Overdenking in de lunchpauzedienst in de Plantagekerk Zwolle op 2 juli 2021 over Kolossenzen 2, 6-15 en 3, 1-4.
Thema: Richt je aandacht op Christus in de hemel
1.
Stel je eens voor hoe het is om in de gevangenis te zitten, niet vandaag, maar 20 eeuwen geleden: geen fatsoenlijk eten, nauwelijks kunnen slapen, een donker hol, geketend en geslagen, en overal uitwerpselen en schimmels aan de muur, en de dreiging van de dood. Je weet niet of èn hoelang het duurt, dat je weer op vrije voeten zult komen. Maar dan komen er vrienden langs, die wat eten brengen, die je proberen op te beuren, vrienden aan wie je ook een boodschap mee kunt geven. Wat zou je dan kwijt willen, wat moeten ze overbrengen aan je familie en vrienden buiten de gevangenis?
Dat is de situatie waar Paulus zich in bevindt. Hij zit gevangen en geeft Timoteüs en Epafras instructies om namens hem een brief te schrijven en die bij kerken in de buurt rond te brengen. Zo zijn enkele brieven ontstaan, die wij vandaag in het Nieuwe Testament kennen als de brieven aan de Filippenzen, die aan Filemon en aan de Kolossenzen, en waarschijnlijk die aan de Efeziërs.
Zo lezen wij vanmiddag een gedeelte uit de brief aan de Kolossenzen, een gemeente die nog niet lang geleden ontstaan is, toen zijn medewerker Epafras in Kolosse de geschiedenis van Jezus Christus kwam vertellen. De bedoeling van Paulus met deze brief is vooral om de christenen daar te bemoedigen. Dat, – nu ze zijn gaan geloven en hun vertrouwen op God en op Jezus hebben gesteld -, ze zullen groeien in dat geloof en zich niet van de wijs zullen laten brengen door inzichten van andere wijsheidleraars, die niet stroken met het evangelie zoals Epafras dat aan hen verkondigd heeft.
2.
Het belangrijkste wat Paulus zegt, is: wanneer je bij Jezus als de Messias en jouw Redder hoort, dan heb je al alles wat je nodig hebt om vandaag in verbinding met God te leven, dan heb je deel aan de volheid van God. Daar hoeft niets meer bij, geen andere rituelen, niet allerlei geboden en verboden, en ook niet het houden van vasten- of andere belangrijke dagen. Nee, het enige wat je moet doen is de band met Christus te onderhouden, daarin te groeien, en alles van Hem te verwachten.
Je hoeft je niet te laten besnijden, zoals bij de Joden het gebruik is, als je bij God wilt horen. Je hoeft ook je niet te houden aan allerlei regels over wat je wel of niet mag eten, omdat bepaald voedsel onrein en ander rein is. Je hoeft ook niet te streven naar visioenen, verering van engelen of hemellichamen of naar allerlei vormen van mystiek. Als je met Christus verbonden bent, is het belangrijkste om die band met Hem vast te houden.
Vandaar dat Paulus onze Schriftlezing ook begint met: ‘Nu jullie Jezus Christus als Heer hebben aangenomen, moeten jullie ook in Hem leven. Net zoals een boom met zijn wortels stevig in de grond staat, zo moeten jullie stevig in Hem geworteld staan. Dan zullen in Hem opgebouwd worden. En jullie zullen stevig blijven staan in het geloof, dat we jullie geleerd hebben.’
3.
Je kunt het niet zomaar aan de buitenkant zien, dat christenen met Christus verbonden zijn. Maar toch is er dat lijntje met hen, zegt Paulus. Een lijntje dat geslagen werd toen de Kolossenzen gedoopt zijn. Toen werd de verbinding gelegd. Toen werden ze als het ware in Christus ingeplant, ingelijfd, zoals je ook een ent kunt inplanten in een boom of wijnstok. Paulus zegt het ook: ‘Jullie leven ligt met Christus verborgen in God.’
Maar net zoals anderen dat lijntje dat een christen met Christus verbindt, niet kunnen zien, is het ook voor een christen zelf niet altijd duidelijk, of hij of zij wel echt met Christus verbonden is. Het kan zomaar gebeuren dat je je dat gevoel van vroeger kwijt geraakt bent, en dat het geloof je niet zoveel meer zegt en niet meer bij je binnen komt.
Wat dan belangrijk is om te doen, is dat je je aandacht niet richt op je innerlijk of op je gevoel, maar op Christus zelf. Of zoals Paulus dat zegt, dat je je aandacht richt op wat boven is. Want toen je door de doop met Christus verbonden werd, ging je met hem kopje onder in de dood, en werd je met hem begraven, maar je kreeg ook een nieuw leven, omdat je met hem werd opgewekt. En nu Christus in de hemel is, aan de rechterhand van God, leef je door Hem in Gods levenssfeer, zijn Koninkrijk.
Daarom moet je naar boven kijken en al je aandacht op Christus richten. Bidden en vragen, of je nu ook zijn kracht mag leren kennen, de kracht van zijn liefde in jouw leven, en of hij jouw geloof en jouw hoop door zijn heilige Geest wil vernieuwen en versterken. Zoals het volk Israël in het Oude Testament met Psalm 121 naar de bergen keek, en zo omhoog keek naar God om hulp en steun in het leven van alledag, zo roept Paulus ons op om ons hart, ons denken, onze aandacht te richten op Christus, die in de hemel is.
4.
Als we dan naar boven kijken, dan doen we iets wat Paulus ons zelf heeft voorgedaan. Ik moet denken aan die andere brief, die Paulus tegelijk vanuit de gevangenis aan de gemeente te Filippi liet schrijven. Daarin gebruikt hij dezelfde taal, als hij zegt: ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk wil worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan,’ (Fil. 3:10).
Een heel bijzondere uitspraak is dat van Paulus. Ook al voelt hij het soms ook niet, maar omdat hij gedoopt is en christen is geworden, wil hij ervaren wat Christus overkomen is. Sinds zijn bekering is Christus voor hem alles. Christus is zijn leven. Door Christus heeft zijn leven zin en betekenis gekregen.
En nu hij in de gevangenis zit en lijden ondergaat, ziet hij daarin een bevestiging dat er dat lijntje met Christus is, hij deelt in het lijden van Christus. Daarom verliest hij ook de moed niet, want hij is vol hoop dat zijn leven en werk er aan bij zal dragen, dat ook anderen Christus zullen leren kennen. In de kracht die hij in de gevangenis krijgt, ervaart hij de liefde van Christus. In de bemoediging van de medewerkers, die hem opzoeken, en in de betrokkenheid van de christenen uit Filippi en Kolosse.
Zo wil Christus ook ons vandaag via deze woorden bemoedigen. Kijk hoe zijn liefde en zijn kracht in het verleden werkzaam was, in Paulus zelf, en in de gemeenten waar Paulus zijn brieven aan schrijft.
Koester daarom vandaag dat lijntje, waardoor je met Christus verbonden bent. Verwacht zo ook vandaag alles van Christus. Strek je uit naar boven, zodat ook jij, en wij allemaal, die liefde en kracht van Christus’ opstanding in ons eigen vernieuwde leven zullen opmerken en zullen ervaren.
Liturgie: Psalmen voor Nu Psalm 121, Opwekking 834 en Liedboek Lied 905: 1, 3 en 4.