Jakobus roept ons op om te groeien in volmaaktheid. Want dat is het doel van ons leven: dat we volmaakt en volkomen zullen zijn, zonder enige tekortkoming (Jak. 1:4). Toch heeft Jakobus’ oproep altijd veel vragen opgeroepen. Houdt hij ons niet een irreëel ideaal voor? Leidt het streven naar volmaaktheid niet tot een heiligheidsdenken, alsof we een zondeloos bestaan zouden kunnen verwerven? Is er niet het gevaar van wetticisme, alsof je door je goede werken je geloof moet bewijzen? En hoe werkt groeien in volmaaktheid eigenlijk?
[Artikel in Gereformeerd Kerkblad d.d. 21 januari 2022]
In een groot deel van deze vragen en tegenwerpingen proef ik iets van het opkomen voor het inzicht van de Reformatie, dat wij alleen door geloof behouden worden. Een nadruk op een groeien in volmaaktheid zou gelovigen ertoe kunnen aanzetten om meer op eigen prestaties en hoge moraliteit te vertrouwen dan op Christus. Niet voor niets dat Luther moeilijk met Jakobus overweg kon en zijn brief als een ‘brief van stro’ van minder waarde achtte dan die van Paulus en Johannes.
Gaaf
Wanneer Jakobus begrippen als ‘volkomen zijn’ en ‘volmaakt zijn’ gebruikt, moet je daar allereerst het begrip ‘tamiem’ in horen dat aan de offerdienst in het Oude Testament ontleend is. Een offerdier mocht geen gebrek hebben, maar moest ‘volkomen gaaf’ zijn. Ook de priester die offerde, mocht niet blind zijn, verlamd of mismaakt. Terwijl tenslotte het volk cultisch rein moest zijn, wilde men tot God naderen. Want God is heilig. Onreinheid en onvolkomenheid passen niet bij Hem.
Vervolgens is er in Jakobus’ gebruik van het begrip ’volmaaktheid’ ook een verwijzing naar Jezus oproep in de Bergrede, wanneer hij aan het einde van zijn uitleg van Gods wet tegen zijn leerlingen zegt: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matt. 5:48). Zoals Hij is, zo moeten ook zij zich laten kennen. De eigenschappen die Hem kenmerken, moeten ook kenmerkend zijn voor de manier waarop zij hun leven vormgeven.
Gebed
Als de liefde en de toewijding die God zelfs aan zijn vijanden laat zien, de standaard is waar christenen hun gedrag op af moeten stemmen, dan is er nog een lange weg te gaan. Hoe word je ooit zo’n volmaakt mens?
Het eerste dat Jakobus noemt, is dat gelovigen met een gerust hart in gebed een beroep op God mogen doen. Kracht, geloof, standvastigheid en wijsheid om je op de juiste wijze te gedragen, het zijn allemaal goede gaven die Hij vanuit de hemel zal schenken. Want dat is wat Hij graag wil. Dat als gelovigen beproefd worden om een levensweg op te gaan die tot zonde, tot ongeloof en zo tot de dood zou leiden, Hij royaal hulp wil bieden om stand te houden. Hij heeft hen immers juist door de verkondiging met Christus en het evangelie kennis laten maken, zodat zij door Hem het leven zouden ontvangen. Want het is zijn wens, dat ze ‘als het ware de eerste opbrengst van zijn schepping’ zullen worden (Jak. 1:18).
Proces
Leerling van Christus zijn vergt daarom discipline. Groeien in volmaaktheid is een proces is dat niet vanzelf tot stand komt. Het gebeurt als je in de praktijk van elke dag tegen het kwade ‘nee’ leert te zeggen en leert om het goede te doen. Dan groei je in je geloof en in toewijding aan God. Dat is de weg waarop je Gods geschenk van de volmaaktheid zult ontvangen.
Dit proces wordt volgens Jakobus gestimuleerd wanneer je je spiegelt ‘in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen’ (Jak. 1:25). Dat gebeurt als je het portret dat je daar van God getekend ziet, kopieert en zo volgens dat model je leven als discipel vorm geeft, als imitator van God. Wanneer je net als God een persoon uit één stuk bent, niet halfhartig of heen en weer geslingerd tussen het goede en het slechte. Wanneer je net als Hij in je spreken het goede zegt en een zegen over iemands leven uitspreekt. Wanneer je net als Hij je bekommert om de zwakke, de arme, de vreemdeling en de wees. Wanneer je als God leeft in heiligheid, niet aangetast door het kwade of de zonde. En wanneer je als God licht, leven en liefde uitstraalt in je omgeving.
Zo maakt Jakobus duidelijk dat leerlingen van Christus groeien in volmaaktheid, wanneer zij volhardend de goede keuze maken: zich afkeren van wangedrag en verdorvenheid en zich toeleggen op het mooie, het goede en op barmhartigheid. Wanneer je dat steeds opnieuw doet, zul je er op een gegeven moment niet meer over na hoeven te denken. Dan is het goede in je karakter gaan zitten en je tweede natuur geworden, en ben je die eersteling in Gods nieuwe schepping. Je leven wordt dan een offer, volkomen gaaf en helemaal toegewijd aan God.
