Nog dit jaar zullen Surinaamse jongens en meisjes eraan moeten geloven. De regering-Bouterse is bijna klaar om de dienstplicht weer in te voeren. Belangrijkste doel daarvan is jongeren discipline bij te brengen en te vormen.
De ideeën voor deze 'maatschappelijke' dienstplicht zijn gebaseerd op voorbeelden uit onder meer Nederland, zoals het idee van oud-premier Ruud Lubbers om heropvoedingskampen in te stellen.
Volgens luitenant-kolonel Justus Hew A Kee, adviseur van de minister van Defensie, is het hard nodig dat Surinaamse jongeren leren dienstbaar en gedisciplineerd te zijn. 'Het idee van de kampen van Lubbers was ook bedoeld om jongeren die dreigden te ontsporen, op het rechte pad te brengen en hun aansluiting op de arbeidsmarkt te geven. En dat is nu ook de bedoeling van de regering-Bouterse.'
De dienstplicht zal 18 maanden duren en geldt voor Surinaamse mannen en vrouwen tussen 18 en 33 jaar. Jongeren die een studie volgen of kostwinner zijn, kunnen vrijstelling aanvragen. Dat geldt dus ook voor de Surinaamse studenten in Nederland.
Derryl Boetoe, voorzitter van het Surinaamse jeugdparlement, ziet voor- en nadelen in de plannen. 'Als dropouts en hangjongeren weer op het rechte pad komen, zal de criminaliteit verminderen. Aan de andere kant leer je hen omgaan met een wapen, dat kan ook tot nieuwe problemen leiden.' Verder vindt hij het belangrijk dat jongeren die studeren en aan het werk willen gaan, daarin niet worden belemmerd. 'Op dat punt is nog niet alles duidelijk. We blijven het daarom kritisch volgen.'
Suriname kende ook tussen 1971 en 1992 een dienstplicht. Die werd ingesteld omdat Suriname, tot 1975 kolonie van Nederland, het oneerlijk vond dat Surinaamse jongens niet in het Nederlandse leger konden dienen. De afschaffing in 1992 was enkele jaren na het binnenlandse conflict met als hoofdpersonen toenmalig legerleider Desi Bouterse en zijn huidige coalitiegenoot Ronnie Brunswijk. 'De politiek van toen vond dat de dienstplichtigen misbruikt waren door de toenmalige machthebbers', aldus Hew A Kee.
Volgens hem passen de plannen van Bouterse goed in de internationale trend van 'vermaatschappelijking' van de strijdkrachten. 'Ik heb een brede studie gedaan en zie dat in veel landen het leger wordt gebruikt om jongeren te disciplineren en ze via onderwijs klaar te stomen voor de maatschappij.'
(ANP/Parool, 6 maart 2013)
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
zaterdag 6 april 2013
zaterdag 11 augustus 2012
Strijd Surinaamse veteraan deel krijgskunde
Paramaribo - De inzet en ervaringen van Surinaamse oorlogsveteranen worden onderdeel van de nationale krijgskunde. Dit zegt minister Lamuré Latour van Defensie. Ook komt er een militair museum met alles van en over Suriname’s militaire historie. De wederwaardigheden van Surinaamse militairen tijdens onder meer de Tweede Wereldoorlog worden opgeslagen. Wat bruikbaar is, wordt opgenomen in het curriculum van het leger.
Volgens Latour valt veel te leren van de oorlogspraktijk. Deze manier van waardering is één van de weinige die nog resten. Latour dankte de voormalige strijders tijdens de presentatie van het boek en de documentaire Teken en Zie de Wereld. Beide werken van Jules Rijsen geven meer inzicht in de ellende tijdens en na de oorlogsjaren. Fred van Russel, woordvoerder van de enkele nog levende veteranen, is een gelukkig man.
De waardering komt weliswaar laat, te laat haast. De Nederlandse overheid doet immer alsof haar neus bloedt. En dat tegenover toenmalige Nederlanders die hun leven op het spel zetten voor vrijheid en democratie. De veteranen moeten maar bij hun eigen overheid aankloppen. “De reden is steeds weer dat we nu de Surinaamse nationaliteit bezitten”, zegt Van Russel. De Nederlandse ambassade gaf vijfentwintigduizend euro voor de productie van boek en documentaire.
(Waterkant.net, 11 augustus 2012)
Volgens Latour valt veel te leren van de oorlogspraktijk. Deze manier van waardering is één van de weinige die nog resten. Latour dankte de voormalige strijders tijdens de presentatie van het boek en de documentaire Teken en Zie de Wereld. Beide werken van Jules Rijsen geven meer inzicht in de ellende tijdens en na de oorlogsjaren. Fred van Russel, woordvoerder van de enkele nog levende veteranen, is een gelukkig man.
De waardering komt weliswaar laat, te laat haast. De Nederlandse overheid doet immer alsof haar neus bloedt. En dat tegenover toenmalige Nederlanders die hun leven op het spel zetten voor vrijheid en democratie. De veteranen moeten maar bij hun eigen overheid aankloppen. “De reden is steeds weer dat we nu de Surinaamse nationaliteit bezitten”, zegt Van Russel. De Nederlandse ambassade gaf vijfentwintigduizend euro voor de productie van boek en documentaire.
(Waterkant.net, 11 augustus 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)