Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31973R0558

Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 558/73 van de Raad van 26 februari 1973 tot wijziging van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Geeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen

PB L 55 van 28.2.1973, pp. 1–3 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (EL, ES, PT)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1973/558/oj

31973R0558

Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 558/73 van de Raad van 26 februari 1973 tot wijziging van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Geeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen

Publicatieblad Nr. L 055 van 28/02/1973 blz. 0001 - 0003
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0187
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0203
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 01 Deel 1 blz. 0203


++++

VERORDENING ( EGKS , EEG , EURATOM ) Nr . 558/73 VAN DE RAAD

van 26 februari 1973

tot wijziging van Verordening ( EEG , Euratom , EGKS ) nr . 259/68 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot instelling van een Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben , inzonderheid op artikel 24 ,

Gezien het voorstel van de Commissie , gedaan na advies van het Comité voor het Statuut ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Gezien het advies van het Hof van Justitie ,

Overwegende dat het in het licht van de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en rekening houdend met bepaalde dringende redenen van sociale aard dienstig is enkele bepalingen van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen , zoals vastgesteld bij Verordening ( EEG , Euratom , EGKS ) nr . 259/68 ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( Euratom , EGKS , EEG ) nr . 2647/72 ( 2 ) , te wijzigen ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Met ingang van 1 juli 1972 wordt het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen als volgt gewijzigd :

a ) Artikel 67

In lid 1 , sub a ) , wordt " gezinshoofdtoelage " vervangen door " kostwinnerstoelage " .

b ) Artikel 69

" Gezinshoofdtoelage " wordt vervangen door " kostwinnerstoelage " .

c ) Artikel 74

De laatste zin van lid 3 wordt als volgt gelezen :

" Zijn zowel de vader als de moeder ambtenaren van de Gemeenschappen , dan wordt de toelage slechts aan de moeder uitbetaald " .

d ) Artikel 81

In de eerste alinea wordt " gezinshoofdtoelage " vervangen door " kostwinnerstoelage " .

c ) Artikel 105

In lid 2 , tweede streepje , wordt " gezinshoofdtoelage " vervangen door " kostwinnerstoelage " .

f ) BIJLAGE VII

Artikel 1

Artikel 1 wordt als volgt gelezen :

" 1 . De kostwinnerstoelage wordt vastgesteld op 5 % van het basissalaris van de ambtenaar met dien verstande dat deze toelage niet minder dan 1 183 Bfr . mag bedragen .

2 . De volgende ambtenaren hebben recht op de kostwinnerstoelage :

a ) de gehuwde ambtenaar ,

b ) de ambtenaar die weduwnaar , van echt gescheiden , wettelijk gescheiden of ongehuwd is , en die een of meer te zijnen laste komende kinderen in de zin van artikel 2 , leden 2 en 3 , heeft ;

c ) krachtens een bijzonder en gemotiveerd besluit van het tot aanstelling bevoegde gezag , genomen op grond van bewijsstukken , de ambtenaar die , hoewel hij niet voldoet aan de sub a ) en b ) gestelde voorwaarden , in feite gezinslasten draagt .

3 . De ambtenaar die recht heeft op de kostwinnerstoelage en wiens echtgenoot een winstgevende bezigheid als beroep uitoefent die een beroepsinkomen oplevert van meer dan 250 000 Bfr . per jaar voor belasting , geniet deze toelage niet , behoudens bijzonder besluit van het tot aanstelling bevoegde gezag . Het genot van de toelage wordt evenwel in elk geval gehandhaafd indien de echtgenoten een of meer te hunnen laste komende kinderen hebben .

4 . Indien krachtens bovenstaande bepalingen echtgenoten die in dienst van de Gemeenschappen zijn beiden recht hebben op de kostwinnerstoelage , wordt deze slechts uitgekeerd aan de echtgenoot met het hoogste basissalaris . "

g ) BIJLAGE VII

Artikel 4

In artikel 4 , lid 1 , eerste alinea , wordt " gezinshoofdtoelage " vervangen door " kostwinnerstoelage " en worden de woorden " waarop de ambtenaar recht heeft " vervangen door de woorden " die aan de ambtenaar worden uitbetaald " .

De leden 2 en 3 vervallen .

h ) BIJLAGE VII

Artikel 5

- In lid 1 worden de woorden " indien hij als gezinshoofd wordt aangemerkt " vervangen door " indien hij recht heeft op de kostwinnerstoelage " ;

In lid 3 , tweede alinea , worden de woorden " indien hij gezinshoofd is " vervangen door de woorden " indien hij recht heeft op de kostwinnerstoelage " ;

In lid 4 worden de woorden " die als gezinshoofd wordt aangemerkt " vervangen door de woorden " die recht heeft op de kostwinnerstoelage " ;

- In lid 1 wordt tussen de huidige eerste en tweede alinea de als volgt geredigeerde alinea ingevoegd :

" Indien echtgenoten die ambtenaar van de Gemeenschappen zijn , beiden recht hebben op de inrichtingsvergoeding , wordt deze slechts uitgekeerd aan de echtgenoot met het hoogste basissalaris . "

i ) BIJLAGE VII

Artikel 6

- In lid 1 , eerste alinea , worden de woorden " indien hij als gezinshoofd wordt aangemerkt " vervangen door de woorden " indien hij recht heeft op de kostwinnerstoelage " .

- In lid 1 , eerste alinea , wordt een als volgt luidende zin toegevoegd : " Indien echtgenoten die ambtenaar van de Gemeenschappen zijn , beiden recht hebben op een inrichtingsvergoeding bij beëindiging van de dienst , wordt deze slechts uitgekeerd aan de echtgenoot met het hoogste basissalaris . "

j ) BIJLAGE VII

Artikel 8

- In lid 1 , eerste alinea , worden de woorden : " indien hij gezinshoofd is " vervangen door de woorden : " indien hij recht heeft op de kostwinnerstoelage " .

- In lid 1 wordt na de eerste alinea een als volgt luidende nieuwe alinea ingelast :

" Wanneer beide echtgenoten ambtenaar van de Gemeenschappen zijn heeft elk van hen recht op reiskostenvergoeding voor hemzelf en voor de personen die te hunnen laste komen volgens bovenstaande bepalingen ; voor elke ten laste komende persoon wordt slechts éénmaal betaald . Voor de te hunnen laste komende kinderen wordt de vergoeding overeenkomstig het verzoek van de echtgenoten vastgesteld op basis van de plaats van herkomst van een van beide echtgenoten . "

- In lid 1 , tweede alinea , worden de woorden " de hoedanigheid van gezinshoofd " vervangen door " het recht op de kostwinnerstoelage " .

k ) BIJLAGE VII

Artikel 10

- In lid 1 , eerste alinea , en lid 2 , sub a ) en b ) , worden de woorden " die gezinshoofd is " en " die geen gezinshoofd is " respectievelijk vervangen door de woorden " die recht heeft op de kostwinnerstoelage " en " die geen recht heeft op de kostwinnerstoelage " .

- In lid 1 , eerste alinea , wordt een als volgt luidende zin toegevoegd :

" Indien echtgenoten die ambtenaren van de Gemeenschappen zijn , beiden recht hebben op de dagvergoeding , zijn de bedragen van de eerste twee kolommen slechts van toepassing op de echtgenoot met het hoogste basissalaris . De bedragen van de twee andere kolommen zijn van toepassing op de andere echtgenoot . "

- In lid 2 wordt een als volgt luidende tweede alinea ingelast :

" Wanneer echtgenoten die ambtenaar van de Gemeenschappen zijn , beiden recht hebben op de dagvergoeding , geldt de sub b ) bepaalde periode gedurende welke deze wordt toegekend , ten aanzien van de echtgenoot met het hoogste basissalaris . De in sub a ) bepaalde periode geldt ten aanzien van de andere echtgenoot . "

2 . Met ingang van 1 juli 1972 wordt de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen als volgt gewijzigd :

Artikel 24

- In lid 3 worden de woorden " die gezinshoofd is " en " die geen gezinshoofd is " respectievelijk vervangen door de woorden " die recht heeft op de kostwinnerstoelage " en " die geen recht heeft op de kostwinnerstoelage " .

- In lid 3 wordt een als volgt luidende alinea toegevoegd :

" Indien echtgenoten die tijdelijk functionaris bij de Gemeenschappen zijn , beiden recht hebben op de inrichtingsvergoeding bij indiensttreding of bij beëindiging van de dienst , wordt deze slechts uitgekeerd aan de echtgenoot met het hoogste basissalaris . "

Artikel 2

1 . Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin deze verordening in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt , wordt het Statuut van de ambtenaren der Europese Gemeenschappen als volgt gewijzigd :

a ) Artikel 72

Na de eerste zin van de eerste alinea wordt de volgende zin toegevoegd :

" Het percentage van 80 wordt evenwel verhoogd tot 100 in geval van tuberculose , kinderverlamming , kanker , geestesziekte en andere ziekten die naar oordeel van het tot aanstelling bevoegde gezag even ernstig zijn . "

b ) BIJLAGE VII

Artikel 6

Lid 2 wordt als volgt gelezen :

" 2 . Indien een ambtenaar in vaste dienst komt te overlijden , wordt vorengenoemde inrichtingsvergoeding uitbetaald aan de overlevende echtgenoot , of , bij gebreke van deze , aan de personen die in de zin van artikel 2 te zijnen laste waren , zonder dat het tijdsbeding van lid 1 geldt . "

2 . Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin deze verordening in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt , wordt de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen , als volgt gewijzigd :

Artikel 65

Aan artikel 65 wordt een eerste alinea toegevoegd die als volgt luidt :

" De bepalingen van artikel 67 , lid 1 , sub a ) en b ) , lid 2 en lid 3 , en van artikel 69 van het Statuut betreffende de kostwinnerstoelage , de kindertoelage en de ontheemdingstoelage zijn van toepassing . "

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 26 februari 1973 .

Voor de Raad

De Voorzitter

E . GLINNE

( 1 ) PB nr . L 56 van 4 . 3 . 1968 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 283 van 20 . 12 . 1972 , blz . 1 .

Top