Tags
De dresiman aan het werk. Pro Justitia. Vonnis 1933. No. 100.
In het archief van de Buku Bibliotheca Surinamica bevindt zich een typoscript uit 1933. In 2012 kocht ik dit gebonden werk van antiquaar Jos Wijnhoven (1961- 2017) uit Deventer. Het ‘boekje’ is gevat in een bruin kartonnen omslag en op de voorkant is een papieren sticker geplakt met daarop de titel “De dresiman aan het werk”.
Op het eerste gezicht leek dit een interessant fictief verhaal maar al snel werd duidelijk dat het hier om een afschuwelijke gebeurtenis gaat die geheel op waarheid berust. Op 20 juni 1933 overleed Louise Jacqueline Theodora Emelie Klaverweide, ongehuwd, 34 jaar oud. Zij was geboren in het district Nickerie en woonde te Nieuw-Nickerie. Louise Klaverweide was een dochter van Johan Joseph Otway Klaverweide, die inmiddels al was overleden, en Sam Akui Cheung-Tok-Sam. Dit typoscript is het vonnis van de rechtbank in wat ik voor het gemak maar noem De zaak Louise Klaverweide. De kranten in Nederland en in Suriname brachten het nieuws groot naar buiten: ‘Een verbijsterend geval. Een meisje dood-gemarteld’ (De banier : staatkundig gereformeerd dagblad, 08-08-1933); ‘Suriname: Mishandeling met doodelijken afloop voor zg. Dresmans’ (Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad, 06-01-1934).
In deze rechtszaak stonden terecht: Joseph Emanuel Paal, 54 jaar oud, landbouwer, geboren op plantage John te Coronie; Frederik George Blijd, 45 jaar oud, timmerman, geboren op Belladrum te Coronie; Sewbalak Boodhee Gobind, 46 jaar oud, landbouwer, geboren op plantage Burnside te Coronie; George Alexander Klaverweide, 32 jaar oud, goudsmit van beroep, geboren te Nieuw-Nickerie in het district Nickerie. Hen werd ten laste gelegd dat zij op een perceel in Waldeck (Nickerie) opzettelijk met geweld Louise Klaverweide tegen haar wil en ondanks haar hevig verzet hoeveelheden van aftreksel van agavewortels en -bladeren vermengd met vloeistoffen door gewelddadig en ruw openen van de mond naar binnen goten. Beklaagde Paal hield haar stevig vast aan haar haren terwijl Blijd en/of Sewbalak haar gewelddadig aan het middenlijf en armen vasthielden. In detail wordt verder gerapporteerd welke andere afschuwelijke ‘behandelingen’ Klaverweide moet ondergaan. Ik zal u hier verdere details besparen. Uiteindelijk resulteerde dit alles in de dood van het slachtoffer op 20 juni 1933.
Mr J.H.A. Westrik was in deze zaak rechter commissaris en hij werd geassisteerd door de 2e ambtenaar ter griffie van het Hof van Justitie in Suriname, H.L. da Costa. Bij het verhoor van Frederik George Blijd trad de ad hoc beëdigde R.C. Clenem (Clemen?) op als tolk.
Blijd is 50 jaar oud, geboren in Suriname, timmerman, woonplaats Coronie. Blijd erkent twee dagen lang gelogen te hebben. Nu zal hij de waarheid vertellen: “Ik heb geleefd met de zuster van Paal en ken Paal heel goed. Verder controleer ik zijn grond voor hem wanneer hij met de boot weg is. Al sedert jaren ben ik ook zijn helper wanneer hij zieken behandelt”. Blijd hielp Paal eerder bij andere ‘zieken’ in Coronie zoals Julia Riedewald, Marius Boldewijn, een zekere vrouw Blijd, mijn broer Edmond Blijd. Blijd: “Toen Paal bericht kreeg om over te komen naar Nickerie voor een ziektegeval heeft hij mij gevraagd om mede te gaan en hem te helpen. Op een Zaterdag in de maand juni zijn Paal, Sewbalak en ik met de boot van Sewbalak naar Nickerie gegaan.” Paal had Blijd verteld als hij bier drinkt hij bezeten wordt van vier geesten: een ziener, genaam Ba Louis, twee geneesheren genaamd Kwassi en Patakoewana en één geest die de boze geest waaraan de zieke leed weer terugbrengt bij de afzender. Deze geest draagt de naam Hé Gron-Cédré. Ba Louis had Paal in een spiegeltje verteld dat de witte mijnheer, de chef van het postkantoor waar Louise Klaverweide werkte, iets op haar stoel had gezet waardoor een boze geest in haar rug was binnengedrongen. Daardoor was zij ziek geworden en moest zij een dresie toegediend krijgen. Ba Louis eiste ook geld. Eerst eiste hij fl.100,–, zakte daarna af naar fl. 50,– maar nam later ook genoegen met een zegelring ter waarde van fl. 35,–.
Beklaagde Joseph Emanuel Paal vertelde de rechter dat hij jaren geleden heel ziek was en dat hij toen genezen is door een ‘boschneger’ die uitvond dat hij met een boozen geest behept was. Van hem leerde hij hoe hij mensen van boze geesten kon bevrijden. Dat gebeurde door het gebruik van braakmiddel en kruidenbaden. Meerdere mensen heeft hij met succes behandeld maar nooit heeft hij daarvoor geld gevraagd. Via brieven en telegrammen ontving hij het verzoek om naar Nickerie te komen om Louise Klaverweide te behandelen. Hij vertelde dat hij daarbij altijd gebruikt maakte van een spiegeltje, krijt en een brandende kaars. Hij deed dan alsof er een geest in hem gevaren was. Dan spraak hij onsamenhangende woorden in een Chinees of Indiaans dialect. Zijn assistenten Blijd en Sewbalak ‘vertaalden’ deze woorden dan voor Louise, haar moeder en broer.
Sewbalak Boodhee Gobind verklaarde als buitengewoon agent van politie in Coronie op te treden. Hij bekende een kruidenbad te hebben gemaakt hoewel hij wist dat hij het meisje niet kon genezen. Hij deed dat met de bedoeling om daar voordeel uit te trekken. Omdat Louise zich hevig verzette en luid schreeuwde en men bang was dat de buren de politie zouden bellen zochten ze een afgelegen plek op. Daar werden haar bovenkleren uitgetrokken en moest zij in een kuil gaan staan. Daar kreeg zij een bad en werd er op buikhoogte kruit ontbrand. Toen het Louise niet goed bleek te gaan (haar ogen puilden uit) zou Paal haar voetzolen met een borstel ingewreven hebben. Toen bleek dat zij was overleden. Ook de broer van Louise, George Alexander Klaverweide, legde een verklaring af. Hij zou hebben geprobeerd om zijn moeder te bewegen zijn zus aar het Militair Hospitaal in Paramaribo te brengen. Zij wilde daar echter niets van weten. Eerst werden een zekere Bonapart en daarna zekere MacAndrew uit Coronie ingeschakeld. Maar deze ‘dresimans’ konden Louise niet helpen. Ook de hoofdagent van politie Willem Eduard Fitz Jim werd ook in deze rechtszaak gehoord. Net als Roosje Mietje Cheung-Tok-Saw, de moeder van Louise en George Klaverweide, Eduard Marius Richard Promes, Sophie Petronella Richards, Theophilus Augustinus Brathwaite, Georde Richard MacDonald en de geneesheren Salomon John Bueno de Mesquita en Benjamin Christiaan Marius Samson.
Het vonnis werd gewezen door mr. J.C. Brons (president van het hof), mr. K.J. van Erpecumen en mr. Vettewinkel. Paal, Blijd, Sewbalak en George Klaverweide werden schuldig bevonden aan mishandeling, de dood tot gevolg hebbende. Paal kreeg vijf jaar celstraf, Blijd drie jaar en zes maanden, Sewbalak drie jaar en negen maanden en Klaverweide tenslotte kreeg een jaar en zes maanden.
In 2016 publiceerde Henna Spalburg haar boek De moord op Louise Klaverweide dat op deze rechtszaak was gebaseerd.
Carl Haarnack















