|
10.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 45/18 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht (Duitsland) op 29 oktober 2019 – Bondsrepubliek Duitsland/Telekom Deutschland GmbH
(Zaak C-794/19)
(2020/C 45/16)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij in Revision: Bondsrepubliek Duitsland
Verwerende partij in Revision: Telekom Deutschland GmbH
Prejudiciële vragen
Moet artikel 15 van richtlijn 2002/58/EG (1) in het licht van de artikelen 7, 8 en 11 en artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2), enerzijds, en artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 4 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, anderzijds, aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling volgens welke aanbieders van openbaar beschikbare elektronische-communicatiediensten verplicht zijn om verkeers- en locatiegegevens van de eindgebruikers van deze diensten te bewaren wanneer
|
— |
deze verplichting geldt zonder specifieke grond qua plaats, tijd of ruimte; |
|
— |
De volgende gegevens vallen onder de verplichting tot gegevensbewaring bij het aanbieden van openbaar beschikbare telefoondiensten – met inbegrip van het verzenden van tekst-, multimedia- of soortgelijke berichten alsook onbeantwoorde telefoonoproepen of niet tot stand gekomen communicaties:
|
|
— |
De volgende gegevens vallen onder de verplichting tot gegevensbewaring bij het aanbieden van openbaar beschikbare internettoegangsdiensten:
|
|
— |
de volgende gegevens mogen niet worden bewaard:
|
|
— |
locatiegegevens, dat wil zeggen de identificatiegegevens van de gebruikte cel, worden gedurende vier weken en de overige gegevens worden gedurende tien weken bewaard, |
|
— |
een doeltreffende beveiliging van de bewaarde gegevens tegen het risico van misbruik en tegen elke vorm van onbevoegde toegang is gewaarborgd, en |
|
— |
de bewaarde gegevens mogen alleen worden gebruikt ter vervolging van ernstige misdrijven en ter afwending van dreigende gevaren voor de gezondheid, het leven of de vrijheid van personen of voor de soevereiniteit van de federale staat of een deelstaat, met uitzondering van het aan de abonnee voor internetgebruik toegewezen internetprotocoladres, waarvan het gebruik is toegestaan in het kader van de vestrekking van abonneegegevens met het oog op vervolging van alle vormen van criminaliteit, afwending van gevaren voor de openbare veiligheid en de openbare orde en uitoefening van de taken van de inlichtingendiensten? |
(1) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB 2002, L 201, blz. 37), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG (PB 2009, L 337, blz. 11).