Posts tonen met het label piraterij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label piraterij. Alle posts tonen

woensdag 5 augustus 2015

Patrouilleschip voor het eerst op antipiraterijmissie

Het patrouilleschip Zr.Ms. Groningen van de Koninklijke Marine vertrekt zondag 9 augustus voor een periode van vier maanden naar de wateren rond Somalië. Voor het eerst wordt een ocean-going patrol vessel (OPV) ingezet voor anti-piraterij. Het schip neemt deel aan de EU-antipiraterijoperatie Atalanta.

Het marineschip gaat zich in de regio bezig houden met het beschermen en controleren van schepen die gebruik maken van scheepvaartroutes door de Golf van Aden en de Hoorn van Afrika bij Somalië. Nederland levert al sinds 2008 een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in de regio. Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Door te patrouilleren vergroten de marineschepen de veiligheid en ontmoedigen en verstoren zij piraterij op zee. Daarnaast levert het schip een bijdrage aan capacity bulding in de regio door het trainen van lokaal Kustwachtpersoneel.

Piraterij
Piraterij vormt een serieuze bedreiging voor onze belangen als handelsnatie. De vrije doortocht van goederen over zee en de ontwikkeling van de regio lopen gevaar door piraterij. Jaarlijks passeren tussen de 20.000 en 30.000 schepen de Golf van Aden. De laatste jaren is piraterij sterk teruggedrongen door de internationale samenwerking van marines, maar de dreiging is nog niet verdwenen. Zo lang de stabiliteit op het land niet is gewaarborgd, blijft de bescherming van schepen nodig. Sinds februari van dit jaar is het mandaat van Atalanta aangepast en mag de maritieme missie ondersteuning bieden aan de EU zustermissies op land.

Zr.Ms. Groningen
Zr.Ms. Groningen is een van de vier OPV’s van de Koninklijke Marine. De patrouilleschepen zijn flexibel inzetbare vaartuigen, toegerust op de bewaking van kustwateren. Naast terrorisme en piraterij, controleren deze ocean-going patrol vessels ook schepen en worden ingezet voor anti-drugsoperaties. Het standaard aantal bemanningsleden van het schip (50) wordt voor deze inzet aangevuld met een detachement van het Korps Mariniers (‘enhanced boarding element’), een geavanceerde NH90 helikopter met bemanning, een medisch/chirurgisch team en enkele aanvullende specialisten zoals een tolk. Hiermee wordt de bemanning uitgebreid tot het recordaantal van 98 personen.

(Bron: ministerie van Defensie)


Zr.Ms. Groningen (foto: Marine)

zaterdag 24 januari 2015

Nederland en Zweden treden samen op in antipiraterijmissie

Het marineschip Zr.Ms. Johan de Witt vertrekt vandaag naar het zeegebied rond Somalië voor de antipiraterijmissie Atalanta van de Europese Unie. Onder de 400-koppige bemanning bevindt zich ook een internationale staf van ongeveer 40 leden, onder leiding van de Zweedse admiraal Jonas Haggren. Zweden stuurt voor het eerst een internationale missie aan vanaf een Nederlands marineschip.

Zr.Ms. Johan de Witt

De Zweden gaven al eerder te kennen in 2015 het commando te willen voeren over Atalanta. Door dit vanaf  Zr.Ms. Johan de Witt te doen worden materieel en personeel van beide landen doelmatiger ingezet. Het embarkeren van een internationale staf op een buitenlands schip wordt, zowel politiek als militair, gezien als een vorm van verregaande samenwerking. Dit door innovatief elkaars schaarse capaciteiten te gebruiken volgens het pooling & sharing concept.

Naast de Zweden, bestaat de staf uit militairen uit België, Duitsland, Djibouti, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Letland, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Nederland. Zweden levert behalve personeel ook twee Augusta-helikopters en twee gevechtsboten (CB90’s) die op Zr.Ms. Johan de Witt zijn gestationeerd. Deze eenheden, inclusief de ongeveer 40-koppige Zweedse bemanning hiervan, vallen niet onder de staf maar worden aangestuurd door de commandant van het schip.

Stridsbåt 90

Voor de antipiraterijmissie neemt het marineschip verder een Nederlands medisch team mee voor eventuele operaties aan boord, een NH90-helikopter, een landingsvaartuig (LCU), vier snelle FRISC-rubberboten en mariniers om boarding teams te vormen. Naar verwachting keert Zr.Ms. Johan de Witt eind mei terug in Den Helder.

(ministerie van Defensie)

donderdag 1 mei 2014

Zr.Ms. De Zeven Provinciën op antipiraterijmissie

Het Luchtverdedigings- en Commandofregat Zr.Ms. De Zeven Provinciën vertrekt zondag 4 mei uit thuishaven Den Helder. Het schip wordt tot eind augustus in de wateren rond Somalië ingezet voor de antipiraterijmissie ATALANTA.

De Zeven Provinciën telt een 220-koppige bemanning en staat onder leiding van de commandant, kapitein-luitenant ter-zee Ruud Schoonen. In Malta komen 22 Maltezers aan boord die samen met een gedeelte van de eigen bemanning het boardingteam vormen. De antipiraterijmissie wordt aangestuurd vanaf het Duitse vlaggenschip FGS Brandenburg.

Zr.Ms. Tromp op piratenjacht in 2010. 'Moederskiff' in beslag genomen

Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Belangrijkste taken van de EU-taakgroep zijn het verstoren van piraterij in de Golf van Aden en Indische Oceaan, het beschermen van kwetsbare scheepvaart en het escorteren van schepen varend voor het World Food Program. Sinds 2008 levert de Koninklijke Marine een belangrijke bijdrage aan de bestrijding van piraterij. Op dit moment neemt Zr.Ms. Evertsen deel aan de antipiraterij-operatie Ocean Shield van de NAVO en zijn er diverse beveiligingsteams van mariniers (Vessel Protection Detachments) aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen geëmbarkeerd.

Zr.Ms. De Zeven Provinciën is een Luchtverdedigings- en Commandofregat (LCF) van de De Zeven Provinciënklasse. Het is één van de vlaggenschepen van de Koninklijke Marine. Hiertoe beschikt het schip over uitgebreide commando-, communicatie- en datafaciliteiten.

(ministerie van Defensie, 1 mei 2014)

donderdag 16 januari 2014

Antwoord op Kamervragen over de antipiraterijmissies

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Datum: 15 januari 2014
Betreft: Beantwoording feitelijke vragen betreffende verlenging Nederlandse bijdrage aan missies EU-Atalanta en NAVO-Ocean Shield

Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de feitelijke vragen betreffende verlenging Nederlandse bijdrage aan missies EU-Atalanta en NAVO-Ocean Shield.

(Onderstaand een selectie uit de vragen en antwoorden. Weggelaten vragen hebben vooral betrekking op de situatie in Somalië zelf. De volledige tekst vindt u via de link onderaan deze pagina, HdV)

Vraag 3
Is het Luchtverdedigings- en Commando Fregat (LCF) dat van februari tot half mei 2014 ingezet zal worden in Ocean Shield dezelfde als het LCF Fregat dat vanaf half mei 2014 tot eind augustus 2014 ingezet zal worden in Atalanta? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, in verband met het gereedstelling- en onderhoudsprogramma zijn twee fregatten aangeboden voor antipiraterijoperaties in 2014.

Vraag 4
Welke factoren spelen een rol bij de mogelijke inzet van een Autonomous Vessel Protection Detachment (AVPD) voor Atalanta in het najaar van 2014?

Antwoord
Naast Nederland hebben ook andere landen AVPD’s aangeboden voor Atalanta in 2014. Nederland richt zich op inzet in het najaar van 2014, mede omdat het dan de plaatsvervangend commandant in het Operationeel Hoofdkwartier van Atalanta levert. Over de werkelijke inzet van een Nederlands AVPD wordt uw Kamer te zijner tijd geïnformeerd.

Vraag 10
Zijn de Nederlandse militairen die deelnemen aan de EU Trainingsmissie Somalië nog gestationeerd in Uganda? Zo nee, waar zijn ze nu gestationeerd en sinds wanneer? Zo ja, hoe staat het met de plannen om de EUTM Somalië naar Mogadishu te verplaatsen?

Antwoord
Vanaf januari 2014 worden alle trainings- en adviesactiviteiten van EUTM Somalië uitgevoerd in Mogadishu. Op 20 november jl. heeft Nederland veertien functies toebedeeld gekregen in EUTM Somalië: vier staffuncties in het Mission Headquarters (MHQ) in Mogadishu, acht functies in trainingsteams die tevens in Mogadishu gaan opereren en twee functies bij de liaison cell in Nairobi. Vanaf januari 2014 worden de Nederlandse functies op deze locaties geleidelijk gevuld (zie Kamerbrief 29521, nr. 222 over de Nederlandse bijdrage EUTM Somalië).

Vraag 11
Welke onduidelijkheid is er over de beschikbaarheid van het aantal schepen nu aantal benodigde schepen voor Atalanta voor 2014 gegarandeerd 'lijkt'?

Antwoord
Het beschikbaar stellen van schepen door de lidstaten is een dynamisch proces. Binnen het initiële Force Generation Process hebben enkele lidstaten eenheden aangeboden onder politiek voorbehoud. De beschikbaarheid van deze eenheden is op dit moment nog niet formeel bevestigd.

Vraag 12
Is het bevoorradingsschip en een uitgebreide role 2 medische capaciteit voor Atalanta reeds gegarandeerd? Zo nee, welk uitzicht is er dat deze capaciteiten alsnog vervuld worden? En op welke termijn?
Vraag 14
Welke opties zijn er voor de beschikbaarheid van role 2 medische faciliteiten bij Ocean Shield?
Vraag 15
Waaruit bestaan role 2 medische faciliteiten?
Vraag 16
Wat zijn de alternatieve mogelijkheden voor de beschikbaarheid van role 2 medische faciliteiten mochten zowel Atalanta als Ocean Shield hier niet over kunnen beschikken?
Vraag 22
Voldoen de medische faciliteiten in Djibouti, Kenia, de Seychellen en het recentelijk ingerichte role 2 ziekenhuis van de VN-post op Mogadishu Airport aan de Nederlandse eisen? Leveren al deze locaties volwaardige role 2 medische faciliteiten?

Antwoord op vraag 12, 14, 15, 16 en 22
Een role 2 medische faciliteit bestaat uit chirurgische en tandheelkundige capaciteit. De chirurgische capaciteit is inclusief faciliteiten voor intensive care, beelddiagnostiek, laboratorium, farmacie, bloedvoorziening en verpleging. Atalanta heeft nog behoefte aan een bevoorradingsschip en role 2 medische capaciteit, waarin nu niet het gehele jaar kan worden voorzien. Waar de EU niet zelf in de behoefte kan voorzien, wordt net als voorgaande jaren intensief samengewerkt met de overige aanwezige internationale vlootverbanden.

Er zijn role 2 faciliteiten op zee en in de regio beschikbaar voor Atalanta en Ocean Shield, maar het waarborgen van goede medische faciliteiten blijft een uitdagende planningsfactor, vooral gelet op de omvang van het operatiegebied. Als alternatief hebben Nederlandse schepen minimaal een Advanced Resuscitation Team (ART) aan boord. Dit chirurgische team kan resuscitatie en damage control surgery uitvoeren. Ook kan, voor een beperkte duur, intensive care worden verzorgd. Hierdoor kan de beperkte beschikbaarheid van een uitgebreide role 2 faciliteit worden ondervangen. Aanvullend worden medische faciliteiten in Djibouti, Kenia, de Seychellen en de VN-post op Mogadishu Airport ingezet. Deze voldoen aan de Nederlandse zorgkwaliteitsmaatstaven voor een volwaardige role 2 medische faciliteit en worden jaarlijks gekeurd door medisch personeel vanuit het Operationeel Hoofdkwartier van Atalanta.

Vraag 13
Wat zijn de oorzaken van het in de praktijk niet (altijd) behalen van de geplande drie tot zes actieve NAVO-schepen in de missie Ocean Shield?

Antwoord
Als partnerlanden onvoldoende schepen aanbieden, wordt het geplande aantal niet gehaald. Hieraan kunnen financiële redenen of een gebrek aan beschikbare capaciteit ten grondslag liggen.

Vraag 17
Welke verdere samenwerking is er mogelijk tussen enerzijds Atalanta en Ocean Shield en anderzijds de zelfstandig opererende landen?

Antwoord
De samenwerking tussen Atalanta, Ocean Shield, de Combined Maritime Forces (CMF) en de zelfstandig opererende landen verloopt goed. Dit is mede het gevolg van het Shared Awareness and Deconfliction (SHADE) mechanisme in Bahrein. Dit forum bevordert de onderlinge informatie-uitwisseling, coördinatie en deconflictering tijdens maritieme operaties.

De verbeterde coördinatie heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat China enige malen hulp heeft geboden bij de bescherming van een schip van het Wereldvoedselprogramma in de High Risk Area. De aanwezigheid van zelfstandig opererende landen zoals China, Rusland en India dient echter primair de eigen belangen van deze landen. Het is niet te verwachten dat hun samenwerking met Atalanta en Ocean Shield het huidige niveau zal overstijgen.

Vraag 20
Is de verwachting dat de missie Ocean Shield een overdrachtsovereenkomst voor verdachten van piraterij zal krijgen met landen in de regio? En zo nee, waarom niet en zo ja, op welke termijn?

Antwoord
Om piraten in hechtenis te kunnen nemen en berechten, moeten landen beschikken over de benodigde justitiële- en detentiecapaciteit. Dit is vaak niet het geval. De EU kan via de geïntegreerde benadering landen in de regio hierbij ondersteunen. Daarom waren de landen in de regio bereid om met de EU een overdrachtsovereenkomst aan te gaan. De NAVO beschikt niet over dergelijke mogelijkheden tot ondersteuning. Het is dan ook niet de verwachting dat Ocean Shield op korte termijn overdrachtsovereenkomsten zal sluiten met landen in de regio.

Vraag 21
Zijn de helikopters voldoende toegerust op de dreiging van MANPADS?

Antwoord
Ja.

Vraag 25
Welke verschillen zitten er tussen de inzet mogelijkheden van een Oceangoing Patrol Vessel en een Luchtverdedigings- en Commando Fregat in de antipiraterijmissie Atalanta?

Antwoord
Het Oceangoing Patrol Vessel (OPV) en het Luchtverdedigings- en Commando Fregat (LCF) voeren in Atalanta hetzelfde takenpakket uit.

(ministerie van Defensie, 15 januari 2014)

vrijdag 15 november 2013

Voor het eerst wordt een OPV ingezet tegen piraterij

Nederland verlengt zijn deelname aan anti-piraterijmissies van de EU en de NAVO voor de kust van Somalië met een jaar, tot eind 2014. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Timmermans van Buitenlandse Zaken en minister Hennis van Defensie. Nederland levert sinds 2009 een bijdrage aan deze operaties in de wateren bij Somalië.

Oceangoing Patrol Vessel: Zr.Ms. Holland (foto Marine)

Van februari tot half mei 2014 zet Nederland een Luchtverdedigings- en Commando Fregat in voor de NAVO-operatie Ocean Shield. Daarna neemt tot eind augustus een Luchtverdedigings- en Commando fregat deel aan de EU-operatie Atalanta. Tot slot, van eind augustus tot en met december, zet Nederland voor de eerste keer een Ocean Going Patrol Vessel (OPV) in voor de kust van Somalië. Ook zal Nederland in de tweede helft van 2014 de plaatsvervangend commandant in het operationele hoofdkwartier van EU-Atalanta leveren.

Het aantal kapingen is sinds 2011 sterk gedaald. De oorzaken van de Somalische piraterij zijn nog wel steeds aanwezig. Om de dalende trend vast te houden moeten daarom niet alleen inspanningen op zee, maar ook op land worden voortgezet. Naast de inzet van marineschepen zet Nederland daarom ook in op meer veiligheid en stabiliteit in Somalië, door het Somalische leger op te leiden en te trainen en straffeloosheid van piraterij tegen te gaan door versterking van het rechtssysteem.

(Rijksvoorlichtingsdienst, 15 november 2013)

maandag 21 oktober 2013

Nigeria krijgt Nederlandse 'antipiraterijles'

De West-Afrikaanse kuststreken worden in toenemende mate geconfronteerd met zware criminaliteit zoals piraterij. De piraten in deze regio blijken ook nog eens gewelddadiger dan hun Oost-Afrikaanse ‘collega’s’. Reden voor het amfibisch transportschip Zr. Ms. Rotterdam om zich tijdens de 3 maanden durende oefening African Winds op dit probleem te richten.

Zr.Ms. Rotterdam (foto: Marine)

Grote kansen
Naast het versterken van Afrikaanse veiligheidspartners en de training van Nederlands marinepersoneel heeft African Winds het bevorderen van de wederzijdse (handels)betrekkingen tot doel. Voor een maritieme handelsnatie als Nederland biedt West-Afrika, met een regionale grootmacht als Nigeria, grote kansen. Hiervoor worden aan boord van de Rotterdam bijeenkomsten gehouden waarbij mensen uit het bedrijfsleven en diplomatiek personeel elkaar kunnen ontmoeten.

Contact 
Een voorbeeld van zo’n bijeenkomst is het seminar over maritieme veiligheid, vorige week in het Nigeriaanse Lagos. Schout-bij-nacht Ben Bekkering zat de vergadering voor. Hij deed dit vanuit zijn eigen ervaring als commandant van de antipiraterijmissie Ocean Shield voor de kust van Somalië. “Nigeria is een groot land met een enorm potentieel, maar nog wel zoekende naar manieren om dit aan te boren. Wij helpen ze daarmee door bijvoorbeeld dit business forum te begeleiden. Hierin brengen we het Nederlandse zakenleven in contact met Afrikaanse bedrijven.”

Maatwerk
Om de veiligheid te vergroten worden Afrikaanse troepen getraind, maar ook hun kennis vergroot. Hiervoor brengt de Dienst der Hydrografie bijvoorbeeld veelbevaren delen van havens en kustgebieden in kaart. Daarbij doen Afrikaanse studenten tegelijkertijd ervaring op in de hydrografische sector. Andere voorbeelden van maatwerk bij de kennisoverdracht zijn militaire duiktrainingen in Senegal en een seminar over gender in Benin.

Amfibische operaties
In Nigeria ligt bij het versterken van de maritieme veiligheid de nadruk op amfibische operaties. Hiervoor wordt de multinationale landing force ingezet, van Nederlandse, Amerikaanse, Engelse en Spaanse mariniers. De eenheid staat onder leiding van kolonel der Mariniers Frederik Swart. “Deze landen zien zich geconfronteerd met illegale activiteiten in hun maritieme regio, reden voor ons om daarop te focussen.”

(Koninklijke Marine, 21 oktober 2013)

donderdag 3 oktober 2013

Somalische piraten veroordeeld na actie Zr. Ms. Van Amstel

Elf Somalische piraten zijn door het Supreme Court van de Seychellen veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden tot 16 jaar. De kapers waren in mei vorig jaar aangehouden na een actie vanaf het fregat Zr. Ms. van Amstel .

De veroordeelden worden verantwoordelijk gehouden voor de kaping van een vissersboot. Naar later bleek waren zij ook betrokken bij een aanval op de tanker Super Lady.

Boardingteam
In mei vorig jaar zag de bemanning van de boordhelikopter van Zr. Ms. van Amstel een verdachte vissersboot. Deze dhow voerde 2 kleinere boten mee met ladders aan boord. Het boardingteam van de Van Amstel maakte vervolgens een einde aan de kaping, waarbij alle 17 gijzelaars werden bevrijd. Aan boord trof het team wapens, munitie en navigatie-apparatuur aan.

Zr.Ms. van Amstel (foto: Marine)

Super Lady
Het bewijsmateriaal toonde aan dat dezelfde groep piraten betrokken was geweest bij een mislukte poging de Super Lady te kapen. Hierbij is zowel met raketwerpers als met kleinkaliber wapens op de tanker geschoten.

Atalanta
Zr. Ms van Amstel maakte in 2012 deel uit van Operatie Atalanta, een antipiraterijmissie van de Europese Unie. Momenteel is Zr. Ms. Johan de Witt als vlaggenschip van de EU in hetzelfde gebied. Aan de missie doen schepen van uit diverse Europese landen mee. Het commando is in handen van de Nederlandse commandeur Peter Lenselink.

(ministerie van Defensie, 3 oktober 2013)

donderdag 5 september 2013

President Somalië bezoekt Nederlands marineschip

“Somalië staat open voor een verdere samenwerking met de Europese Unie op het gebied van maritieme veiligheid.” Dat zei de Somalische president Hassan Sheik Mohamoud gisteren aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt op de Indische Oceaan ter hoogte van de hoofdstad Mogadishu.

Commandeur Lenselink verwelkomt de Somalische president

De president noemde de samenwerking een onderdeel van het verbreden van EU-betrekkingen in Somalië. “Maritieme samenwerking is belangrijk voor verdere stabilisatie en de ontwikkeling van de kustregio’s in mijn land. Ik ben voornemens de eerste schets van een complete maritieme strategie te presenteren tijdens de Brussel Conferentie.”

Maritieme veiligheid
Hassan Sheik Mohamoud en een delegatie van zijn kabinet waren bij de marine te gast voor een bijeenkomst met hoogwaardigheidsbekleders van de EU.  Nadat zij waren geïnformeerd over de vele capaciteiten van het schip, gaf commandeur Peter Lenselink inzicht in de wijze van piraterijbestrijding door marineschepen en maritieme patrouillevliegtuigen. De commandant EU antipiraterijmissie benadrukte daarbij de link die er is tussen de antipiraterijmissie en maritieme veiligheid in de regio.

President Hassan Sheik Mohamoud (re.) krijgt uitleg van
commandeur Lenselink


Juridische mogelijkheden
De hoogwaardigheidsbekleders spraken over samenwerking op verschillende maritieme gebieden. Ook kwamen verschillende EU-capaciteiten aan de orde om te komen tot het ontwikkelingen van een maritieme strategie voor Somalië. Een voorbeeld was het seminar over maritieme criminaliteit van EUCAP Nestor, eveneens gisteren aan boord van het marineschip. Het college met Somalische openbare aanklagers en rechters, richtte zich op de juridische mogelijkheden van Somalische autoriteiten om piraterij en illegale visserij tegen te gaan.

Belangrijke bouwsteen
De bijeenkomst vormde een belangrijke bouwsteen  voor zowel de derde Internationale Antipiraterij Conferentie in Dubai op 11 en 12 september als de ‘New Deal for Somalia’ conferentie van de EU en Somalië op  16 september in Brussel. De ‘New Deal Conference’ onderschrijft de relatie tussen Somalië en de internationale gemeenschap en stelt prioriteiten op het gebied van veiligheid, politiek, en op sociaaleconomisch vlak.

Cougar helikopter met Somalische gasten landt op de Johan de Witt 


3D op en vanuit zee
Een bijeenkomst tussen EU-gezanten voor Somalië en de Somalische president is nog niet eerder voorgekomen op een schip. Lenselink: “Daarnaast zijn de capaciteiten van Zr. Ms. Johan de Witt uitstekend benut voor het faciliteren van een seminar van EUCAP Nestor. Deze samenwerking tussen de EU-missies Atalanta en EUCAP Nestor maakt het mogelijk piraterij effectief, zowel op zee als op het land, te bestrijden. De samenwerking is een schoolvoorbeeld van 3D op en vanuit zee.”

Nederland draagt sinds 2009 bij aan piraterijbestrijding voor de kust van Somalië, zowel in EU- als in NAVO-verband.

(ministerie van Defensie, 5 september 2013)

woensdag 7 augustus 2013

Antwoorden op Kamervragen over piraterij West-Afrika

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 7 augustus 2013
Betreft Antwoorden op Kamervragen over de toename van piraterij aan de westkust van Afrika.

Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).

DE MINISTER VAN DEFENSIE      DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert                       Frans Timmermans

Vragen van het lid Günal-Gezer (PvdA) aan de minister van Defensie over de toename van piraterij aan de Westkust van Afrika (ingezonden 21 juni 2013 met kenmerk 2013Z12940).

1
Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘West Africa piracy overtakes Somali ship attacks’? 1)
Ja.

2
Bent u al benaderd door Nederlandse koopvaardijschepen en/of rederijen over de problemen met de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?

Tussen maart 2011 en 31 december 2012 zijn vijf Vessel Protection Detachements (VPD) aanvragen ingediend voor schepen die havens aan de westkust van Afrika zouden aandoen. Deze aanvragen zijn afgewezen omdat de inzet geen betrekking had op het risicogebied nabij Somalië. In 2013 zijn tot dusver geen aanvragen ontvangen voor een VPD voor de westkust van Afrika. Wel heeft een reder geïnformeerd naar de mogelijkheden terzake.

3
Welke mogelijkheden ziet u voor de Vessel Protection Detachments (VPD’s) om de Nederlandse koopvaardijschepen te beschermen tegen piraterij aan de Westkust van Afrika?

Maritieme criminaliteit voor de westkust van Afrika gebeurt meestal binnen de territoriale wateren (TTW) van de kuststaten in de Golf van Guinee. Het gaat daarbij om gewapende overvallen op zee. De aanvallen zijn vaak gericht op de lading van het schip, vaak olie, en niet op losgeld voor het schip en zijn bemanning. In een aantal gevallen zijn schepen aangevallen buiten de TTW.

Binnen de TTW zijn de kuststaten exclusief bevoegd tot en verantwoordelijk voor een adequate bescherming van koopvaardijschepen. Binnen deze wateren is het op grond van internationale verdragen niet toegestaan VPD’s of gewapende particuliere beveiligers in te zetten. Buiten de TTW is de koopvaardijsector, net zoals in het risicogebied nabij Somalië, eerstverantwoordelijk voor het treffen van beschermingsmaatregelen tegen piraterij. Voor Somalië zijn hier de Best Management Practices (BMP 4) voor opgesteld. Het huidige VPD concept is hier een aanvulling op en is gericht op de inzet aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen die in dat risicogebied varen. Het kabinet wil, in overleg met de koopvaardijsector, onderzoeken of er aanvullende maatregelen moeten worden genomen buiten de TTW van West-Afrikaanse staten, zoals de inzet van VPD’s.

4
Bent u in overleg met uw Europese ambtsgenoten, dan wel met andere EU-regeringsvertegenwoordigers, over mogelijke maatregelen tegen de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?
5
Is er in internationaal verband overleg gaande om de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika tegen te gaan? Zo ja, wat is de stand van zaken?
6.
Heeft u in internationaal verband een verzoek ontvangen om in overleg te treden over de toenemende piraterij aan de Westkust van Afrika?

De problematiek van gewapende overvallen op zee in de Golf van Guinee krijgt in toenemende mate internationale aandacht. In 2011 en 2012 heeft de VN Veiligheidsraad met de resoluties 2018 en 2039 het belang van een geïntegreerde oplossing, de ontwikkeling van een regionale strategie en een versterkte regionale samenwerking beklemtoond. In het najaar van 2011 heeft de VN een onderzoeksteam naar de regio gestuurd om de aard van de problematiek en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. De aanbevelingen voor de staten in de regio betroffen onder andere gezamenlijke maritieme patrouilles en informatievergaring, bevordering van juridische capaciteit om piraterij/zeeroof te criminaliseren en het opstellen van een regionale strategie voor de bestrijding van de problematiek.

Omdat de aanvallen vooral worden uitgevoerd in de territoriale wateren en de West-Afrikaanse landen in tegenstelling tot Somalië geen falende staten zijn, is bestrijding van deze aanvallen de verantwoordelijkheid van de kuststaat. Ook de VN Veiligheidsraad onderstreept dit. Een internationale antipiraterijmissie is op dit moment dan ook niet aan de orde. De Afrikaanse partners worden gewezen op hun primaire verantwoordelijkheid voor adequate bescherming van koopvaardijschepen en het nemen van de daarvoor benodigde maritieme veiligheidsmaatregelen. De Afrikaanse partners tonen op dat gebied initiatief. Het ECOWAS Integrated Maritime Strategy and Implementation Plan bevindt zich in de afsluitende fase.

Daarnaast vond op 24 en 25 juni jl. een regionale top plaats over maritieme veiligheid in de Golf van Guinee. De VN heeft ondersteuning aan deze top geleverd. De betrokken Afrikaanse regeringsleiders hebben afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling, harmonisatie van procedures en het oppakken en vervolgen van verdachten van gewapende overvallen op zee (Code of Conduct concerning the Prevention and Repression of Piracy, Armed Robbery against Ships, and Illegal Maritime Activities in West and Central Africa). Dit laat zien dat de regio verantwoordelijkheid wil nemen.

Op het gebied van informatie-uitwisseling wordt op initiatief van het bedrijfsleven en in samenwerking met de International Maritime Organization (IMO) en regionale partners ECOWAS en de Economic Community of Central African States (ECCAS) en de Gulf of Guinea Commission (GGC) gewerkt aan het opzetten van een regionaal information sharing centre in Accra, Ghana. Koopvaardijschepen kunnen hier straks (verdachte) activiteiten van maritieme criminaliteit doorgeven. Het informatiecentrum geeft deze gegevens dan door aan de autoriteiten van het land in wiens territoriale wateren de (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden. De oprichting van dit centrum wordt ondersteund door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen. Nederland overweegt eveneens steun te leveren.

Daarnaast werkt de EU aan een maritieme strategie voor de Golf van Guinee. Deze strategie wordt in het najaar van 2013 gepresenteerd. De nadruk ligt hierbij op capaciteitsversterking van de kustwachten en marines van de aangrenzende landen, de economische ontwikkeling van de regio en rechtshandhaving.

7
Bent u van plan de toename van piraterij in internationaal verband te agenderen? Zo ja, in welk verband en op welke termijn?

De toename van het aantal incidenten in de Golf van Guinee is zorgwekkend. De context vraagt een andere aanpak dan in Somalië. Nederland spreekt in EU-verband de betrokken kuststaten aan op hun verantwoordelijkheden, zoals implementatie van de Code of Conduct. Daarnaast is regionale maritieme en juridische capaciteitsopbouw noodzakelijk. De EU-strategie voor de Golf van Guinee biedt een aanknopingspunt om dit in EU-verband te agenderen. Ter voorbereiding op deze strategie neemt Nederland deel aan discussies in EU-verband om de problematiek in kaart te brengen en een effectieve aanpak te identificeren.

1) http://www.bbc.co.uk/news/world-22944460

(ministerie van Defensie, 7 augustus 2013)

dinsdag 6 augustus 2013

Nederlander 'baas' EU-operatie Atalanta

Commandeur Lenselink
Nederland voert vanaf vandaag het commando over de EU-antipiraterijmissie Atalanta*. Aan boord van het Portugese fregat NRP Álvares Cabral nam commandeur Peter Lenselink het bevel over van ranggenoot Jorge Novo Palma.

Met Lenselink aan het hoofd van het EU-vlootverband fungeert het amfibisch transportschip Zr. Ms. Johan de Witt de komende 4 maanden als stafschip. “Met Johan de Witt als vlaggenschip en een ‘paarse’ bemanning, afkomstig van diverse Defensieonderdelen, levert de marine een krachtige bijdrage aan EU-antipiraterijmissie Atalanta”, aldus Lenselink.  De commandeur benadrukte verder zich te willen focussen op meer samenwerking met andere EU-missies in de regio. Zoals EUCAP NESTOR, een missie gericht op het opbouwen en trainen van de maritieme capaciteit in Somalië.

Internationaal boardingteam
Op dit moment ligt de Johan de Witt in de haven van het Oost-Afrikaanse Djibouti, waar de logistieke basis van de EU-missie is gevestigd. Aansluitend vertrekt het schip naar de Indische Oceaan en de Hoorn van Afrika voor de bestrijding van piraterij. Aan boord zitten ook 22 Maltese militairen. Zij treden, samen met de mariniers, op als boardingteam mocht een gekaapt schip bevrijd moeten worden.  Om dit veilig te doen, trainden Nederlandse instructeurs de Maltezen eerder dit jaar.

Nieuw vlaggenschip Atalanta: Zr.Ms. Johan de Witt

Bijdrage sinds 2009
Operatie Atalanta is een door de Europese Unie geleide missie en richt zich op het terugdringen van piraterij voor de kust van Somalië. Naast het verstoren van piraten in de Golf van Aden en de Indische Oceaan, vindt bescherming en escortering plaats van kwetsbare vaartuigen en schepen varend voor het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Nederland draagt sinds 2009 bij aan piraterijbestrijding. Dit doet zij zowel in EU- als NAVO-verband. Zo vaart Zr.Ms. Van Speijk momenteel in het missiegebied onder NAVO-vlag.


Joint Operations Room, Zr.Ms. Johan de Witt

(ministerie van Defensie, 6 augustus 2013)

*Deze zin is niet geheel juist. Het commando over operatie Atalanta wordt gevoerd door de Britse schout-bij-nacht (Rear Admiral) Bob Tarrant. Dat gebeurt vanuit het hoofdkwartier in Northwood, Verenigd Koninkrijk.

woensdag 17 juli 2013

Zr.Ms. Rotterdam naar West-Afrika

Marine wordt nu ook aan andere zijde van het continent actief

Arie Booy
a.booy@hdcmedia.nl

Den Helder – Er wordt al geruime tijd stilletjes achter de schermen aan gewerkt, maar dit najaar gaat het daadwerkelijk gebeuren. De marine stuurt Zr.Ms. Rotterdam op missie naar West-Afrika. Oorlogsschepen van de Koninklijke Marine zijn dan voor het eerst voor langere tijd aan beide zijden van ‘het donkere continent’ actief.

In die periode zwaait aan de oostzijde namelijk commandeur Peter Lenselink de scepter over de antipiraterijmissie van de EU in de Indische Oceaan en aan de westkant ligt de Rotterdam om uitvoering te geven aan het betrekkelijk nieuwe internationale beleid van de drie D’s. Dat staat voor Diplomacy, Defence en Development.

Zr.Ms. Rotterdam tijdens inzet tegen piraterij. Foto: Marine

,,De diplomatie die onze schepen bedrijven is bij het publiek minder bekend”, legde vice-admiraal Matthieu Borsboom onlangs uit aan de leden van de belangenvereniging van marineofficieren. ,,Dat doen we in Oost-Afrika door gesprekken met regionale belanghebbenden. Zo komen we tot verbeteringen in de leefomgeving die de voedingsbodem voor piraterij wegnemen.”

Kustwacht
Ook aan de westkust van Afrika steekt piraterij  echter de kop op. Twee jaar geleden werd al gesignaleerd dat een gebrek aan toezicht door een Afrikaanse vorm van kustwacht daar debet aan is. Een schip als de Rotterdam met zijn eigen haven aan boord kan als platform dienen om de regio te helpen bij de opleiding van een eigen kustwacht. In de Somalische regio zijn goede ervaringen opgedaan voor wat betreft medische hulp aan de arme bevolking. Landingsboten gingen vanaf de Rotterdam naar de kust en haalden daar patiënten op die in het hospitaal aan boord behandeld werden. Zo hoefde de marine niet echt aan land te gaan.

Voor de kust van Nigeria, Senegal, Liberia of Ivoorkust zijn dit soort acties ook mogelijk. Borsboom: ,,Het gaat er om problemen in de kiem te smoren. Daar zal Zr.Ms. Rotterdam dit najaar een bijdrage aan leveren. Ook zal het schip zich toeleggen op hulpverlening aan de gewone burger, door medische spreekuren te houden. Dit maakt tevens deel uit van de genoemde diplomatie. De term ‘veiligheid  vanuit zee’ uit ons missiestatement gaat dus verder dan alleen met een landingsvaartuig tussen schip en strand opereren.”

(Noord Hollands Dagblad, 12 juli 2013)

zaterdag 15 juni 2013

Belgische bijdrage aan Nederlandse inzet anti-piraterij

Deelname van Defensie aan de EU-operatie EUNAFVOR ATALANTA

De ministerraad gaat akkoord met het voorstel van minister van Landsverdediging Pieter De Crem om van 6 augustus tot 6 december 2013 twaalf militairen in te zetten bij de EU-operatie EUNAFVOR ATALANTA tegen de piraterij in de Hoorn van Afrika.

Tijdens de periode zal een militair deelnemen aan de staf in Northwood (UK). Zes militairen worden ingescheept bij de staf aan boord*. Een vaartuig met vier bemanningsleden en een  verbindingselement zal deelnemen aan de strijd tegen piraterij.

De bemanning wordt ingescheept onder het statuut operationele inzet - beschermingsinzet (Kb 03 – coëfficiënt 3) en de bemanning van het vaartuig bekomt het statuut operationele inzet - actieve gewapende  inzet (Kb 03 – coëfficiënt 5).

(Ministerie van Defensie België, 14 juni 2013)

*aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt

zondag 12 mei 2013

Vernieuwde Van Speijk vaart uit voor piratenbestrijding

Het multipurposefregat Zr. Ms. Van Speijk is vandaag vanuit Den Helder vertrokken richting Somalië. Het schip neemt daar deel aan de antipiraterijmissie Ocean Shield.

Zr. Ms. Van Speijk
De Van Speijk heeft 168 militairen aan boord, waaronder een specialistisch en zwaar bewapend team van het Korps Mariniers. Zij zijn getraind in het enteren van verdachte schepen.

Zr. Ms. Van Speijk is het eerste vernieuwde multipurposefregat (M-fregat) dat voor een missie wordt ingezet. Het schip heeft onder meer een volledig nieuw ingerichte commandocentrale en een nieuwe mast met moderne elektro-optische sensoren. Hiermee kan het beter opereren in kustwateren. Het andere Nederlandse M-fregat, Zr. Ms. Van Amstel, wordt samen met de 2 M-fregatten van de Belgen op een dergelijke wijze gemoderniseerd.

Ocean Shield en Atalanta
De NAVO-missie Ocean Shield dringt de piraterij voor de kust van Somalië terug, net als de missie Atalanta onder vlag van de EU. Defensie draagt sinds 2009 bij aan beide missies.

Het luchtverdedigings- en commandofregat Zr. Ms. De Ruyter, dat momenteel voor Atalanta vaart, vertrok eind januari naar de wateren rond Somalië. Het schip keert naar verwachting 8 juni terug in thuishaven Den Helder.

(ministerie van Defensie, 12 mei 2013)

vrijdag 10 mei 2013

Kamerbrief: Verdeling kosten piraterijbestrijding

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 mei 2013
Betreft Verdeling kosten piraterijbestrijding

In het algemeen overleg over Vessel Protection Detachments (VPD’s) van 10 april jl. heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de verdeling van de kosten van piraterijbestrijding. Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, hierover.

Nederlandse bijdrage piraterijbestrijding
Nederland heeft belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Ten eerste is de internationale rechtsorde in het geding. Ten tweede is de economische veiligheid in het geding. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven omdat schepen het risico lopen gekaapt te worden. Piraterij bedreigt ook het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Ten derde zien reders zich geconfronteerd met kosten van beschermingsmaatregelen tegen piraterij en van verhoogde verzekeringspremies. Prijsstijgingen van goederen voor de consument zijn daarvan het gevolg.

Om deze reden levert de Nederlandse overheid met een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Sinds 2009 wordt een bijdrage geleverd aan militaire antipiraterijmissies van de Navo, de EU en de Combined Maritime Forces. Voorafgaand aan de Navo en EU-operaties heeft Nederland reeds schepen geleverd voor de bescherming van World Food Program-schepen. Vanaf 2011 worden VPD’s ingezet ter bescherming van Koninkrijksgevlagde koopvaardijschepen. In aanvulling op de bestrijding van piraterij op zee, dient ook de voedingsbodem voor piraterij op land te worden weggenomen. Het aanpakken van de oorzaken op land is op lange termijn uiteraard de meest effectieve vorm van piraterijbestrijding. Nederland draagt daarom bilateraal en in multilateraal verband (EU, Afrikaanse Unie (AU) en VN) bij aan het bevorderen van de stabiliteit en rechtsorde in Somalië.

Voor een indicatie van de directe uitgaven die de overheid maakt in het kader van deze geïntegreerde aanpak, is het jaar 2012 als ijkpunt gekozen *1. De bijlage bij deze brief bevat een gespecificeerd overzicht van deze uitgaven. Hieronder is een nadere toelichting opgenomen.

Uitgaven begroting van Defensie
Vanuit de defensiebegroting is in 2012 voor EUR 34,5 miljoen aan additionele (directe) uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Nederland heeft in 2012 de volgende bijdragen geleverd aan de Navo-operatie Ocean Shield. Van februari tot april en van oktober tot november is hiervoor een onderzeeboot ingezet. Van juni tot augustus is het fregat Hr. Ms. Evertsen ingezet en van augustus tot medio december het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. In deze periode heeft Nederland ook een groot deel van de staf geleverd voor Ocean Shield, onder leiding van Commandeur Bekkering. Van april tot en met mei heeft Nederland een bijdrage geleverd aan de EU-operatie Atalanta met het fregat Hr. Ms. Amstel en de inzet van een Autonomous Vessel Protection Detachement (AVPD) aan boord van een WFP-schip. Daarnaast heeft Defensie twee stafofficieren geleverd aan het hoofdkwartier van de Combined Maritime Forces in Bahrein. Nationaal heeft Defensie 32 keer een VPD ingezet ter bescherming van een koopvaardijschip varend onder Koninkrijksvlag.

Uitgaven begroting van Buitenlandse Zaken
Vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken is in 2012 voor EUR 2,37 miljoen aan directe uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Via het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) heeft Nederland bijgedragen aan capaciteitsopbouw in de regio ten behoeve van piraterijbestrijding. De Nederlandse bijdrage is besteed aan de opbouw van detentie- en berechtingscapaciteit op de Seychellen en aan de opbouw van detentiecapaciteit in Somaliland. Ook heeft Nederland in 2012 voor een periode van drie maanden een aantal civiele experts via UNODC op de Seychellen gefinancierd. Daarnaast heeft Nederland in de EU-operatie Atalanta een functionaris van Buitenlandse Zaken ingezet als politiek adviseur.

Naast deze directe bijdrage aan piraterijbestrijding zijn in 2012 vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken ook bijdragen aan de stabiliteit in Somalië gefinancierd. Zo heeft Nederland een personele (enkele trainers) en financiële bijdrage geleverd aan het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma. Dit trainingsprogramma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevordert de capaciteit van Afrikaanse vredestroepen die worden ingezet in de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM) ten behoeve van bevordering van stabiliteit in Somalië. Nederland levert via de EU African Peace Facility en via het United Nations Support Office for AMISOM (UNSOA) bovendien een financiële bijdrage aan AMISOM.*2 Wat de overige uitgaven in Somalië betreft, heeft Nederland met behulp van ontwikkelingssamenwerking bijgedragen aan capaciteitsopbouw in Somalië om zo de grondoorzaken van piraterij te bestrijden. Om de humanitaire situatie in Somalië te verbeteren heeft Nederland in 2012 ook een noodhulpverzoek van de VN financieel gesteund en heeft het een bijdrage geleverd aan de opvang van Somalische vluchtelingen in Kenia.

In totaal heeft Nederland in 2012 EUR 36,87 miljoen aan directe (programma) uitgaven ingezet voor de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Naast deze directe uitgaven zijn er bij verschillende overheidsinstanties kosten gemaakt die onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering en niet worden geoormerkt als piraterijbestrijding. Dit zijn bijvoorbeeld de salarissen van het betrokken personeel van de departementen, de kosten voor deelneming aan internationaal overleg over piraterij in bijvoorbeeld de Contact Group on Piracy off the Coast of Somalia (CGPCS) en de International Maritime Organization (IMO) en de proces- en detentiekosten voor verdachten van piraterij. Deze kosten worden niet als zodanig geadministreerd.

Uitgaven reders
De kosten voor reders ter bescherming tegen piraterij bestaan onder meer uit het aanbrengen van beschermingsmaatregelen op schepen, het inwinnen van beveiligingsadvies, verhoogde verzekeringspremies en extra brandstofverbruik door harder varen of het varen van alternatieve routes. De overheid heeft geen inzicht in de extra kosten die hiermee gemoeid zijn voor Nederlandse reders. Een uitvraag naar deze kosten via de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), heeft slechts enkele reacties opgeleverd.

Wel zijn er internationale studies naar de wereldwijde kosten van piraterijbestrijding, waaronder die van de maritieme sector. Het recente rapport van de non-gouvernementele organisatie (NGO) Oceans Beyond Piracy *3 becijfert de uitgaven voor de wereldwijde bestrijding van piraterij op € 6 miljard in 2012. Hierbij hanteert deze organisatie de volgende verdeling; 29 procent zijn kosten van beschermingsmiddelen en het inwinnen van beveiligingsadvies door de sector, 27 procent zijn meerkosten van sneller varen, 19 procent van de kosten komen voort uit de militaire maritieme operaties van Navo, EU, CMF en individuele landen, 10 procent van de kosten zijn verhoogde verzekeringspremies, 8 procent van de kosten zijn risicotoelagen voor maritiem personeel, 5 procent van de kosten zijn voor het omvaren door schepen, 1 procent zijn de kosten van losgeld en minder dan 2 procent zijn zowel de kosten van opsporing, vervolging en detentie van verdachten van piraterij als de kosten van organisaties die piraterij proberen te bestrijden, zoals VN-organisaties en NGO’s. De Wereld Bank *4 becijfert dat piraterij de wereldeconomie jaarlijks € 18 miljard kost. Dit bedrag behelst naast de uitgaven die overheden en bedrijven maken voor de bestrijding van en bescherming tegen piraterij, ook de kosten voor het economisch verlies voor de wereldeconomie.

Ten slotte
Piraterij vormt een bedreiging voor de internationale rechtsorde en de veiligheid van Nederlandse schepen is in het geding. De kosten die piraterij met zich meebrengt zijn bovendien hoog. Nederland heeft daarom een belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Daarom levert de Nederlandse overheid door middel van een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van de symptomen op zee en de oorzaken op het vaste land van Somalië.

MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

Bijlage 1. Gespecificeerd overzicht van de directe (programma) uitgaven aan piraterijbestrijding.

Realisatie 2012 (in miljoen euro)

Begroting van Defensie
Ocean Shield                           21,2
Atalanta                                     6,2
Combined Maritime Forces     0,3
Inzet VPD                                 2,6
VPD materieelspakketten          4,2

Begroting van Buitenlandse Zaken
Opbouw berechtingscapaciteit Seychellen via UNODC           0,8
Opbouw detentiecapaciteit Somaliland (Berechtingscapaciteit) 1,5
Detachering experts Seychellen                                               0,07


*1 Voor activiteiten die sinds 2012 zijn opgestart verwijzen wij naar de Kamerbrieven 21.501-28, nr. 89 over verlenging NLse deelname anti-piraterijmissies, KB 32706-40 over Nlse deelname EUCAP Nestor
en KB 29521 -205 over Nlse deelname aan EUTM Somalië.
*2 De NLse bijdrage aan AMISOM is indirect en loopt via de NLse bijdrage aan verdragscontributie (VN) en Nlse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EU).
*3 Oceans Beyond Piracy. “The Economic Cost of Somali Piracy 2012”.
*4 Wereldbank. “The pirates of Somalia: ending the threat rebuilding a nation”.

(ministerie van Defensie, 8 mei 2013)

dinsdag 9 april 2013

Minister Hennis in De Wereld Draait Door




Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert was dit weekend in Somalië*, waar ze samen met premier Rutte de antipiraterijmissie bezocht. Ze wilden samen aanschouwen hoe de bestrijding van piraterij er precies aan toe gaat.

Jeanine Hennis-Plasschaert is met haar 40 jaar een van de jongste ministers uit Rutte II en heeft hiermee een van de moeilijkste departementen onder zich. Er wordt 1 miljard bezuinigd dit jaar, waardoor er zo’n 6000 banen verdwijnen bij Defensie. Er moet een beslissing worden genomen over de JSF en heeft ze manschappen gestationeerd in Afghanistan, Turkije, Zuid-Soedan en Somalië. Een enorme uitdaging voor Jeanine.

(VARA/DWDD, 8 april 2013)

*Kleine correctie: de minister en haar gezelschap waren in Djibouti waar ze op fregat Hr. Ms. De Ruyter stapten, HdV.

dinsdag 2 april 2013

Kabinetsreactie rapport Clingendael over piraterij

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 29 maart 2013
Betreft Kabinetsreactie rapport Clingendael
Onze referentie BS2013009067
Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Met deze reactie geef ik, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, gehoor aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om een appreciatie van het rapport ‘State or Private Protection against Maritime Piracy?’ van Instituut Clingendael. Verder ga ik in op de vraag ‘welke mogelijkheden het kabinet ziet voor aanvullende private security companies, en welke maatregelen het kabinet van zins is te nemen om een geïsoleerde Nederlandse positie te voorkomen’ (2013Z03586/2013D08353).

Het kabinet is van oordeel dat het rapport van Instituut Clingendael een nuttige bijdrage levert aan de discussie over de bescherming van kwetsbare schepen die varen onder de vlag van het Koninkrijk. Wel kunnen bij het rapport enkele kanttekeningen worden geplaatst. Zo wordt voorbijgegaan aan het feit dat er naast de inzet van gewapende beveiligers, al dan niet militair, ook andere vormen van bescherming bestaan.

Daarbij gaat het onder meer om de volledige implementatie van de Best Management Practices die door de scheepvaartindustrie zijn opgesteld. Verder kunnen koopvaardijschepen zich aansluiten bij een konvooi door het risicogebied voor de kust van Somalië. Marineschepen patrouilleren tevens bij de Hoorn van Afrika in het kader van internationale maritieme operaties. Ook Nederland levert regelmatig bijdragen aan de EU-missie Atalanta en de Navo-missie Ocean Shield. Tenslotte onderstrepen wij dat voor alle Koninkrijksgevlagde schepen een VPD kan worden aangevraagd. Alleen als reders metterdaad aanvragen indienen, kan een goede indruk worden gekregen van de behoefte.

Het kabinet volgt intussen de internationale ontwikkelingen om een level playing field te behouden voor de onder Koninkrijksvlag varende koopvaardij, conform de uitspraken rondom het rapport van de Commissie de Wijkerslooth. Daarbij worden regelmatig relevante factoren zoals vraag, aanbod, prijs en flexibiliteit gemonitord en gewogen. Dit heeft reeds geleid tot aanpassingen in de wijze van inzet van VPD’s.

Wanneer met militaire VPD-capaciteit geen toereikend niveau van bescherming kan worden geboden, en de internationale positie van Nederland negatief wordt beïnvloed, zal het kabinet een besluit nemen over het al dan niet mogelijk maken van gewapende particuliere beveiliging in overleg met Curaçao.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 29 maart 2013)

maandag 25 februari 2013

De Ruyter draagt piraten over aan Seychellen

Negen van piraterij verdachte Somaliërs aan boord van het fregat Hr. Ms. De Ruyter zijn overgedragen aan de Seychellen. De vermoedelijke piraten werden vorige week aan boord genomen na een achtervolging die volgde op de alarmmelding van een koopvaarder.

Hr. Ms. De Ruyter
Foto: Defensie
“Hier doen we het voor”, liet de commandant van de De Ruyter kapitein-luitenant-ter-zee Harold Liebregs vrijdag al weten. “Berechting in de regio door de Seychellen is voor ons een mooie afsluiting van onze actie. Het justitiële systeem moet nu zijn werk doen.”

Het negental en het aangetroffen bewijsmateriaal worden in Port Victoria aan land gebracht. De vermoedelijke zeerovers zaten in twee motorbootjes toen ze op 19 februari tot stoppen werden gedwongen.

Atalanta
Het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. De Ruyter opereert voor de kust van Somalië voor de EU-antipiraterijmissie Atalanta. Naast het escorteren en beschermen van kwetsbare vaartuigen en schepen voor het Wereldvoedselprogramma van de VN, richt Atalanta zich op verstoring van piraterijactiviteiten in de Golf van Aden en de Indische Oceaan.

Antipiraterijcentrum
Hr. Ms. De Ruyter is in de Seychellen, de eilandgroep ten noorden van Madagaskar, voor de opening van het Regional Anti Piracy Prosecution Intelligence Coordination Centre (RAPPICC). Vanuit dit centrum wordt alle informatie over de Somalische piraterij verzameld. Het maakt deel uit van een groter centrum, met faciliteiten voor het interviewen en vasthouden van 20 vermoedelijke piraten.

(ministerie van Defensie, 25 februari 2013)


Nine Suspected Pirates transferred to Seychelles by Dutch EU Naval Force Frigate De Ruyter

On Monday 25 February Dutch EU Naval Force frigate HNLMS De Ruyter transferred nine suspected pirates to the Seychelles authorities for prosecution.  The transfers happened after HNLMS De Ruyter, who was conducting counter piracy patrols, stopped two skiffs on 19 February 120 nautical miles off the Somali Coast and apprehended nine suspected pirates on board.

During the operation, helicopters from both HNLMS De Ruyter and EU Naval Force flagship ESPS Mendez Nunez, together with the Spanish EU NAVFOR Maritime Patrol Reconnaissance Aircraft (MPRA), were able to locate the two skiffs and in a combined effort, stop them in the water approximately 200 nautical miles north east of Eyl. The nine men were then held on board HNLMS De Ruyter for further investigations and evidence collection in order to fully assess the possibility of prosecution.  The two attack skiffs were also seized.

Today, after the Republic of the Seychelles agreed to take the nine suspected pirates for prosecution, De Ruyter, who is currently alongside Port Victoria, transferred the men to the Seychelles’ Authorities.

Speaking about the second successful transfer of suspected pirates by the EU Naval Force within the past 5 weeks, the Operation Commander of the European Union Naval Force Rear Admiral Bob Tarrant said “I welcome the decision of the Republic of the Seychelles to once again prosecute those suspected of attacking ships at sea. The Seychelles are a steadfast partner of the EU, determined and committed in the fight against piracy. Once more we have sent a clear message to pirates that the EU Naval Force will always seek, whenever possible, a legal finish”.

The first transfer in 2013 was on 25 January, when twelve suspect pirates were transferred to Mauritius for prosecution.

(EUNAVFOR, 25 February 2013)

zaterdag 23 februari 2013

Zwaardmacht op zee: commentaar NRC en reactie KVNR

Met het gisteren verschenen rapport van Instituut Clingendael over piraterijbestrijding is opnieuw de discussie aangezwengeld over de toelaatbaarheid van bewapende particuliere beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen. Opeenvolgende Nederlandse kabinetten zijn daarover tot nu toe helder geweest: niet doen.

Voor dit afwijzende standpunt zijn goede redenen aan te dragen. Het belangrijkste en tevens meest principiële argument is dat het geweldsmonopolie, de zwaardmacht, exclusief aan de overheid toebehoort. Op zee is dit tegenwoordig steeds minder vaak een vanzelfsprekendheid. Private piraterijbestrijding, vaak geleverd door ex-militairen die zichzelf hebben verzelfstandigd, is een ware groeimarkt.

Clingendael vindt dat Nederland zich bij deze praktijk dient neer te leggen en het verbod op bewapende particuliere beveiligers aan boord van schepen onder strikte voorwaarden moet opheffen. Volgens de onderzoekers is Nederland momenteel een van de laatste Europese landen met een dergelijk verbod. Het gevolg is dat maar een zeer beperkt deel van de Nederlandse koopvaardijschepen (8 á 10 procent) officieel beschermd door de zware risicogebieden vaart.

Dit zijn de schepen die gebruikmaken van militaire bewakers aan boord. Voor dit jaar worden 175 van dit soort expedities voorzien. De militaire assistentie is aan diverse procedures gebonden en kost de reders flink wat geld – hoewel minder dan voorheen. Onder druk van de markt heeft Defensie de kosten voor reders teruggebracht van 8.500 euro naar 5.000 euro per dag. Met dit bedrag is 40 procent van de kosten gedekt. De rest is voor de Nederlandse belastingbetaler.

De kritiek van de reders die door Clingendael wordt overgenomen, is dat de procedures om militaire bewakers aan boord te krijgen lang en onvoldoende flexibel zijn. Dat is zeker een punt. Uit een eigen onderzoek van Defensie bleek vorig najaar dat sinds maart 2011 de overheid in 41 gevallen niet in staat bleek op tijd een beveiligingsteam voor een schip af te leveren. Dit had onder andere te maken met langdurige diplomatieke inklaringsproblemen.

Maar die strenge procedures bestaan juist omdat het de mogelijkheid van gewapend geweld betreft. Optreden van militairen tegen piraten wordt gerapporteerd, acties van particuliere beveiligers waarbij onschuldige slachtoffers vallen (vissers die voor piraten worden aangezien) vaak niet.

Particuliere beveiliging heeft de charme van de eenvoud. Dat is haast per definitie het geval als zaken aan de markt worden overgelaten. Maar zeker nu het piraterijprobleem zich lijkt te verminderen is er geen reden het geweldsmonopolie van de staat op te geven.

(Hoofdredactioneel commentaar, NRC Handelsblad, 21 februari 2013)

Laat privébeveiligers wél onze schepen bewaken

Het hoofdredactioneel commentaar wijst particuliere beveiligers op koopvaardijschepen ferm af (NRC Handelsblad, 21 februari). De aangevoerde onderbouwing is juridisch onjuist en gaat voorbij aan internationale ontwikkelingen. De overheid heeft de plicht haar burgers, in dit geval Nederlandse zeevarenden, te beschermen. Kan ze dat niet zelf met militaire teams aan boord, dan is ze verplicht om op andere wijze in deze bescherming te laten voorzien. Professor Knoops en de commissie-De Wijkerslooth hebben hier behartigenswaardige zaken over geschreven.

Met het mandateren van particuliere beveiligingsfirma’s vult de overheid deze plicht in. En daarmee trekt ze haar handen niet af van dit vraagstuk. Integendeel, de overheid dient toe te zien op de kwaliteit van deze bedrijven en ze te certificeren. Nederlandse reders mogen alleen gecertificeerde bedrijven inschakelen.

Ook dient de overheid regels te stellen waaraan voldaan moet worden indien er een schietincident heeft plaatsgevonden. Acties moeten gefilmd worden, de kapitein moet een verslag opstellen. Dit alles dient aan het Openbaar Ministerie overhandigd te worden zodat er getoetst kan worden of aan de voorschriften is voldaan. De rechtstaat wordt zo gerespecteerd.

Is deze wijze van mandatering door de overheid een utopie? Landen als Noorwegen, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk doen het al. Duitsland is er mee bezig.

Als we niet oppassen, vlaggen Nederlandse reders hun schepen steeds vaker uit naar die landen. Reders moeten wel, om zodoende op legale wijze hun zeevarenden te beschermen tegen piraten. Het risico is en blijft groot, de impact van een kaping en maandenlange gijzeling, met tegenwoordig ook martelingen, is immens. De NRC is de stuurman aan de wal die het beter weet.

T. Netelenbos
Kon. Ver. Nederlandse Reders
M. van den Broek
Voorzitter Nautilus Int.

(ingezonden brief, NRC Handelsblad 23 februari 2013)

Overname door derden is niet toegestaan

dinsdag 19 februari 2013

Hr. Ms. De Ruyter pakt vermoedelijke piraten op

Het Nederlandse fregat Hr. Ms. De Ruyter heeft vanochtend bij Somalië een einde gemaakt aan de activiteiten van een vermoedelijke piratengroep. Na een achtervolging wist de NH90-boordhelikopter een motorbootje met een aantal van de 9 verdachten te stoppen.* Een tweede skiff werd door de boordhelikopter van het Spaanse fregat ESPS Mendez Nunez tot stoppen gedwongen.

Boarding teams van Hr. Ms. De Ruyter naderen een verdachte skiff
Foto: Marine
“Hier doen we het voor”, aldus commandant Hr. Ms. De Ruyter kapitein-luitenant-ter-zee Harold Liebregs. “We geven zo een duidelijke boodschap af aan de piraten.”

 De verdachten en beide bootjes blijven aan boord van De Ruyter in afwachting van verdere besluitvorming. Het luchtverdedigings- en commandofregat is in het gebied voor de EU-antipiraterijmissie Atalanta.

Spullen overboord
De marineschepen kwamen in actie nadat een schip varend onder Panamese vlag zich bedreigd voelde. De NH90-bemanning vond de 2 skiffs en zag de verdachten spullen overboord gooien. De scheepjes maakten zich daarna in verschillende richtingen uit de voeten.

Naast het verstoren van piraten in de Golf van Aden en de Indische Oceaan, beschermen en escorteren deelnemers aan Atalanta kwetsbare vaartuigen en schepen voor het Wereldvoedselprogramma van de VN.

(ministerie van Defensie, 19 februari 2013)

*De actie vond plaats in het zogeheten Somalisch Bassin, op ca. 200 zeemijlen (370 kilometer) ten Noord-Oosten van de Somalische kustplaats Eyl.

woensdag 6 februari 2013

Hr.Ms. de Ruyter goed voorbereid op weg naar Somalie

Het luchtverdedigings- en commandofregat Hr.Ms. de Ruyter heeft de eerste 2 weken van haar reis intensief getraind, onder leiding van een Nederlandse opwerk- en trainingstaf. Tijdens deze zogenaamde pre-deployment training (PDT) kwamen verschillende missie-specifieke oefeningen aan bod, allemaal gericht op de antipiraterijmissie bij Somalië.

Fast-rope oefening met de NH-90 (foto: Marine)

Om optimaal voorbereid te zijn op de missie, heeft het schip verschillende extra ‘modules’ aan boord gekregen. Het doel van deze trainingperiode was het integreren van deze modules met de vaste scheepsbemanning. De bemanning van de NH90 helikopter, een Enhanced Boarding Element (EBE) van het Korps Mariniers – aanwezig om schepen te boarden of om schepen te beveiligen – maar ook een tolk: zij moeten samen met de scheepsbemanning een geoliede machine vormen.

Behalve de gebruikelijke schietoefeningen, brand- en averij oefeningen en manoeuvreeroefeningen is veel aandacht geschonken aan het aan boord gaan van ander schepen om deze te onderzoeken en om eventuele piraten in hechtenis te nemen en bewijsmateriaal te verzamelen.

De PDT is afgesloten met een grote eindoefening bij Kreta op een speciaal daarvoor beschikbaar gesteld doelschip. Tijdens de oefening is het doelschip veilig gesteld en doorzocht. Hierbij is de crew bevrijd en zijn enkele piraten in hechtenis genomen. De Ruyter en haar voltallige bemanning heeft laten zien dat ze goed voorbereid zijn en zeer gemotiveerd zijn om de antipiraterij missie bij Somalië te beginnen.

(Koninklijke Marine, 5 februari 2013)

PS: Hr. Ms. De Ruyter is inmiddels het Suezkanaal gepasseerd op weg naar het inzetgebied.