
Ze dringen zich op, de datums. Ik ben helemaal niet van de datums, als ik ergens een hekel aan heb, zijn het wel datums. Volgende week ben je een half jaar niet meer bij ons, bij mij. Elke dag wordt het gemis groter, zwaarder. Ik wil niet stilstaan bij dagen die herinneren aan dood en verdriet, ik heb soms het idee dat mensen daar naar toe leven. Samen bezochten wij een paar keer per jaar de begraafplaats, niet om te herdenken, ook niet uit nieuwsgierigheid, maar vooral om de stilte, het ruisen van de bomen, de stille liefde die aanwezig was bij mensen die er al jaren niet meer zijn.
Liefde, getoond door verse bloemen, een brandend kaarsje, een glanzende steen……
Jij wilde absoluut niet begraven worden, we spraken daar open over, en je beschikbaar stellen voor orgaan donatie stond ook zeker niet op je prioriteiten lijst.
Véél te vroeg heb ik je wensen moeten inwilligen. Jouw heengaan heeft mij veranderd, ik zal de begraafplaats zonder jou niet meer bezoeken, niet meer samen fluisteren en stilstaan van verbazing en ontroering……
” Oh ma toch, zo jong nog ‘… ohhh die ken ik, wist jij dat zij / hij overleden is’….
Verbazing over de vergeten doden, de stenen bedekt met mos, verzakt in het zand, dat wilden wij beiden niet. Uit het oog, uit het hart, zeiden wij vaak tegen elkaar bij het zien van een graf waar het mos van jaren op lag.
Géén datums maar herinneringen, mijn laatste momenten met jou, één foto, gemaakt door je zus.
De dochter van je man heeft foto’s gemaakt van jouw afscheidsdienst, geen foto’s en herinneringen voor mij, ik hoop dat hij daar gelukkig mee is.
Eén foto, de laatste foto waarop wij nog samen zijn, gemaakt door je zus.
Wij samen…..






















































