NBV21: verantwoorde consistentere update

De lancering van de NBV21 afgelopen oktober kwam nauwelijks als een verrassing. Bij de verschijning van de Nieuwe Bijbelvertaling in 2004 (NBV) werd al een revisie aangekondigd. Met het oog hierop gaf het Nederlands Bijbelgenootschap aan open te staan voor reacties van lezers. Ook opmerkingen en kritiekpunten verwoord in boeken en artikelen, werden verzameld en gearchiveerd.

[Recensie door Ria Kuijper1 in Gereformeerd Kerkblad van 24 december 2021]

Hoe serieus het Nederlands Bijbelgenootschap alle reacties ook nam, een revisie is geen democratisch proces. Sommige critici hadden liever een laagdrempeliger of juist een meer exotische vertaling gewild. Hoewel de vertaalprincipes voor de NBV gedurende de revisie aangescherpt en bijgesteld werden, heeft dat vooral geleid tot een vertaling met meer consistentie, en zeker niet tot een heel ander type vertaling.

Waarin wijkt de NBV21 dan af van de NBV? Het meest in het oog springen natuurlijk de veelbesproken eerbiedshoofdletters. Ook is het prettig dat nu in alle edities verwijsteksten staan. Daarnaast zijn er drie soorten wijzigingen: (1) verbeterde consistentie, (2) minder invulling en (3) nieuw wetenschappelijk inzicht.

Verbeterde consistentie

De vertalers van de NBV streefden nadrukkelijk naar consistentie. Toch was dat niet overal gelukt. Een voorbeeld vinden we in Psalm 14:1 en Psalm 53:2 bij de op zich juiste vertalingen ‘dwazen denken’ en ‘dwazen denken bij zichzelf’. De brontekst is hetzelfde. In de revisie zijn deze teksten gelijk getrokken: ‘dwazen denken’. Veel wijzigingen in de NBV21 bestaan uit dit soort correcties.

Inconsistenties konden in de NBV terecht komen doordat vertalers gedurende lange tijd in vertaalkoppels werkten aan de vertaling van ‘hun’ bijbelboek. Daardoor werd niet alle onbedoelde variatie gesignaleerd en opgelost. Een grondige eindredactie had kunnen leiden tot een consistentere vertaling, maar dan was de NBV nog een paar jaar later verschenen.

Een ander belangrijk principe was dat men moest vertalen in natuurlijk Nederlands. Daardoor waren vertalers geneigd om te kiezen voor een variant die in de directe context het meest natuurlijk klonk. Bij de revisie is er veel meer aandacht voor concordant en consistent vertalen door de Bijbel heen.

Zo is een terugkerend thema in het Oude Testament dat God zijn volk rust zal geven. In Deuteronomium en Jozua is dit in de NBV meestal vertaald met ‘vrede geven’. Dat is passend in een context waarin sprake is van strijd en de verovering van het beloofde land. Maar het verband met de Psalm 25:11 en Hebreeën 3 en 4 waar het gaat over binnengaan in Gods rust (plaats) is dan veel minder duidelijk. In de NBV21 is in al deze gevallen vertaald met ‘rust geven’.

Het streven naar meer consistentie en concordantie heeft er toe geleid dat een aantal citaten in het Nieuwe Testament beter aansluiten bij de formulering in het Oude Testament. In 1 Petrus 2:3 vertaalde de NBV ‘U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is?’ In de revisie is dit weergegeven als: ‘U hebt toch de goedheid van de Heer geproefd?’ Beide vertalingen zijn op zich juist, maar omdat het een citaat uit Psalm 34:9 betreft, ligt het voor de hand om met ‘proeven’ te vertalen. Dat sluit ook beter aan bij het verlangen naar zuivere melk in het voorgaande vers. Ook in 1 Petrus 3:10-12 komt de beeldspraak uit Psalm 34 nu meer tot zijn recht.

Minder invulling

In de NBV werd de brontekst vertaald, niet de broncultuur. Denariën worden geen euro’s, metreten worden niet in liters uitgedrukt. Maar de broncultuur staat wel ver van ons af. Daarom wordt er wel eens geëxpliciteerd: de vertaling brengt onder woorden wat in de tekst impliciet aanwezig is, zodat ook de hedendaagse lezer of hoorder begrijpt waar het in de tekst om gaat. Het gevaar daarvan is dat de vertaling veel toevoegt aan de tekst. In een aantal gevallen heeft de revisie op dit gebied tot wijzigingen geleid.

2 Samuel 13:2 vertelt dat Ammon ziek van verlangen is naar zijn zuster Tamar ‘want zij was maagd’ en het was moeilijk om haar iets aan te doen. De zinsnede ‘want zij was maagd’  geeft de NBV als volgt weer: “Omdat zij als jong meisje onder streng toezicht stond”. Dat is wel heel veel toelichting. In de NBV21 wordt meer terughoudend vertaald: “(… zijn halfzus,) die nog niet was uitgehuwelijkt …”. Het is overigens zeker niet zo dat het woord ‘maagd’ in de NBV niet voorkomt. Maar in 2 Samuel 13:2 gaat het duidelijk om de sociaal maatschappelijke status van Tamar als ongehuwd meisje. Dat moet ook in de vertaling duidelijk zijn.

Wetenschappelijke basis

De revisoren waren het natuurlijk aan zichzelf verplicht om zich rekenschap te geven van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Dit leidde tot de intrede van de dromedaris, maar ook tot wijzigingen in meer theologisch geladen teksten. In een aantal gevallen biedt de revisie nog meer steun aan de gereformeerde belijdenis.

In dit verband is Genesis 12:3 een van de meest bediscussieerde bijbelteksten. In de vertaling van de NBV staat: ‘Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’ Dat wil zeggen dat men elkaar zal begroeten met de woorden: ‘Wees gezegend als Abraham’ (vergelijk de zegenbeden in Ruth 4:11-12). In een noot staat: “Ook mogelijk is de vertaling: ‘Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’” Deze vertaling komt overeen met de manier waarop deze tekst In Handelingen 3:25 en Galaten 3:8 geciteerd wordt. Binnen de context van Genesis 12 zijn beide vertalingen goed mogelijk. Maar uit de meest recente taalkundige onderzoeken blijkt een voorkeur voor een vertaling zoals in de NBV21: ‘In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’ Het alternatief staat in een noot.

In 2 Petrus 1:1 staat volgens de NBV: ‘de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus’. Vrijwel alle uitleggers menen echter dat met ‘God’ in deze tekst Jezus Christus bedoeld wordt. Daarom heeft de NBV21: ‘de rechtvaardigheid van onze God en redder Jezus Christus’.

Zeer geschikte kerkbijbel

Niet elke wijziging is overtuigend. Jona krijgt van God de opdracht om Ninevé aan te klagen ‘want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend’ (Jona 1:2 NBV). Woordelijk staat er: ‘want hun slechtheid is opgestegen voor mijn gezicht’. Iets van deze bijzondere manier van zeggen, het opstijgende kwaad, is in de NBV bewaard gebleven. In de revisie is dit veranderd in de wat vlakke constatering: ‘want Ik heb gezien hoe haar inwoners zich misdragen’.

Hoewel de revisie van Jona 1:2 misschien geen evidente verbetering is, mag duidelijk zijn dat de revisie als geheel zeer zorgvuldig is uitgevoerd. De NBV was al een goede vertaling, maar de NBV21 is op veel plaatsen consistenter, minder uitleggend en herkenbaarder voor de gelovige bijbellezer. Meer nog dan de NBV is de NBV21 geschikt als kerkbijbel. Daarmee kunnen we weer een tijd vooruit!


N.a.v. Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf, NBV21, De vertaalmethode toegelicht, Haarlem/Antwerpen: NBG/Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, 2021, 288 pag., € 19,95.

1 Ria Kuijper studeerde Theologie met specialisatie Bijbelvertalen aan de VU Amsterdam.

Mens worden in onze wereld

Sinds het begin van de 20e eeuw kennen we het vak christelijke pedagogiek. In Nederland hebben de theologen Herman Bavinck en Jan Waterink daar een belangrijke aanzet voor gegeven. Maar wat is het verband tussen de theologie en de pedagogiek? Deze vraag staat centraal in een bundel opstellen, die verscheen vanuit het ‘Expertisecentrum Onderwijs & Identiteit’. Dit centrum is sinds begin dit jaar onderdeel van de leerstoel ‘Christelijke identiteit in maatschappelijke praktijken’, die aan de Theologische Universiteit Kampen onder leiding van Roel Kuiper actief is.

[Artikel in Gereformeerd Kerkblad d.d. 10 december 2021]

De bundel heeft als speerpunt het christelijk onderwijs. Toch kent de vraag die gesteld wordt een breder belang. Het raakt iedereen die opvoedt, naast de leraar ook de ouder, de catecheet en de sociaal werker. Hoe geef je je christen-zijn in opvoedingssituaties praktisch handen en voeten?

Secularisering van de pedagogiek

Volgens de auteurs zijn het geloof en de opvoeding geen gescheiden circuits, maar intrinsiek met elkaar verbonden en kunnen ze niet zonder elkaar bestaan. De bundel cirkelt eigenlijk rond de vraag hoe die verbinding eruit ziet dan wel eruit zou moeten zien.

Een sterk punt is dat men krachtig opkomt voor de bezinning op de centrale vraag in de pedagogiek: van waaruit en in welke richting willen we kinderen en jongeren opvoeden en vormen? Het antwoord daarop is namelijk nooit neutraal. Dat geldt zelfs voor de moderne pedagogiek die in de 19e eeuw ontstond om zich te ontworstelen aan de invloed van de theologie en de christelijke godsdienst. Ook daar houdt men er in de visie op het kind en zijn ontwikkeling geseculariseerde levensbeschouwelijke noties en ‘normatieve principes’ op na.  

Persoonsvorming

Het doel van de opvoeding is dat het kind en de jongeren ‘mens worden’. Vanuit christelijk perspectief betekent dit, dat ze gevormd worden tot ‘beeld van God’ en dat zij leren om ‘navolgers van Christus’ te zijn.

Pieter Vos beschrijft op fijnzinnige wijze hoe deze navolging tot stand komt. Het gaat niet om het imiteren van voorbeelden, maar om het in de eigen situatie en omstandigheden vormgeven van christelijke waarden en deugden, waardoor jongeren zich ontwikkelen tot morele persoonlijkheden.

De vorming is daarbij niet alleen gericht op de individuele ontplooiing, maar ook op het goede leven met en voor anderen. Daarom is het doel van opvoeding en onderwijs heel breed. Het omvat zowel ecologische en culturele vorming, als sociaal-maatschappelijke en politieke vorming, alsook levensbeschouwelijke en godsdienstige vorming.

Genade en verzoening

Een belangrijk inzicht dat verschillende auteurs benadrukken, is dat vorming maar beperkt maakbaar is. Vorming vindt plaats doordat het kind in de opvoedingssituatie uitgedaagd wordt met vertrouwen nieuwe stappen in de wereld te zetten. Welke dat zijn en wat daaruit voortkomt, is niet van te voren te voorspellen. Ieder mens kent een eigen unieke ontwikkeling. ‘Persoon-worden is een vorm van genade.’

Waardevol is dat er ook aandacht is voor de omgang met ‘kwaad, zonde en gebrokenheid op school’, vooral omdat die in de praktijk volop een rol spelen. Kinderen zijn niet altijd doelbewust uit op het kwade, maar ongehoorzaamheid, pesten, roddel etc. kan het onderwijsproces negatief beïnvloeden. In onze samenleving is vaak ten onrechte de gedachte dat dit wel verholpen kan worden. Daar tegenover probeert Tirza van Laar een spreken over zonde, schuld en genade te stimuleren, die kan helpen om toch vruchtbaar met het kwaad in de opvoeding om te gaan.

Koninkrijk van God

Elf hoofdstukken met een inleiding en slotbeschouwing telt de bundel, gevarieerd in karakter en wat taalgebruik betreft soms van wetenschappelijk niveau. Het boek is allereerst bedoeld voor degenen die opvoeding en vorming als beroep hebben. Maar hij is zeker ook zinvol als bezinningsmateriaal voor theologen en andere belangstellende opvoeders.

Als er één ding is wat ik van deze bundel opnieuw geleerd heb, is dat niet alleen in de Bijbel, maar ook in het concrete leven normatieve aanwijzingen voor geloof en leven verborgen liggen. Geformuleerd in de visie van Herman Bavinck en het neocalvinisme: geloof in God staat op geen enkele manier los van het alledaagse leven, maar is ermee geïntegreerd. Onze wereld is namelijk de plek waar in Christus het koninkrijk van God nabij gekomen is.

N.a.v. Mens worden. Over de relatie tussen theologie en pedagogiek, TU-Bezinningsreeks 26, Roel Kuiper & Wolter Huttinga (red.), Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief, 2021, 256 pagina’s. Prijs: €24,50.

Amalia 18 jaar

7 december was in 2003 de 2e zondag van Advent. Op die dag stond in de liturgie de oproep van Johannes de Doper centraal: ‘Maak de weg van de Heer gereed.’ Op de terugweg, na de middagdienst in de Zwolse Plantagekerk, hoorden we in de auto het blijde nieuws. In het ziekenhuis in Den Haag was rond 17.00 u een dochter geboren, het eerste kind van Prins Willem-Alexander en Prinses Maxima.

[Artikel op www.gereformeerdkerkblad.nl  d.d. 9 december 2021]

Haar naam kenden we nog niet, die vernamen we pas toen Willem-Alexander bij de burgerlijke stand aangifte van de geboorte deed. Vijf koninklijke namen: Catharina-Amalia Beatrix Carmen Victoria. Namen die verband houden met overwinning in de strijd, het brengen van geluk en met zuiverheid. Toen haar vader op 30 april 2013 koning werd, kreeg Amalia naast de titels ‘Prinses der Nederlanden’ en ‘Prinses van Oranje-Nassau’ die ze al bij de geboorte kreeg, ook de unieke titel ´Prinses van Oranje´, omdat zij nu de eerste in de lijn van de troonsopvolging was.

Deze week is Amalia 18 geworden. Dat betekent dat, mocht dat nodig zijn, zij ook daadwerkelijk de troon zal mogen bestijgen. Dat ze bereid is om het koningschap te aanvaarden, – hoewel voorlopig liever nog niet -, weten we uit het boek dat Claudia de Breij dit jaar op basis van interviews met Amalia over haar geschreven heeft. Wanneer Amalia haar plek op de troon in zal nemen, weten we nog niet. Nu ze ook in de Raad van State binnengeleid is, krijgt ze wel meer mogelijkheden om zich op het koningschap voor te bereiden.

In deze Adventstijd staan we opnieuw stil bij de verwachting van Christus’ komst. Wanneer hij zal verschijnen, is onbekend. Maar wel dat hij degene is over wie Jesaja profeteerde, dat hij als klein kind al de naam ‘Vredevorst’ zou ontvangen, ‘Prince of Peace’, degene die aanspraak mocht maken op de troon van David en wiens rijk gebouwd zal zijn op recht en gerechtigheid, terwijl aan de vrede in dat rijk geen einde zal komen (Jes. 9:5-6).

We wensen Amalia toe, dat zij haar naasten en ons land geluk zal mogen brengen, ook al heeft in Nederland het koningschap in onze eeuw geen politieke macht meer en kent het vooral een symbolische functie. De last dat de vrede afhankelijk is van haar invulling van deze positie, hoeft zij gelukkig niet te dragen. Uiteindelijk zijn wij daarin ook niet van mensen afhankelijk. Wij mogen het geluk en de vrede voor onze wereld verwachten van het kind dat eens in Bethlehem geboren werd en nu al zijn plek in de hemelse Raad ingenomen heeft.