Douanerechten en -procedures bij uitvoer
Goederen uitvoeren uit de EU
De eerste stappen
Uw bedrijf opzetten
Om goederen uit te voeren, moet u als bedrijf in de EU gevestigd zijn. Bent u een niet-EU-ingezetene, dan hebt u een werkvergunning nodig met het recht om een zelfstandige handelsactiviteit uit te oefenen. De regels kunnen per land verschillen. Lees meer over het opstarten van een bedrijf. Zorg ervoor dat u over een btw-nummer beschikt.
Een EORI-nummer aanvragen
Een registratie- en identificatienummer van marktdeelnemers (EORI-nummer) is verplicht voor iedereen die goederen uitvoert, invoert of overbrengt in de EU. Het is uniek voor uw bedrijf en blijft onbeperkt geldig.
Om een EORI-nummer aan te vragen, kunt u terecht bij de nationale EU-douaneautoriteit van het land waar u gevestigd bent.
Uw goederen voorbereiden voor uitvoer
Uw goederen indelen
De code van het geharmoniseerd systeem (GS) identificeert uw product en bepaalt welke rechten, documenten of beperkingen van toepassing zijn. In de Taric-databank kunt u de juiste GS-code vinden en opzoeken welke maatregelen gelden.
Uitvoerbeperkingen controleren
De uitvoer van sommige goederen naar een specifiek land kan verboden zijn of gekoppeld zijn aan handelsovereenkomsten, nationale beperkingen of andere aandachtspunten. Enkele voorbeelden:
- levende dieren
- bedreigde diersoorten
- voeding en landbouwproducten
- gevaarlijke chemische stoffen
- geneesmiddelen en bepaalde stoffen onder toezicht
- wapens en munitie
- afval
- cultuurgoederen, met inbegrip van kunstvoorwerpen en antiquiteiten
- nagemaakte of door piraterij verkregen goederen.
Controleer of u een uitvoervergunning nodig hebt via de Taric-databank of neem contact op met uw nationale douaneautoriteit. Zelfs als de EU de uitvoer van uw product toestaat, kunnen er beperkingen gelden in het land waarin u wilt invoeren — ga na welke regels mogelijk van toepassing zijn via Mijn handelsassistent.
Waarschuwing
De EU heeft verschillende handelsovereenkomsten met landen over de hele wereld. Die voorzien in stabiele en voorspelbare regels omtrent invoer, non-discriminatie van goederen uit de EU en vlottere uitvoermogelijkheden.Handelsdocumenten opstellen
Incoterms (bv. EXW, FOB, CIF, DDP) geven aan wie verantwoordelijk is voor de verzending, de verzekering en de inklaring. Kies de juiste Incoterm en vermeld hem in uw verkoopcontract en factuur om verwarring en juridische problemen achteraf te voorkomen.
Om te kunnen profiteren van een EU-handelsovereenkomst, hebben uw goederen mogelijk een bewijs van preferentiële oorsprong nodig, zoals:
- een door de nationale douaneautoriteit afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en , dat de oorsprong van de goederen in het kader van een vrijhandelsovereenkomst bevestigt
- een attest van oorsprong (voor via het REX-systeem geregistreerde exporteurs).
Het systeem van geregistreerde exporteurs (REX) biedt toegelaten exporteurs de mogelijkheid tot zelfcertificering van de oorsprong door een verklaring op de factuur of de vervoersdocumenten toe te voegen. Er is dan geen EUR.1-certificaat nodig. Dat systeem wordt gebruikt voor handel met specifieke landen en vereist registratie bij uw nationale douaneautoriteit om een REX-nummer te bekomen.
Aangifte inzake veiligheid en beveiliging bij uitvoer
Vóór u uw goederen uitvoert, moet u een elektronische douaneaangifte inzake veiligheid en beveiliging (vóór vertrek) indienen. Meestal gebeurt dat als onderdeel van de aangifte tot uitvoer. Zo niet, dan moet de vervoerder (bijvoorbeeld het door u gekozen vervoersbedrijf) ervoor zorgen dat de summiere aangifte bij uitgaan (EXS) wordt ingediend bij de douaneautoriteit wanneer de goederen de EU verlaten (ook bekend als het douanekantoor van uitgang).
De aangifte tot uitvoer indienen
Voor de producten die u wilt uitvoeren uit de EU moet u bij uw nationale douaneautoriteit een douaneaangifte indienen voordat zij de EU zullen verlaten. Meestal gebeurt dat via een elektronisch geautomatiseerd uitvoersysteem. Die aangifte tot uitvoer omvat:
- de GS-code, de douanewaarde en de hoeveelheid
- de factuur en vervoersdocumenten (met inbegrip van een inventarislijst)
- de btw- en uitvoergegevens
- certificaten of uitvoervergunningen.
De procedure verloopt in twee stappen:
- De aangifte tot uitvoer wordt ingediend bij het douanekantoor van het land waar de goederen worden verpakt of geladen voor uitvoer of waar u als bedrijf gevestigd bent. Dat wordt het douanekantoor van uitvoer genoemd. De goederen worden daar ook aangeboden.
- Vervolgens worden de goederen aangeboden bij het douanekantoor van de plaats waar zij de EU zullen verlaten (bijvoorbeeld de zeehaven of luchthaven). Dat wordt het douanekantoor van uitgang genoemd. Daar onderzoeken de douaneambtenaars de goederen op basis van de van het douanekantoor van uitvoer ontvangen informatie. Ook wordt er nagegaan of de goederen overeenstemmen met wat is aangegeven. Vervolgens houdt het douanekantoor van uitgang toezicht op het fysieke vertrek van de goederen uit de EU.
Waarschuwing
Het is mogelijk om een expediteur of douane-expediteur in te schakelen. Dat kan het proces vereenvoudigen, vooral voor kleine bedrijven of complexe zendingen.Uw gegevens bijhouden
Zodra u uw producten heeft uitgevoerd, bent u wettelijk verplicht alle daarmee verband houdende documenten te bewaren, waaronder:
- handelsfacturen
- douaneaangiften
- vervoersdocumenten
- uitvoervergunningen of -certificaten
- bewijzen van oorsprong (EUR.1 of REX).
Die moet u minstens 3 tot 10 jaar bewaren, afhankelijk van de regels in het EU-land waar u gevestigd bent.
Praktijkverhaal
Maria’s eerste exportervaring
Maria runde een kleine olijfoliezaak in het zuiden van Griekenland. Toen ze een bestelling
kreeg van een voedselimporteur uit Japan, zag ze een kans om voor het eerst zaken
te doen buiten de EU.
Ze registreerde zich voor een EORI-nummer en vergewiste zich ervan dat er voor de
uitvoer van olijfolie geen beperkingen waren. Met de hulp van een expediteur regelde
zij de indeling van haar product onder de juiste GS-code en won zij informatie in
over verlaagde invoerrechten in het kader van de handelsovereenkomst tussen Japan
en de EU. Omdat zij al in het REX-systeem was geregistreerd, kon Maria eenvoudigweg
een attest van oorsprong aan de factuur toevoegen — er waren geen extra certificaten
nodig. De aangifte tot uitvoer werd elektronisch ingediend en haar goederen werden
probleemloos uitgeklaard in de haven van Piraeus. Enkele weken later kwam haar olijfolie
aan in Osaka. De zending werd vlot ingeklaard, de koper bespaarde op de tarieven en
Maria was nu officieel een exporteur.