Dr. Wim van Vlastuin heeft een wat verwarrend essay geschreven over de positie van Israël vandaag.[1] Hij wil de wereldgeschiedenis lezen door de bril van Gods Woord, en in het bijzonder ‘het politieke nieuws over de oorlog tussen Israël en de Arabische volken duiden in het licht van Gods heilsplan.’ Israël is elke dag in het nieuws, waardoor het ‘wel lijkt of de hele wereldgeschiedenis om Israël draait.’
Uitgangspunt
Het verwarrende vind ik dat Van Vlastuin een mijns inziens onmogelijk kader schept om die duiding van de actualiteit te geven. Want als uitgangspunt voor zijn duiding wil hij het vooral hebben over Israël als ‘het volk van de Joden, het natuurlijk nageslacht van Abraham in de lijn van Izak en Jakob.’ Als hij het over ‘Israël’ heeft, bedoelt hij niet ‘de staat Israël en evenmin een bepaalde categorie van de Joden, bijvoorbeeld religieuze of orthodoxe Joden.’ Toch zal er een brug moeten zijn tussen Israël als ‘volk van God’, zoals de Bijbel daarover spreekt, en Israël als ‘politieke realiteit vandaag.’ In mijn analyse van dit essay concentreer ik mij vooral op hoe hij die brug slaat.
Al bij eerste lezing viel mij op dat hij daarin strategische keuzes maakt. Regelmatig gebruikt hij teksten uit de Bijbel die over ‘Israël als Gods volk’ gaan om daarmee uitspraken over het huidige ‘Israël als politieke natie’ te onderbouwen. Hermeneutisch gezien is het dan de vraag of hij dat terecht doet of niet.
De brug die hij slaat gaat via het begrip ‘antisemitisme’. Wanneer Hamas de staat Israël vanuit antisemitische motieven aanvalt en van de kaart wil vegen, noteert hij met een verwijzing naar Psalm 44:23: ‘Om Gods relatie met Israël worden zij [= de burgers van de natie Israël] gedood en zijn [de huidige] Joden geacht als slachtschapen.’ Een ander voorbeeld is zijn uitleg dat Israëls verkiezing als Gods volk in het Oude Testament niet door de omringende volken geaccepteerd wordt. Hij verwijst dan naar de verdrukking van Israël in Egypte in de tijd van Mozes, naar de Babylonische wegvoeringen en naar de onderdrukking door de Perzen en de Romeinen. Maar vervolgens vertaalt hij deze waarneming één op één door naar het antisemitisme van Hitler en dat van Hamas en de Arabische volken vandaag.
Drie gevolgtrekkingen
Aan deze uitleg en toepassing van Israëls verkiezing als Gods volk verbindt Van Vlastuin vervolgens wat hij noemt ‘drie gevolgtrekkingen,’ maar die zijn mijns inziens vooral expliciteringen van wat hij eerst als aanname en stelling geponeerd heeft.
Hij stelt dat het huidige conflict rond de staat Israël een geestelijke wortel heeft: ‘Het is de strijd tussen Jakob en Ezau, tussen Vrouwenzaad en slangenzaad, tussen Mohammed en Christus, tussen God en mens.’ Vanuit deze brug kan hij dan stellen: ‘[w]e missen de belangrijkste dimensie als we niet méér zien dan een politieke krachtmeting en volkenrechtelijke kwesties in het Midden-Oosten. In dit enorme gebeuren trekt God Zijn eigen plan.’ Wat hier plaats vindt is z.i. dat ‘God Zijn heil zendt door vijandschap te poneren tussen Vrouwenzaad en slangenzaad. Gods heil komt in de weg van bloed, zweet en tranen.’ Vandaar zijn conclusie: ‘De haat tegen [de staat] Israël [nu] is uiteindelijk een haat tegen de God van Israël.’
Als tweede gevolgtrekking stelt hij dat ‘als het in het conflict tussen Israël en Hamas om een geestelijke conflict gaat, het niet met politieke middelen valt op te lossen.’ Als onderbouwing daarvoor verwijst hij naar Zacharia 12:2-3, een passage uit een oudtestamentische profetie die hij zonder enige hermeneutische overweging van toepassing verklaart op de huidige ‘strijd tegen Israël.’ Dit is wat Zacharia profetisch aankondigt als: ‘Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt. Als Jeruzalem wordt belegerd, zal ook Juda onder de voet gelopen worden.’ (Zacharia 12:2). Van Vlastuin legt uit dat wat we vandaag zien, is dat God zelf vanwege Israëls zonden zich tegen Israël keert en het kastijdt, omdat het als een van ‘de liberaalste landen in de wereld’ God en Zijn geboden verlaten heeft. Maar er is hoop, want ‘op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal Ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen.’ (Zacharia 12:3).
Ten derde stelt hij vragenderwijs, of het antichristelijk antisemitisme vandaag ook niet de kerk als doel heeft. Want ‘als Israël gehaat wordt omdat God een relatie met dit volk heeft en omdat de Messias onlosmakelijk met dit volk verbonden is, zal het met Gods wereldwijde kerk dan anders zijn?’ Hij maakt het in deze gevolgtrekking niet expliciet, maar hij suggereert wel een verband tussen het lijden van de politieke staat Israël en het lijden dat tegen Gods kerk gericht is.
Heilsgeschiedenis
De uitdaging voor Van Vlastuin in zijn essay is om na te gaan welke betekenis het gegeven, dat de heilsgeschiedenis van het volk Israël in het Oude Testament in Christus vervuld is, heeft voor de positie van de huidige staat Israël. Kun je terecht stellen dat de strijd van de Arabische volken, inclusief Hamas, tegen de staat Israël vandaag een uiting is van de haat tegen God en zijn gezalfde, d.w.z. Jezus Christus?
Van Vlastuin formuleert het op deze manier: ‘Als de Thora en de heilsgeschiedenis tot vervulling zijn gekomen in Christus, is er dan in deze bedeling nog iets te verwachten van en voor Israël?’ Of anders geformuleerd: ‘Wat betekent de vervulling in Christus precies voor de noties uit het Oude Testament.’ Daarvoor gaat hij te rade bij wat Paulus schrijft in Romeinen 11 en Efeziërs 2 en 3. Daaruit blijkt dat ‘Israël als Gods volk’ niet heeft afgedaan. De kerk uit de heidenen komt niet in plaats van Israël. Maar wat is dan de relatie tussen ‘Israël als Gods volk’ en de kerk nu? En wat is de relatie tussen ‘Israël als Gods volk’ en de ‘huidige politieke staat Israël’? En hoe heeft de kerk zich te verhouden tot Israël als politieke entiteit vandaag?
Vanuit Paulus’ visie gezien, is er een bekering van Israël te verwachten. Ook al heeft Israël als volk de Messias verworpen, God heeft die verwerping in zijn plan opgenomen om de heidenen tot geloof in Christus te brengen. En omgekeerd zal de aanvaarding van het evangelie door de heidenen in de toekomst leiden tot een bekering onder het Joodse volk. De hamvraag daarbij is, wat onder de actuele reikwijdte en omvang van het ‘geheel Israël’ in Rom. 11:25-27 moet worden verstaan, maar daar geeft Van Vlastuin geen duidelijk antwoord op.[2] Wel citeert hij o.a. Theodorus van der Groe, die in de 18e eeuw suggereert dat het om het ‘gehele Joodse volk’ gaat.
Van Vlastuin interpreteert deze passage inderdaad als een volksbekering: ‘Zoals het volk in het algemeen de Messias heeft verworpen, zo zal het volk in het algemeen de Messias erkennen en aanvaarden.’ Hij verwijst o.a. naar de uitleg van de Genevebijbel (1560): ‘de tijd zal komen waarin de hele natie van de Joden, hoewel niet iedereen afzonderlijk, bij de kerk van Christus zal worden gevoegd.’ En hij citeert o.a. Thomas Boston die in 1716 schreef: ‘Er komt een dag waarin de nationale bekering van de Joden of Israëlieten plaats zal vinden. De nu verblinde en verworpen Joden zullen ten slotte bekeerd worden tot het geloof in Christus en zich voegen bij de christelijke kerk.’
Voor zover ik deze passages kan duiden wordt in deze teksten uit de 16e en 18e eeuw verwezen naar ‘Israël als natie’ in de zin van het oudtestamentische ‘volk van God’, en kun je het gebruik van ‘natie’ en ‘nationale bekering’ hier niet verbinden met het huidige politieke Israël. Wat ik mij verder bij een formulering van Van Vlastuin als ‘de bekering van het volk in het algemeen’ moet voorstellen, is mij niet duidelijk geworden.
‘In Israël ingelijfd’
Van Vlastuin wijst er terecht op dat het misverstanden kan oproepen, wanneer onbekommerd gewerkt wordt met de zinsnede, dat ‘heidenen deel krijgen aan het heil dat het volk Israël in het Oude Testament toegezegd is.’ Immers, dat wij als gelovigen vanuit de heidenen worden ingelijfd in Israël of Sion betekent namelijk niet, dat wij ingelijfd worden ‘in de wetten en de offers die aan Israël gegeven waren.’ Ook vallen wij als christenen niet onder ‘de koninkrijkswetten van het oude Israël.’ Christus heeft de wetten en offers van Israël tot vervulling gebracht, wat betekent dat ‘dingen worden herschikt of getransformeerd.’ Van Vlastuin vat dit mijns inziens terecht samen als: ‘We worden niet ingevoegd in de Israëlbedeling van het Oude Testament, maar we worden ingelijfd in Christus.’ Met een verwijzing naar Gal. 3:7 stelt hij: ‘De ware kinderen van Abraham zijn niet in de eerste plaats de Joden, maar degenen die geloven in de God van de Joden, de Christus der Schriften.’ In Christus worden de beloften aan Israël als Gods volk gedaan vervuld. Vandaar dat mijns inziens in Matteüs de oproep aan de hele wereld, het Joodse volk incluis, uitgaat: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,’ (Matt. 28:19).
Wanneer Van Vlastuin zo sterk heeft benadrukt dat het in de heilsgeschiedenis gaat om de vervulling van Gods beloften in Christus, kan ik het niet meer volgen dat hij aan het begin van zijn slothoofdstuk zijn betoog op deze wijze samenvat: ‘We hebben gezien dat Israël het centrum is van de heilsgeschiedenis, van de kerkgeschiedenis en van de wereldgeschiedenis.’ In plaats van Christus wordt nu opeens ‘Israël’ het centrum van de heilsgeschiedenis. Dit strookt mijns inziens ook niet met zijn eerdere pleidooi, dat ‘het geestelijk welzijn van Israël [als volk] en Gods wereldwijde kerk niet van elkaar losgemaakt kunnen worden.’ En tenslotte heeft hij tot nu toe alleen maar voorzichtig aan het begin van zijn essay gesuggereerd en allerminst onderbouwd, dat het ‘wel lijkt of de hele wereldgeschiedenis om Israël draait.’
Helemaal verwarrend wordt de slotconclusie waarin hij stelt: ‘Als we vanuit Gods Woord hebben begrepen dat God via [het volk] Israël [in het Oude Testament] zegen zal geven, zullen we de ontwikkelingen in Israël via de media nauwgezet volgen.’ Wanneer hij ter ondersteuning van deze conclusie verwijst naar Rom. 10:1 en schrijft: ‘Israël zal daarin een belangrijke plaats innemen,’ springt hij onbeargumenteerd over van ‘Israël als volk’ in de Bijbel naar ‘Israël als politieke natie’ vandaag. Dat doet hij ook in zijn impliciete verwijzing naar Zacharia 12 wanneer hij schrijft: ‘Oorlogen rondom Israël zijn voor het geloof een teken van hoop, omdat het de voetstappen van Koning Jezus erin hoort.’ Opnieuw past hij deze tekst één op één toe, zonder enige hermeneutische verwerking van de oudtestamentische profetie in de nieuwe bedeling vandaag.
Conclusie
Al met al vind ik het een verwarrend boekje. Van Vlastuin ondergraaft op strategische momenten in zijn essay zijn uitgangspunt, dat hij niet spreekt over Israel als ‘politieke natie vandaag.’ Daarbij doet hij geen recht aan de hermeneutische betekenis van de vervulling in Christus van Gods belofte om in Abraham de wereld te zegenen. Mijn inziens verhelpt de weergave van de visie op de positie van Israël zoals de oudvaders uit de Nadere Reformatie daarover schrijven dit tekort aan een hermeneutische verwerking van de Bijbelteksten niet. De visie die Van Vlastuin tussen de regels door zelf naar voren brengt over de positie van de huidige staat Israël binnen de heilsgeschiedenis, heeft mij niet overtuigd.[3]
[1] Dr. W. van Vlastuin, Israël. Gods oogappel en wij, Apeldoor: Uitgeverij De Banier, 2023. Het boekje is geschreven als ‘Eindejaarsgeschenk’ bij het Reformatorisch Dagblad.
[2] Van Bruggen schrijft in zijn commentaar dat de focus van het slotgedeelte van Romeinen 11 is, ‘dat heidenchristenen hun identiteit moeten leren bepalen, ook in relatie tot Israël. Zij moeten een nederige houding hebben, bereid zijn om door geloof ingelijfd te worden in het volk van Abraham en zij moeten meewerken aan de toekomst van dit volk. (…) Het voornaamste van de slotpassage van hoofdstuk 11 is niet het antwoord op de vraag of het velen zijn die behouden worden uit de joden. Het voornaamste is dat Israël in de Messias de toekomstige Redder heeft.’ [Dr. Jakob van Bruggen, Romeinen. Christenen tussen stad en synagoge, CNT,Kampen: Uitgeverij Kok, 3e druk, 2010, p. 177-78.]
[3] Recent schreef ik over de politieke positie van Israël in mijn blog: https://fpathuis.wordpress.com/2023/12/14/jezus-zit-voor-eeuwig-op-de-troon-van-david/
