Tag Archives: Einddoel

Een Bijbels antwoord op uw vraag: Kan iemand zeker weten dat hij of zij behouden is

 

Grote Vraag - Big Question - Wat nu? What now?

De grote vraag – Big Question – Wat is er hierna? Wat is er na dit leven? – What’s behind this life now?

Vraag: Kan iemand zeker weten dat hij of zij behouden is, en eeuwig leven zal ontvangen bij Christus’ komst?

Antwoord: Wij kunnen onze behoudenis nooit zelf verdienen, noch als ons recht beschouwen. Zij is een vrijwillige gave van God, die Hij zuiver op grond van Zijn liefde en genade, door middel van de offerdood van Zijn eigen Zoon, en op basis van ons geloof geeft. Deze fundamentele christelijke leer vat Paulus in Titus 3:3-7 kort samen.

Eerst beschrijft hij onze natuurlijke toestand. Hieruit heeft God de gelovigen in principe gered, “toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen” in Zijn eniggeboren Zoon Christus Jezus.

Zelf zijn wij Gods grote gave totaal onwaardig; want

“niet om werken van gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, maar door zijn ontferming heeft Hij ons gered”.

Vervolgens beschrijft Paulus hoe wij deelgenoten worden van Christus en het leven in hem: God redt ons

“door het bad van wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest”.

De doop is een ‘bad’, waarin wij onze zonden “laten afwassen” (Hand 22:16; 1 Kor 6:11), en een ‘wedergeboorte’, waarbij onze oude mens met Christus begraven wordt en een mens “in nieuwheid van leven” opstaat in hem (Rom 6:4; Joh 3:5). Onze zonden worden ons dan niet meer toegerekend, en wij leven vanaf dat moment in een nieuwe relatie tot God.

“Want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen, die in Christus gedoopt bent, hebt u met Christus bekleed” (Gal 3:26,27).

Met als doel dat

“wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hoop op het eeuwige leven” (Tit 3:7).

Wie zoon is geworden, is erfgenaam, maar heeft dan nog niet geërfd!

Paulus schrijft hier ook in Efeziërs 2:1-10 over. Tegen de achtergrond van “dood door overtredingen en zonden” en “handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten”, toont hij de grootheid van Gods gave in Christus:

“God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen, mede levend gemaakt met Christus – door geloof bent u behouden … Door genade bent u behouden, door het geloof.”

Als Gods genade ons behoudt, kunnen wij dan zeggen dat wij vanaf het moment van onze doop zeker zijn van onze persoonlijke behoudenis?

Het antwoord van de Bijbel is: ja en nee.

Ja, als wij Christus volkomen navolgen, en tot het einde volharden in het geloof. Nee, als wij niet leven als een nieuwe mens, maar als de oude mens.

Paulus schrijft in 1 Korintiërs 15:1,2 over het evangelie

“waardoor u ook behouden wordt, indien u het zo vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij u tevergeefs tot geloof zou zijn gekomen.”

We kunnen dus tevergeefs tot geloof komen! Onze behoudenis is afhankelijk van ons vasthouden aan het evangelie zoals het door de apostelen werd verkondigd. Paulus schreef over “de heilige schriften, die u wijs kunnen maken tot zaligheid (Grieks: soteria, behoudenis) door het geloof in Christus Jezus” (2 Tim 3:15). Jacobus schrijft:

“Neem met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden” (1:21).

En Petrus schrijft:

“Verlang, als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor mag opgroeien tot zaligheid (soteria, behoudenis)” (1 Pet 1:23;2:2).

Behoudenis is dus een proces, dat zich in het leven van gelovigen voltrekt door middel van Gods Woord.
Paulus vergelijkt het leven van christenen met een hardloopwedstrijd, waarin zij zich tot het uiterste inspannen om de prijs te winnen. Hij spoort de gelovigen aan:

“Loop dan zó, dat u die behaalt!”

Evenals deelnemers aan de Olympische spelen zich “in alles beheersten”, zo moeten ook christenen dit doen:

“zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke”.

Dit doet hij zelf ook:

“ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden” (1 Kor 9:24-27).

Als de door God uitverkoren apostel Paulus zo over zichzelf schreef, bestaat er het wezenlijke gevaar dat wij, als wij ons niet tot het uiterste inspannen in onze dienst voor Christus, wellicht bij zijn rechterstoel “afgewezen” zullen worden.
Christus’ liefde, en zijn offer voor de zonden, waren voor Paulus reden om alles prijs te geven

“opdat ik Christus mag winnen … of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordend, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden” (Flp 3:8-11).

Dit moet de nederige houding zijn van alle ware volgelingen van Christus, ten opzichte van “zulk een heil” dat hij door zijn offer-dood mogelijk heeft gemaakt.
Het feit dat God, de Schepper van hemel en aarde, hém of háár geroepen heeft en zo’n groot werk in hém of háár wil volbrengen, zou de christen met het diepste ontzag moeten vervullen. Daarom schreef Paulus aan de Filippenzen:

“Blijf… uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt” (Flp 2:12,13).

Dit betekent niet dat wij in voortdurende neerslachtigheid over onze eigen tekortkomingen en onwaardigheid moeten leven.
Wij moeten ons integendeel

“verheugen met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar u het einddoel van het geloof bereikt, dat is de zaligheid (soteria, behoudenis) van de zielen”.

En toch, zegt Petrus verder in dit hoofdstuk, zullen wij “wandelen in vreze”, wetende welke prijs voor onze behoudenis is betaald, en wie wij door Christus “Vader” mogen noemen:

“Indien u Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien van de persoon naar ieders werk oordeelt, wandel dan in vreze”

– Gods genade sluit zijn oordeel niet uit (1 Pet 1:8,9,17-19).

Leave a comment

Filed under Levensstijl, Vragen van lezers