• Postcards from Suriname
    • Black in postcards
  • Albert Helman
  • Antiquariaat Buku
  • Chinezen in Suriname
  • De negerhut
    • Illustraties in vroege edities van Oom Tom
    • Oom Tom in andere talen
  • Duitsers in Suriname
  • Ebony in Suriname
  • Edgar Cairo
  • Een begrafenis
  • Ellen Ombre
  • Galerie Buku
  • Groeten uit Paramaribo
  • Heemstede en slavernij
  • Het Welvaaren van de Plantagie Wayamoe 
  • Indiase diaspora
  • Joanna & Stedman
  • Joden in Suriname
    • David Nassy’s “Furlough” and the Slave Mattheus
  • John Oudine (1916-2005)
  • Klassieke muziek
  • Les Habitants de Suriname
    • Les Indiens
    • Les Négres de Bois
    • Les Négres Sédentaires
  • Maurits Welle Collectie
  • Natalie Zemon Davis
    • Judges, Masters, Diviners: Slaves’ Experience of Criminal Justice in Colonial Suriname
    • Origins and uses of the creole languages in 18th century Suriname
  • R.D. Simons collectie
  • Silvia de Groot
  • Slaven aan het woord
  • Slavernij Verbeeld
  • Stereotype kinderboeken
  • Surinaamsche Mengel-poëzy
    • Annette de Vries
  • Suriname in Wolfenbüttel
  • Surinamica verzamelen
  • Swart in Nederland
  • Voedsel
  • Vrouwen van Suriname
  • Welkom bij Buku
  • Wilhelmus Dortants (1855-1906)
  • Winti
  • Bibliotheca Surinamica
    • Buku logo
    • Onzichtbaar erfgoed
    • OSO, tijdschrift voor Surinamistiek
  • Brand in Paramaribo
  • Indianen in Suriname
    • In de schaduw van de tijger

Buku – Bibliotheca Surinamica

~ Library, archives & wunderkammer

Buku – Bibliotheca Surinamica

Category Archives: Parbode

Gezigten uit Neerland’s West-Indien. G.W.C. Voorduin (1860-1862)

28 Saturday Dec 2024

Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Gezigten uit Neerland’s West-Indien. G.W.C. Voorduin (1860-1862)

Tags

Dutch, Illustrated Books, plantages, Slavery, travel, West-Indies

Gezigten uit Neerland’s West-Indien, naar de natuur geteekend, en beschreven door G.W.C. Voorduin ; op steen gebragt door J.E. van Heemskerck van Beest. Amsterdam, F. Buffa & Zn. [1860-1862]

Eén van de zeldzaamste en kostbaarste objecten uit de Surinaamse bibliotheek is Gezigten uit Neerland’s West-Indien. Alleen al het formaat, zg. ´olifant folio´, is indrukwekkend: het werk is 68 cm hoog en 49 cm breed. Het bestaat uit een titelblad, tekstbladen en achttien losse chromolitho’s en twee gekleurde kaarten. Gerard Voorduin  (1830-1910) werd geboren in Utrecht. Hij werkte als luitenant ter zee bij de Nederlandse marine. Gedurende een periode van zes jaar verbleef hij in ´West-Indië’, op de Antillen en in Suriname. In zijn vrije tijd tekende en schilderde hij landschappen. De aquarellen die hij in Suriname en de Nederlandse Antillen maakte, werden ‘op steen gebracht’ door J.E. van Heemskerck van Beest (1828-1894), kunstschilder én voormalig luitenant ter zee. Van de achttien chromolitho’s hebben er zes betrekking op Curaçao, één op Bonaire, St. Eustatius, Sint Maarten en Saba. Acht platen laten ons een beeld zien van Suriname. Zo is er één plaat met een prachtig gezicht vanaf de rivier op de plantages Jagtlust en Suzanna’s Daal; het gouvernements-huis en het gouvernementsplein; de Reede van Paramaribo; Arowakken kamp; Post Gelderland en Jooden Savanna; Jooden Savannah; een Plantaadge Slavenkamp en tenslotte twee kaarten, één van de Nederlandse bezittingen in West-Indië en één Schetskaart van de Kolonie Suriname.

Gouvernementsplein Paramaribo. Getekend door Voorduin, litho door  Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Dit werk wordt in de literatuur vaak geroemd als het ‘beste geographische plaatwerk’ over de Nederlandse West-Indische koloniën. Voorduin had een bijzonder scherp oog voor detail. De litho’s van de Joden Savanne behoren tot de mooiste en zeldzaamste afbeeldingen (tezamen met die van P. Benoit) die we hebben van deze historische plek. Voorduin schreef ook de teksten bij dit werk. Hij schetst ons zijn blik op de geschiedenis van Suriname en geeft ons van iedere plaat een uitgebreide beschrijving.

De suikermolen op Suzanna’s Daal wordt door een stoommachine aangedreven. Interessant is dat Voorduin vermeldt dat er op deze plantage Portugese emigranten uit Madeira werden ingehuurd. Zij woonden afgezonderd van de slavenbevolking die ook op de plantage te werk was gesteld. Op de koffieplantage Jagtlust valt de grote koffieloods op. Op de afbeelding zien we ook een wc die boven de rivier gebouwd is.

De plantages Jagtlust en Suzanna’s daal. Getekend door Voorduin, litho door  Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Ook zien we de Kankantri onder welke volgens Voorduin de slaven hun godsdienstoefeningen houden. Voorduin beschrijft verder de geschiedenis van het Fort Zeelandia aan de hand van de plaat van het Fort. Zo lezen we ook hoe de eerste gouverneur, Van Sommelsdijck, in het fort werd vermoord door een bende opstandelingen, bestaande uit tuchthuisboeven en mannen die uit Nederland waren verbannen. Hij werd ook in het fort begraven trouwens. Bij de plaat van het gouvernementshuis schrijft de luitenant ter zee dat het in het midden ligt van een laan die door zware tamarindebomen omzoomd wordt. Op deze plek werd op 19 juli 1688 Van Sommeldijck vermoord. Bij de Reede van Paramaribo zien we de Waterkant van de Oranjestraat tot aan de Saramaccastraat. Bij de Oranjestraat begon in 1821 de grote brand. We zien hier ook het gebouw De Waag waar op de bovenverdieping concerten werden gegeven en waar vergaderd werd.

Joden Savanne. Gezigt op de Synagoge en het kerkhof van de zijde van het militaire Cordonpad gezien. Getekend door Voorduin, litho door  Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Voor de tekeningen van de Post Gelderland koos Voorduin voor de blik vanaf een eilandje in de Surinamerivier. Van de Jodensavanne zijn er alleen wat vervallen huizen en de grote synagoge te zien. Voor de afbeelding van Jodensavanne en de begraafplaats koos hij voor het gezichtspunt vanaf het Kordonpad. Voorduin ondernam zelf verschillende tochten. Zo ging hij ook naar een Arokwakken-Indianenkamp voorbij de Cassipoerakreek. Dat kamp bereikte hij na een tocht door savannen en zandvlakten waar het riet tot boven de hoofden groeide. Hij verbaasde zich over de netheid van de hutten die met pina- of palmbladeren waren bedekt. Het houtwerk was roodbeschilderd met ‘coesoewee’ een verfstof (ook wel Roucou genoemd).  Op de plaat van het slavenkamp zien we op de voorgrond een vrouw (Voorduin schrijft ‘negerin’) in baljaarkostuum. Enkele malen per jaar werd er een Banja- (of Baljaar) feest gehouden. Dan werd er gedanst op, volgens hem, zeer eentonige muziek. De instrumenten bestaan uit bamboe met hertenleer overtrokken, planken waarop getrommeld wordt maar soms zijn er ook fluiten of zelfs een viool. Er vinden voordrachten plaats waarin wordt geïmproviseerd, bespot en berispt over gebeurtenissen die op de plantages of in huiselijke kring plaatsvonden.

Gezigt op Fort Zelandia. Getekend door Voorduin, litho door  Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Zoals gezegd is dit ‘boek’ vooral belangrijk vanwege de kostelijke afbeeldingen. We vinden complete sets van Gezigten uit Neerland’s West-Indien  in Nederland in slechts in drie universiteitsbibliotheken. De Buku Bibliotheca Surinamica prijst zich ook gelukkig met dit plaatwerk. Op veilingen heb ik slechts drie maal incomplete sets voorbij zien komen. In de afgelopen dertig jaar heb ik nog nooit een complete set te koop aangeboden gezien, tot vorig jaar. Op de Amsterdam Book Fair werd een complete set door een antiquaar aangeboden voor maar liefst €15.000,–. Dat is ontzettend veel geld zult u zeggen, dat is waar. De set is naar verluidt toch verkocht aan een museum en de vraag is hoeveel jaar we weer moeten wachten dat er weer zo’n belangrijk werk op de markt komt?

Carl Haarnack

Cover van Gezigten uit Neerlands West-Indië. Getekend door Voorduin, litho door  Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Beschrijving van de Nederlandse Troepen; kleding en bewapening. J. Teupken (1823-1826)

30 Saturday Nov 2024

Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Beschrijving van de Nederlandse Troepen; kleding en bewapening. J. Teupken (1823-1826)

Tags

Dutch, Illustrated Books, leger, West-Indies

Beschrijving hoedanig de Koninklijke Nederlandsche Troepen en alle in militaire betrekking staande personen gekleed, geëquipeerd en gewapend zijn […] J.F. TEUPKEN. ‘s-Gravenhage en Amsterdam, Gebr. Van Cleef, 1823-26.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Nederland een grote koloniale mogendheid. Het leger had daarom ook zeker betrekking op de troepen in de koloniën, ook in Suriname. In zijn boek probeert de auteur Jan Frederik Teupken een systematisch overzicht te geven van alle bepalingen over de kleding en uitrusting van alle onderdelen van de landmacht. Daarnaast laat hij in tientallen met hand gekleurde afbeeldingen hoe de officieren en manschappen van het Nederlandse leger gekleed horen te gaan en hoe zij bewapend zijn.

De productie van een boek van deze omvang met maar liefst 69 handgekleurde illustraties (51 platen in het eerste deel, en 18 platen in het Vervolg, op folio formaat) ging natuurlijk gepaard met enorme kosten. De auteur, die in dienst was op het ministerie van oorlog, schrijft in zijn voorwoord dat hij grote steun ontving van de Koning. Om de productie te kunnen financieren kon vooraf worden ‘ingetekend’ op het boek. Op de lijst van intekenaren staat bovenaan (hoe kan het ook anders) de Koning Willem I ((1772-1843). Alleen al het eerste deel van dit boek kostte maar liefst fl. 25,–, voor de afzonderlijk ‘cahiers van platen’ moesten bedragen fl.4,50 tot fl.6,40 betaald worden en voor de tekst fl.3,60. Dat was toen alleen weggelegd voor de welgestelden.

Voor ons is het natuurlijk heel aardig om te zien wie er vanuit Suriname op de lijst van intekenaren voor komt. Dat waren er beslist niet weinig! Vanuit Suriname waren er maar liefst 43 personen die op het boek hadden ingetekend. Uiteraard kwam gouverneur A. de Veer op de lijst voor. Hij bestelde twee exemplaren. Het merendeel van de intekenaars waren hoge militairen, Kapiteins, Majoors en Luitenant-Kolonels. Zo komen we Luitenant-Kolonel J.G.B. Böhm tegen; J.F. Favereij, Kapitein der Schutterij. Ook S. de la Parra (Kapitein), J.H. Zeegelaar, J.L. Soesman, J.J. de Mesquita, de heren Engelbrecht, G.C. van Meerten maakten deel uit van de schutterij en tekenden in op het boek. Op de lijst komen we ‘bekenden’ als Nicolaas Lemmers, Luitenant-Kolonel. Hij was erfgenaam van plantage Kweekhoven en mede-eigenaar van plantage Dijkveld en Sans Souci. Hij overleed in 1828 vlak voordat hij zijn geliefde en slavin Susanna, en de door hem bij haar verwekte kinderen kon vrijlaten. Zij werden op 9 november 1830 verkocht op de slavenveiling die door Pierre Benoit in zijn boek Voyage a Surinam (1839) in een litho werd vereeuwigd.

Lijst van de intekenaren (detail)

Ook herkennen we op de lijst G. Mabé, 1e Luitenant. Gualtherus Mabé werd geboren in Haarlem (1793-1838)  en groeide op in een ´gegoede´ en vooraanstaande familie. Zijn vader Pieter Mabé was notaris in Haarlem. Op 25 juli 1820 legt hij in Paramaribo de eed af in het bijzijn van de gouverneur en wordt hij beëdigd als landmeter. We weten dat hij ten tijde van de grote brand in Paramaribo op 21 januari 1821 in Suriname was. In het Rijksmuseum bevinden zich een aantal gravures van Leonardus Schweickhardt en Willem Hendrik Hoogkamer die zijn gemaakt naar schetsen van G. Mabé. Hij werkte gedurende een aantal jaren aan zijn Generale Kaart der Kolonie Suriname, hoofdzakelijk voorstellende de tegenwoordige bebouwing dier kolonie. Deze kwam in 1832 gereed. In 1835 vinden we de naam van Marbé terug in het boek De Landbouw in de Kolonie Suriname van Teenstra. Daar verschijnt zijn naam op de ‘Alphabetische Naamlijst der H.H. Inteekenaren in de Kolonie Suriname’. Toch waren het niet uitsluitend militairen die intekenden. Zo was er in Paramaribo een ‘Apothecar’  der 1e klasse genaamd Dieperink die op de lijst voor komt. Ook worden ene Niehoff en J.G. Ringeling als ‘particulier’ vermeld.

Schutterij Paramaribo, Suriname
Officieren – Onderofficier – Schutter
plaat no. 66

Het is onvoorstelbaar hoeveel verschillende onderdelen er binnen de Nederlandse troepen te onderscheiden waren. Elk onderdeel kende zijn eigen uniform en wapenuitrusting. Ook waren er dan weer binnen elk onderdeel verschillen op basis van militaire rang. We zijn misschien de afgelopen decennia gewend geraakt aan de vormloze legergroene kleding van soldaten. In de 18e en 19e eeuw hadden de uniformen ook een belangrijke functie door eenheid, hiërarchie en daadkracht uit te drukken. Vooral de officieren werden vaak zeer fraai uitgedost. Dit uniform-instructieboek werd bijzonder luxe uitgegeven. Het verscheen in twee delen, één in 1823 en het vervolgdeel in 1826.

Koloniale Guides Suriname
plaat no. 48 (Buku Bibliotheca Surinamica collectie)

Hier hebben we weinig ruimte om al te diep in te gaan op al die legeronderdelen. Onze aandacht gaat natuurlijk vooral uit naar wat er zoal over de Surinaamse onderdelen wordt gezegd. De Koloniale Guides van Suriname dienen o.a. gekleed te gaan in een donkerblauwe laken rok, met kraag en opslagen van dezelfde stof. Op de borst een rij van 9 witte gebombeerde knopen op de borst, twee kleine aan de opslagen, één voor de zwaluwstaart op elke schouder en twee grote op de taille. Hierbij hoort verder een vilten ronden hoed met ‘kokarde en lis’, een wijde linnen pantalon met schoenen, een bonte halsdoek, een geweer zonder bajonet en een ‘patroontasch’. Voor de kleding en de uitrusting van de ‘Jagers en Artillerie’ in West-Indië gelden er tal van bijzondere aanmerkingen. Zo wordt de stof die normaal gesproken gebruikt wordt voor militaire kleding voor West-Indië, zoals karsaai (‘een grof gekeperd soort laken’) te zwaar wordt bevonden. Ook wordt het militair hoofddeksel (Schakot of chachot) vervangen door gladde hoeden. De sokken ontbreken in de uitrusting omdat het de voeten van de soldaat schoner houdt en deze sneller verharden en zo beter tegen insectenbeten bestand zijn. In de West-Indische koloniën, zo schrijft Teupken, is de sabel voor de soldaat onmisbaar. Vooral op de buitenposten en op marsen, als de soldaten zich een pad moeten banen door het kreupelhout of bij het maken van zijn ‘bivouac’ (bivak) is een brede en stevige sabel vereist.

Bij de schutterij in Paramaribo wordt onderscheid gemaakt tussen de ‘Blanke kompagnien’ en de kompagnien van ‘vrije Kleurlingen en vrije Negers’.  Bij de laatste zijn de kleuren van de rode staande kraag en rode biezen vervangen door de kleur geel. De schutters zijn gewapend met geweren en vanaf rang van onder-officier dragen zij ook sabels. Bij de blanke officieren heeft de rok,  die het onderlichaam vanaf de taille bedekt,  een rode voering, bij de ‘Kleurlingen en Negers’ is de voering geel.

advertentie in krant van 1824

We vinden dit boek in een handjevol universiteitsbibliotheken in Nederland en natuurlijk in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Ook de Buku Bibliotheca Surinamica collectie is in het bezit van een compleet en puntgaaf exemplaar. Een compleet exemplaar van het lijvige werk van Teupken is voor verzamelaars niet makkelijk te vinden. Zo af en toe verschijnt er een exemplaar op een veiling. Meestal is het echter niet compleet of in slechte staat. De losse handgekleurde platen worden soms voor €150,– of €200,– per stuk door ‘prentenhandelaren’ verkocht. Als een antiquaar een compleet en in goede staat verkerend exemplaar aanbiedt is dit vaak voor bedragen tussen de €6000,- en €8000,–.

Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Drie maanden in de West. W. Wijnaendts Francken-Dyserinck (1913)

17 Sunday Nov 2024

Posted by Carl Haarnack in 20th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Drie maanden in de West. W. Wijnaendts Francken-Dyserinck (1913)

Tags

Dutch, plantages, travel

Drie maanden in de West. Reisbrieven. W. Wijnaendts Francken-Dyserinck.  Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & Zoon, 1913.

Esther Welmoet Dijserinck (1876-1956) werd geboren in Den Helder. Ze was journalist en publicist en schreef honderden artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Daarnaast was zij een feministe en voorzitter van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht.

Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck. Aquarel door Thérèse Schwartze (1914) (Collectie Atria).

Met haar man, Cornelis Johannes Wijnaendts Francken (1863-1944), maakte zij reizen onder meer naar Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Afrika en West-Indië. Over deze reizen publiceerde zij reisbrieven in het Algemeen Handelsblad in Nederland. De reisbrieven over West-Indië werden gebundeld in het boek Drie maanden in de West. Zo bezocht het paar o.a. Barbados, Jamaica, Trinidad en Grenada. Dat laatste eiland vond onze auteur schilderachtig maar het werd bedorven door het ergerlijk optreden van de ‘negerbevolking’. Nergens waren die zó brutaal, schrijft Wijnaendts Francken-Dyserinck.

Het echtpaar is opgelucht als ze Nederlands grondgebied bereiken. De grotere beschaving, het rustige en beschaafde gedrag van de bevolking viel haar direct op.  Interessant is de conclusie dat de gunstige indruk die zij van de zwarte bevolking in Suriname heeft toe te schrijven is aan het werk van de Hernhutters.

Gebouwen van de Missie in Paramaribo (ansichtkaart ca. 1910)

De klederdracht van de vrouwen noemt zij ‘buitengewoon aantrekkelijk’. De wijde gerimpelde rok is rondom het middel paniervormig opgenomen, schrijft de auteur. Daarover dragen zij kort wijd-uitstaand ‘omslagmanteltje’ met mouwen. Dit zijn volgens haar de ‘cotto-missies’. Maar er zijn ook ‘paletot-missies’ en ‘proddo-missies’. Het echtpaar nam hun intrek in het Mackintosh Hotel dat een aardig balkon aan de straatkant heeft, hoewel het ‘boarding-house’ van mevrouw Armstrong naar verluidt nog iets beter is. Het Sranantongo, de auteur spreekt hier over de ‘negertaal’ ‘Takki-takki’, is misschien niet makkelijk te spreken of te verstaan met enig geduld is het te lezen. Zo woonden zij een ‘beschaafde Hollandsche preek’ bij van een ‘negerpredikant’ (een ‘boschneger’), broeder Schmidt (Rasmus Schmidt, 1888-1975, ch).

Ds. Rasmus Schmidt (1888-1975)

Boven zijn hoofd hing de tekst: “Oen moe lobbi makandra”.  Ook de Fröbelschool van juffrouw Alvarez werd bezocht. De zusters Alvarez woonden boven de school. Een andere zuster was verpleegster in het militair ziekenhuis. Juffrouw Alvarez is van mening dat, als men Suriname uit zijn staat van verval wil halen, men bij de kinderen moet beginnen. Het percentage ‘buiten echt’ geboren kinderen gaat haar aan het hart en bedraagt naar schattingen maar liefst 74%! De ambtenaar van de burgerlijke stand vraagt bij de huwelijksvoltrekking aan de vrouw of zij haar man onderdanig zal zijn. De man vat die belofte letterlijk op en dan kan dat nooit goed gaan. Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck stelt dat als we samenleven buiten de echt tegen willen gaan dát eerst veranderd moet worden. Daarvoor gaat de Vrouwenbond zich sterk maken, zo stelt zij.

Wijnaendts Francken-Dyserinck is kritisch als het gaat om de kennis over Suriname in Nederland. De gedachte ‘hoe minder we er van horen, hoe beter’ overheerst. Zij vindt het een leemte in ‘ons volk’ dat we zo weinig belangstelling voor de koloniën hebben. In navolging van een ‘hooggeplaatst persoon’ is zij van mening dat de betekenis van de koloniën voor Nederland wekelijks minstens een uur besproken zou moeten worden. De lezer wordt hier en daar getrakteerd op stevige neerbuigende taal over de koloniën en vooral over zwarte mensen. Wie haar dat vergeven kan krijgt met dit boek een bijzonder inkijkje in het leven in Suriname in een periode waarover eigenlijk maar weinig bekend is (1913). Ook worden er hier en daar mensen met naam en toenaam ten tonele gevoerd waardoor het boek een extra dimensie krijgt. Het boek is niet zeldzaam en is in vele (universiteits-) bibliotheken te vinden. Verschillende antiquariaten in Nederland bieden het boek voor een paar tientjes aan.

Carl Haarnack

Cover van Drie maanden in de West (1913)

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Suriname in losse tafereelen en schetsen. J. Nagel (1840)

22 Friday Dec 2023

Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Suriname in losse tafereelen en schetsen. J. Nagel (1840)

Tags

Dutch, plantages, Slavery, travel

Suriname in losse tafereelen en schetsen. Door J.H.N (J.H. Nagel). Rotterdam: Locke en Zoon, 1840.

Voor een echte boekverzamelaar is er weinig zo hinderlijk als wanneer er een belangrijke titel in de collectie ontbreekt. Voor mijn Buku Bibliotheca Surinamica collectie zijn er eigenlijk nog maar weinig boeken die ontbreken maar wel op het wensenlijstje staan. Toch er zijn er een paar storende ‘gaten’ in de boekenkast. Eén van de ontbrekende titels is Suriname in losse tafereelen en schetsen van J.H. Nagel uit 1840. Het ergste is dat ik het boek in 2006 in mijn handen heb gehad. Het bevond zich in de nalatenschap van een belangrijke wetenschapper die veel over het Sranantongo heeft gepubliceerd. Ik was van plan alle boeken over te nemen maar de familie koos voor een andere bestemming. Dit was ook de enige keer dat ik dit boek in een particuliere collectie gezien heb. Het pijnlijke gemis in mijn collectie betekent niet dat ik de lezers niets over deze belangrijke titel kan vertellen.

Het boek van Nagel is een egodocument, dat wil zeggen dat de auteur over zichzelf en ook uit eigen ervaringen en waarnemingen put om de lezer zijn verhaal te vertellen. In de Surinaamse bibliotheek hebben we daar helaas niet zoveel van. Over de auteur J.H. Nagel (die op de titelpagina alleen wordt aangeduid met de initiale J.H.N.) weten we bijzonder weinig. Hij is luitenant bij het 27e Bataljon Jagers. Dit Bataljon werd in 1818 gevormd. Later zou hieruit de Troepenmacht in Suriname (TRIS) ontstaan. De uitgever schreef in het voorwoord dat Nagel een schitterende carrière had kunnen hebben maar dat hij ver van zijn vrienden een eenzaam en onbetreurd graf vond ‘onder vreemden en wilden’ in Suriname.

Het boek bestaat uit brieven die de auteur schrijft aan een vrouw in Nederland, zijn geliefde, die met de letter Z. wordt aangeduid. Nagel kwam op 25 maart 1828 met de stoomboot in Paramaribo aan (Ook Pierre Benoit en Marten Douwes Teenstra komen in 1828 in Paramaribo aan). Zijn eerste brief schrijft hij vanuit Fort Zeelandia op 4 mei 1828. Hij schijft aan Z. hoe de reis verliep en welke vissen hij onderweg allemaal gezien heeft. Ook kan hij het niet laten zijn beklag te doen over de ‘grote rover’ Engeland die voormalige Nederlandse koloniën zoals Ceylon, Kaap de Goede Hoop, Demerara, Essequibo en Berbice ingepikt hebben. Later wordt hij overgeplaatst naar de post Imotappie en naar Nickerie.

In tegenstelling tot de meeste officieren heeft Nagel geen ‘huishoudster’ ingehuurd. Hij heeft een ‘negerjongen’ genaamd Quassie ingehuurd. Quassie is een jongen van 10 0f 12 jaren oud die in slavernij leeft. Naar enige tijd wordt hij wegens ondeugendheid weer naar zijn ‘meester’ gestuurd. Quassies stem horen we helaas niet. Uiteraard lezen we ook over de dagelijkse rituelen in Suriname. Nagel spreekt overigens over het land der zwarten, gelen en bruinen. Om vijf uur wordt iedereen gewekt door het ‘dagschot’ dat vanaf Fort Zeelandia wordt afgevuurd. Het ontbijt bestaat uit vlees en wild met wat groente en brood en, natuurlijk niet te vergeten, wijn. Suriname is echter het land der vruchten: ananas, sapotilles en markiesaats (zou hij hiermee markoesa bedoelen?) zijn er in overvloed en zijn overheerlijk van geur en smaak. 

Natuurlijk geeft de auteur een uitvoerige beschrijving van het leven van de slavenbevolking. Zij leven zo goed en slechts als ze kunnen maar altijd zorgeloos, stelt Nagel. Strenge straffen zijn volgens hem nodig omdat de slaven anders weinig goeds zouden uitvoeren. Slavernij en zachtheid gaan niet samen en staan tegenover elkaar als water en vuur, zo stelt Nagel. De slaven zouden liever pinaren en armoede lijden dan te werken. Als hij niet tot afbeulens toe er toe gedwongen zou worden zouden ‘de negers’ zo lang slapen dat u bij het ontbijt uw chocola zou moeten missen. Hij spreekt over de slavenbevolking als onnozele schepsel die als kinderen te leiden zijn en buigzaam zijn als riet als men hen op juiste wijze benaderd. Ze zijn lichtgelovig en bijgelovig. Het staat de directeuren en blankofficieren vrij, zo schrijft hij verder, om een slavin uit te kiezen met wie zij samenwonen alsof het hun eigen vrouw is. Hoewel de brieven aan Z. bol staan van vooroordelen over zwarte mensen is de briefschrijver bij tijd en wijle bijzonder kritisch over de Europeanen. Zo vindt hij het onvoorstelbaar dat Europese mannen kinderen verwekken bij slavinnen en vervolgens terugkeren naar Europa om daar een nieuw gezin te stichten, en niet meer omkijken naar hun kinderen in Suriname.  Hij noemt dit één der betreurenswaardigste misbruiken die er nu nog bestaan.

Interessant is dat de schrijver door zijn verhalen heen vaak woorden uit het Sranantongo gebruikt. Hij schept op dat hij het Neger-Engels net zo goed te beheersen als de beste inboorling. Hij schotelt de lezer een zelfgemaakte samenspraak (dialoog) voor tussen een Europeaan en een vrij mulattenmeisje. Nagel heeft sowieso een hoge dunk van zichzelf. In één van zijn laatste brieven vraagt hij aan Z. wat zij van zijn ‘herinneringen’ vindt. Vervolgens raad hij haar aan om zijn teksten uit het hoofd te leren zodat zij zich in het bijzijn van deskundigen niet hoeft te vergissen.

Nagel komt tot de conclusie dat Suriname een land is waar men zeer wel kan wonen. Maar iemand die niet door omstandigheden gedwongen wordt doet er verstandig aan weg te blijven. Het vraagt iets van de lezer om alle racistische praat en opschepperij voor lief te nemen. In ieder geval lijkt het er op dat we hier uit eerste hand, d.w.z. van een ooggetuige, iets ervaren over het leven Suriname rond 1830.

Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Eine besonders merkwürdige Reise von Amsterdam nach Surinam. Bernhard Peters (1783).

01 Sunday Oct 2023

Posted by Carl Haarnack in 18th century books, Bibliotheca Surinamica, German books, Parbode

≈ Comments Off on Eine besonders merkwürdige Reise von Amsterdam nach Surinam. Bernhard Peters (1783).

Tags

Duits, German, plantages, Slavery, travel, West-Indies

Peters, Bernhard Michael: Eine besonders merkwürdige Reise von Amsterdam nach Surinam, und von da zurück nach Bremen, in den Jahren 1783 und 1784 : wobei die Reisen und Lebensgeschichte John Thomsons, eines Engländers, seines vertrauten Freundes und Reisegefährten auf der See / von Bernhard Michael Peters, einem Jeverländer. Bremen, 1783.

Dit boek behoort tot de zeldzamere titels uit de Surinaamse bibliotheek. We vinden het boek slechts in een beperkt aantal universiteitsbibliotheken. Bernhard Peters werd in Jever geboren (Oostfriesland/Duitsland). Hij reisde over land van Bremen naar Jever, via Osnabrück naar Zwolle en vandaar naar Amsterdam. Zijn plan was om in Amsterdam een schip te zoeken dat hem naar Riga zou brengen. In Amsterdam echter ontmoet hij een man die hem in een kroeg vertelt dat het hospitaal in Paramaribo op zoek is naar een apotheker. Peters had jaren als apotheker gewerkt in dienst van de Koning van Engeland. Dat hij Engels sprak was een extra reden waarom hij zeer geschikt werd geacht. Een vriend waarschuwde hem weliswaar dat hij moest oppassen dat hij zijn ziel niet zou verkopen. Andere vrienden die hij om advies vroeg wisten weinig tot niks over Suriname en konden hem niet adviseren. De man nam hem mee naar het West-Indische Huis in Amsterdam. Daar toonde Peters zijn getuigschriften en legde hij een mondeling examen over zijn apothekerskennis goed af. In 1783 reisde hij per schip naar Suriname. In zijn boek leren we veel over het leven in Amsterdam in die tijd en het verblijf aan boord van het schip.

Matthias Claudius. Buku Bibliotheca Surinamica collection.

Wij zijn natuurlijk zeer geïnteresseerd in wat Peters over het leven in Suriname te vertellen heeft. Peters getuigt van grote empathie voor de slavenbevolking. Zo schrijft hij dat de arme Afrikanen in hun land zijn geroofd. Ze worden als vee op schepen naar Suriname vervoerd en zien er dan vertwijfeld en angstig uit. Onder hen bevinden zich vele goede en trouwhartige mensen.

Over de inheemsen spreekt de auteur ook met grote achting. Het land behoort hen eigenlijk toe, zo schrijft hij. De Hollanders hebben vrede gesloten met de ‘indianen’ maar moeten hen wel jaarlijks geschenken brengen zoals jenever, messen, bijlen en koralen. In Paramaribo vindt men nog inheemse slaven die als gevangen aan de Hollanders worden verkocht.

Indianen uit Guyana. Door GiuliomFerrario (1831). Buku Bibliotheca Surinamica collectie.

Onze ooggetuige Peters had voor zes jaar dienst in Suriname getekend. Gaandeweg echter verslechterde zijn gezondheid. Er waren gezondheidsredenen waardoor iemand zijn diensttijd kon verkorten. In het geval van Peters stond het hem, gezien zijn goede staat van dienst, vrij eerder terug te keren. Al in 1784 keerde hij terug naar Amsterdam en vandaar huiswaarts naar Duitsland. Hij vestigde zich als apotheker in Bremen.  Anders dan vele reizigers voor én na hem lijkt Peters niet te putten uit verhalen die eerder in andere reisverhalen zijn beschreven. Zijn belevenissen lijken authentiek en echt gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Hij vertelt voortdurend over mensen die hij tijdens de reis en in Paramaribo ontmoet. Zo ontmoet hij een zoon van een predikant uit Jever die hij nog kende uit zijn jeugd. Deze man werkte als kantoorbediende voor de heer P. Van vele Europeanen en plekken die Peters ten tonele voert geeft hij ons alleen de eerste letter. We zijn natuurlijk bijzonder nieuwsgierig wie achter deze initialen schuilgaan. Daarmee krijgen we natuurlijk een beter inzicht in de mensen die in die tijd in Paramaribo rondliepen. Er bestaat een gerucht dat er in de Landesbibliotheek van Oldenburg een exemplaar van het boek van Peters te vinden is waarin in een oud handschrift niet alleen correcties zijn aangebracht maar ook de namen van alle personen en plekken worden prijsgegeven. De geschiedenis ligt voor het oprapen. Op naar Oldenburg!

Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

De levende afgod, of De geschiedenis van de kankantrieboom. Jan de Liefde (1891).

17 Sunday Sep 2023

Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Bibliotheca Surinamica, Children's Books, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on De levende afgod, of De geschiedenis van de kankantrieboom. Jan de Liefde (1891).

Tags

Dutch, Illustrated Books, plantages, religie, Slavery, travel

De levende afgod, of De geschiedenis van de kankantrieboom. Een verhaal met drie platen en omslag in kleurendruk. Jan de Liefde. Amsterdam, 1891.

Jan de Liefde werd in Haarlem op 1e kerstdag 1814 geboren. Kort na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Amsterdam waar zijn vader koster werd bij de Doopsgezinde Gemeente. Jan werd dominee in Woudsend. Vanaf 1839 werd hij godsdienstleraar in Zutphen. Hij ging zich bezig houden met evangelisatiewerk en schreef schoolboekjes met een christelijke signatuur. Hij woonde enige tijd in Londen en in Meurs (Duitsland). In 1856 richtte hij de Vrije Evangelische Gemeente op. De Liefde overleed op 6 december 1869.

Dit exemplaar is van de UB Amsterdam

Wanneer De Liefde deze novelle precies schreef is niet helemaal duidelijk maar de eerste melding vinden we in 1891 in een krantenadvertentie van Capadose, Vereeniging voor goedkope zondagsscholen. De auteur was toen al meer dan twintig jaar dood. In volgende jaren zouden er meer heruitgaven verschijnen. De auteur begint met een uiteenzetting over de Kankantrieboom. Vroeger stond er, zo begint hij, op iedere plantage zo´n boom. Die boom was mooier dan de andere bomen. De rechtop staande stam heeft een gelijkmatige dikte en diameter van 5 a 6 voet (een voet is 0,3048 meter). Ook de afgeronde kruin van de Kankantrie is van een buitengewone schoonheid. Men zou van deze boom gehouden hebben ware het niet dat hij door de ‘heidense negers’ godsdienstig werd vereerd. Hier toont De Liefde, vanwege zijn christelijke overtuiging, zijn afkeer tegen de boom. De slaven die op de plantage wonen zien de boom als hun beschermgod en brengen deze offers. Onder de boom vinden soms nachtelijke feesten plaats.

Litho van een Kankantri uit Benoit’s Voyage a Surinam (1839). Collectie Buku Bibliotheca Surinamica.

Het verhaal begint in 1699. De plantage eigenaar van een plantage aan de rivier C. (Commewijne?) besloot alle slaven, die net per schip van de Afrikaanse westkust naar Paramaribo waren gebracht, te kopen. Enkele van de slaven waren gewond geraakt bij een poging de bemanning van het slavenschip te overmeesteren. Die poging eindigde in een bloedbad. Op de plantage is er grote vreugde als de nieuwe slaven de Kankantrieboom ontdekken. Binnenkort zou er een feest gehouden worden op de plantage. De slaven namen een ritueel bad in de rivier. ’s Nachts kwamen zij bij de boom samen waar zij offers in de vorm van eten brachten. Ook vroegen ze de Kankantrie voor hen te zorgen en te voorkomen dat ze veel gestraft zouden worden.

Collectie UB Amsterdam

De Liefde heeft zich goed laten informeren over het culturele leven in Suriname want zijn kennis is meer dan oppervlakkig. Zo voert hij een Lukuman op en de Obiaman, die ook wel Tofruman wordt genoemd. Deze laatste kon op verzoek (en tegen betaling) liefde én haat tussen verschillende personen teweeg brengen. Het verhaal maakt een sprong naar het jaar 1750 waarin de slaaf Codjo wordt gemarteld en geradbraakt. Daarna volgt nog een sprong van vijftig jaar vooruit in de tijd. De eigenaar wil op de plek van de Kankantrie een voorraadschuur te bouwen. Hij vraagt aan de slaven op de plantage om daarin toe te stemmen. De boom blijft echter staan omdat een ‘negerpriester’ zich fel tegen de kap verzet. Rond 1850 als het christendom zijn intrede heeft gedaan op de plantage en hadden de ‘negers’ een ruw en wild leven ingeruild voor ‘Christelijke mildheid en zachtmoedigheid’. De slavenbevolking wordt gedoopt en de ‘leriman’ (zendeling) hakt de boom om. De auteur schrijft dat de lezers zich zullen verheugen dat de boom omgehakt is. Ik waag te betwijfelen of er vandaag de dag nog iemand is die het met hem eens is.

Dit boekje is bijzonder zeldzaam en in slechts in twee Nederlandse bibliotheken te vinden. Zelfs de Buku collectie beschikt helaas niet over een exemplaar.

Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Surinaamse herinneringen van Boer Thomas (1965).

17 Sunday Oct 2021

Posted by Carl Haarnack in 20th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Surinaamse herinneringen van Boer Thomas (1965).

Tags

Dutch, plantages

Surinaamse herinneringen van Boer Thomas. Door Ths. Waller. Paramaribo: 1965.

Normaliter bespreken we in deze rubriek alleen boeken die minimaal honderd jaar geleden werden gepubliceerd. Dit keer maken we een uitzondering op die regel. Etienne Thomas Louis Waller werd geboren in Paramaribo op 24 juli 1883. Hij was een zoon van Charles Henry Waller en Marie Dorothea Le Fevre die in 1883 in het huwelijksbootje stapten. Charles Waller was directeur van de cacaoplantage De Morgenster, gelegen aan de Beneden-Saramacca. Daarnaast was hij ook kapitein van de gewapende burgerwacht van dat gebied én districts-diaken van de Hervormde Kerk. Thomas Waller verliet vroegtijdig de school en begon als leerling in de Cultuurtuin. Vervolgens werd hij leerling-opzichter op plantage Susannaasdaal en daarna opzichter op Jagtlust. De eigenaar van plantage Geyersvlijt haalde Waller over om daar directeur te worden. Hij was toen slechts 24 jaar oud. Uiteindelijk werd hij eigenaar van de plantages Guadeloupe (Commewijne) en Catharina Sophia (Saramacca). Eerder, op 13 augustus 1908, was Waller in Paramaribo in het huwelijk met Edwina Louise Meinertz. In 1918 werd Waller gekozen als lid van de Koloniale Staten.

Thomas Waller

Het was de jeugdvriend van Waller, Frits Bruijning, die hem gestimuleerd heeft zijn ervaringen en gedachten aan het papier toe te vertrouwen. Het zijn juist de kleine alledaagse vertellingen en ervaringen, waaraan alleen de ouderen onder ons herinneringen bewaren, die dit boek zo interessant maken. Wie kent de verhalen van Arabonki, het ‘kalkwitte manneke’ van nauwelijks anderhalve meter, die een kistje met snuisterijen met zich meetorste die hij aan het publiek moest zien te slijten. Hij was misdeeld en werd voortdurend bespot en geplaagd. Hij kon zich alleen verdedigen door zijn arsenaal aan scheldwoorden in te zetten. Oudere Surinamers hadden soms medelijden met hem en wenkten hem naar het raam te komen en kochten wat bij hem. Bigi Dagoe, was een zwaar gebouwde man met een rare zeer luide stem. Als men in zijn nabijheid het geluid van een hond nabootste dan moest men rennen voor zijn leven. Bigi Dagoe werd een schulpentrapper genoemd, niet meer tot nut dan als aantrapper van de schelpen waarmee in die tijd de gaten in de straat werden opgevuld. Dergelijke verhalen over kleurrijke mensen in het straatbeeld in Paramaribo hebben doorgaans de archieven niet bereikt maar verdienen wel een plek in ons collectieve geheugen.

Thomas Waller leefde in een tijd dat het Sranan ook in Suriname als minderwaardig werd beschouwd. Hij noemt het Surinaams een schone taal maar, zo schrijft hij, de Surinamers beminnen haar niet. Zo leren we veel in onbruik geraakte woorden. Een ‘krabdinki’ is letterlijk een mooie jonge kip maar het werd ook gebruikt voor een mooie jonge vrouw. De bevalling van een jong creools meisje moet hij hoog water (vloed) plaatsvinden. Bij ‘falawatra’ (eb) komen er moeilijkheden. Daarom werd er iemand naar de platte brug gestuurd om te zien of ‘a watra koti keba’. Precies om twee uur, exact zoals de vroedvrouw had voorspeld, werd een stevige creoolse jongen geboren. De ‘koemba tité’ werd met het zaad van een vruchtboom in de grond begraven. Zelf heeft Waller, zo schrijft hij, jarenlang manja’s gegeten van zijn ‘koembaboom’ op plantage de Morgenster in Saramacca.

Plantage in Suriname aan de rivier

Waller vertelt ook dat hij na afloop van een voorstelling in Thalia achter de coulissen zijn oude tekenleraar G. Rustwijk ging begroeten. Rustwijk had de decors geschilderd voor de voorstelling. Hij was volgens Waller een veelzijdig man, een schilder, die door het lot niet de kans gekregen heeft om verder te studeren in Europa en daar naam te maken. Uit eerste hand krijgen van verhalen voorgeschoteld over o.a. ‘dede-oso’, ‘aitidé dede-oso’, ‘frijari-oso’, tropische ziekten, spookverhalen en ‘sneki-koti’.

Dit boekje, Surinaamse Herinneringen van Boer Thomas, werd in 1965 gepubliceerd en bestaat uit bewerkingen van artikelen die Waller in 1963 en 1964 in de krant schreef. Hij was toen al 82 jaar oud. Boer Thomas heeft vooral naam gemaakt als politicus die het belang van de groot-landbouw telkens benadrukte. In zijn ingezonden brieven in kranten, sommige rechtstreeks geadresseerd aan de gouverneur, pleitte hij hartstochtelijk voor verbetering van de watervoorziening in Suriname. Aan de verschrikkelijke droogte zoals die van 1911/1912 en die van 1925/1926 zou iets gedaan kunnen worden als er een degelijk waterreservoir gebouwd zou zijn. Als politicus kwam hij, vanwege zijn onversneden kritiek op het bestuur, regelmatig in aanvaring met politieke tegenstanders. Maar wie zijn boek leest en zijn optreden in de Staten bestudeerd kan niet anders dan tot de conclusie komen dat boer Thomas veel liefde voor Suriname en de Surinamers had.

Plantage in Suriname

Nu wordt het langzamerhand tijd dat zijn werk als chroniqueur over het leven in Suriname van het einde van de 19e eeuw tot midden jaren ’60 grotere bekendheid krijgt. Het boek is inmiddels meer dan 50 jaar oud en in vrijwel onvindbaar. In Nederland beschikken slechts een paar universiteitsbibliotheken over een exemplaar.
Etienne Thomas Louis Waller overleed op 26 juni 1966 op 82 jarige leeftijd. Hij werd begraven op Nieuw Lina’s Rust.


Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Jacques Salomon Samuels (1859-1939)

07 Saturday Apr 2012

Posted by Carl Haarnack in 20th century books, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on Jacques Salomon Samuels (1859-1939)

Tags

Judaica, Language, religie

Schetsen en typen uit Suriname. Jacq. Samuels. St. Rafael Boekhandel, Paramaribo z.j. [ca. 1944].

Jacques Salomon Samuels (1859-1939) was onderwijzer van beroep. Zo was hij schoolhoofd op Berlijn in het district Para. Maar hij werkte later ook als boekhouder en goudhandelaar in Paramaribo. Dit boekje bestaat uit een bundeling van artikelen die hij in 1904 schreef voor het dagblad De Surinamer aangevuld met stukken die hij rond 1924 schreef voor het blad De Periskoop. Het verscheen vijf jaar na zijn dood.

Jacques Salomon Samuels, zittend naast zijn vrouw Rozette Pinto. Staand van links naar rechts: dochter Estelle, dochter Betsy, zijn zuster Betsy Samuels( dus ook van Solomon Juda), en rechts de jongste dochter Mientje (Wilhelmina). De enige die ontbreekt op deze foto, die omstreeks 1912 is genomen, is Jules Samuels (1888- 1975). Hij zat op dat moment als officier van gezondheid bij het K.N.I.L. in Atjeh (collectie: mevr. Sonja Vetter-Samuels)

Samuels vertelt op een onderhoudende wijze over het alledaagse leven in Suriname in het laatste kwart van de 19e eeuw en de eerste decennia van de 20e eeuw. Zo vertelt hij in ‘Mijn eerste begrafenis’ over het heengaan van de moeder van zijn nêné:

“In het huisje lag op twee schragen de kist, waarin nêné’s moeder, en daarom heen stonden de zoons en andere bloedverwanten van de overledene, met op de borst gekruiste armen, gebogen hoofd en neergeslagen oogen, als in diep gepeins verloren.”

Dragers tillen vervolgens de kist het huis uit. Voor de kist loopt de lijkbezorger in gala. De dragers , in getal zijn allen in het wit gekleed en hebben hoge zwarte hoeden op, zg ‘brouwers’. Achter de kist lopen de bloedverwanten van het mannelijke geslacht, de oudste voor op, twee aan twee. Allen dragen een ‘bradihatti’ (brede hoed) waardoor de gezichten bijna niet te zien zijn. Dan volgen vrienden, buren en de vrouwen die allemaal in het wit gekleed gaan. De vrouwelijke bloeverwanten dragen als teken van rouw op hun hoofddoek een klein in vieren gevouwen servetje gespeld en houden hun handen in een witte omslagdoek verborgen.

Dan beschrijft Samuels de ‘markeer den pas’: “… bij elke brug of bij elken omzwaai, is eene gelijkmatige verwisseling der voeten als bij het loopen, zonder dat de voorwaartsche beweging volgt, of zooals Boer Teunis het zou uitleggen: ‘met kleine stappen loopen zonder dat je loopt’.

“Bij lieden uit de volksklasse wordt de lijkkist veelal op een baar gedragen, door een zestal mannen in het wit, (rouwkleur) met een zwarten hoogen of ronden hoed op. Een bedienaar der begrafenissen in rok gaat vooraf. De statie wordt gevolgd door eveneens in het wit gekleede vrouwen. Bij het omgaan van een hoek loopen de dragers in sleependen tred en schuiven met de voeten over den grond; volgens oeroude opvatting zou hierdoor de kwade geest worden verjaagd. Intusschen bleef het gebruik in zwang.” (Onze West in Beeld en Woord. Amsterdam: J.H. de Bussy, 1929)

Na acht dagen wordt er een dede oso gehouden. Er zijn veel gezichten te zien die niet op de begrafenis waren; ‘dédéhosotata’s’, piraten die elk sterfhuis bezoeken. Samuels noemt als voorbeeld ene Sjoeber, Pa Bréatora, Ba Sjaki en  Ba Priorie. De gasten worden rijkelijk voorzien van ‘gebakken koorn met pinda’, koek, chocola, koffie, brandewijn, jenever en likeur. Tussendoor worden anansitories verteld. Pas om vijf uur in de morgen wordt door de gasten afscheid genomen.

Jacq Samuels stamt uit een joodse familie en behoort tot de lichtgekleurde bovenlaag. Hij noemt zichzelf graag ‘bakra’. Een zeker elitarisme kan hem niet ontzegd worden, zeker als hij zaken beschrijft die niet behoren tot zijn ‘klasse’. Toch is hij voor ons een belangrijke chroniqueur van het gewone leven rond 1900.

Carl Haarnack

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

Voyage a la Guiane et a Cayenne (1789)

11 Sunday Mar 2012

Posted by Carl Haarnack in 18th century books, French books, Parbode

≈ Comments Off on Voyage a la Guiane et a Cayenne (1789)

Tags

flora & fauna, Frans Guyana, German, Illustrated Books, plantages, Slavery, West-Indies

Voyage a la Guiane et a Cayenne, fait en 1789 et années suivantes. Contenant une description géographique de ces contrées, l’histoire de leur découverte, les possessions et etablissemens des Français, des Hollandais, des Espagnols et des Portugais … Le climat, les productions de la terre, les animaux, les noms des rivières, leurs coutumes et le commerce … Les particularités les plus remarquables de l’Orenoque et du fleuve des Amazones. Des observations … Suivi d’un vocabulaire français et galibi … Par L….. M…. B…., armateur …1798  L’Éditeur in Paris (Louis Prudhomme).

In het diplomatieke verkeer in de 18e eeuw was niet het Engels maar het Frans de belangrijkste taal die adel en gegoede burgerij in Europa gebruikten. Ook voor literatuur en wetenschappelijke boeken was de Franse taal beslist geen uitzondering. Dit boek werd geschreven door Louis-Marie Prudhomme (1752 – 1830) die zijn carriere als bibliothecaris en boekbinder begon. Later werkte hij als uitgever en schrijver. Dat was in die tijd een gevaarlijk beroep waarvoor hij verschillende malen, vanwege het  revolutionaire klimaat in Frankrijk, in de gevangenis belande.

Louis-Marie Prudhomme

Het boek begint met een uiteenzetting over de flora en fauna van het gebied van de Guyana’s. Ook de leefwijze van de indianen die in het gebied tussen de rivier de Orinoco en de Amazone leven komt ruim aanbod. Het boek bevat een prachtige kaart van het gebied (met een inzet van Cayenne) en een aantal fraaie etsen. Voor ons is het natuurlijk interessant om te kijken wat de auteur over Suriname schrijft. Allereerst steekt hij de loftrompet over de Nederlanders. Zij hebben door het droogleggen van moerassen en het graven van kanalen voor vruchtbare gronden gezorgd. Ook de hele geschiedenis van de kolonisatie van Suriname wordt onder de loep genomen. Het bestuur van de kolonie vindt plaats vanuit Amsterdam waar een college bestaande uit magristraten van de stad Amsterdam, van de West-Indische Compagnie (WIC) en de familie van Sommelsdijk. Als een meester een slaaf de vrijheid wil schenken, zo schrijft Prudhomme, is hij verplicht een manumissiebrief (lettres de franchise) te kopen. Zonder dit document kan geen enkel zwart persoon christelijk onderricht krijgen, noch gedoopt worden. Ook moet hij zorgen dat de ex-slaaf een beroep leert zodat hij in zijn eigen onderhoud kan voorzien. Als een slaaf vader wordt dan laat hij zijn meester een naam uitkiezen; als het een meisje is dan beslist de meesteres. De Europese bevolkingsgroep definieert Prudhomme als die groep mensen die geboren is uit Europese vaders (!). Onder hen bestaat er een grote vrijheid die, volgens Prudhomme, in Frankrijk niet bestaat.

Dit boek is geen reisverslag maar is door de auteur samengesteld uit bronnen die hij in Europa geraadpleegd had. Toch behoort het tot de 18e eeuwse klassiekers over de Guyana’s en geeft ons inzage in het beeld van bijvoorbeeld indianen en de slavernij,  dat men in Europa voorgeschoteld kreeg. Tien jaar na publicatie verscheen er een Duitse vertaling: Reise nach Guiana und Cayenne, nebst einer Uebersicht der ältern dahin gemachten reisen …. Frankfurt, Anton Pichler, 1799.

Carl Haarnack

 

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...

De kanten zakdoek door E. Gerdes (1867)

18 Saturday Feb 2012

Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Children's Books, Dutch books, Parbode

≈ Comments Off on De kanten zakdoek door E. Gerdes (1867)

Tags

kinderboek, plantages, religie, Slavery

De kanten Zakdoek. Een verhaal uit den ouden tijd. door E. Gerdes. Leiden: A.W. Sijthoff, 1867.

Eduard Gerdes (1821-1898) was geboren in het Duitse Kleef maar verhuisde op jonge leeftijd naar Amsterdam. Hij werd opgeleid tot predikant en werkte onder de arme arbeidersgezinnen  op Kattenburg en Wittenburg. Gerdes behoorde samen met P.J. Andriessen tot de belangrijkste kinderboekenschrijvers van de 19e eeuw. De kanten zakdoek is één van zijn bekendste titels die honderd jaar na het verschijnen nog werd herdrukt.

Dit verhaal speelt ergens aan het eind van de 17e eeuw in een grote Nederlandse stad. De hoofdfiguur , Pieter van Delft, is een straatarm en moet bedelen en stelen om aan de kost te komen. Hij ziet hoe een rijke dame haar dure kanten zakdoek, met parels en gouddraad versierd, uit haar koets laat vallen. Pieter grist de zakdoek weg maar wordt door de knecht van deze mevrouw Van Polslagen in de kraag gegrepen. In plaats van hem over te dragen aan de schout besluit zij Pieter een kans te geven op het rechte pad te komen. Zelf heeft zij een zoon genaamd Julius, die niet wil deugen en die haar veel verdriet bezorgd. Ze brengt Pieter onder bij Saartje, een vroedvrouw, waar hij leert lezen en schrijven. Uiteindelijk neemt hij dienst op een schip. Achttien jaren verstrijken en Pieter is inmiddels kapitein op een schip dat in dienst van de Staten van Zeeland op West-Indië vaart. Hij laat even van zijn mannen op zoek gaan naar zijn weldoenster, mevrouw van Polslagen. Daarvan verneemt hij dat zij het grootste deel van haar vermogen aan haar zoon heeft opgeofferd en ergens in eenzaamheid haar laatste dagen slijt. Waar weet niemand.

Eduard Gerdes

Van Delft arriveert met zijn schip in Paramaribo. Nu wordt het voor ons pas echt interessant. Op dat moment was er op twee plantages een slavenopstand uitgebroken. Hij krijgt opdracht om met zestig van zijn manschappen naar de opstandelingen te gaan. Hij doet dat met tegenzin want hij weet ‘dat zij (de slaven, ch) hoofdzakelijk alleen door onmenschelijke wreedheden’ tot hun gewelddadigheden gekomen waren. Gerdes keurt de slavernij af en toont begrip voor de acties van de opstandige slaven. Voor zijn beschrijvingen van de slechte behandeling van de slaven put hij overduidelijk uit het werk van Stedman. Kapitein Van Delft arriveert net op tijd om de vrouw en kinderen van de plantage-eigenaar te ontzetten. Ook red hij het leven van de wrede blank-officier. Dit blijkt Julius van Polslagen te zijn, de zoon van de vrouw die Pieter van Delft gered heeft van de bedelstand. Na terugkeer in Nederland slagen Pieter en Julius er in mevrouw Van Polslagen te vinden.

De kanten zakdoek heeft een sterk moraliserende toon en is doorspekt met bijbel teksten. Hoewel Gerdes op basis van zijn geloof de slavernij verwerpt heeft hij duidelijk geen hoge pet op van de slaven. Ze praten gebrekkig en krom Nederlands (de slavin Sally: “Ik hare twee kinderen gevonden en gered heb.”). Ook in het anti-semitisme is niet van de lucht (… “daar waar kostbaarheden, parelen, juweelen, gouden en zilveren voorwerpen aan de meestbiedende ter veiling liggen, daar vindt de jood de ware negotie”). De kanten zakdoek is wel een boek dat gedurende meer dan honderd jaar lang beeldbepalend is geweest voor vele generaties jongeren.

Carl Haarnack

 

(www.dbnl.nl)

 

 

Share this:

  • Email a link to a friend (Opens in new window) Email
  • Share on Facebook (Opens in new window) Facebook
  • Share on X (Opens in new window) X
  • Print (Opens in new window) Print
Like Loading...
← Older posts
logo

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,024 other subscribers

Recent

  • Uit Oost en West. Vertellingen, versjes, geschiedenis, uitvindingen, rekenkundige voorstellen, raadsels. Door Oom Diederik (1880).
  • Aanteekeningen gehouden gedurende mijn verblijf in de West-Indiën. G. van Lennep Coster (1842)
  • Die Missionskinder. Ein Weihnachts und Neujahrsgeschenk. Joh. Linder (1841-1842)
  • De kleine reiziger door ons vaderland en onze buitenlandsche bezittingen. G. van Sandwijk/J.P. Lancel (1870)
  • De kultuur en de bewerking van het suikerriet.C.J. Hering (1858)
  • Gezigten uit Neerland’s West-Indien. G.W.C. Voorduin (1860-1862)
  • Beschrijving van de Nederlandse Troepen; kleding en bewapening. J. Teupken (1823-1826)
  • Drie maanden in de West. W. Wijnaendts Francken-Dyserinck (1913)
  • De dresiman aan het werk (1933)
  • Nenne Albertina. Anna Kersten-Van Calker (1925)
  • Aanteekeningen betrekkelyk de Kolonie Suriname. Van Heeckeren (1826)
  • Geschiedenis van Koenraad Waaghals (1823)

Koloniale Wereld Tentoonstelling Amsterdam (1883)

Wilhelmina van Eede

Categories

  • 17th century books
  • 18th century books
  • 19th century books
  • 20th century books
  • Bibliotheca Surinamica
  • Children's Books
  • Dutch books
  • English books
  • French books
  • Genealogie
  • German books
  • Indian diaspora
  • Italian books
  • Latin books
  • Law
  • medical
  • Parbode
  • Sranan Tongo Books

Paginas

  • Postcards from Suriname
    • Black in postcards
  • Albert Helman
  • Antiquariaat Buku
  • Bibliotheca Surinamica
    • Buku logo
    • Onzichtbaar erfgoed
    • OSO, tijdschrift voor Surinamistiek
  • Brand in Paramaribo
  • Chinezen in Suriname
  • De negerhut
    • Illustraties in vroege edities van Oom Tom
    • Oom Tom in andere talen
  • Duitsers in Suriname
  • Ebony in Suriname
  • Edgar Cairo
  • Een begrafenis
  • Ellen Ombre
  • Galerie Buku
  • Groeten uit Paramaribo
  • Heemstede en slavernij
  • Het Welvaaren van de Plantagie Wayamoe 
  • Indianen in Suriname
    • In de schaduw van de tijger
  • Indiase diaspora
  • Joanna & Stedman
  • Joden in Suriname
    • David Nassy’s “Furlough” and the Slave Mattheus
  • John Oudine (1916-2005)
  • Klassieke muziek
  • Les Habitants de Suriname
    • Les Indiens
    • Les Négres de Bois
    • Les Négres Sédentaires
  • Maurits Welle Collectie
  • Natalie Zemon Davis
    • Judges, Masters, Diviners: Slaves’ Experience of Criminal Justice in Colonial Suriname
    • Origins and uses of the creole languages in 18th century Suriname
  • R.D. Simons collectie
  • Silvia de Groot
  • Slaven aan het woord
  • Slavernij Verbeeld
  • Stereotype kinderboeken
  • Surinaamsche Mengel-poëzy
    • Annette de Vries
  • Suriname in Wolfenbüttel
  • Surinamica verzamelen
  • Swart in Nederland
  • Voedsel
  • Vrouwen van Suriname
  • Welkom bij Buku
  • Wilhelmus Dortants (1855-1906)
  • Winti

buku

abolitionism Add new tag artsenij binnenland boeroes British Guiana democratie Duits Dutch EBG English expedities feest fiction flora & fauna Frans Guyana French genealogie German geschiedenis handel hindu hugenoten Illustrated Books india Indianen jews Judaica jurisdiction katholieken kinderboek Koloniale Staten koloniale tentoonstelling kolonisatie kunst Language leger manumissie maps marrons medical muziek Onderwijs photos plantages poetry politiek reizen religie religion Slavery Stedman stedmania theater tijdschriften travel West-Indies
  • German books

Blog at WordPress.com.

  • Subscribe Subscribed
    • Buku - Bibliotheca Surinamica
    • Join 1,024 other subscribers
    • Already have a WordPress.com account? Log in now.
    • Buku - Bibliotheca Surinamica
    • Subscribe Subscribed
    • Sign up
    • Log in
    • Report this content
    • View site in Reader
    • Manage subscriptions
    • Collapse this bar
 

Loading Comments...
 

    %d