Effata, open je!

Overdenking in de Vesperdienst van de Plantagekerk Zwolle op zondag 30 augustus 2020 bij de evangelielezing van Marcus 7:31-37 op de 12e zondag na Trinitatis.

Tekst: Jesaja 32: 3-4

3  Ogen zullen niet langer blind zijn, oren luisteren weer aandachtig; 4 de onbezonnen geest verwerft kennis en inzicht, de tong van stotteraars spreekt vloeiend en vlot.


Overdenking

Voor ons als hoorders en lezers van de bijbel blijft het altijd de uitdaging om je door een tekst te laten aanspreken en die werkelijk je leven binnen te laten komen. In de christelijke traditie worden ons daar verschillende methoden voor aangereikt. Lectio divina is er een van: in vier rondes ga je dan langs de tekst.

Vanmiddag wil ik op een andere wijze dat proces van aangesproken worden stimuleren. In deze overdenking ga ik, iedere keer vanuit een ander perspectief, in drie ronden langs de tekst. Na de overdenking zullen wij tenslotte de tekst als bezinningsmoment op muzikale wijze tot ons laten spreken, door te luisteren naar een fragment uit de cantate die Johann Sebastian Bach bij dit evangelieverhaal heeft geschreven. 

1.   De genezing

In de eerste ronde nodig ik je uit om je voor te stellen, dat jij die dove bent, die bij Jezus wordt gebracht. Je bent opgegroeid door te kijken, door te voelen, door te proeven. Je kunt je stem gebruiken, maar er vormen zich geen woorden, alleen maar onverstaanbare klanken.

Voor communicatie met de mensen om je heen ben je op andere middelen aangewezen dan woorden. Duidelijk maken wat je bedoelt, dat doe je door de dingen aan te wijzen, ze aan te raken, en door met je lichaam je emoties zichtbaar te maken: pijn, vreugde, boosheid en verdriet.

Zo heb je je de wereld eigen gemaakt. Met andere zintuigen dan je oren en je stem. Al experimenterend en door na te bootsen wat de anderen deden, heb je geleerd het leven te leven en geleerd om met de mensen samen te leven. Maar uiteindelijk blijf je op jezelf aangewezen en zit je grotendeels opgesloten in je eigen wereld.

Ik weet niet, wat voor plek jij daar in die samenleving zou hebben. Maar kun je je voorstellen, dat je er dan naar zou verlangen om anders te worden, om te horen en te spreken? Of zou het zo zijn, dat je het niet kunnen horen en spreken je zo eigen hebt gemaakt, dat je er niet naar taalt om te horen en te leren spreken?

Ik weet het niet, want het zijn de mensen die je bij Jezus brengen en Hem vragen of hij jou de handen op wil leggen. Mensen die zozeer op je betrokken zijn, dat ze smeken of Jezus je wil genezen.

En Jezus geneest je op een heel persoonlijke manier. Hij neemt je apart, en bereidt je voor op wat hij gaat doen. Hij steekt zijn vingers in je oren en raakt met zijn speeksel je tong aan, hij kijkt vervolgens omhoog en spreekt al zuchtend een intens gebed uit en zegt dan tegen jou: Effata! Open je!

En dan gebeurt het wonder: je kunt horen en spreken. Er is wederzijds contact mogelijk, de communicatie komt op gang. Met je oren kan je intensief luisteren en met je tong kun je vloeiend en vlot spreken. De communicatie tussen jou en de wereld kan zich nu echt verdiepen.

En de omstanders die het beseffen, zijn er zo van onder de indruk, dat ze uitroepen: ‘Zelfs doven kunnen horen en stommen kunnen spreken!’

2.   Vervulling van de profetie

Daarmee kom ik bij de tweede ronde. Want die uitroep: ‘zelfs doven kunnen horen en stommen kunnen spreken’ gebruikt de evangelist als een soort refrein dat we vaker tegenkomen wanneer hij vertelt over de genezingen die Jezus verricht. Daarmee plaatst hij de genezingen in een breder perspectief en helpt hij ons om deze genezingsverhalen te duiden en met onze eigen leefwereld te verbinden.

In deze refreinen klinkt het besef door dat Jezus meer is dan een wondergenezer. Zijn genezingen zijn een teken, dat hij degene is die door de profeten beloofd werd en naar wie volk Israël uitkijkt. Jezus is de Messias. Nu breekt de messiaanse tijd aan: God zal komen wonen bij zijn volk en zij zullen zijn heiligheid erkennen en respecteren.

Wanneer je zo de profetie naast het evangelie leest, dan mag je beseffen dat ook jij mag delen in deze nieuwe werkelijkheid. Tegelijk functioneren de refreinen ook als een oproep om in die werkelijkheid gaan te leven. Hoe vaak lezen we in het evangelie niet de woorden van Jezus: ‘Laat wie oren heeft, goed luisteren!’

Wil je je oren gebruiken als Gods woord naar je toe komt? In de tijd van Jesaja verwijt God het volk dat het blind en dat het doof is. Dat ze weigeren om naar de profetie te luisteren. Ja, dan is het niet gek zegt Jesaja dat zijn woorden zijn als de tekst van een verzegeld boek, die ze niet kunnen lezen. Wanneer het volk God slechts met de lippen eert en Hem naar de mond probeert te praten, terwijl hun hart ver bij Hem vandaan is, en wanneer hun doen slechts plichtsbetrachting, omdat het altijd zo hoorde, dan is het ook niet gek dat ze blind zijn voor wat de juiste richting voor hun levensweg is.

En tegelijk is het verrassende van de profetie, dat God aankondigt dat hij die blindheid en die doofheid van zijn volk wil genezen. Dat hij de machten van de duisternis zal ontmaskeren en hen de macht zal ontnemen. En zo zien we Jezus de strijd met de machten van de duisternis aanbinden, wanneer hij onreine geesten en demonen uitdrijft en de mensen geneest.

Wanneer wij nu het verhaal van de genezing van de dove en de reactie van de omstanders lezen, dan is dat voor ons een teken dat God zelf er voor zal zorgen dat hij hun gehoor zo zal herstellen, dat zij weer aandachtig zullen luisteren naar zijn onderwijs en dat de ogen van zijn volk niet langer blind zullen zijn voor Zijn werkelijkheid.

En dat niet alleen: de hele wereld zal de ogen geopend worden, want de genezing van de dove vindt plaats in Dekapolis, in heidens gebied buiten Israël. God zelf zal de woorden van de profetie in vervulling laten gaan, dat onze onbezonnen en onnadenkende geest kennis en inzicht zal verwerven, zodat onze tong en onze mond vloeiend en helder het goede zullen spreken. Want God wil dat wij mensen weer zullen functioneren, zoals Hij dat bij de schepping bedoeld heeft.

3.   In onze leefwereld

En daarmee zijn we bij de derde ronde gekomen, bij het hier en nu. Want wij, mensen van de 21e eeuw, zijn het die, – net als de dove man -, bij Jezus gebracht moeten worden.

Wij die door de 18e-eeuwse Verlichting heen zijn gegaan en gepokt en gemazeld zijn in het moderne wetenschappelijk wereldbeeld, wij zijn doof geworden voor de stem van God. Omdat wij zijn opgegroeid in een wereld, waarin het vanzelfsprekend is dat God slechts een projectie is van ons menselijk denken, een illusie waar geen werkelijkheid aan beantwoordt.

Wij, mensen van deze tijd, zijn het die slechts op gebrekkige wijze over God kunnen spreken, omdat wij zo opgesloten zijn in onze eigen werkelijkheid, dat wij het contact met God zijn kwijtgeraakt.

Daarom hebben wij het nodig, dat Jezus ons tegemoet komt en ons persoonlijk ontmoet. Dat hij onze oren opnieuw vormt en herschept, zodat wij Gods stem zullen onderscheiden tussen alle stemmen die ons leven binnenkomen.

Daarom hebben wij het nodig, dat hij met zijn genezende levenskracht onze tong aan zal raken, zodat vanuit ons hart en uit onze mond de goede woorden zullen klinken. Dat hij voor ons bidt en ons in de nabijheid van zijn Vader brengt. En dat hij ons aanspreekt en tegen ons zegt: Effata, open je!

Vanuit onze werkelijkheid zullen wij de brug niet kunnen slaan. God zelf zal door zijn Geest ons moeten vernieuwen en herscheppen.

Hoor hem nu via het evangelie jouw leven binnenkomen. Merk op je dat je oren op de woorden van God gericht worden. Ervaar dat Zijn Geest jouw hart zoekt en je tong wil bewegen om het goede te spreken.Besef dat Jezus jou in Gods nabijheid brengt. En hoor zijn bevel: Effata! Ga open!

Laat God jouw bestaan openen! Leef in Zijn werkelijkheid! Amen.

Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Zingen: Sela – God is in ons midden 
  3. Gebed
  4. 1e lezing: NBV Jesaja 29:11-14a en 29:17-19
  5. Zingen: GK Psalm 146 : 4 en 6
  6. 2e lezing: NBV Marcus 7: 31-37
  7. Zingen: Opwekking Lied 187 – Open mijn ogen
  8. Meditatie over NBV Jesaja 32:3-4 
  9. Luistermoment: BWV 35: https://www.youtube.com/watch?v=2Xp5tzWq6pU (v.a. 20:57
    1. nr. 6. Recitatief – Ach, starker Gott, laß mich doch dieses stets bedenken
    2. nr. 7. Aria  – Ich wünsche nur, bei Gott zu leben
  10. Gebeden
  11. Zingen: Psalm Project Psalm 139 – Heer, die mij ziet zoals ik ben
  12. Zegen

Tekst BWV 35 ‘Geist und Seele wird verwirret’

6. Recitatief

Ach, starker Gott, laß mich doch dieses stets bedenken, so kann ich dich vergnügt in meine Seele senken. Laß mir dein süßes Hephata das ganz verstockte Herz erweichen; ach, lege nur den Gnadenfinger in die Ohren, sonst bin ich gleich verloren. Rühr auch das Zungenband mit deiner starken Hand, damit ich diese Wunderzeichen in heilger Andacht preise und mich als Kind und Erb erweise.

7. Aria

Ich wünsche nur, bei Gott zu leben. Ach! Wäre doch die Zeit schon da! Ein fröhliches Halleluja mit allen Engeln anzuheben! Mein liebster Jesu, löse doch das jammerreiche Schmerzensjoch und laß mich bald in deinen Händen mein martervolles Leben enden!