“Little Acorns “

Het eerste Januari-deel is klaar. De hele bovenste rand is gemaakt.

Maar ik besloot om meer te doen en ben dus begonnen aan het Februari-deel. Ik wilde alvast een deel maken om volgende maand niet veel te hoeven doen aan de SAL, want ik wilde ook wel een alfabet borduren voor mijn pronkrol.

Ik heb een aantal verschillende borduur technieken voor de pronkrol klaar. Ze liggen keurig op een stapeltje te wachten tot ik er aan toe ben om ze op een lange lap te bevestigen. Ik heb er stof voor liggen. Het ontbreekt me aan moed om het te gaan doen. Ik ben niet zo handig met de naaimachine en ik wil het natuurlijk niet verknallen… Ik maak gewoon een nieuw deel en zie wel wanneer ik er een echte pronkrol mee maak. Ik kan ze natuurlijk ook allemaal in een zelfgemaakte doos doen. Een pronkdoos!

Tot nu toe ben ik tot en met het tweede hertje gekomen met de SAL. Ik borduur van links naar rechts. Dat is op een of andere manier makkelijker, omdat ik een kruissteek maak van linksonder naar rechtsboven en dan van linksboven naar rechtsonder.

Ik zie, dat ik niet heb verteld, dat ik met één draadje zijde, Soie d’Alger, borduur. Voor de hertjes heb ik roodbruine zijde aangeschaft en een lichtere kleur bruin voor de geweien.

Ik vind de bijenkorf met de vliegende bijen erg mooi. Ik hoor ze bijna zoemen.

De eerste letters van het alfabet voor de pronkrol of pronkdoos zijn gemaakt met één blauw draadje DMC 336.

Little Acorns

De SAL “ Little Acorns “ is door Jacob de Graaf ontworpen. Het patroon ervan is via Modern Folk Embroidery aan te schaffen. Je krijgt dan alle delen van de SAL en je mag zelf bepalen hoe je iedere maand een deel wilt maken. Ik ben rechtsboven begonnen.

Op de foto ligt de lap ondersteboven en lijkt het alsof linksonder is begonnen. Maar het is dus rechtsboven. Eerst een horizontale lijn van 91 kruisjes gemaakt. Begonnen in het midden. Toen een verticale lijn geborduurd en het rechter figuren gemaakt.

Het is altijd weer uitkienen en intuïtief kiezen welk figuur met welke kleur gemaakt gaat worden. De takken zijn in bruingroen en de bladeren in donkergroen. De kleuren lijken erg veel op elkaar, maar er zit verschil tussen.

De vogels zijn in grijsgroen, net als de bloemen en sommige blaadjes. Het is een eerste keer dat ik vier groene kleuren gebruik. Ik kies bijna nooit voor groen. Op de foto van de strengen zijde leek het meer bruin dan groen, waardoor ik besloot de “Little Acorns” ermee te borduren. Nu is het meer groen en ga ik daarmee verder.

Droogdoek 5

Na de kruisvorm ben ik met een volgend Fries motief begonnen.

Het is duidelijk dat de droogdoek niet vierkant is geweven. Het is breder dan hoog en toch zijn er evenveel kruisjes gemaakt…

Het wordt een achthoekig figuur met heel veel “oogjes”.

Alleen nu nog het middenstukje, maar dat gaat enkele weken later gebeuren, want gisteren ben ik begonnen met het eerste deel van de SAL Little Acorns door Jacob de Graaf ontworpen. Pas als het eerste stuk klaar is, ga ik verder met de droogdoek.

Ik heb gekozen voor een linnen lap waar zeven à acht kruisjes op de centimeter gaan. De rand heb ik al voorzien van een open zoompje.

Deze keer wil ik soie d’alger gebruiken. Ik heb verschillende kleuren groen gekozen: 3836, 3736, 525, 3834 en 3832. Bij deze serie zit ook nog een streng witte zijde nummer 4102, maar ik weet nog niet of ik dat ga gebruiken.

Zomer Greenman

Op de donderdagavonden ga ik nog steeds heerlijk boetseren bij Mollie Brotherton. De laatste keren was ik druk bezig met gekleurd slib op maskers aan te brengen.

Zo ziet de scherf-gebakken zomer er uit.

Zo ziet het masker er met de kleuren er uit.

Zo ziet de gebakken en de mat geglazuurde zomer eruit.

De kleuren vind ik een beetje tegenvallen. Het geel zou wat zonniger mogen zijn. Het als roze bedoelde vingerhoedskruid is veel te bleek geworden en de stipjes te te donker. Maar het ziet er toch wel leuk uit.

Droogdoek

De droogdoek vordert langzaam. Nadat de levensboom met lantarentjes af kwam, ging ik door met een volgend motief. Weer uit de serie kruissteek patronen die Jacob de Graaf bij de Quintessential Frisian Smalls heeft gegeven.

Boven de levensboom met lantarentjes staat nu een kruisvorm.

Het wordt al wat!

Droogdoek

Het alfabet staat er inmiddels op.

De J, Q, U, V, X, Y en Z ontbreken in het antieke patroon. De J werd toen vaak vervangen door de I. Van de W, maakte men de U en de V. De Q werd simpel niet gemaakt evenals de Y. Maar waarom er geen Z bij staat, blijft een raadsel. Of die letter komt niet voor bij voor- of achternamen in het Fries.

Op de bovenstaande foto staat links al het Friese motief.

Tussen de twee hertjes borduurde ik een tweede levensboom

Nu ben ik bezig om een derde levensbookte maken boven het Friese motief.

De foto laat de hele onderkant van de droogdoek zien samen met de vergrootglaslamp.

Het leuke van deze levensboom vind ik de lantarentjes ( het is natuurlijk niet zeker, dat die bedoeld zijn als lantarentjes, maar ik zie het zo). Heel mooi vind ik de “eyelets”.

Friese droogdoek.

De vorige keer heb ik de stappen van het groeien van de levensboom laten zien, maar de hele boom was nog niet volgroeid. Inmiddels ben ik een stuk verder. De boom is klaar en ik ben er heel erg blij mee. Vooral omdat er een vogel ouderpaar hun twee jongen voeren. Nooit heb ik dat gezien op merklappen.

Maar hier is het niet bij gebleven, zoals mijn oorspronkelijke idee was. Ik vond het te miniem en besloot om aan de linkerkant van de droogdoek een ander Fries motief te borduren.

Hier kan je heel goed zien dat de doek niet evenwichtig is geweven. Het vierkantje is in de breedte gerekt.

Mijn vrouw zei, dat ik er best een hele merklap van kan maken. Ik besloot om in ieder geval vast een alfabet aan de onderkant te maken. Een Fries alfabet. In de vroegere perioden waarin letterdoeken werden gemaakt vindt men vaak geen letter J. De I werd daar voor gebruikt. Ook de Q kwam niet voor, evenals de V, X,Y en de Z. Vaak werden er twee V’s tegen elkaar geborduurd voor de W. Of de W werd gehalveerd om een V te vormen. De V werd ook gebruikt voor de U. Waarom de Q, Y en de Z niet werden geborduurd, weet ik niet. Er wordt verondersteld dat die letters niet in de gangbare namen voorkwamen. Helaas begint mijn familienaam met een Q, die ik meestal zelf moet creëren van het patroon van de O.

Ik ben begonnen met de W en verder met de T. Het viel best tegen, omdat de draden dan weer dikker waren of veel dunner. Soms maakte ik een kruisje over één draadje en dan kwam ik daar pas achter als er een kruisje naast moest. Ook is het gebeurd dat ik een kruisje over drie draden maakte, omdat er eentje zo dun was dat ik het niet zag. In beide gevallen betekende dat: uithalen en goed maken. Helaas sleet de borduurdraad, DMC 321, vaak zo erg dat de draad brak en ik moest zien af te hechten en een nieuwe draad aanhechten.

Het moet fout zijn gegaan met de W en de T. De T kwam één kruisje hoger uit dan de W. Natuurlijk kwam ik daar pas achter, toen ik de rij erboven ging maken. Boven de T zitten er twee hele dunne weefseldraden en bij de W vier. Het zij zo. Ik laat het zitten.

Fries Levensboompje.

Van een vriendin kreeg ik twee antieke droogdoeken cadeau. Ze zijn onregelmatig geweven met dikkere en dunnere draden, soms heel dun en nauwelijks te onderscheiden. Prachtig om te versieren met een borduursel.

Bij het speldenkussentje en het kussentje voor een schaartje waren een paar patronen van kleine Friese merklappen. er zat ook een patroon van een levensboompje bij, wat mij erg aantrok en dat ik wilde borduren.

Het viel niet mee. Door het verschil in dikte van de weefseldraden prikte ik zo nu en dan drie in plaats van twee draden . Gelukkig ontdekte ik het redelijk op tijd, zodat het uithalen en goed borduren, niet te lang duurde. Soms maakte ik een scheef kruisje door over één draadje te steken en bij de terug gang over twee. Ook dat moest worden gecorrigeerd.

De oogjes met de vierkantjes erin zijn verschillend vanwege de dikke en dunne weefseldraden.

Het oorspronkelijke levensboompje staat op een Friese merklap uit 1770, wat gememoreerd wordt door het jaartal boven de basis te zetten.

Dit is het resultaat tot nu toe.

Kussentje voor een schaartje.

Het tweede tussendoortje is een klein kussentje met een koordje met een oud Fries motiefje.

Het origineel is op een Friese merklap uit 1681 te vinden . Vandaar het jaartal. Er moesten twee initialen boven het jaartal en weer was er geen Q in de toegevoegde alfabetten te vinden. Ja, de Q werd heel vaak niet gebruikt in veel oudere alfabetten. Maar mijn familienaam begint met een Q, dus moet er er eentje gemaakt worden. Daar gebruik ik gegeven patroon van de O voor, die dan een aanpassing krijgt van het staartje van de Q.

De O was een vierkantje van drie kruisjes hoog en breed. Ik borduurde maar twee kruisjes onderaan, maakte twee schuine kruisjes en daar boven twee verticale kruisjes. Zo ontstond de Q.

Er werd een koordje gedraaid en het kussentje gevuld, gesloten en toen het koordje er aan genaaid. Even leek het erop, dat mijn vingers te groot waren om het voor elkaar te krijgen. Maar het is gelukt!