Nieuw licht op oude woorden

In de Joodse traditie wordt in één jaar tijd de hele Tora, de vijf boeken van Mozes, in 54 wekelijkse gedeelten op de sabbat gelezen en overdacht. De Tora is daarvoor verdeeld in 54 parasjot, waaraan teksten uit de Profeten toegevoegd zijn. De Messiasbelijdende Joden verbinden de wekelijkse parasjot ook nog met teksten uit het Nieuwe Testament. Op basis van zestien parasjot met bijbehorende lezingen vat Marc de Klijn de Bijbelse boodschap samen, waarbij hij laat zien dat de teksten van het Oude en het Nieuwe Testament elkaar over en weer kunnen verhelderen en verdiepen.

[Recensie in Gereformeerd Kerkblad van 29 juli 2022.]

Marc de Klijn (1939) is bekend als grafisch vormgever en docent aan de Kunstacademie destijds in Kampen. Hij is opgegroeid in een seculier Joods gezin, maar werd begin jaren ’70 christen. Door een bezoek aan Auschwitz-Birkenau in 1995 werd hij geconfronteerd met zijn Jood zijn en de Jodenhaat en het antisemitisme de eeuwen door. Daardoor richtte hij zijn aandacht steeds meer op het Joodse volk en op Israël, waar hij in 2013 samen met zijn vrouw Henny van Hartingsveldt naartoe emigreerde.

Zestien parasjot

Ook al behandelt De Klijn maar zestien parasjot, toch is hij er in geslaagd de belangrijkste verhaallijnen en thema’s in de Tora te becommentariëren. Hij start met de roeping van Abraham in Gen. 12-17, waarna hij stilstaat bij het leven van Jakob (28-32), de ontmoeting van Jakob en Ezau (32-36) en de geschiedenis van Jozef (41-44 en 47-50). Van de Uittocht behandelt hij Ex. 10-13 (de toestemming van de Farao om te vertrekken), de geschiedenis van het Gouden Kalf (30-34) en het maken van de tabernakel (35-38). Van de wetgeving in Leviticus komen vervolgens de offers (1-5), de voorschriften rond rein- en onreinheid (12-15) en de feesten (21-24) aan de orde. Van de woestijnreis in Numeri bespreekt De Klijn de afgoderij bij Baäl Peor (24-30). Tenslotte, van de toespraken van Mozes en de hernieuwde wetgeving in Deuteronomium behandelt hij de uitroeiing van de Kanaänitische volken rondom Israel (7-11), zegen en vloek (11-16), de leiderschapswisseling van Mozes op Jozua (31) en de slotwoorden van Mozes en zijn sterven (33-34).

Gesprek

De Klijn heeft dit boek geschreven vanuit zijn drive om christenen en Joden met elkaar in gesprek te brengen. Hij hoopt dat ze elkaar gaan herkennen en respecteren in het geloof in één en dezelfde God. Maar ook dat ze samen in oprechte liefde voor de Schepper van hemel en aarde zijn licht zullen uitstralen en verspreiden.

Uitgangspunt voor De Klijn is dat het Joodse volk in Abraham een aparte positie gekregen heeft ten opzichte van de andere volken in de wereld, doordat het tot zegen voor de wereld moet zijn. Dit onderscheid ziet hij bevestigd in Openbaring 7, waar enerzijds gesproken wordt over de 144.000 verzegelden uit Israël en daarnaast over de menigte die niemand tellen kan vanuit alle landen en volken.

Duidelijk spreekt De Klijn uit dat Jezus als de Messias gekomen is om te bevrijden van zonde en schuld, en dat het pijnlijk is dat het orthodoxe jodendom en het Joodse volk dit altijd heeft afgewezen. Tegelijk heeft het christendom zich zijns inziens ten onrechte van het jodendom gedistantieerd, waardoor de Joodse context van het Evangelie totaal uit het oog is verloren. Daardoor is van de Messias een ´ontjoodste´ universele Heiland gemaakt die voor Joden totaal onherkenbaar is geworden.

De Klijn legt waardevol Bijbels materiaal op tafel, ook al mag het duidelijk zijn dat hij met zijn interpretatie ook eigen accenten legt. Van betekenis is zijn grote nadruk op de heiligheid van God en de vormende waarde van de leefregels van God. Punt van gesprek blijft de verhouding van het Oude en het Nieuwe Verbond en de positie van de tempel, de stad Jeruzalem en de staat Israël in de profetie en de apocalyptiek.

Extra

In het prachtig uitgegeven boek zijn verdeeld over twee katernen 2 reeksen van acht aquarellen van hem opgenomen, elk katern ingeleid door een gedicht van zijn vrouw Henny. Dit vormt een waardevolle onderstreping van het thema van zijn boek: het schitterend goddelijk licht dat vanuit de Bijbel ons tegemoet komt.

N.a.v. Marc de Klijn, Nieuw licht op oude woorden, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief, 2022, 345 pagina’s. Prijs: €27,90.

De filosofische ethiek van Herman Bavinck

Het was groot nieuws toen in 2019 een ‘Gereformeerde ethiek’ van Herman Bavinck verscheen. Bavinck is vooral bekend als de auteur van de 4-delige ´Gereformeerde dogmatiek´. Dat hij gedurende zijn hoogleraarschap van 1883 tot 1902 ook ethiek aan de Theologische School in Kampen heeft gegeven, had veel minder aandacht gekregen. Tot Dirk van Keulen in 2007 als onderzoeker toevallig op een ingebonden handgeschreven collegedictaat stuitte, waarin de latere ds. Cornelis Lindeboom als student de colleges ‘Ethiek’ van Bavinck uitgeschreven had.

[Recensie in Gereformeerd Kerkblad van 8 juli 2022.]

Naast genoemd collegedictaat vond Van Keulen bij nader onderzoek naar de ethiek-colleges in het Bavinck-archief en in de bibliotheken van de Protestantse Theologische Universiteit en de Theologische Universiteit, beide te Kampen, nog meer ongepubliceerd materiaal dat waardevol genoeg bleek om uit te geven.  

Gereformeerde ethiek

In 2019 publiceerde Van Keulen als eerste daarvan, op basis van de manuscripten van waaruit Bavinck zelf het vak gereformeerde ethiek had gedoceerd, diens ‘Gereformeerde ethiek’.

Volgens Bavinck heeft de christelijke ethiek een strikt theologisch karakter; hij beschouwt de ethiek als een vorm van praktische theologie, onderscheiden van de dogmatiek en tegelijk er als ‘in een mysterie’ nauw mee verbonden. ‘De theologische moraal gaat niet uit van een van nature in de mens, in de schepping gelegen beginsel, maar van een geopenbaard principe, van God, zijn daden, woorden aan en tot ons, en leidt ook weer tot God, vindt in Hem haar doel.’ De christelijke ethiek vindt, net zoals de dogmatiek, haar kennisbron en inhoud alleen in de openbaring, die God in de Heilige Schrift heeft gegeven. ‘Onze ethiek is uit, door, tot God. Hij is het, die ons ook in de ethiek de leer over de zonden, wedergeboorte, heiliging des levens in de Staat, enz., heeft geopenbaard.’ De Heilige Schrift is daarom de enige kenbron van de christelijke ethiek.

Toch doceert Bavinck ‘gereformeerde ethiek’, want het christelijke komt door de gereformeerde bedding tot ons, ‘schittert ons juist in het gereformeerde prisma het zuiverst tegen.’ De gereformeerde ethiek heeft daarom, nadat zij de stof of inhoud van de ethiek aan de Schrift ontleend heeft, ook na te gaan ‘op welke wijze en in hoeverre het ethisch dogma in het leven der christelijke, bepaald der gereformeerde kerk gestalte heeft gekregen.’ En tenslotte hebben wij het ethisch dogma ‘thetisch verder te ontwikkelen, en toe te passen met het oog op onze tijd.’

Filosofische ethiek

Afgelopen jaar presenteerde Van Keulen op het internationale symposium dat in november 2021 aan de TU Kampen/Utrecht ter herdenking van de 100e sterfdag van Bavinck gehouden werd, de ‘Filosofische ethiek’ van Herman Bavinck, een bundel met drie manuscripten.

Het omvangrijkste daarvan is het manuscript getiteld ‘Ethiek’ uit 1887. Hierin geeft Bavinck een overzicht van de geschiedenis van filosofische ethiek, vanaf de Grieken tot en met zijn eigen tijd. Als tweede is er een klein manuscript uit 1893, getiteld ‘Schets der gereformeerde ethiek’. Hoewel het grotendeels gaat over de geschiedenis en de inhoud van de christelijke ethiek gaat Bavinck ook in op het onderscheid tussen de christelijke en de filosofische ethiek; verder biedt het een korte geschiedenis van de filosofische ethiek. Het derde manuscript is uit 1900-1901. Hoewel het getiteld is ‘Gereformeerde ethiek’, omvat het voor het grootste deel een systematisch overzicht van de filosofische ethiek.

Waardevolle aanvulling

De bundel ‘Filosofische ethiek’ (2021) is voor het Bavinck-onderzoek een waardevolle aanvulling op de ‘Gereformeerde ethiek’ (2019). Behalve dat het een overzicht geeft van zijn visie op de relatie tussen èn de betekenis van de filosofische ethiek voor de christelijke ethiek, geeft het zijdelings ook inzicht in de ontwikkeling van Bavinck’s eigen denken over christelijke of gereformeerde ethiek. In formeel opzicht sluit hij zich aan bij de filosofische georiënteerde opbouw van Schleiermacher’s ethiek, maar materieel gaat hij een eigentijdse gereformeerde weg.

N.a.v. Herman Bavinck, Filosofische ethiek. Bezorgd, ingeleid en geannoteerd door Dirk van Keulen, (Ad Chartas-reeks nr. 39), Amersfoort: Uitgeverij De Vuurbaak, 2021, 256 pagina’s. Prijs: €24,50.