen zijn niet direct betrokken bij het proces, maar wel in afwachting. Ondertussen moeten zij wel aan de slag om het operationele product van de marine te leveren. Het is relevant werk. In piratengebied, Afghanistan, in de West, als beveiligers aan boord van koopvaardijschepen, tijdens intensieve oefeningen of op de werf. Wat mij in deze periode opvalt, is dat de motivatie van onze mensen zo hoog blijft. Ik had ontmoetingen met een aantal collega’s die een brief kregen waarin gemeld werd dat ze tot een knelpuntcategorie behoren. Er zijn teveel mensen met hun rang. In de brief werd ze aangeraden om uit te zien naar een andere betrekking. Dat is niet niks als zoiets je wordt voorgehouden.”

“Er zijn bijna 1500 van die brieven verstuurd. Slechts enkele tientallen mensen gaven aan de dienst uit te willen en deden een beroep op de toegezegde hulp. Tijdens die lunches vroeg ik naar de beweegredenen om bij de marine te willen blijven. Het antwoord kwam er op neer dat ze het te goed naar hun zin hebben om zelf zo’n stap te zetten. Men neemt liever het risico te moeten solliciteren op een functie of –in het ergste geval – met lege handen te komen staan. Dat zegt heel wat hoe mensen dit proces beleven”, vindt Borsboom. “Het vervult me met trots dat zij hun rug recht houden en ervoor blijven gaan.”

Aanzeggen
Het afgelopen jaar is het materiële deel van de reorganisatie uitgevoerd. “Dat is het eenvoudigste deel. Je zet een knop om en de schepen worden uit dienst gesteld. Ons bevoorradingsschip Zuiderkruis wacht al een jaar op een koper. Maar nu breekt het moeilijke deel aan. We moeten officieel gaan aanzeggen dat er voor mensen geen plaats meer is aan boord. Ik verwacht dat we in het tweede kwartaal van 2013 de organisatie naar het nieuwe model omklappen. Dan staan mensen daadwerkelijk langs de kant. Daar moeten we ontzettend zorgvuldig mee omgaan. Ik sta er op dat er voldoende begeleiding is voor hen die buiten de Koninklijke Marine verder moeten met hun leven. Het gaat meestal om mensen met een gezin. Die verantwoordelijkheid is niet gering.”

Ook in de eigen bestuurlijke kring hakken de maatregelen er flink in vertelt Borsboom: “We hebben er voor gekozen de trap van boven af schoon te vegen. Van de zeven vlagofficieren die ik nu om me heen heb, gaan er drie de dienst uit. Het wordt stiller in de Admiraliteitsraad. Door het werk anders te organiseren, zullen we daar het hoofd aan bieden.” Voorbeelden? “Onze commandeur bij de Defensie Academie wordt niet opgevolgd. Het Marinebedrijf moet het zonder commandeur doen. Voorheen was het binnen de marine: welke kant gaat mijn loopbaan op? Nu is het meer: houd ik mijn baan nog wel? Dat geldt van hoog tot laag.”

De admiraal gebuikt graag de analogie van het koers houden: “We zitten in een heel zware storm. Het schip wordt heen en weer geslingerd door de elementen. Dan moet je het hoofd koel houden en samen de reis tot een goed einde zien te brengen. Voor die opgave zijn we gesteld en het is mijn taak als commandant het doel van de missie voor ogen te houden. Ik doe een beroep op ieders inzet om het schip weer in veilige haven te brengen.”

(Noordhollands Dagblad, zaterdag 3 november 2012)

dinsdag 10 juli 2012

Marinemuseum viert 50-jarig jubileum

Na de Marinedagen van afgelopen weekend, staat Den Helder donderdag alweer in het teken van militaire maritieme feestelijkheden. Het Marinemuseum bestaat dan 50 jaar, reden voor een spetterend jubileumfeest. Onder de titel “Zie je op de werf” bruist het museumterrein tussen 10.00 en 22.00 uur van de activiteiten. Iedereen is welkom en de toegang is gratis.

Vooral voor de jeugd is er veel te beleven. Zo zijn er diverse workshops, zoals bootjes bouwen met afvalmaterialen of tinnen figuurtjes beschilderen. Ook kunnen ze roeien met cadetten, levend zeeslag spelen of zich uitleven op stormbaan of speelschip.

Cultuur
Op cultureel gebied staat er veel op het programma. De theatergroep Pandemonia geeft een voorstelling aan boord van de Abraham Crijnssen. In de middag treedt de Marinierskapel der Koninklijke Marine op, voorafgegaan door een voordracht van de Helderse stadsdichter Jack W. Beneker. Verder zijn er muzikale optredens van tal van artiesten, zoals Granddad Daniel en de Helderse indo rockformatie Wipe Out.

Tentoonstellingen
Op museumschip de Schorpioen beleven 2 jubileumvoorstellingen hun primeur. ‘Vind ik leuk’ portretteert 50 stadsgenoten en marinecollega’s met hun favoriete museumobject. ‘In het verleden’ toont 50 foto’s uit de geschiedenis van het marinemuseum.

Basisscholen
Vanwege het rijke activiteitenaanbod voor kinderen nodigt Defensie vooral basisscholen van harte uit naar Den Helder te komen. Schoolklassen kunnen zich aanmelden via info@marinemuseum.nl.

(Koninklijke Marine, 10 juli 2012)

zondag 10 juni 2012

Antiterreurtraining mariniers in winkelcentrum Arnhem

De Unit Interventie Mariniers (UIM) trainde gisteravond in het Arnhemse winkelcentrum Kronenburg het beëindigen van een terroristische aanslag. Het was voor het eerst dat de antiterreureenheid op zo’n locatie oefende.

Er ontstond 'grote paniek' toen 5 'terroristen' begonnen te schieten in het grote en drukke overdekte complex. Om de dreiging zo snel mogelijk uit te schakelen en gegijzelde burgers te redden, bestormden 45 mariniers verdeeld over 7 teams het pand van 3 kanten.

Complexe omgeving
Pelotonscommandant Dennis: “Hoeveel tegenstand we konden verwachten en om hoeveel slachteroffers het zou gaan, was voor ons onbekend toen we het winkelcentrum binnengingen.” Met de verschillende gangen, verdiepingen, 33 gijzelaars, oefengewonden en bewapende terroristen werden de mariniers in elk geval goed getest. “Er zijn genoeg gaten en kieren waar de vijand zich kan verschuilen”, zo beschrijft marinier der eerste klasse Jelle de complexheid. Met zijn team bevrijdde hij voor de Albert Heijn 2 gegijzelde burgers en overmeesterde een terrorist.

Mariniers UIM (foto ministerie van Defensie)


Juiste procedures
Omdat de voorbereidingstijd voor zo’n actie altijd kort is, vertrouwen de mariniers op hun procedures. Deze werken goed, want alles verloopt voorspoedig. Dennis: “Aan eigen zijde vielen geen gewonden, de terroristen waren snel opgepakt en we hebben de burgers rustig in veiligheid gebracht.”

Aanleiding voor deze oefening is het schietdrama in april 2011 waarbij in een korte tijd veel slachtoffers vielen. Omdat de UIM op alle situaties in Nederland moet zijn voorbereid, is besloten in een winkelcentrum te oefenen.

Specialisten
De Unit Interventie Mariniers (UIM) is de specialistische eenheid van het Korps Mariniers voor inzet bij grootschalige en complexe terreurbestrijding in Nederland. Voor deze nationale veiligheidstaak is de UIM continu gereed voor inzet. Om de gehele keten van alarmering, inzetbaarheid, planning van een actie en uitvoering te doorlopen, vinden regelmatig oefeningen plaats.

(ministerie van Defensie, 8 juni 2012)

dinsdag 1 mei 2012

Van Amstel beveiligt internationale koopvaardij

Het fregat Hr. Ms. Van Amstel neemt sinds begin april officieel deel aan antipiraterij-missie Atalanta van de EU. Het multipurpose-fregat heeft sindsdien 2 VN-schepen met voedsel begeleid voor de hongerende bevolking van Somalië, piratenkampen in kaart gebracht en koopvaardijschepen beschermd en geadviseerd.

Afgelopen week had de Van Amstel tijdens een havenbezoek aan Dar-es-Salaam (Tanzania) een ontmoeting met militairen van de Tanzaniaanse krijgsmacht. Luitenant-ter-zee der eerste klasse Björn Kerstens is als hoofd Operationale Dienst verantwoordelijk voor de planning en inzet van het schip op zee. “Ze zijn een dag met ons op zee geweest om een indruk te krijgen van het reilen en zeilen aan boord van een fregat. Van de inzet van de Lynx-helikopter en het boarding team van de mariniers tot de afstemming aan boord. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de regio het piraterijprobleem zelf aanpakt. Dat bereik je onder meer door de uitwisseling van ideeën.”

Schieten
De 166-koppige bemanning van de Van Amstel houdt zich bezig met het beschermen van kwetsbare scheepvaart in de Golf van Aden, het verstoren van piraterij en het escorteren van schepen die varen voor het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Dat zijn grote koopvaardijschepen van 150 tot 300 meter, beladen met rijst en meel, die zich noodgedwongen in risicogebied moeten begeven. Onderweg naar het missiegebied heeft de bemanning zich met oefeningen voorbereid op antipiraterij-inzet, uiteenlopend van schietoefeningen tot het aanhouden en vastzetten van piraten.

Opvang gevangenen
Kerstens: “We hebben ook een grote oefening gehouden met het fregat De Ruyter, dat we tegenkwamen. Het deed zich voor als koopvaardijschip dat wij moesten bevrijden. De bemanning had zich opgesloten in de citadel, een beveiligde ruimte aan boord. Ook hebben we geoefend met het speciale team Detainee Handlers. Dat zijn ongeveer 15 personen die een opleiding van de marechaussee hebben gehad voor de opvang van gevangenen. Zij weten zodoende het nodige over registratie, voeding en rechten.”

Noodmeldingen
De Van Amstel heeft onder meer gepatrouilleerd in de beveiligde corridor de Golf van Aden. “Schepen die we tegenkomen, controleren we op verdedigingsmaatregelen zoals prikkeldraad en een citadel. Ook geven we tips en contactgegevens bij onraad. We hebben 2 keer een melding gehad van schepen die dachten te worden aangevallen. Mogelijk waren het vissers die hier ook veel rondvaren. Dat zie je pas op het laatste moment. Bij noodmeldingen vragen we om bijzonderheden, proberen we zo snel mogelijk ter plekke te zijn en geven tips.”

Ladders
Na de laatste voedselescorte heeft de Van Amstel zich toegelegd op patrouilles langs de Somalische kustlijn. Hierbij worden, ook met inzet van de helikopter, verhoogde of juist verlaagde activiteit rond bekende en eventuele nieuwe piratenkampen in kaart gebracht. Kerstens: “Daarbij hebben we in een beschutte baai vermoedelijk piraten aangetroffen bij 2 skiffs en een groter moederschip. Dat denken we vanwege de aanwezigheid van ladders. Als we niet mogen ingrijpen door het onklaar maken van schepen dan weten we in elk geval in welke regio’s we attent moeten zijn en kan de staf schepen concreet aansturen.”

(ministerie van Defensie, 1 mei 2012)

donderdag 26 april 2012

Jagen op zeebendes

Somalische piraten worden harder bestreden, ook door de Nederlandse marine. Die neemt het niet op tegen zielige ex-vissers, maar tegen een ware losgeldindustrie

Eric Vrijsen

Minister Hans Hillen (CDA) van Defensie onderhandelde maandenlang met zijn Europese collega’s over een hardere aanpak van de Somalische piraten en kreeg zijn zin. Nu zoekt hij parlementaire steun om de geweldsinstructie voor de Koninklijke Marine te verruimen.

In de Golf van Aden en de Arabische Zee verschijnen steeds meer marineschepen die inmiddels ook ‘pre-emptieve’ aanvallen (laatste-momentpreventie) uitvoeren op de boten van de piraten. Zo mislukken veel kapers al voordat ze goed en wel kunnen beginnen. De Europese anti-piraterijmissie Atalanta gaat straks nog verder: ook de criminele infrastructuur op het strand van Somalië wordt aangepakt. Mariniers mogen niet aan land, maar mogen wel vanuit de branding vuren.

Het idee is om met onbemande vliegtuigen de Somalische kust in de gaten te houden. Zodra een bende brandstofvoorraden aanlegt en wapentuig in gereedheid brengt, voert Atalanta een beschieting uit. Liefst vanuit een helikopter, maar eventueel vanuit een speedboot met mariniers. In theorie kan het ook met het boordkanon, maar dan moet je er een peperdure geleide raket aan wagen. Anders is het niet precies genoeg.

Hr.Ms. Zeeleeuw 'beloert'  piraten (foto: Marine)
Nederland stuurt een onderzeeboot die de activiteit van de piraten in kaart moet brengen. Op dit moment is het fregat Hr.Ms. Van Amstel actief in het gebied. Deze zomer wordt het afgelost door het grotere luchtverdedigings- en commandofregat Hr.Ms. Evertsen, met één helikopter aan boord, en daarna door de nog grotere Hr.Ms. Rotterdam, met twee heli’s en het onbemande vliegtuig ScanEagle.

ScanEagle met
opvangmechanisme
Dit laatste toestel kan géén beschietingen uitvoeren, wel de kustlijn observeren. Het blijft 22 uur lang ononderbroken in de lucht, maar de actieradius is beperkt tot 100 kilometer. Probleem: de kust van Somalië is 3.000 kilometer lang. De Rotterdam neemt ook landingsvaartuigen mee waarmee je D-Day-achtige landingsoperaties kunt uitvoeren.

De uitbreiding van de anti-piraterijmissie klinkt stoer en zelfs de oppositie staat er positief tegenover. Piraten zijn criminelen, en die moet je mores leren. Toch nemen de risico’s van de missie toe. De piraten zijn géén onnozele halzen die zich uit pure armoe in een gewelddadig avontuur storten.

Ze zijn onderdeel van een goed georganiseerde bedrijfstak, die nieuwe tactieken zal bedenken. In een land als Somalië is het een koud kunstje om een aanval door een westers marineschip uit te lokken waarbij uiteindelijk een groot aantal burgerslachtoffers valt. Ook represailles tegen westerse hulpverleners zijn te vrezen.

Politici en burgers hebben een te romantisch beeld van piraterij. Militaire bronnen wijzen op de harde werkelijkheid. In de Somalische stad Harardheere is een beurs waar je aandelen kunt kopen in ophanden zijnde piratenacties. Je kunt die aandelen ook weer verkopen als je twijfelt aan het succes.

Er is een levendige handel. De financiers en hun politieke bondgenoten ontvangen uiteindelijk de helft van het losgeld, dat 3 tot 5 miljoen euro per schip bedraagt. De andere helft wordt verdeeld onder de zeeploeg (30 procent), de grondtroepen (10 procent) en de lokale krijgsheer en autoriteiten van het havenstadje vanwaar de piraten uitvoeren. Dat laatste bedrag (10 procent) wordt deels verdeeld onder de plaatselijke bevolking. Daarnaast is er nog de aanmoedigingspremie van één personenauto. Dit is de gebruikelijke bonus voor de piraat die als eerste aan boord klimt van het te kapen schip.

De bandieten meten zich thuis de Robin Hood-status aan. Het verhaal dat piraten noodgedwongen handelen doordat ze als vissers hun bestaanszekerheid verloren, is een fabeltje. Somaliërs zijn van oudsher nomaden en herders. Pas door westerse ontwikkelingshulp kwam eind vorige eeuw de visserij enigszins op gang. Bij de tsunami van 2004 werden op de Somalische kust veel vissersbootjes vernield. Europa verleende noodhulp: nieuwe boten en buitenboordmotoren van 80 pk. Dergelijke skiffs doken later op als vaartuig van de zeerovers.

Telmachines
De piraterij is geen strijd om levensbehoud; het is de voortzetting op het water van de roofzuchtige economie die het Somalische vasteland beheerst. Er is een kartel van zeven tot negen bendes, geleid door krijgsheren, die onderling het immense zeegebied verdelen en een gezamenlijke code hanteren voor de behandeling van gijzelaars.

Zo is er de Kismayu Groep, die zich, nogal misleidend, de Nationale Vrijwillige Kustwacht noemt. Andere groeperingen hebben namen als Merkah Groep, Centraal-Regionale Kustwacht, het Oceaan Reddings Korps en de Somalische Mariniers. Het zijn ondernemingen met een perswoordvoerder.

De oude truc is om met een zielig bootje het zeegat te kiezen en een noodsignaal te zenden. Een naburig schip moet dan, krachtens het zeerecht, komen helpen. Op dat moment verschijnt ook een snelle skiff met zwaarbewapende mannen.

Hoe zijn de kapers zo goed op de hoogte van de scheepvaartbewegingen? Het gebied is drie keer zo groot als Europa. Piraten hebben handlangers in Oost-Afrikaanse havens en de Golfstaten. Ook gaan verhalen over de dubbelrol van scheepvaartkantoren, die naderhand bemiddelen bij de overdracht van losgeld. Zij ontvangen daarover commissie en het is nogal verleidelijk om kapers te tippen over een makkelijke prooi.

Opgepakte 'moederskiff'. Op de achtergrond: Hr.Ms. Tromp (foto: Marine)
In de piratenbranche is de overdracht van losgeld altijd een lastig moment. Soms gaat het in contanten: miljoenen dollars verpakt in jutezakken of koffers van hard plastic. Er is ook weleens geld per parachute op het dek van een gekaapt schip afgeworpen.

Tot verbijstering van marineofficieren en beveiligers waren de kapers uitgerust met de apparatuur van moderne banken, zoals razendsnelle telmachines en scanners om valse biljetten op te sporen. Als rechtgeaarde kaper wil je eerst vaststellen of ze je beduvelen; anders ga je niet van boord. Het team heeft altijd één Engels sprekende medewerker, die ook de satelliettelefoon bedient en via Twitter communiceert.

Niet alle losgeld wordt cash afgerekend. Er zijn girale overdrachten via tussenpersonen in Beirut en Londen. Volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken haalden de Somalische piraten vorig jaar ruim 100 miljoen euro op. De Amerikanen huiveren bij de gedachte dat ook Al-Shabab, de Somalische bondgenoot van Al-Qa’ida, zich met de piraterij gaat bemoeien. De moslimfundamentalisten wijzen roverij af, maar incasseren van de piraten wel protectiegeld of wapens. De westerse scheepvaartwereld spreekt hier niet over: losgeld dat indirect bij Al-Shabab terechtkomt, geldt volgens de Amerikaanse wet als financiële steun aan het terrorisme. Dan verdwijnt de reder achter de tralies en wordt zijn bedrijf ontmanteld.

Ingrijpen op het vasteland is voor Washington – zelfs twintig jaar na een volkomen mislukte humanitaire operatie in Somalië, verfilmd als Black Hawk Down – uitgesloten. Vandaar ook dat de NAVO-missie Ocean Shield veel terughoudender is dan de EU-missie Atalanta. De meeste Nederlandse schepen varen in NAVO-verband. Een juridische truc is nodig om ze in te zetten voor een operatie gericht op het land.

Bovendien is het erg kostbaar om criminele bendes te bestrijden met marinefregatten die bedoeld zijn voor intercontinentale raketverdediging en waaraan een prijskaartje van een kwart miljard hangt. Lastig is ook dat arrestanten in Europa glimlachend om politiek asiel kunnen vragen.

Een blijvende oplossing voor het piratenprobleem zit er voorlopig niet in. Pas als Somalië ophoudt een failed state te zijn, een legitieme regering het gezag herstelt en de krijgsheren worden ontwapend, is de Golf van Aden misschien weer veilig. De westerse marines zoeken de samenwerking met de autoriteiten in het redelijk autonome Somaliland (in het noorden) en met de voorlopige regering in Puntland (het centrale deel van Somalië). De EU voorziet ook in een trainingsprogramma voor Somalische soldaten, al staat dat nog in de kinderschoenen.

(Elsevier nr.16, 21 april 2012)