De langetermijnbegroting van de EU uitgelegd
Hoe wordt de EU gefinancierd en waar gaat het geld naartoe? Lees verder om te begrijpen wat de langetermijnbegroting van de EU is en hoe deze wordt vastgesteld.
Inhoud
- Wat is de langetermijnbegroting van de EU?
- Waar besteedt de EU geld aan?
- Hoe wordt de langetermijnbegroting van de EU gefinancierd?
- Hoe wordt de volgende langetermijnbegroting vastgesteld?
- Het Commissievoorstel voor de volgende langetermijnbegroting
- Het standpunt van het Parlement over het begrotingsvoorstel
- Wat zijn de volgende stappen voor de nieuwe EU-begroting?
De langetermijnbegroting van de EU komt miljoenen Europeanen ten goede, onder wie landbouwers, studenten, onderzoekers, steden, bedrijven, regio’s en niet-gouvernementele organisaties. Het geld draagt bij tot baanbrekend onderzoek, gezonder en veiliger voedsel, nieuwe en betere wegen, spoorwegen en luchthavens, een schoner milieu en een betere veiligheid aan de buitengrenzen van de EU.
Het basisidee is dat Europa sterker en welvarender wordt als het zijn middelen bundelt.
Aangezien de huidige langetermijnbegroting loopt van 2021 tot 2027, is de voorbereiding van de volgende al ver gevorderd.
Wat is de langetermijnbegroting van de EU?
De langetermijnbegroting van de EU wordt ook wel — net als in het EU-Verdrag — het meerjarig financieel kader (MFK) genoemd. In het MFK worden grenzen gesteld aan de hoeveelheid geld die de EU over een periode van ten minste vijf jaar op verschillende beleidsterreinen kan investeren. De laatste langetermijnbegrotingen hadden telkens een looptijd van zeven jaar.
Een van de redenen waarom de EU met een langetermijnbegroting werkt, is om ervoor te zorgen dat de begunstigden van de programma’s die de EU wil financieren gemakkelijker kunnen plannen en efficiënter te werk kunnen gaan. Deze voorspelbaarheid is bijvoorbeeld noodzakelijk voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke projecten die meerdere jaren in beslag nemen of voor de financiering van grote infrastructuurprojecten.
De langetermijnbegroting moet ook tot op zekere hoogte flexibel zijn zodat de EU het hoofd kan bieden aan onvoorziene crises en noodsituaties, zoals pandemieën of natuurrampen na extreme weersomstandigheden. Daarom omvat de begroting een aantal instrumenten om ervoor te zorgen dat er geld kan worden gebruikt waar dat in onvoorziene omstandigheden het hardst nodig is.
In tegenstelling tot nationale begrotingen is de EU-begroting eerder een investeringsbegroting. De middelen dienen bijvoorbeeld niet voor de financiering van basisonderwijs of nationale gezondheidsstelsels. In plaats daarvan ligt de nadruk vooral op gebieden waar de EU een verschil kan maken door schaalvoordelen te benutten, dubbel werk te voorkomen, groei en concurrentievermogen te stimuleren of solidariteit in praktische maatregelen om te zetten.
Waar besteedt de EU geld aan?
De EU-begroting ondersteunt onderzoek en innovatie, investeringen in Europese vervoers- en energienetwerken, en de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen. Het doel hiervan is groei te stimuleren en banen te scheppen in de EU.
Binnen de huidige langetermijnbegroting wordt het merendeel van de financiering toegewezen aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, het gemeenschappelijk visserijbeleid en het milieubeleid. De volgende grootste ontvangers van EU-financiering zijn de cohesiebeleidsprogramma’s, die gericht zijn op de ondersteuning van armere regio’s. Uit de langetermijnbegroting worden ook internationale humanitaire hulp en ontwikkelingsprojecten gefinancierd.
Kom meer te weten over de programma’s die met de langetermijnbegroting worden ondersteund en de projecten die in uw regio financiering krijgen.
Hoe wordt de langetermijnbegroting van de EU gefinancierd?
De langetermijnbegroting van de EU wordt gefinancierd met een combinatie van verschillende inkomstenbronnen. Deze omvatten:
- bijdragen van de EU-landen van iets meer dan één procent van hun bruto nationaal inkomen (bni), die samen goed zijn voor meer dan de helft van de EU-begroting;
- invoerrechten op producten van buiten de EU;
- geld uit boetes voor bedrijven die de mededingingsregels van de EU overtreden;
- een klein percentage van de belasting over de toegevoegde waarde die elk EU-land int;
- sinds 2021 een bijdrage van de EU-landen op basis van de hoeveelheid niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval die ze produceren.
In de toekomst kan de EU-begroting er nog inkomstenbronnen bij krijgen.
In november 2023 sprak het Parlement zijn steun uit voor een voorstel van de Commissie om drie nieuwe bronnen toe te voegen: inkomsten uit de handel in emissierechten, inkomsten uit een koolstofheffing op ingevoerde goederen en een bijdrage op basis van bedrijfswinsten. Dit voorstel moet unaniem door de Raad van de EU worden goedgekeurd en vervolgens door de 27 EU-landen worden bekrachtigd zodat het in werking kan treden. Voorlopig is er echter weinig vooruitgang geboekt.
In 2025 heeft de Commissie nieuwe inkomstenbronnen voorgesteld om de langetermijnbegroting vanaf 2028 te financieren. De Commissie presenteerde drie nieuwe ideeën voor nieuwe inkomstenbronnen, waaronder een tabaksaccijns, een jaarlijkse forfaitaire bijdrage van andere bedrijven dan kleine en middelgrote ondernemingen, en belastingen op elektronisch afval en elektronische handel.
Hoe wordt de volgende langetermijnbegroting vastgesteld?
De Europese Commissie heeft haar voorstel voor de volgende langetermijnbegroting van de EU in juli 2025 gepresenteerd.
De leden van het Europees Parlement hebben dit voorstel bestudeerd en hun onderhandelingsstandpunt voorbereid.
Zodra de EU-landen hun standpunt in de Raad hebben bepaald, kunnen de onderhandelingen beginnen om vóór eind 2027 overeenstemming te bereiken over de volgende langetermijnbegroting.
De EU-landen moeten de langetermijnbegroting in de Raad met eenparigheid van stemmen aannemen, maar eerst moet het Parlement nog zijn goedkeuring geven.
Het Commissievoorstel voor de volgende langetermijnbegroting
De huidige langetermijnbegroting van de EU loopt van 2021 tot 2027 en bedraagt 1,2 biljoen euro (in prijzen van 2025). Toen de begroting in 2020 werd vastgesteld, was die goed voor 1,13 % van het bni van de Europese Unie.
Hoeveel stelt de Commissie voor de nieuwe EU-begroting voor?
De Commissie stelt voor de periode 2028-2034 een langetermijnbegroting voor van 1,76 biljoen euro (in prijzen van 2025), wat overeenkomt met 1,26 % van het bni van de EU. Dit bedrag omvat 149,3 miljard euro — oftewel 0,11 % van het bni van de EU — voor de terugbetaling van de schuld die is aangegaan in het kader van NextGenerationEU, het herstelinstrument dat werd opgezet om de gevolgen van de COVID-19-pandemie aan te pakken.
Mogelijke wijzigingen in de structuur van de begroting
De Commissie stelt voor om de begroting sterk te herstructureren en te vereenvoudigen door het aantal begrotingsonderdelen te verminderen en verschillende programma’s samen te voegen.
De voorgestelde uitgavenprioriteiten zijn onderverdeeld in vier rubrieken.
Rubriek 1 is voorbehouden voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw, platteland en maritieme zaken, welvaart en veiligheid. Dit is de grootste rubriek, goed voor ongeveer de helft van de totale begroting.
Rubriek 2 is gericht op concurrentievermogen, welvaart en veiligheid en is goed voor ongeveer 30 % van de totale begroting.
Centraal in deze rubriek staat een nieuw Europees Fonds voor concurrentievermogen, dat belast zal zijn met het beheer van investeringen in Horizon Europa (het financieringsprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie) en vier prioritaire beleidsterreinen, namelijk: weerbaarheid en veiligheid, defensie-industrie en ruimtevaart; digitaal leiderschap; de schone transitie en decarbonisatie van de industrie; en gezondheid, biotechnologie en bio-economie.
Deze rubriek omvat ook het programma Erasmus+, dat wordt gecombineerd met het Europees Solidariteitskorps, en de Connecting Europe Facility.
Rubriek 3 is getiteld “Europa in de wereld”. Deze rubriek is goed voor ongeveer een tiende van de voorgestelde begroting en ondersteunt het externe optreden van de EU, voornamelijk via het “Europa in de wereld”-fonds.
Rubriek 4 is bestemd voor administratie en vertegenwoordigt ongeveer 6 % van het totaal. Deze rubriek heeft betrekking op de salarissen, pensioenen en gebouwen van de openbaredienstverlening van de EU en de werking van de Europese scholen.
Wat zijn de voorgestelde plannen voor nationaal en regionaal partnerschap?
Onder rubriek 1 zal elk EU-land zijn eigen plan hebben, dat steun voor landbouwers en minder ontwikkelde regio’s zal omvatten en ook betrekking zal hebben op migratie en grensbeveiliging. In deze plannen zullen middelen worden gebundeld die voorheen over een aantal afzonderlijke programma’s waren verdeeld. Op die manier hoopt de Commissie de flexibiliteit en synergieën tussen beleidsmaatregelen te vergroten. Het Parlement steunt wel het idee van flexibiliteit, maar wil niet dat de transparantie en verantwoordingsplicht in het gedrang komen door deze nieuwe begrotingsstructuur.
EU-inkomsten
Om de bijdragen van de EU-landen ongewijzigd te laten, stelt de Commissie nieuwe inkomstenbronnen voor. Daarbij gaat het onder meer over: een belasting op elektronisch afval, een tabaksaccijns, het emissiehandelssysteem en het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie, en een vennootschapsbelasting voor grote ondernemingen.
Het standpunt van het Parlement over het begrotingsvoorstel
Het Parlement heeft zijn onderhandelingsstandpunt voor de volgende langetermijnbegroting in april 2026 ingenomen. Dit standpunt omvat een uitsplitsing van de bedragen die het Parlement aan elk EU-financieringsprogramma wil toewijzen.
Het tegenvoorstel van het Parlement voor de totale begroting
De leden van het Europees Parlement zijn teleurgesteld over wat zij beschouwen als een gebrek aan ambitie van de Commissie. Ze willen dat de volgende begroting wordt vastgesteld op 1,27 % van het bni van de EU en dat de schuldaflossing van het herstelfonds NextGenerationEU (die 0,11 % van het bni bedraagt) niet wordt meegerekend in het budget voor de operationele programma’s die de burgers ten goede komen.
Hiermee zou de begroting met ongeveer 10 % groeien ten opzichte van het voorstel van de Commissie.
Volgens de leden van het Parlement is dat het minimumbedrag dat de EU nodig heeft om haar beloften na te komen, de verwachtingen van de burgers in te lossen en grote uitdagingen aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke grootschalige oorlogvoering in Europa, economische en sociale uitdagingen, de concurrentiekloof en de steeds ergere klimaat- en biodiversiteitscrises.
Deze verhoogde financiering moet evenredig worden verdeeld over de drie begrotingsrubrieken waarmee de prioriteiten van de EU worden gefinancierd, zonder een verhoging van de financiering voor administratie, en moet ervoor zorgen dat de begroting bestand is tegen inflatieschokken.
Standpunten van de Parlementsleden over de nieuwe structuur en de nationale plannen
De leden van het Europees Parlement brengen weliswaar niet veel ingrijpende wijzigingen aan in de nieuwe vereenvoudigde structuur die de Commissie voorstelt, maar ze zijn wel sterk gekant tegen de hernationalisering van de EU-begroting. Ze waarschuwen dat de “één plan per lidstaat”-benadering van de Commissie het EU-beleid kan ondermijnen, de transparantie kan verminderen en concurrentie tussen begunstigden kan veroorzaken.
De Parlementsleden willen daarentegen afzonderlijke toewijzingen voor de verschillende beleidsgebieden in het kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, waaronder het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid, en voor de ultraperifere gebieden, het cohesiebeleid, het Europees Sociaal Fonds en binnenlandse zaken.
Verder willen de Parlementsleden dat de regionale en lokale overheden volledig worden betrokken bij de planning en uitvoering van de programma’s.
Het standpunt van het Parlement over de financiering van initiatieven op het vlak van concurrentievermogen
De leden van het Europees Parlement verwelkomen het voorstel van de Commissie om twee keer zoveel financiering uit te trekken voor de versterking van het Europese concurrentievermogen en onderwijs, en de defensiecapaciteit, innovatie, infrastructuur, gezondheid, cultuur en de digitale en de groene transitie van de EU. Ze pleiten echter ook voor meer ondersteuning voor belangrijke programma’s zoals het Europees Fonds voor concurrentievermogen (EFC), Horizon Europa, de Connecting Europe Facility, Erasmus+, AgoraEU en het EU-mechanisme voor civiele bescherming. Bovendien roepen ze op tot specifieke financiering voor EU4Health en LIFE-gerelateerde maatregelen in het kader van het EFC.
De Parlementsleden vinden dat de voorgestelde verhoging van de middelen voor extern optreden niet volstaat, gezien de omvang van de externe uitdagingen en bedreigingen. Ze roepen dan ook op tot meer financiering voor EU-uitbreiding, ontwikkeling, Oekraïne, multilaterale samenwerking en humanitaire hulp.
Transparantie en verantwoordingsplicht onder druk
De Parlementsleden staan erop dat een vereenvoudiging van de begroting de transparantie, de verantwoordingsplicht en het democratisch toezicht niet mag ondermijnen en de behoorlijke controle van de uitgaven niet in de weg mag staan. Ze erkennen de noodzaak van flexibiliteit, maar waarschuwen ervoor dat flexibiliteit zonder transparantie het vertrouwen van het publiek in de EU kan ondergraven.
De Parlementsleden benadrukken ook dat eerbiediging van de Europese waarden en de rechtsstaat een voorwaarde moet zijn om toegang te krijgen tot EU-middelen en dat daarbij moet worden vermeden dat eindontvangers worden bestraft als hun regeringen de rechtsstaat schenden.
Het standpunt van het Parlement over de inkomsten
Het Parlement steunt het voorstel om nieuwe “eigen middelen” in te voeren. Het stelt ook andere mogelijke inkomstenbronnen voor, die in overweging moeten worden genomen als de EU-landen een van de suggesties van de Commissie verwerpen. Deze alternatieven omvatten een heffing op digitale diensten, een heffing op onlinegokken, een uitbreiding van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie en een heffing op vermogenswinsten uit cryptoactiva.
Wat zijn de volgende stappen voor de nieuwe EU-begroting?
Het Parlement is klaar om onderhandelingen met de Raad op te starten over de verordening waarin de structuur en de belangrijkste cijfers voor de begroting voor de periode 2028-2034 worden vastgelegd.
De gesprekken kunnen van start gaan zodra de Raad overeenstemming heeft bereikt over zijn eigen gemeenschappelijke standpunt namens de regeringen van de EU-landen. De instemming van het Parlement is in elk geval vereist voor de goedkeuring van de begroting.
Meer informatie
- Het onderhandelingsstandpunt van het Parlement over de volgende langetermijnbegroting
-
Specifieke website van het Parlement over de langetermijnbegroting
wordt in een nieuw venster geopend
- De in mei 2025 vastgelegde prioriteiten van het Parlement voor de begroting na 2027
- Perskit over de langetermijnbegroting