Naakt en machteloos

[ Artikel op http://www.gereformeerdkerkblad.nl d.d. 30 maart 2021]

In de Van Dale staat bij het woord knevelen als betekenis: 1. met touwen binden, 2. onderdrukken, afpersen. Etymologisch is knevelen ‘vastbinden met een knevel,’ waarbij een knevel een stokje of een dwarshout is dat je in de knoop van de touwen steekt, zodat die knoop niet los zal raken. Maar de bedoeling is duidelijk. Door iemand de handen vast te binden maak je hem machteloos, omdat hij niet in staat is zichzelf te bevrijden. Ook is er een verband tussen knevelen en ‘de mond snoeren.’ Oorspronkelijk is een knevel namelijk de korte, dikke stok die een dier in de bek wordt gelegd, zodat het geen geluid kan geven.

Deze week is de Stille Week, waarin Jezus de mond zal worden gesnoerd. Drie jaar heeft hij openlijk de boodschap van het Koninkrijk van God verkondigd. Hij oefende op het gewone volk een grote aantrekkingskracht uit. Maar voor de geestelijke leiders is zijn optreden een doorn in het oog, want tegenover hen neemt hij geen blad voor de mond. Wanneer Jezus voor de viering van het Pesach naar Jeruzalem komt, is voor hen de maat vol. Zijn intocht met ‘Hosanna’-geroep als was hij de Messias, het wegjagen van de veeverkopers en de geldwisselaars van het tempelplein, de discussies met hem waarin zij hun gezicht verliezen. Nu grijpen ze elke mogelijkheid aan om hem definitief monddood te maken.

In de nacht van donderdag op vrijdag wordt Jezus gearresteerd en vastgebonden. Machteloos moet Jezus zich de machtsspelletjes van de geestelijke leiders en de wereldlijke overheid laten welgevallen. Tegelijk kiest hij ervoor om zich niet te verzetten, zich zijn vrijheid te laten ontnemen en zich de mond te laten snoeren. ‘Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open,’ (Jes. 53:7).

Zo hangt Jezus aan een kruis. Vastgespijkerd aan handen en voeten kan hij zich niet meer bewegen. Zijn kleren zijn hem afgenomen, openlijk en schaamtevol wordt hij te kijk gezet, volkomen naakt en machteloos.[1]

In het lied ‘Hoe zal ik u ontvangen’ klinkt in het 4e couplet ‘‘k Lag machteloos gebonden: Gij komt en maakt mij vrij! Ik was bevlekt met zonden: Gij komt en reinigt mij!’ Wij associëren die gebondenheid met de schuld van onze zonden, waarvan wij door Christus bevrijd worden. Ook in het klassieke Avondmaalsformulier wordt het lijden en de kruisiging van Christus vooral verbonden met Gods vrijspraak van schuld.

Afgelopen weken las ik het boek ‘Verwondering’ van Marianne van Wageningen.[2] Van binnenuit beschrijft zij wat voor impact seksueel geweld op haar leven heeft. Die vijf minuten dat zij verkracht werd, leidden tot jarenlange schaamte- en schuldgevoelens. Wat mij raakte is dat op het moment dat zij die intense pijn en diepe machteloosheid ervoer en niet in staat was om haar mond open te doen of haar stem te verheffen, het kijken naar het kruis haar daardoorheen hielp. Het kruis, waar zij in al haar eigen naaktheid en schaamte aan dacht, terwijl de dader zijn machtswellust op haar botvierde. Het besef van de naaktheid en de machteloosheid van Jezus aan het kruis was na jaren ook het begin van de troost, die God haar schonk.

De kracht van het kruis op Golgota is niet alleen van betekenis voor de bevrijding van de schuld en zonde die wij tegenover God opgebouwd hebben, maar wil ook letterlijk bevrijden van de schaamte en de effecten van het kwaad dat slachtoffers van (seksueel) geweld is aangedaan.


[1] Zie de Crucifix van Michelangelo in de Basilica Santo Spirito te Florence

[2] Marianne van Wageningen, Verwondering. Hoe God wil troosten na seksueel geweld, Heerenveen: Uitgeverij Groen, 2021.

Verkiezingsuitslag: wie maakt er verschil in deze wereld?

Vorige week waren de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De uitslag leek al een aantal maanden vast te staan: de VVD zou weer de grootste worden, en ook de goede score van populistische partijen als PVV, FvD en JA21 was niet onverwacht. Toch was ik wat overrompeld en teleurgesteld, toen ik de exitpolls en later de uitslagen zag.

[ Artikel op http://www.gereformeerdkerkblad.nl d.d. 25 maart 2021 door Anne-Maaike Pathuis ]

Bij het bepalen van de partij van mijn keuze waren de belangrijkste zaken dat de partij een hoge prioriteit aan klimaatbeleid geeft en een humaan vluchtelingenbeleid voorstaat. Naïef? Idealistisch? Ik denk het niet. Wat betreft het klimaat: Volgens mij gaat de groei van onze wereldeconomie – hoe positief die voor ons als westerlingen ook uitpakt – ook al jarenlang ten koste van de natuur en het klimaat. Er moet nú beleid gemaakt worden om klimaatverandering en haar gevolgen te voorkomen en in te perken, het is 2 voor 12.

Een humaan vluchtelingenbeleid heeft voor mij te maken met het besef dat we de aarde en onze woonplek van God hebben gekregen, niet om die voor onszelf te claimen maar om er zo goed mogelijk voor te zorgen. Ik denk dat de meeste vluchtelingen niet vluchten omdat ze zo graag ergens anders willen wonen, hun thuisland is immers hun thuis. Toch wordt hun woonplek steeds onveiliger door oorlog, vervolging en – ook! – klimaatverandering. Vluchtelingenbeleid is ingewikkeld, daar ben ik me van bewust, maar volgens mij is er niets dat rechtvaardigt dat we vluchtelingen in het Middellandse Zeegebied in kampen met weinig en slechte voorzieningen stoppen.

Dat uitgerekend de VVD en een aantal populistische partijen – waar een humaan vluchtelingenbeleid en klimaatbeleid niet bovenaan de prioriteitenlijst staan – goed scoorden tijdens de verkiezingen, was dus teleurstellend voor mij. Er was echter geen tijd om lang te zwelgen in teleurstelling, want ik was bezig met de voorbereiding van een kerkdienst. In de tekst voor de preek ging het over verschil maken en belangrijk zijn, naar aanleiding van Jezus’ uitspraak: “Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn” (Matt. 20:26-27).

Jezus’ uitspraak is allereerst uitdagend, omdat het niet gemakkelijk is om altijd dienstbaar en de minste te zijn. Toch is het in het licht van de verkiezingen ook een bemoedigende uitspraak. Waar ik even het gevoel had dat mijn stem niet was gehoord tijdens de verkiezingen, dat die te weinig invloed zou hebben op het beleid van de komende jaren, is dat dus ook niet wat het zwaarste hoeft te tellen in het leven van een gelovige. Ik ben geroepen om anderen te dienen, en omdat ik niet in de politiek zit, probeer ik dat – vanuit mijn idealen – op een kleinere schaal te doen. Mijn ideaal is een humaan vluchtelingenbeleid, en daarom probeer ik in het leven van alledag gastvrij en dienstbaar te zijn naar de mensen om mij heen. Mijn ideaal is zorgdragen voor natuur en klimaat, en daarom probeer ik bewuste keuzes te maken in het kopen van spullen en eten en in het gebruik van vervoersmiddelen.

Uiteindelijk hangt het gelukkig niet allemaal af van mijn eigen inspanningen, of die van de politiek, of de wereld gered wordt. Jezus stelde zichzelf als voorbeeld voor een dienstbaar leven: “zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.” Door zijn leven te geven, bracht Jezus de wereld bevrijding. Dat biedt hoop, juist nu de wereld nog zucht onder – bijvoorbeeld – klimaat- en vluchtelingenproblematiek.

De tempelreiniging

Overdenking n.a.v. Johannes 2:13-22

Het eerste dat mij triggert als we het verhaal van de tempelreiniging lezen is de vraag, waarom wordt Jezus zo furieus, als hij het tempelplein opgaat? En waarom juist nu? Maar misschien heb jij die vragen niet, en schrik je er alleen maar van dat Jezus zó kan uitvallen.

Die veehandelaren en die geldwisselaars, die zaten er in ieder geval altijd al. Zeker als er een feest is. Van heinde en ver komen de pelgrims dan massaal naar Jeruzalem, naar de tempel, om daar te offeren en het Pesachfeest te vieren. Zo’n 80.000 mannen, vrouwen en kinderen extra in de stad en omgeving. Goed voor de handel. Ze hebben geld bij zich om een offerdier te kopen en om de tempelbelasting te betalen. Maar dat geld moet eerst gewisseld worden, want offerdieren kopen en  tempelbelasting betalen dat kan niet met heidens, Romeins geld, daar heb je speciaal tempelgeld voor nodig, de heilige sikkel.

Jezus is ook als een van de pelgrims naar Jeruzalem gekomen. Samen met zijn leerlingen zal hij in de tempel een offerdier kopen om het Pesach te vieren. En die tempelbelasting, die heeft Petrus voor hem betaald, met dat muntje uit de bek van de vis.

Maar dat hij nu eerst het tempelplein schoonveegt, dat is een teken. Een teken, waarin hij laat zien, wie hij is en wat zijn missie is. Tijdens heel zijn optreden geeft Jezus voortdurend zijn visitekaartje af. Kijk, dit ben ik. Dit mogen jullie verwachten. Het koninkrijk van God breekt door in deze wereld. Ik ben de messias. Genezingen, uitdrijven van demonen, allemaal tekenen dat God orde op zaken zal stellen. Dat God werkt aan herstel van wat in deze wereld kapot is, genezing van zonde, gebrokenheid en ziekte. God komt om vrede te brengen en recht.

Om dit teken van het schoonvegen van het tempelplein te onderstrepen, zegt Jezus: ‘Weg ermee. De tempel is geen marktplaats, de tempel is het huis van Mijn vader.’ Veelzeggende woorden. Ik wil drie elementen in deze uitspraak naar voren halen.

Allereerst, Jezus treedt op als profeet en hij lijkt daarin op Jeremia, die ook zo fel tegen het tempelbedrijf te keer kon gaan: tegen de tempel als winstmodel. De verkopers verdienen hun zakcentjes, en de priesters profiteren lekker mee. Maar ook de mensen die kwamen om te offeren, doen mee om te verdienen. Een dier in ruil voor de bescherming van God. Jij offert, zodat God vervolgens over de brug moet komen met zijn vergeving. De tempel als marktplaats, waar het heil en de verzoening met God verhandeld werd. Misschien een vraag voor ons. Om zelf eens over na te denken. Jezus toornt tegen de onoprechtheid en het veilige gevoel. Daarin maakt hij Gods toorn over de zonde zichtbaar. Hoe ga jij om met religie? Misschien ben je niet met God bezig, of met de bijbel of de kerk, om je heil te verdienen. Maar hoe oprecht sta jij tegenover God? Doe je aan religie omdat het erbij hoort? Of voor het goede gevoel? Met welke zaken in jouw leven moet jij met God in het reine komen? 

Als tweede wijs ik op wat Jezus zegt: de tempel is geen marktplaats, maar het huis van Mijn vader. In de andere evangeliën wordt de tempel een gebedshuis voor de volken genoemd. Bij godsdienst en religie gaat het om de ontmoeting met God. Jezus veegt de voorhof van de heidenen schoon, de plek waar niet-Joden mochten komen. Hij wil dat de tempel zijn bestemming terug krijgt. Zo maakt hij symbolisch duidelijk, dat het God om het heil en het welzijn van de mensen gaat, zelfs voor alle volken. En zo spoort Jezus ons aan om ons heil in het contact met zijn Vader te zoeken. Om tijd te nemen voor gebed, zoals we straks ook zullen doen. Je doet niet aan godsdienst om er beter van te worden, maar om in verbinding met God, met de Vader van Jezus te leven.

En als derde nog die woorden: ‘Weg ermee!’ Jezus zegt: weg met alle offerdieren! Daarmee benadrukt hij nog eens zijn missie. Al die dieren, al die offers, die hebben geen nut, want die kunnen uiteindelijk geen redding aan de mensen bieden. Wij kunnen onze schuld daar niet mee afkopen. Om echte verzoening met God mogelijk te maken, zal Jezus zichzelf aan God als offer aanbieden. Hij is hèt offerdier, het Lam van God, dat de zonde van de wereld weg zal dragen.

En zo is de tempelreiniging een teken voor wat Jezus zal gaan doen. De tempeldienst, zoals die altijd functioneerde, daar zal een einde aan komen. De tempel als gebouw waar God woont, wordt afgeschaft. God is in Jezus persoonlijk aanwezig. Hij is de tempel van God. En ook al zal zijn lichaam afgebroken en vernietigd worden aan het kruis, na drie dagen zal déze tempel weer herrijzen. Maar dàt kwartje valt pas bij de discipelen, als hij is opgestaan. Dan zullen ze beseffen, dat die woorden uit Psalm 69 op hem van toepassing zijn: ‘de hartstocht voor Uw huis, voor de tempel als huis van gebed en van ontmoeting met God, heeft hem verteert, vernietigt.’ Want zijn optreden nu, hier op het tempelplein, is de lont in het kruitvat geworden. Dit is de laatste druppel voor de overpriesters en de leiders van het volk geweest om hem gevangen te nemen en hem te laten kruisigen.

In de tempelreiniging maakt Jezus duidelijk wie is hij is. Hij is het lam van God. Hij zal het mogelijk maken, dat er weer echt contact met God komt. Wij hoeven het heil niet te verdienen. God schenkt zijn liefde zonder van ons een tegenprestatie te vragen. Hij zal ons reinigen en tot bestemming brengen, zoals hij weer de bestemming van de tempelplein opeiste en reinigde.

En zo staan wij vanmorgen stil bij Jezus. Hij spoort ons aan om in gebed het contact met zijn Vader te zoeken. En hij roept ons op om, net zoals hij dat gedaan heeft, ons leven aan God op te dragen. Hij nodigt ons uit, om met alles wat ons bezighoudt en hoe we erbij zitten, ons vertrouwen op Hem te stellen. Want hij is het Lam van God.

Biddag in coronatijd

Vorig jaar was de dienst op biddag de laatste waarin de meeste kerken nog ‘vertrouwd’ vol zaten. Iedereen zat gewoon naast elkaar en iedereen mocht meezingen en meebidden. In feite was dat de eerste biddag in coronatijd – verdrietig genoeg bleek de biddagdienst op sommige plekken een coronabrandhaard te zijn geweest. We zijn een jaar verder, en het wordt weer biddag. In het vertrouwen dat God in moeilijke en mooie tijden voor ons en voor de wereld zorgt, verbinden we – ook in coronatijd – ons alledaagse leven met God.

[ Artikel in Gereformeerd Kerkblad d.d. 5 maart 2021 door Anne-Maaike Pathuis ]

Traditioneel is de biddag bedoeld voor ‘gewas en arbeid’. Op deze dag wordt in het bijzonder gebeden voor het land waarop ons dagelijks eten groeit en voor de boeren die zorgdragen voor het land en de dieren. Op biddag staan we stil bij de vitale processen, die ons leven op aarde mogelijk maken. In het afgelopen jaar is ons beeld van ‘vitale beroepen’ breder geworden. In de netwerksamenleving waar wij in leven, waar alles met alles samenhangt, blijken er heel veel essentiële en vitale processen en beroepen te zijn. Dat zal waarschijnlijk ook merkbaar zijn op biddag. We bidden niet meer alleen voor de boeren en hun land, maar voor alle mensen die in vitale processen en beroepen werkzaam zijn: voor zorgmedewerkers en onderwijzers. We bidden ook om wijsheid voor diegenen die de samenhang tussen al deze beroepen moeten overzien, voor de overheid die keuzes moet maken welke arbeidsprocessen nu de meeste ruimte moeten krijgen. Ook bidden we voor de mensen die niet meer zeker zijn van hun werk in deze crisistijd en zich zorgen maken over hun dagelijks brood. We leggen al deze zaken aan God voor, omdat we erop vertrouwen dat God erop betrokken is en wil zijn.

Afhankelijkheid

Biddag vindt plaats op de tweede woensdag van maart, dus altijd ergens in de veertigdagentijd. In de veertigdagentijd staan we stil bij het lijden van Jezus en beseffen we opnieuw dat we in geestelijk opzicht afhankelijk zijn van God: alleen door Jezus’ lijden en door Gods liefde en genade kunnen wij werkelijk léven. Op biddag staan we erbij stil dat we in materieel opzicht afhankelijk zijn van God. Zoals het in de catechismuszondag over de voorzienigheid staat, vallen ‘loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit Gods vaderhand ons ten deel’ (HC 10). Misschien is de biddagdienst daarmee wel de meest alledaagse dienst van het jaar, omdat we stilstaan bij en vragen om Gods alledaagse zorg voor ons en de wereld.

Corona als straf?

Tegelijk roept juist deze catechismuszondag ook vragen op in coronatijd: was het Gods wil dat er een pandemie zou uitbreken die het leven en werken op veel plekken zou stilleggen of belemmeren? Er zijn mensen die dat geloven, juist ook met deze catechismuszondag in de hand. De corona-pandemie zou een straf van God zijn voor onze door de wetten van de economie gestuurde wereld. Zelf geloof ik niet dat het zo werkt. Ja, in de Bijbel lezen we aan de ene kant – vooral in het Oude Testament – dat God individuen en volken straft. Maar aan de andere kant lezen we ook dat het soms niet duidelijk is waarom er ziekte en andere moeiten zijn. Denk maar aan het verhaal waar Jezus’ leerlingen hem vragen of de blindheid van een man door zijn eigen zonde of door die van zijn ouders wordt veroorzaakt. Jezus ontkent dat het de zonde van de man of van zijn ouders is, die hem blind heeft gemaakt en wijst zijn leerlingen erop dat Gods werk zichtbaar zal worden door de man heen. Ik denk dat dit verhaal, en ook de catechismuszondag, niet zozeer naar de oorzaak van ziekte en moeite wijzen. Ze leren ons vooral om ook in moeilijke tijden alles van God te verwachten, in het vertrouwen dat het hem allemaal niet door de vingers glipt. 

Verbinding

Als we dan weten en vertrouwen dat God ons leven en de wereld in zijn hand heeft, wat is dan het nut van biddag vieren? In het algemeen kun je over het gebed zeggen, dat het een manier is waarop we in verbinding blijven met God. Zoals we in ons dagelijks leven in gesprek moeten blijven met de mensen om ons heen – met onze geliefden, met onze ouders of kinderen, met vrienden – om met hen in verbinding te blijven, zo werkt dat ook in de relatie met God. Door te bidden leggen we ons leven – letterlijk – voor God neer. Maar net zoals in de relatie met mensen, is er ook in de relatie met God niet alleen maar éénrichtingsverkeer. Door te bidden leren we God beter kennen. Bidden helpt ons dan om, voorbij onze eigen bezigheden en belangen, zicht te krijgen en te houden op God en op zijn koninkrijk.

Koninkrijkswerk

Dat is volgens mij ook waarom we biddag vieren: om juist in ons alledaagse leven – waarin werk en voedsel nu eenmaal een grote rol spelen – in verbinding met God te leven en om hem te vragen om zijn koninkrijk zichtbaar te maken op aarde zoals in de hemel. Op aarde, dus in alles wat groeit en bloeit en ondernomen wordt. Op biddag vragen we God om een zegen over al het werk dat gedaan wordt, zodat het tot zijn eer zal zijn. Dan zal iedere taak, hoe groot of klein ook, en al dan niet vitaal naar de maatstaven van onze maatschappij, een plek krijgen in Gods koninkrijk. Op biddag vragen we God ook om ons elke dag weer eten te geven, zoveel dat we fysiek in staat zijn om onze plek in zijn wereld in te nemen. Zo staan het materiële en het geestelijke met elkaar in verbinding: het werk dat gedaan wordt en het daarmee verbonden levensonderhoud en voedsel stellen ons in staat om ons in Gods dienst te stellen.