(Fragmenten uit een dooppreek gehouden in de Veertigdagentijd.)
Wanneer Jezus op Palmpasen Jeruzalem binnen is gegaan, in het besef dat nu het lijden op hem afkomt, roept hij in Johannes 12 zijn leerlingen op hem daarin te volgen.
Wij moeten bereid zijn om net als hij ons leven op te geven, door als een graankorrel in de aarde te vallen en te sterven en zò vrucht voort te brengen. Wanneer wij er niet op gericht zijn ons leven te behouden, zullen wij het eeuwige leven ontvangen.
Dietrich Bonhoeffer is een theoloog die veel heeft nagedacht over dat volgen van Jezus. Vandaag is het 75 jaar geleden, dat hij op 39-jarige leeftijd in het concentratiekamp Flossenburg door de nazi’s vanwege hoogverraad werd opgehangen. Daaraan voorafgaand bracht hij 2 jaar in een Berlijnse gevangenis door.
In zijn gevangenistijd schreef hij in veel brieven over wat het betekent christen te zijn in een wereld waarin het kwaad oppermachtig is, zoals toen in Duitsland onder de regime van Hitler.
Wanneer in 1933 Hitler aan de macht komt, dreigen ook de kerken door het nationaal-socialisme te worden ingekapseld. Bonhoeffer is een van de leiders van de ‘Bekennende Kirche’, die grotendeels ondergronds de strijd aanbindt.
In 1935 wordt hij rector van een seminarie, waar jonge theologen een opleiding krijgen en gevormd worden om tegenwicht te bieden tegen de invloed van het nationaal-socialisme. Ook al weten ze dat ze risico lopen geen aanstelling in de kerk te zullen krijgen. In deze periode schrijft Bonhoeffer één van zijn beroemdste boeken ‘Navolging’ en werkt hij aan een ethiek.
Vanaf 1940 draagt hij onder het mom van contra-spionage bij aan het verzet en bereidt hij samen met anderen uiteindelijk een aanslag voor op het leven van Hitler. In maart 1943 wordt hij gevangen genomen en op 9 april 1945 op bevel van Hitler zelf ter dood veroordeeld.
Jezus volgen betekende voor Bonhoeffer geen compromissen sluiten met het nationaal-socialisme. Het betekende in verzet gaan, met de kans om zijn leven daardoor te verliezen. Daarin was hij een voorbeeld en inspiratiebron voor anderen.
Vlak voordat hij de galg opstapt, knielt hij neer en zijn stil gebed is zo aangrijpend, dat iedereen die dat zag, zelfs zijn beulen, ervan onder de indruk waren. Zijn laatste woorden zijn: ‘Dat is het einde – voor mij het begin van het leven’.
De oorlogstijd waarin Bonhoeffer leefde is een andere als vandaag en toch zijn er veel overeenkomsten.
Bonhoeffer peilde als geen ander hoe sterk de secularisatie en het leven zonder God de samenleving beïnvloedde. Hij zag hoe mensen, – tot zelfs in de kerk toe -, betoverd en ingepakt werden door de filosofie van het nationaal-socialisme.
Hij merkte dat het onderscheidingsvermogen om te bepalen wat goed en wat kwaad is, in grote mate aangetast werd. Dat mensen een willoos instrument waren, in staat tot alle kwaad, zonder dat zij het zelfs ook maar als kwaad onderkenden.
In mei 1944, wanneer hij al een jaar in de gevangenis zit, schrijft hij een doopbrief, gedachten bij de doop van het zoontje van zijn beste vriend en zijn oudste nichtje, van wie hij de peter is geworden en die naar hem vernoemd is. Daarin typeert hij het leven van de christen in onze tijd als het leven in ballingschap, een leven onder het oordeel van God.
Hij erkent dat de kerk in Duitsland onder het nationaal-socialisme de basiswoorden van het christelijk geloof, zoals verzoening, verlossing, wedergeboorte en Heilige Geest, de liefde voor de vijand, kruis en opstanding, het leven in Christus en de navolging van Christus niet geloofwaardig heeft weten uit te leggen. Dat de kerk niet in staat is geweest het verlossende woord aan de wereld en aan de mensen te brengen. Dat die woorden hun kracht verloren hebben en langzaam verstomd zijn.
Wat nu voor de christenen overblijft zijn twee dingen: bidden en onder de mensen het goede doen. Wil je vandaag die kernwoorden van het christelijk geloof opnieuw stem geven, dan zal het moeten gaan vanuit een houding van gebed en van rechtvaardigheid betrachten.
Je kunt van de schets van onze tijd moedeloos worden, – onze samenleving leeft inderdaad zonder God -, als je Bonhoeffers woorden echter diep tot je door laat dringen, ontdek je daarin toch ook hoop en vertrouwen voor de toekomst. Niet omdat wij christenen zelf zo overtuigend zullen zijn, maar omdat hij vertrouwt op de beloften van God.
Bonhoeffer baseert zijn hoop op de woorden van Jeremia, die het volk in ballingschap oproept om God te bidden om vrede voor de stad Babel en het goede voor die stad te zoeken. Door de dood in ballingschap heen, zal God zijn volk nieuw leven schenken. Hij zal een keer brengen in het lot van zijn volk. En dan zullen de volken rondom beseffen dat het God is, die zegen op het leven zal schenken.
Navolging van Christus is meer dan geloof in hem alleen! Het vergt een blijvende vorming van je geloof. Het spreekt niet vanzelf dat je onderscheiden kunt tussen goed en kwaad. Dat je weet welke keuzes je in het leven moet maken. Dat moet je leren. Bonhoeffer verwijst naar Psalm 111: ‘Ontzag voor de HEER is het begin van de wijsheid, leven naar zijn onderricht getuigt van goed inzicht’.
Dat is de weg ook voor ons vandaag. Elkaar helpen om in die sfeer van ontzag voor God te leven. God wil met zijn Geest in ons wonen en ons leiden en dat doet hij doordat wij ons zijn woord eigen maken.Via zijn woord, dat wij in de bijbel opgetekend vinden, gaat hij met ons mee.
Als wij de bijbel dichtlaten en het ons niet meer lukt om ons die woorden ons eigen te maken, dan hoef je niet vreemd op te kijken, wanneer het ook niet meer lukt om de kernwoorden van het christelijk geloof in ons leven tot klinken te brengen. Dat is het begin van de secularisatie in ons eigen leven.
Datzelfde geldt ook voor het gebed. Voor ons als christenen is het blijvende contact met God in het gebed levensnoodzakelijk om het geloof te voeden. Maar bidden en stil zijn voor God, dat gaat niet vanzelf. Dat vraagt tijd, oefening en voorbeelden van inspiratie.
Zo geloven betekent je leven uit handen geven. Niet voor jezelf iets bijzonders nastreven, maar de Geest in je leven laten werken, zodat in jouw leven de gestalte van Christus zichtbaar wordt. Dat je de houding van Christus, de manier waarop hij in het leven stond, je eigen maakt en zo er op gericht bent om in je daden en in je spreken de ander recht te doen.
Op Johannes 12 volgt Johannes 13, de geschiedenis van de voetwassing, waar Jezus zegt: ‘Ik heb een voorbeeld gegeven: wat ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook doen.’
Jezus werd mens, zodat wij weer echt mens zouden worden. Wij moeten die nieuwe mens aantrekken, aan ons eigen ego afsterven, en net als Christus hier op aarde ons leven leiden: onder een open hemel, in het vertrouwen dat God zelf ons door Zijn Geest tot onze bestemming laat komen: als zijn kind voor Hem te leven en te spelen.
Door zo ons geloof te laten vormen, als uitwerking en verdieping van onze doop, zullen we in staat zijn om de basiswoorden van het geloof opnieuw te laten klinken.
Uit het verlies van ons leven, zal de winst van het leven met God geboren worden.