Titel uit: ‘Arlington’ van de Canadese Folk/Bluegrass-groep The Wailin’ Jennys. Tekst: hier.
Een poëtisch liedje over de wind en een vogeltje. Symbolen voor rusteloosheid en zoeken naar thuis.
De wind, het heeft geen vaste plek, de wind is altijd in beweging want dat ìs de wind nu eenmaal. Het staat voor ontheemde mensen, het niet weten waar je hoort of thuis bent.
En dan het vogeltje, dat staat voor de menselijke ziel, die vrij en onrustig kan zijn. En altijd maar onderweg wil zijn.

(foto: Pinterest)
Het maakt het liedje wat weemoedig maar ook, juist misschien wel daarom, troostrijk tegelijkertijd.
Wistjedat-je
Wanneer nu, zo begin februari, de zon lekker schijnt dan voelt het al aan als voorjaar. Dat komt vooral omdat de vogeltjes er lustig op los fluiten. Dat voorzichtige lentegevoel, wanneer het nog winter is, heeft met het toenemen van daglicht te maken.
Onze gevederde vriendjes zijn daar supergevoelig voor. Hoe meer licht, hoe meer hormonen en daardoor zin om te fluiten. Zo bakenen ze hun territorium af. Jonge vogeltjes gebruiken dit winterfluiten dan weer om hun zang te oefenen. Op de grijze koude dagen laten de vogeltjes zich minder horen omdat ze dan vooral bezig zijn met overleven.

Eerste breisel
Vanaf mijn veertiende jaar brei ik al truien. Eerst voor mezelf, vervolgens voor mijn vorige man en voor onze kinderen. Ik dacht er toen nooit zo bij na. Ik deed het gewoon, ik vond het vooral leuk om te doen.
Mijn eerste trui: twee rechte panden en twee rechte mouwen. Gele mohair, wat mijn moeder voor me kocht. Ze vond dat je bij trui één al gewoon met mooi garen mocht breien. Mijn moeder gaf me daarmee ook het vertrouwen dat een trui breien me gewoon wel zou lukken. En hoe prachtig is het om meteen met fijn garen te kunnen breien.

Ik droeg die eerste trui graag.
Daarna maakte ik raglanconstructies, ronde halsen & v-halsen. En ook ging ik over in kleurwerk, reliëfsteken, ajour en kabels.
Al deze breisels waren nog op de rechte lange pennen. Toen had ik nog niet van verkorte toeren gehoord om pasvorm te verbeteren. Alles was vlak en plat gebreid. Eigenlijk niets mis mee.
Mouwen, die breide ik altijd tegelijkertijd, handig om twee gelijke mouwen te krijgen.
Trui voor Jan
Ik had nog wat petrol-kleurige wol liggen. Jaren terug gekocht bij de Aldi. Ik kocht 2 pakken van 10 bollen. Ik had toen nog een grotere maat en zou aan 10 bolletjes à 50 gram voor mezelf niet genoeg hebben.

Nu diepte ik het op uit mijn stash om er een trui voor Janlief mee breien.

Omdat ik het mezelf niet al te moeilijk wilde maken heb ik de trui gebreid op de ‘ouderwetse’ manier, zoals ik in mijn tiener- en twintigerjaren altijd deed. Ik had een leuke patroon bij Drops Design gezien, de Twilight Ridge Sweater. Een streep door een reliëfsteekje en dat paste ik toe in dit breiwerk.

Ik heb de maten aangehouden van een goed passende trui van Jan. Met behulp van een proeflapje en met het Breiboek met schema’s kon ik gemakkelijk de hals lijn en meerderingen van de mouwen breien. Easy peasy!

Heerlijk om zo een trui te breien.

Uiteindelijk had ik net iets meer dan 10 bollen garen nodig.

Ik heb dus nog echt genoeg om voor mezelf ook een vestje te breien. Hahaha, ik zie ons al lopen als ANWB-stelletje!

Zo’n platte constructie heeft een klein nadeel: Je moet de stukken nog wel ‘aan-elkaar en in-elkaar’ zetten.

Even een fotoshoot:

En… hij is er blij mee!
Het roodborstje
Het roodborstje heeft in veel culturen een speciale betekenis.
Het vogeltje wordt gezien als brug tussen de werelden. Zo ziet de Keltische traditie het roodborstje als teken van een overledene die je gedag komt zeggen. Zoiets als ‘je bent niet alleen’.
Wanneer je aan de wandel bent en zo ineens zie je het dappere vogeltje, zo dichtbij, alsof het je aankijkt. Precies op het juiste moment. Een fijn idee, zo vind ik.
Maar ik zie dat ‘Dag piekje!*’ ook wel terug als ik toevallig iemand spreek die het dan over mijn moeder heeft. Het zijn zulke bijzondere (en vaak korte) ontmoetingen die indruk op mij maken, omdat ik ze zo label: als begroeting.
*Mijn moeder noemde mij ‘piekje’ wat ‘kuikentje’ betekent in het Stellingwerfs. Wel een logische naam voor de benjamin van een poelier.

Er is een oude legende die vertelt hoe het kleine moedige roodborstje aan zijn rode borst kwam:
Op een koude winteravond brandde er een groot vuur om de mensen en dieren warmte te geven. Terwijl de vlammen knetterden, merkten de dieren op dat het vuur langzaam aan het doven was. Zonder het vuur zouden ze bevriezen. Maar niemand durfde dicht genoeg bij de vlammen te komen om het aan te wakkeren. Toen kwam er een klein, onopvallend vogeltje want toen had ze nog geen rood borstje.
Ze vloog moedig naar het vuur, wapperde met haar vleugels en blies zachtjes om de vlammen opnieuw op te laten laaien. Terwijl ze dat deed, schroeide de hitte en vonken haar borstveertjes. Ondanks de pijn ging het vogeltje door totdat het vuur weer volop brandde en iedereen gered was van de kou.

(foto van Pinterest)
Als beloning voor haar moed en onzelfzuchtigheid gaf de natuur het vogeltje een blijvende herinnering aan haar dappere daad: de rode borst die sindsdien elke roodborst siert.
Het geliefde roodborstje, een vogeltje van moed, opoffering en warmte.
Bij de weg
Het is dit weekend weer de jaarlijkse tuinvogeltelling, tel je ook mee?

Dit is wel een eigen foto: het ijsvogeltje. Een super-moeilijk vogeltje om te fotograferen, vandaar lang niet scherp.
Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae!






























































































































