De crisis van het kleiner worden van kerken (2)

In zijn boek ‘Churches and the Crisis of Decline’ ontwikkelt Andrew Root een visie op hoe christenen in een seculiere tijd toch kunnen blijven geloven en zo in de samenleving een plek open kunnen houden waar zij God in het kerkelijk leven mogen verwachten.[i] Voor deze visie gaat hij te rade bij de theologische inzichten, die de jonge Karl Barth ontwikkelde in de periode dat hij in zijn eerste gemeente dominee was in Safenwil (1911-1921).

Safenwil was een Zwitsers plattelandsdorp dat door de opkomende industrialisatie een economische neergang doormaakte. Hier moest Barth wekelijks voor een gehoor van voornamelijk boeren en arbeiders spreken over God, terwijl hij opgeleid was in een liberale moderne theologie die ervan uitging, dat God niet in onze werkelijkheid handelt. Hoe kon hij de boodschap van de bijbel verbinden met de levens van zijn sociaal-economisch uitgebuite toehoorders? Hij liet zich daarvoor eerst inspireren door een groep Zwitserse theologen rond Hermann Kutter en Leonard Ragaz, die zich inzetten voor de strijd van de sociaal-democratische arbeidersbeweging. Van Kutter leerde hij ‘het grote woord ‘God’ weer ernstig en verantwoordelijk als een belangrijk woord uit te spreken.’[ii] Toch bevredigde het hem uiteindelijk niet, dat men in het religieus-socialisme een voorloper van Gods koninkrijk wilde zien, waarin God zichtbaar zou handelen. Met zijn vriend, en sinds juni 1913 een collega-predikant enkele dorpen verderop, Eduard Thurneysen, zocht hij ‘naar substantiëlere woorden dan die welke we om ons heen hoorden.’[iii]

Dat die zoektocht dringend nodig was, besefte Barth toen hij hoorde over de houding van zijn liberale leermeesters, die zich in augustus 1914 bij het begin van de 1e Wereldoorlog vierkant schaarden achter de strijd van de Duitse keizer en natie. Ook zij meenden Gods handelen in de concrete werkelijkheid aan te kunnen wijzen. De eenheid van het Duitse volk om voor het vaderland te vechten werd als een Godswonder ervaren. Dit ethisch falen van zijn leermeesters bracht de ‘hele wereld van exegese, ethiek, dogmatiek en verkondiging’ die hij tot dan toe voor geloofwaardig had gehouden, ‘tot in haar grondslagen aan het wankelen.’[iv] Barth begon steeds meer het failliet van de liberale theologie te zien, daarin dat zij God, – gesteund door de modern-wetenschappelijke wereldbeschouwing -, buiten de geschiedenis sloten en godsdienst louter zagen als een zaak van de subjectieve religieuze ervaring.

Tegen de achtergrond van deze verlegenheid om God ter sprake te brengen, laat Andrew Root zien hoe Karl Barth, gestimuleerd door de ontmoeting met het gedachtengoed en de pastorale bediening van de predikant Johann Christoph Blumhardt (1805-1880) en diens zoon Christoph Blumhardt (1842-1919), een praktische theologie ontwikkelt, waarbinnen het onmogelijke mogelijk wordt.

In Möttlingen was rond kerst 1843 een jong meisje, Gottliebin Dittus, genezen van een demonische bezetenheid, nadat Blumhardt sr. zo’n twee jaar regelmatig voor haar gebeden had. Hierop volgde een grote opwekking in zijn gemeente. Vanuit heel Europa kwam men voor gebed en genezing, eerst in Möttlingen en later in het vlakbij gelegen Bad Boll waar een retraitecentrum geopend werd. Na de dood van ‘de oudere’ had zijn zoon de leiding over deze bediening op zich genomen.

In april 1915 verbleef Barth samen met Thurneysen vijf dagen in Bad Boll, waarbij hij uitvoerige gesprekken met Blumhardt jr. voerde. Ook las hij daarna de biografie, die Friedrich Zündel over het leven van ‘de oudere’ geschreven heeft. Door deze ervaringen met de bediening van de Blumhardts raakte Barth ervan overtuigt, dat ‘het immanente kader, om de terminologie van Taylor te gebruiken[v], niet afgesloten was voor de transcendente komst van de God van de Bijbel, zoals alle zwaargewicht theologische leermeesters van Barth in heel Duitsland veronderstelden’ (20). De geschiedenis van de Blumhardts wordt voor hem ‘de case-study, of een toetssteen, of misschien zelfs de empirische verificatie, dat de God van de Bijbel inderdaad handelt, zelfs in de moderniteit’ (22).

Voor Barth was het overigens duidelijk dat teruggaan achter de moderniteit niet mogelijk was, omdat het immanente kader de context is waarin wij leven. Tegelijk wilde hij zich niet uitleveren aan de moderniteit. Hij wilde binnen het immanente kader als dienaar van het Woord overtuigend en op directe wijze spreken over Gods handelen in onze werkelijkheid. Barth’s latere wending naar de theologische dogmatiek stond in het kader om dit praktisch-theologische doel te realiseren.

Maar eerst zal Barth zich op de bijbel zelf concentreren. Thurneysen en Barth beseften dat er voor alles ‘een vernieuwde bestudering van het theologische ABC nodig was’, door ‘op een meer bezonnen wijze dan voorheen, een begin te maken met het lezen en uitleggen van de boeken van het Oude en Nieuwe Testament.’[vi] En de daad bij de gedachte voegend startte Barth met de brief aan de Romeinen.

Wanneer je in één kernzin wil samenvatten wat Barth hier ontdekt, is dat het inzicht: ‘God is God’. Mensen moeten ervoor waken God en de zaak van God in hun bezit te krijgen of te houden. De mens en zijn streven staan juist haaks op wat God wil en zijn daardoor een belemmering dat God in onze wereld kan werken. Het rijk Gods is werkelijk een nieuw begin. Het ontwikkelt zich niet uit de bestaande van God vervreemde wereld, maar schept in onze wereld iets geheel nieuws. Op alle mogelijke manieren, zeker in de 2e druk van zijn commentaar op de Romeinenbrief, formuleert Barth in thesen en antithesen op dialectische wijze een theologie, waarin ‘God heel eenvoudig in zijn onafhankelijke soevereiniteit tegenover de mens en in het bijzonder de godsdienstige mens benaderd wordt.’[vii]

In de Romeinenbrief leest Barth dat wanneer God vanuit de transcendentie in zijn heiligheid verschijnt en in onze werkelijkheid zich openbaart en spreekt, hij ieder mens in de crisis brengt en onder het oordeel stelt. Pas door het oordeel, de dood, en het kruis heen is er opstanding mogelijk. Het ja van God wordt voor het geloof zichtbaar in zijn nee, en dat ja blijft ‘een geheimenis dat nergens en nooit in deze geschiedenis tot een handzaam gegeven wordt. ‘God is God’ betekent dat genade en openbaring Gods zaak blijven.’[viii]

Het inzicht ‘God is God’ stelt Barth voor de uitdaging het immanente kader van de moderniteit ter discussie te stellen. Wanneer de moderniteit claimt dat elk bovennatuurlijk fenomeen incoherent en irrationeel is, is Barth’s nieuw verworven inzicht inderdaad irrationeel. Toch kiest hij ervoor om hiervan uit te gaan. Zoals Root stelt, omdat Barth wedt ‘dat de enige weg naar een coherentie die open staat voor Gods handelen is om incoherentie te omarmen’ (50). De uitdaging is niet om te claimen dat er binnen de moderniteit plek is voor een spirituele dimensie, maar dat ‘de God van Israël, van wie in de bijbel getuigd wordt, in staat is het immanente kader te doorbreken’ (62). Barth wil niet alleen laten zien dat het immanente kader open staat voor transcendentie, maar vooral dat er binnen dit immanente kader een ontmoeting mogelijk is met de transcendente God, die God is, omdat ‘Hij die onkenbaar is, dichtbij genoeg komt om hem in en door zijn daden te kennen’ (62).

(wordt vervolgd)


[i] Voor een eerste introductie en de bibliografische gegevens van dit boek, zie: https://fpathuis.wordpress.com/2022/03/26/de-crisis-van-het-kleiner-worden-van-kerken-1/.

[ii] Eberhard Busch, Karl Barth aan de hand van zijn brieven en autobiografische teksten, Nijkerk: Uitgeverij G.F. Callenbach bv, 1978, p. 74.

[iii] Eberhard Busch, Karl Barth, p. 76

[iv] Eberhard Busch, Karl Barth, p. 79.

[v] Charles Taylor, A Secular Age. Zie voor de bibliografische gegevens noot 6 in: https://fpathuis.wordpress.com/2022/03/26/de-crisis-van-het-kleiner-worden-van-kerken-1/.

[vi] Eberhard Busch, Karl Barth, p. 91.

[vii] Eberhard Busch, Karl Barth, p. 111.

[viii] Kees van der Kooi, ‘’God is God’. Over de zin van het ‘onmenselijk’ begin van Barth’s theologie’, in: Jurjen Beumer/G.H. ter Schegget, (red.), Karl Barth. Een theologisch portret, Baarn: Ten Have, 1986, p. 9-19, citaat op p. 17.

De crisis van het kleiner worden van kerken (1)

Afgelopen donderdag 24 maart 2022 verscheen het onderzoeksrapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau ‘Buiten kerk en moskee’.[1] Daarin wordt geconcludeerd dat er waarschijnlijk geen omkeer in de secularisatie in Nederland zal komen. Sinds 2011 zet de secularisatie zich onverdroten voort. ‘We zien over dezelfde periode geen toename in hedendaagse spiritualiteit. Er lijkt zich dus voorlopig nog geen keerpunt in het secularisatieproces aan te dienen, laat staan een herkerkelijking’ (134). Kerken zullen er mee moeten rekenen, dat het aantal gelovigen nog zal afnemen: ‘De kerken lopen niet leeg omdat er veel overtuigde atheïsten zijn die kritisch tegenover het geloof staan (..), maar omdat steeds minder mensen nog (kunnen) geloven’ (12).

Hoe zullen kerken met de realiteit van afnemende aantallen kerkleden om hebben te gaan? Dat is het onderwerp van het nieuwe boek van de Amerikaanse praktisch-theoloog Andrew Root, dat begin maart verscheen onder de titel ‘Churches and the Crisis of Decline’.[2] Root, die van oorsprong gespecialiseerd is in het kerkelijk jongerenwerk, heeft zijn onderzoeksterrein de laatste jaren verbreed naar het thema hoe christenen in de 21e eeuw het geloof kunnen beleven en doorgeven. Bekend is zijn trilogie in de reeks ‘Ministry in a Secular Age’ over resp. geloofsvorming (2017)[3], de pastor (2019)[4] en de gemeente (2021)[5] in een seculier tijdperk.[6] Het nieuwe boek is het vierde in deze reeks, terwijl komende september als vijfde deel ‘The Church after Innovation[7] gepland staat.

Een moment van inspiratie voor zijn recente boek kreeg Root toen hij op een gegeven moment uit eten werd genomen in een pub, die gevestigd bleek in een voormalig kerkgebouw van de kerkgemeenschap ‘Saint John the Baptist’. De nieuwe bestemming van het gebouw uit 1920 stond symbool dat het christendom op zijn retour is. De ramen van glas-in-lood, die als herinnering aan de in de 2e Wereldoorlog gesneuvelde jongens van de kerkgemeenschap in het gebouw aangebracht waren, hadden hun functie verloren. Doordat jongeren in de jaren ’80 en ’90 naar de voorsteden wegtrokken, vergrijsde de gemeente. Toen begin 21e eeuw de omgeving aantrekkelijk werd voor yuppen, tech-bedrijven en restaurants, probeerde men deze nieuwe bewoners te trekken door een jonge pastor aan te trekken. Van 2005 tot 2017 had de gemeente een kerkplanter, drie pastors en twee verschillende namen. Eigentijdse benaderingen voor kerkgroei en netwerken bereikten niet het gehoopte effect. Ook een kritische houding naar de traditie eiste zijn tol. Uiteindelijk bestond de gemeente uit 15 trouwe leden, die op zondag weliswaar bij elkaar kwamen, maar zich nauwelijks met elkaar bemoeiden. Zonder zichtbare emotie werd met Kerstmis 2018 de laatste dienst gehouden. Acht week later was het gebouw aangekocht door een kleine brouwerij en begin 2020 werd de Church Brewhouse geopend.

Had het anders gekund? Is dit niet het verhaal van de secularisatie ten voeten uit? Met zijn boek wil Andrew Root een alternatief aanreiken, zodat christenen die leven in een seculiere tijd, toch blijven geloven en in de samenleving een plek open zullen houden waar zij God in het kerkelijk leven kunnen en mogen verwachten.

In de westerse samenleving leven wij in het dominante culturele narratief dat we in een immanente werkelijkheid leven. Alles wat zich voordoet en gebeurt, krijgt van daaruit zijn betekenis en verklaring. Het bestaan van een transcendente werkelijkheid van waaruit God in onze werkelijkheid handelt en spreekt wordt ontkend. Geloof en godsdienst zijn naar de rand geduwd is en worden slechts een plek in het private leven gegund. Het zijn subjectieve belevingen, waar geen objectiviteit aan beantwoordt. Blijven geloven spreekt in de 21e eeuw daarom niet vanzelf en vergt een bewuste houding van de gelovige.  

Het gevaar voor de kerk is dat ze zich aanpast aan dit immanente denkraam. Ook al gelooft men dat het God is die de kerk leven geeft en in stand houdt, richt men zich in de praktijk toch gemakkelijk naar de manier waarop in de samenleving gezocht wordt om betekenis en relevantie te creëren. Het kunnen bestaan van een kerk wordt dan afhankelijk gemaakt van het hebben van voldoende mensen en (financiële) middelen om activiteiten te kunnen organiseren. Wanneer er een levende kerkgemeenschap is, maar het aantal mensen daalt en het niet meer lukt de begroting rond te krijgen, wordt dat als een crisis gediagnosticeerd en gezien als het begin van het einde van de kerkgemeenschap. Zo worden aan de immanentie de criteria ontleend om te bepalen of een kerk nog levensvatbaar is. Het streven om tegenover deze krimp naar vernieuwing te zoeken en methoden uit het bedrijfsleven als b.v. leiderschap, presentatie en reclame in de kerk in te voeren om op die manier mensen bij de kerk te krijgen, zijn daar typische voorbeelden van. Niet dat vernieuwing en ondernemerschap op zichzelf tegenover transcendentie staan, maar ze zijn dat wel als ze het voornaamste worden. Dat is wat tot uitdrukking kwam in de recente geschiedenis van ‘Saint John the Baptist’.

Als alternatief voor deze geschiedenis verkent Root in zijn boek ‘hoe de kerk, hoewel ze onlosmakelijk in de moderniteit en haar immanente kader rust, zou kunnen terugkeren naar transcendentie en haar leven in de openbaring [van God zelf] zou kunnen vinden’ (18).

(wordt vervolgd)


[1] Joep de Hart, Pepijn van Houwelingen & Willem Huijnk, Religie in een pluriforme samenleving. Diversiteit en verandering in beeld. Deel 3: Buiten kerk en moskee, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, maart 2022.

[2] Andrew Root, Churches and the Crisis of Decline. A Hopeful, Practical Ecclesiology for a Secular Age, (Ministry in a Secular Age, Vol. 4), Grand Rapids: Baker Academic, 2022.

[3] Andrew Root, Faith Formation in a Secular Age. Responding to the Church’s Obsession with Youthfulness, (Ministry in a Secular Age, Vol. 1), Grand Rapids: Baker Academic, 2017.

[4] Andrew Root, The Pastor in a Secular Age. Ministry to People Who No Longer Need a God, (Ministry in a Secular Age, Vol. 2), Grand Rapids: Baker Academic, 2019.

[5] Andrew Root, The Congregation in a Secular Age. Keeping Sacred Time against the Speed of Modern Life, (Ministry in a Secular Age, Vol. 3), Grand Rapids: Baker Academic, 2021.

[6] ‘A Secular Age’ verwijst hier naar de visie op de secularisatie in de westerse samenleving, zoals de Canadese filosoof Charles Taylor die in zijn boek met de gelijknamige titel onder woorden bracht, zie: Charles Taylor, A Secular Age, Cambridge, Massachusetts, and London, England: The Belknap Press of Harvard University Press, 2007. In het Nederlands vertaald als ‘Een seculiere tijd’ (Rotterdam: Lemniscaat, 2010).

[7] Andrew Root, The Church after Innovation. Questioning Our Obsession with Work, Creativity, and Entrepreneurship, (Ministry in a Secular Age, Vol. 5), Grand Rapids: Baker Academic, 2022.

Wegen naar wijsheid in woelige tijden

Wat is typerend voor profeten? Welke mensen hebben in ons recente verleden profetisch gehandeld en gesproken? Kunnen wij leren om zelf profetisch te spreken en te handelen in ons leven? Over deze vragen gaat het in de podcast ‘Moderne profeten’ die eind vorig jaar door Kees van Ekris werd gemaakt en door de EO werd uitgezonden. Bij de podcast is een boek gemaakt, waarin dieper wordt ingegaan op de moderne profeten die in de podcast voorbij komen.

[Recensie door Anne-Maaike Pathuis in Gereformeerd Kerkblad van 18 maart 2022]

De kracht van de podcast is dat je in de sfeer en de tijdgeest van de moderne profeten wordt gezogen. De zoektocht en vragen die in de tijd van deze profeten speelden, worden zo naar voren gebracht dat ze een spiegel vormen voor de manier waarop we in onze eigen tijd kunnen spreken en handelen. Het boek vormt een mooie verdieping en aanvulling bij de podcast: aan de ene kant trekt het je op net zo’n bedreven wijze in de leefwereld van de profeten, aan de andere kant geeft het extra inzicht in de traditie en inspiratiebronnen die belangrijk voor hen waren.

Invloeden

In het boek staan acht bekende en minder bekende moderne profeten centraal: Martin Luther King, Frère Christian, Desmond Tutu, Dorothy Day, Dietrich Bonhoeffer, Bisschop Muskens, Jacques Ellul en Angela Merkel. In elk hoofdstuk is achtereenvolgens aandacht voor de tijdgeest in de tijd van de profeet, de ontwikkeling van diens gedachtegoed, de traditie waarin hij of zij zich bewoog, de aanloop naar en beschrijving van een bepalend moment in diens publieke leven, en de nalatenschap van de profeet. Het boek laat op deze manier zien dat de profeten niet vanuit het niets spraken: ze luisterden goed naar hun tijd, voedden zich met andere denkers, met gebed en Bijbellezen, en bleven in gesprek met mensen om hen heen.

Spiegelvragen

‘Moderne profeten’ ademt een sfeer van weldadige wijsheid in deze tijd vol crisis, conflict en onzekerheid (ik lees het boek in de eerste week van de invasie in Oekraïne) en in onze gehaaste en drukke samenleving. Er komen geen gemakkelijke antwoorden, de profeten stellen vooral vragen: wat is goed handelen, hoe dienen we de liefde en de menselijkheid in de samenleving, hoe kunnen we leven vanuit onze idealen? En welke overtuigingen en systemen belemmeren dit goede leven? Het boek nodigt uit om onze samenleving en levens te spiegelen aan de vragen, en te proberen te luisteren naar wat de profeten – misschien namens God – tegen ons en in onze tijd te zeggen hebben. Het daagt ook uit om zelf zulke vragen te gaan stellen, nadat we tenminste onze geest hebben gescherpt door het lezen in de Bijbel, door gebed, en door het bestuderen van andere wijze denkers.

Volop inspiratie

De belangrijkste aanvulling van het boek ten opzichte van de podcast zijn de foto’s en linkjes naar filmpjes, en de katernen over de inspiratiebronnen van de profeten. Er staat steeds een korte bloemlezing van teksten die hen (wellicht) hebben gevormd en bevraagd. Soms is daarbij niet helemaal duidelijk wat precies uit deze teksten de profeet heeft geïnspireerd. Het is een uitnodiging om zelf verder te lezen, maar het was wellicht sterker geweest als de link tussen een profeet en zijn inspiratiebronnen explicieter was geduid. Aan het einde van het boek staan een aantal ‘ongemakkelijke vragen’, die je kunnen helpen in het nadenken over de profeten en het onderlinge gesprek willen stimuleren. Stof tot bezinning en onderling gesprek biedt het boek zeker – en door de podcast kan dat gesprek ook plaatsvinden met die mensen die liever luisteren dan lezen.

N.a.v. Kees van Ekris, Moderne profeten, Amersfoort: Uitgeverij Brandaan, 2021, 208 pagina’s. Prijs: €24,99. Zie voor de podcastserie www.moderneprofeten.nl.

Bidden om wraak over Poetin?

In de nacht van woensdag 23/2 op donderdag 24/2 viel Rusland Oekraïne binnen. Volgens de Russische president Vladimir Poetin een ‘vredesmissie’, voor de Oekraïense regering een ‘aanvalsoorlog’. De dreiging van het Russische leger was er al langere tijd. Vanaf voorjaar 2021 bracht Rusland bij de grens met Oekraïne een grote legermacht van meer dan 150.000 soldaten samen. Ook hield het recent met Belarus een zeer grote oefening. Op maandag 21/2 erkende Poetin de volksrepublieken Donetsk en Loehans, die zich willen afscheiden van Oekraïne. En nu is de oorlog werkelijkheid.

[Webartikel op http://www.gereformeerdkerkblad.nl d.d. 1 maart 2022]

Op veel plaatsen in de wereld komen christenen bij elkaar om de Bijbel open te doen en te bidden voor vrede. Het ‘Boek van de Psalmen’ staat vol met gebeden om bevrijding van vijanden en tegenstanders. Kun je die psalmen nu ook toepassen op de oorlog tussen Rusland en Oekraïne? Mag je bijvoorbeeld bidden ‘dat het kwaad onderdrukkers tot de dood achtervolgt’ (Psalm 140:12)?

Psalm 140 is een smeekgebed van David, dat in veel situaties tijdens het leven van David past, zowel in de jaren voordat hij de troon bestijgt en moet vluchten voor koning Saul, als tijdens zijn koningschap. Hij wordt bedreigd door mensen die bruut geweld gebruiken en op zijn ondergang uit zijn. Daarom bidt hij God, of Hij hem wil beschermen in de strijd en of Hij de plannen van zijn vijanden wil doorkruisen. Dat ze zelf zullen vallen in de kuil die zij voor hem graven, dat ze door de vloek getroffen worden waarmee ze hem willen treffen, dat ze uit het land verbannen worden en dat het kwaad henzelf tot de dood zal achtervolgen.

Door het hele Psalmenboek staan verschillende kleine bundeltjes ‘Psalmen van David’. Belangrijk is te weten dat David deze liederen zingt en bidt als de messiaanse (d.i. gezalfde) koning, die een vertegenwoordiger is van God. God, de HEER, is de uiteindelijke koning in Israël en op de aarde. David is geroepen om Gods koningschap op aarde te bevorderen. De strijd tussen David en zijn vijanden staat in dit kader. De vijanden die in de psalmen ter sprake komen zijn vijanden, die strijden tegen het koningschap van God en zo proberen Gods koninkrijk dat nu al zichtbaar wordt in het volk Israël op aarde omver te werpen, (vgl. bijvoorbeeld ook Psalm 2).

Je kunt de tegenstelling ‘vijanden-David’ en ‘vijanden-Gods volk/Israël’ uit de psalmen niet automatisch projecteren op de oorlog ‘Rusland-Oekraïne’ vandaag. Toch kun je wel trekken van die vijanden terugvinden in het optreden van Poetin. Niet voor niets kan Paulus in Rom. 3:13 ook Psalm 140:3 aanhalen, als hij het over de mensen heeft die van God los zijn en door dè messiaanse koning zelf, Jezus Christus, opnieuw in verbinding met God gebracht moeten worden. Zonder die verzoening met God liggen zij onder het oordeel en de toorn van God (Rom. 1:18).

Als je beseft dat de psalmen in een ‘messiaans’ kader staan, dan kun je ook vandaag deze psalmen zingen en bidden. David doet een beroep op God als de Koning en de Rechter van onze wereld. Hij weet dat ‘de HEER recht doet aan zwakken en armen’ (Psalm 140:13). Als wij met de woorden van het ‘Onze Vader’ bidden of Gods rijk mag komen, dan vragen wij ook of God door Christus het kwaad in onze wereld recht wil zetten en zijn gerechtigheid wil laten zegevieren. Zo mogen wij bidden om vrede voor Oekraïne en Rusland, en om wijsheid voor hun beider regeringen. Ook mogen wij bidden of God Poetin wil stuiten in het bedenken en uitvoeren van kwaad en verderf.

Betekent dit dat we ook met Psalm 140 mogen bidden om de dood van Poetin? Daar zou ik voorzichtig mee zijn. Want verderop in de al aangehaalde brief aan de Romeinen schrijft Paulus dat wij God wreker moeten laten zijn van het kwaad in deze wereld: ‘want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’’ (Rom. 12:19). Laten wij het ook aan God als Rechter overlaten hoe hij vergelding zal brengen voor het kwaad dat Poetin nu bedrijft.