Tags
Dutch, Illustrated Books, plantages, Slavery, travel, West-Indies
Gezigten uit Neerland’s West-Indien, naar de natuur geteekend, en beschreven door G.W.C. Voorduin ; op steen gebragt door J.E. van Heemskerck van Beest. Amsterdam, F. Buffa & Zn. [1860-1862]
Eén van de zeldzaamste en kostbaarste objecten uit de Surinaamse bibliotheek is Gezigten uit Neerland’s West-Indien. Alleen al het formaat, zg. ´olifant folio´, is indrukwekkend: het werk is 68 cm hoog en 49 cm breed. Het bestaat uit een titelblad, tekstbladen en achttien losse chromolitho’s en twee gekleurde kaarten. Gerard Voorduin (1830-1910) werd geboren in Utrecht. Hij werkte als luitenant ter zee bij de Nederlandse marine. Gedurende een periode van zes jaar verbleef hij in ´West-Indië’, op de Antillen en in Suriname. In zijn vrije tijd tekende en schilderde hij landschappen. De aquarellen die hij in Suriname en de Nederlandse Antillen maakte, werden ‘op steen gebracht’ door J.E. van Heemskerck van Beest (1828-1894), kunstschilder én voormalig luitenant ter zee. Van de achttien chromolitho’s hebben er zes betrekking op Curaçao, één op Bonaire, St. Eustatius, Sint Maarten en Saba. Acht platen laten ons een beeld zien van Suriname. Zo is er één plaat met een prachtig gezicht vanaf de rivier op de plantages Jagtlust en Suzanna’s Daal; het gouvernements-huis en het gouvernementsplein; de Reede van Paramaribo; Arowakken kamp; Post Gelderland en Jooden Savanna; Jooden Savannah; een Plantaadge Slavenkamp en tenslotte twee kaarten, één van de Nederlandse bezittingen in West-Indië en één Schetskaart van de Kolonie Suriname.

Dit werk wordt in de literatuur vaak geroemd als het ‘beste geographische plaatwerk’ over de Nederlandse West-Indische koloniën. Voorduin had een bijzonder scherp oog voor detail. De litho’s van de Joden Savanne behoren tot de mooiste en zeldzaamste afbeeldingen (tezamen met die van P. Benoit) die we hebben van deze historische plek. Voorduin schreef ook de teksten bij dit werk. Hij schetst ons zijn blik op de geschiedenis van Suriname en geeft ons van iedere plaat een uitgebreide beschrijving.
De suikermolen op Suzanna’s Daal wordt door een stoommachine aangedreven. Interessant is dat Voorduin vermeldt dat er op deze plantage Portugese emigranten uit Madeira werden ingehuurd. Zij woonden afgezonderd van de slavenbevolking die ook op de plantage te werk was gesteld. Op de koffieplantage Jagtlust valt de grote koffieloods op. Op de afbeelding zien we ook een wc die boven de rivier gebouwd is.

Ook zien we de Kankantri onder welke volgens Voorduin de slaven hun godsdienstoefeningen houden. Voorduin beschrijft verder de geschiedenis van het Fort Zeelandia aan de hand van de plaat van het Fort. Zo lezen we ook hoe de eerste gouverneur, Van Sommelsdijck, in het fort werd vermoord door een bende opstandelingen, bestaande uit tuchthuisboeven en mannen die uit Nederland waren verbannen. Hij werd ook in het fort begraven trouwens. Bij de plaat van het gouvernementshuis schrijft de luitenant ter zee dat het in het midden ligt van een laan die door zware tamarindebomen omzoomd wordt. Op deze plek werd op 19 juli 1688 Van Sommeldijck vermoord. Bij de Reede van Paramaribo zien we de Waterkant van de Oranjestraat tot aan de Saramaccastraat. Bij de Oranjestraat begon in 1821 de grote brand. We zien hier ook het gebouw De Waag waar op de bovenverdieping concerten werden gegeven en waar vergaderd werd.

Voor de tekeningen van de Post Gelderland koos Voorduin voor de blik vanaf een eilandje in de Surinamerivier. Van de Jodensavanne zijn er alleen wat vervallen huizen en de grote synagoge te zien. Voor de afbeelding van Jodensavanne en de begraafplaats koos hij voor het gezichtspunt vanaf het Kordonpad. Voorduin ondernam zelf verschillende tochten. Zo ging hij ook naar een Arokwakken-Indianenkamp voorbij de Cassipoerakreek. Dat kamp bereikte hij na een tocht door savannen en zandvlakten waar het riet tot boven de hoofden groeide. Hij verbaasde zich over de netheid van de hutten die met pina- of palmbladeren waren bedekt. Het houtwerk was roodbeschilderd met ‘coesoewee’ een verfstof (ook wel Roucou genoemd). Op de plaat van het slavenkamp zien we op de voorgrond een vrouw (Voorduin schrijft ‘negerin’) in baljaarkostuum. Enkele malen per jaar werd er een Banja- (of Baljaar) feest gehouden. Dan werd er gedanst op, volgens hem, zeer eentonige muziek. De instrumenten bestaan uit bamboe met hertenleer overtrokken, planken waarop getrommeld wordt maar soms zijn er ook fluiten of zelfs een viool. Er vinden voordrachten plaats waarin wordt geïmproviseerd, bespot en berispt over gebeurtenissen die op de plantages of in huiselijke kring plaatsvonden.

Zoals gezegd is dit ‘boek’ vooral belangrijk vanwege de kostelijke afbeeldingen. We vinden complete sets van Gezigten uit Neerland’s West-Indien in Nederland in slechts in drie universiteitsbibliotheken. De Buku Bibliotheca Surinamica prijst zich ook gelukkig met dit plaatwerk. Op veilingen heb ik slechts drie maal incomplete sets voorbij zien komen. In de afgelopen dertig jaar heb ik nog nooit een complete set te koop aangeboden gezien, tot vorig jaar. Op de Amsterdam Book Fair werd een complete set door een antiquaar aangeboden voor maar liefst €15.000,–. Dat is ontzettend veel geld zult u zeggen, dat is waar. De set is naar verluidt toch verkocht aan een museum en de vraag is hoeveel jaar we weer moeten wachten dat er weer zo’n belangrijk werk op de markt komt?
Carl Haarnack






























