Het overdragen van het geloof is in de kerk een kwetsbaar proces geworden. De kracht en de invloed van de traditie, waardoor nieuwe generaties zich gemakkelijk in bestaande normen en vormen invoegen, is behoorlijk afgenomen. De spanningen die dat met zich meebrengt, maakt bezinning op het doel van kerk zijn vandaag des te meer noodzakelijk.
[Artikel in Gereformeerd Kerkblad d.d. 18 augustus 2023, door Fokke Pathuis]
Als je vanuit het perspectief van generaties naar de nabije kerkgeschiedenis van de Gereformeerde Kerken kijkt, blijkt dat er de afgelopen eeuw altijd een verschil tussen generaties zichtbaar is geweest en dat hier verschillend mee om is gegaan.
Scheuringen
Verschillen in visie die zich vooral toespitsten op dogmatische, ethische en kerkordelijke thema’s, werden vooral via een kerkelijke krachtmeting beslist. Eind jaren ’10 en begin ’20 was er in de Gereformeerde Kerken een ‘Beweging der jongeren’, die pleitte voor vernieuwing in spiritualiteit, geloofsbelijdenis en liturgie. Hun verlangen werd op de GS Leeuwarden 1920 gefnuikt. Toen op de GS Assen 1926 de visie van dr. Geelkerken over Genesis 2 en 3 veroordeeld werd en hij afgezet werd, verliet een groot deel van hen de kerken en vormden de ‘Gereformeerde kerken in Hersteld Verband’, die in 1946 opging in de Hervormde Kerk.
In de jaren ’30 profileerde zich met nieuw elan de ‘reformatorische beweging’. Hun visies kwamen echter onder kritiek te liggen door een generatie, die probeerde het erfgoed van Abraham Kuyper te verdedigen. Toen in 1942 door de GS Sneek 1939 deze visies in leeruitspraken – die zich toespitsten op verbond en doop – afgewezen werden en uiteindelijk in 1944 de hoogleraren Schilder en Greijdanus geschorst en afgezet werden, kwam er een scheuring die uitliep op het ontstaan van de GKv.
In de jaren ’50 en ’60 kwam er een strijd over de betekenis van de Vrijmaking. Die resulteerde in een scheuring rondom de ‘Open Brief’ van oktober 1966. Naast verschillen over de belijdenis stond met name de vraag naar de zgn. ‘doorgaande reformatie’ centraal: het oprichten van vrijgemaakte maatschappelijke, politieke, onderwijs- en andere organisaties. Degenen die buiten het kerkverband van de GKv kwamen en de latere NGK vormden, stonden daar kritisch tegenover. Voor de leidende theologen in de Gkv was dit een miskennen van de zaak, waar Schilder c.s. in de Vrijmaking ook voor gestreden hadden.
Vertrek
De recente scheuringen in de GKv rond de DGK (2003), de GKN (2009) en nu rond de vorming van de NGK kunnen ook in het perspectief van de kerkelijke krachtmeting worden geplaatst. Eerst probeerde men via de kerkelijke weg veranderingen terug te draaien, en toen dat niet lukte, werd een eigen kerkverband gevormd die zich als de ‘echte’ voortzetting van de GKv presenteerde.
Sinds de jaren ’90 gaan de verschillen tussen generaties meer over spiritualiteit en liturgie. Wanneer men merkt dat daarin te weinig verandering mogelijk is, vertrekt men naar kerken waar een meer evangelische spiritualiteit te vinden is. Gertjan Oosterhuis heeft in zijn recente boek ‘Veranderen van kerk’ [1] geanalyseerd, dat het met name de generatie van de 20-ers tot en met de 50-ers is, d.w.z. de gezinnen met hun kinderen, die deze overstap maken.
Vandaag zijn het de tieners, de 20-ers en de 30-ers, die niet zozeer vertrekken naar andere kerken, maar die in grote getale afhaken. Vooral, zoals Tabitha van Krimpen laat zien, omdat de geloofstraditie zoals die in de kerken vorm gegeven wordt niet meer aansluit bij de werkelijkheid waar de jongere generaties in leven. Toch is dit niet alleen iets van de laatste jaren. Al sinds de jaren ’70 is er in de GKv sprake van structurele kerkverlating, maar deze was nooit zo zichtbaar vanwege het hoge geboorteoverschot.
Transformatie
Van Krimpen toont in haar boek ‘Bottom up kerk’ [2] de urgentie aan om na te denken over het doel van kerk zijn. Het kan er vandaag niet meer omgaan om de bestaande vormen van kerk zijn zo lang mogelijk te continueren en als dat niet meer lukt een gemeente op te heffen, zoals de laatste jaren al regelmatig gebeurd is. De vraag is hoe wij ons kerk zijn zó kunnen transformeren, dat nieuwe generaties daarin het geloof kunnen vinden en wij werkelijk kerk in generaties zullen zijn.
Terecht wijst Van Krimpen erop dat zo’n noodzakelijke cultuurverandering gedragen moet worden door ‘een theologische doordenking van transformatie in geestelijke en spirituele zin.’ Want het vergt moed en vertrouwen dat God en zijn Geest vandaag actief in de kerk is en dat hij ons als kerken de weg zal wijzen hoe wij zo’n cultuurverandering in het gesprek tussen de generaties op vruchtbare wijze vorm kunnen geven.
[1] Gertjan Oosterhuis, Veranderen van kerk. Hoe gereformeerd en evangelisch elkaar kunnen versterken, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief, 2022. Zie mijn recensie: https://fpathuis.wordpress.com/2023/03/31/veranderen-van-kerk/
[2] Tabitha van Krimpen, Bottom up kerk. Zijn waar twintigers zijn, Utrecht KokBoekencentrum Uitgevers, 2023. Zie mijn recensie: https://fpathuis.wordpress.com/2023/08/19/dringend-pleidooi-voor-een-bottom-up-kerk/


